Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 20 april 2021 tot wijziging van de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016 in verband met de openstelling van nieuwe aanvraagtijdvakken voor subsidie op grond van de paragrafen 1, 2 en 3 van die regeling (Negende wijziging Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016 te wijzigen in verband met de openstelling van nieuwe aanvraagtijdvakken voor subsidie op grond van de paragrafen 1, 2 en 3 van die regeling en het aanbrengen van enkele inhoudelijke wijzigingen in paragraaf 1;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016

 

De Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 1.6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel f wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      Onderdeel 3˚ komt te luiden:

      • 3°.

        een bestektekst opgesteld conform een algemeen erkende berekeningssystematiek;.

    • b.

      Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

      • 4°.

        een bij het bestek behorende begroting, opgesteld in het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde format;.

  • 2.

    Onderdeel h komt te luiden:

    • h.

      de subsidieaanvrager besteedt bij het project aandacht aan het aspect duurzaamheid;.

  • 3.

    Onderdeel m komt te luiden:

    • m.

      de subsidieaanvrager maakt door middel van een financieel dekkingsplan aannemelijk dat de financiering van het gedeelte van de restauratiekosten dat niet voor subsidie in aanmerking komt voldoende is gewaarborgd;.

  • 4.

    Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • n.

      aan het project ligt een projectplan ten grondslag dat is opgesteld volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde format en waarin in ieder geval is opgenomen:

      • 1°.

        een samenvatting van het restauratieplan, bedoeld onder f;

      • 2°.

        het communicatieplan, bedoeld onder l;

      • 3°.

        het financieel dekkingsplan, bedoeld onder m;

      • 4°.

        op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in de onderdelen e, h en k.

B.

 

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1.9 door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    15 september 2021 tot en met 30 september 2021.

C.

 

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1.10 door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    € 4.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder c.

 

D.

 

Artikel 1.13, eerste lid, onder c, komt te luiden:

  • c.

    het project wordt afgerond voor:

    • 1°.

      1 juli 2021, indien subsidie is aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 1.9, onder a;

    • 2°.

      1 juli 2022, indien subsidie in aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 1.9, onder b;

    • 3°.

      1 juli 2023, indien subsidie is aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 1.9, onder c;.

E.

 

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 2.8 door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    5 mei 2021 tot en met 28 oktober 2021.

F.

 

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 2.9 door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    € 38.632 voor de periode, genoemd in artikel 2.8, onder c.

G.

 

In de aanhef van artikel 3.6, onder d, wordt “de periode 2020-2025” vervangen door “de periode 2021-2026”.

 

H.

 

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 3.8 door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    5 mei 2021 tot en met 9 december 2021.

 

I.

 

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 3.9 door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    € 100.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.8, onder c.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

 

 

’s-Hertogenbosch, 20 april 2021

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

Toelichting behorende bij de Negende wijziging Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016

 

I. Algemeen

 

Deze wijziging regelt de openstelling van aanvraagtijdvakken voor subsidie op grond van de volgende paragrafen van de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016:

  • -

    paragraaf 1: Restauratie van rijksmonumenten;

  • -

    paragraaf 2: Eco-archeologisch onderzoek; en

  • -

    paragraaf 3: instandhouding molens.

In paragraaf 1 zijn daarbij enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht naar aanleiding van constateringen in de uitvoeringspraktijk. Deze wijzigingen zijn toegelicht in het artikelsgewijze gedeelte van deze toelichting.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel I (Wijziging Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016)

 

Onder A (artikel 1.6)

 

Onder f

Op grond van artikel 1.6, onder f, dient de subsidieaanvrager bij de subsidieaanvraag een restauratieplan te overleggen. Onderdeel van het restauratieplan is een conform een algemeen erkende berekeningssystematiek opgestelde bestektekst. Aan onderdeel f is toegevoegd dat het restauratieplan een bij het bestek behorende begroting dient te bevatten. Gedeputeerde Staten stellen een format ter beschikking voor het opstellen van die begroting.

 

Onder h

Gedeputeerde Staten achten het van belang dat de subsidieaanvrager stilstaat bij het aspect duurzaamheid en onderzoekt of het project zich leent voor het treffen van energiebesparende maatregelen (zoals isolatie, hoogrendementsbeglazing, energiezuinige kozijnen, energiezuinige installaties, warmtepompen, warmteterugwinningsystemen, zonnepanelen, etc.). In artikel 1.6, onder h, is daarom bepaald dat de subsidieaanvrager bij de uitvoering van het project aandacht besteedt aan het aspect duurzaamheid. De subsidieaanvrager dient dit op grond van onderdeel n, onder 4˚ (nieuw), op te nemen in het projectplan. De subsidieaanvrager kan op dat punt bijvoorbeeld een duurzaamheidsadvies bijvoegen of vermelden welke energiebesparende maatregelen worden uitgevoerd.

 

Onder m

Tot op heden was in onderdeel m, onder 2˚, bepaald dat de subsidieaanvrager als onderdeel van het projectplan een “sluitende begroting” diende te overleggen. Dit is nu anders geformuleerd, omdat in praktijk onvoldoende duidelijk bleek wat een “sluitende begroting” van het project in moet houden en dit werd verward met de bij het bestek behorende begroting. In onderdeel m is nu bepaald dat de subsidieaanvrager door middel van een “financieel dekkingsplan” aannemelijk dient te maken dat de financiering van het gedeelte van de restauratiekosten dat niet voor subsidie in aanmerking komt voldoende is gewaarborgd. Het financieel dekkingsplan maakt op grond van onderdeel n, onder 3˚ (nieuw), onderdeel uit van het projectplan.

 

Onder n (nieuw)

De subsidieaanvrager dient bij de aanvraag een projectplan te voegen. Gedeputeerde Staten stellen daartoe een format vast. In onderdeel n is nader omschreven welke onderdelen daar in ieder geval in opgenomen dienen te worden.

 

Onder D (artikel 1.13, eerste lid, onder c)

Artikel 1.13, eerste lid, onder c, bevat de uiterlijke termijn waarbinnen de subsidieontvanger het project dient af te ronden. Ten aanzien van subsidies die worden verleend in het kader van het subsidieaanvraagtijdvak dat loopt van 15 september 2021 tot en met 30 september 2021, geldt dat het project voor 1 juli 2023 moet worden afgerond. Verduidelijkt is dat ten aanzien van nog niet vastgestelde subsidies die zijn verleend in het kader van het subsidieaanvraagtijdvak dat liep van 1 oktober 2019 tot en met 12 december 2019 blijft gelden dat het project voor 1 juli 2021 moet zijn afgerond. Voor nog niet vastgestelde subsidies die zijn verleend in het kader van het subsidieaanvraagtijdvak dat liep van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020, blijft gelden dat het project voor 1 juli 2022 moet zijn afgerond. Opgemerkt zij dat artikel 1.13, tweede lid, een verlengingsmogelijkheid van de termijn bevat voor onvoorziene omstandigheden.

 

Onder G (artikel 3.6, onder d, aanhef)

De aanhef van artikel 3.6, onder d, is zodanig gewijzigd dat in het kader van het subsidieaanvraagtijdvak voor het jaar 2021 geldt dat aan het project een door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geaccordeerd instandhoudingsplan ten grondslag dient te liggen, dat betrekking heeft op de periode 2021-2026.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

Naar boven