Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân van 6 april 2021 met kenmerk 01868238 houdende regels omtrent het open stellen van de maatregel niet-productieve investeringen water voor aanvragen (Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen water/ KRW d.d. voorjaar 2021)

Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

 

Gelet op artikel 1.3 van de Regeling POP 3 subsidies provincie Fryslân;

 

BESLUITEN

 

De volgende nadere regels vast te stellen:

Artikel 1 Openstelling en subsidieplafond

  • 1.

    De maatregel niet-productieve investeringen water, als bepaald in paragraaf 2.6 van de Regeling POP 3 subsidies provincie Fryslân, voor de periode van 19 april 2021 9.00 uur tot en met 17 juni 2021, 17.00 uur open te stellen voor aanvragen.

  • 2.

    Het subsidieplafond voor het onder artikel 1, eerste lid genoemde tijdvak vast te stellen op € 2.664.770,00 waarvan 100% bestaat uit Europese ELFPO-middelen.

Artikel 2 Definities

In aanvulling op de definities in artikel 1.1 van de Regeling POP 3 subsidies provincie Fryslân wordt in dit besluit verstaan onder:

  • a.

    KRW: Kaderrichtlijn Water, de Europese richtlijn die tot doel heeft uiterlijk in 2027 een goede chemische en ecologische waterkwaliteit te bereiken in alle Europese oppervlaktewateren en grondwateren en de lidstaten verplicht de daartoe noodzakelijke maatregelen te nemen;

  • b.

    KRW-doelen: doelen gericht op een betere waterkwaliteit, waarmee voldaan wordt aan de vereisten van de Kaderrichtlijn Water. Deze doelen zijn voor Fryslân beschreven in de KRW-nota’s;

  • c.

    KRW-maatregelen: maatregelen die bijdragen aan de realisatie van de Friese KRW-doelen;

  • d.

    KRW-nota’s: de nota waarin de provincie Fryslân de doelen en (op hoofdlijnen) de maatregelen samenvat voor de Kaderrichtlijn Water, voor de periode 2016-2021 (Notitie KRW in Fryslân 2016-2021, 16 december 2015), en de KRW-beslisnota 2016-2021 d.d. 29 september 2015 van het Wetterskip Fryslân, beide te vinden op www.fryslan.frl/pop3;

  • e.

    KRW-opgavenkaart POP 3 2021: kaart met daarop aangegeven de locaties, wateren en gemalen waarvoor KRW-opgaven gelden. De functies van de watergangen op deze kaart zijn ingetekend via hartlijnen door het waterlichaam: deze lijnen zelf zeggen dus niets over daadwerkelijke breedte ter plaatse, vorm, nevengeulen, meanders e.d. De kaart is te vinden op www.fryslan.frl/pop3;

  • f.

    natuurvriendelijk inrichten: aanleggen en/of inrichten van ondiepe waterzones met een waterbreedte van minimaal 3 meter tot op een waterdiepte van maximaal 0,7 meter;

  • g.

    SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland;

  • h.

    regeling: Regeling POP 3 subsidies provincie Fryslân;

  • i.

    verbreden van hoofdwatergangen: verbreden van hoofdwatergangen smaller dan circa 5 meter met minimaal 1 meter of verbreden van hoofdwatergangen van circa 5 meter en breder met minimaal 2 meter onder, op of net boven de waterlijn;

  • j.

    vispassage: voorziening die het voor vissen mogelijk maakt obstakels als stuwen, gemalen en dergelijke, te passeren;

  • k.

    waterhuishoudingsplan: het regionale waterplan bedoeld in artikel 4.4 Waterwet, waarin de provincie de hoofdlijnen van het in Fryslân te voeren waterbeleid vastlegt, voor de periode 2015-2021. Dit beleid is gericht op de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast en de inrichting van watersystemen met voldoende en schoon water. Het Vierde Waterhuishoudingsplan, door Provinciale Staten van Fryslân vastgesteld op 20 april 2016, is te vinden op www.fryslan.frl/whp4.

Artikel 3 Doelgroep en aanvraag

  • 1.

    Subsidie op grond van deze openstelling kan aangevraagd worden door:

    • a.

      landbouwers;

    • b.

      grondeigenaren;

    • c.

      grondgebruikers;

    • d.

      landbouworganisaties;

    • e.

      natuur- en landschapsorganisaties;

    • f.

      provincies;

    • g.

      waterschappen;

    • h.

      gemeenten;

    • i.

      samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.

  • 2.

    Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten via het SNN door middel van een daarvoor ontwikkeld webportal dat bereikbaar is via www.snn.nl/pop3.

  • 3.

    Een subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

    • a.

      een projectplan conform format SNN;

    • b.

      een begroting van de kosten van het project conform format SNN;

    • c.

      een toelichting op de begroting;

    • d.

      een sluitend financieringsplan van de kosten van de activiteiten, met inbegrip van een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • e.

      een kaart met daarop aangegeven de locatie of locaties waar welke maatregelen worden uitgevoerd;

    • f.

      indien de investering naar waarschijnlijkheid leidt tot negatieve omgevingseffecten, bevat de aanvraag om subsidie een verkenning naar de mogelijke negatieve omgevingseffecten van de investering.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen voor één of meerdere van de volgende KRW-maatregelen:

  • a.

    verbreding van overige te smalle hoofdwatergangen;

  • b.

    verbreding en/of natuurvriendelijke inrichting in KRW-hoofdwatergangen of KRW-boezemkanalen;

  • c.

    aanleg of inrichting van gronden in KRW-meren of -plassen met een maximale breedte van 20 meter (gemiddeld) of aanleg of inrichting van gronden die in verbinding (komen te) staan met de boezem, zodanig dat vissen het gebied in en uit kunnen komen in de paaiperiodes van de meeste vissoorten, waarbij in de zomerperiode een deel van de gronden permanent onder water staat met een waterdiepte tot 0,7 meter diep (gemiddeld), inclusief de daarbij behorende werkzaamheden (ook enting planten) en aanleg of benodigde aanpassing van kunstwerken;

  • d.

    aanleggen van vispassages.

Artikel 5 Toetsingscriteria

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende criteria:

  • a.

    subsidie wordt alleen verstrekt voor kosten voor zover noodzakelijk en redelijk in relatie tot het doel van het project;

  • b.

    de KRW-maatregel dient uitgevoerd te worden op locaties die zijn aangegeven op de “KRW-opgavenkaart POP 3 2021”;

  • c.

    De investering heeft een aangetoonde directe link met de landbouw.

Artikel 6 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten, voor zover de kosten direct samenhangen met de investering:

    • a.

      de kosten van de bouw of verbetering van onroerende zaken;

    • b.

      de kosten van verwerving van onroerende zaken;

    • c.

      de kosten van aankoop van grond;

    • d.

      algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de regeling;

    • e.

      de kosten van projectmanagement en projectadministratie;

    • f.

      voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12 derde en vierde lid van de regeling.

  • 2.

    De in het eerste lid onder d, e en f genoemde kosten zijn subsidiabel met een totaal maximum percentage van 40% van de totale subsidiabele kosten (inclusief bijbehorende niet verrekenbare of niet compensabele BTW).

  • 3.

    In aanvulling op artikel 1.12 van de regeling kunnen de subsidiabele kosten genoemd in het eerste lid slechts bestaan uit de volgende kostentypen:

    • a.

      personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9a van de regeling;

    • b.

      kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.

Artikel 7 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    Geen subsidie wordt verstrekt indien in een subsidieaanvraag de subsidiabele kosten minder bedragen dan € 200.000,00.

Artikel 8. Rangschikking

  • 1.

    Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking van subsidieaanvragen een investeringslijst, als bedoeld in artikel 1.15b van de regeling, waarin maatregelen voor de in artikel 4 genoemde subsidiabele activiteiten zijn opgenomen en hun bijdragen aan het realiseren van KRW-doelen.

  • 2.

    De punten per maatregel voor de in het eerste lid genoemde subsidiabele activiteiten staan vermeld in bijlage 1 bij dit openstellingsbesluit.

  • 3.

    De mate waarin de maatregelen uit de investeringslijst bijdragen aan het realiseren van KRW-doelen bepaalt het aantal punten.

  • 4.

    De punten per KRW- maatregel uit het projectplan worden bij elkaar opgeteld.

  • 5.

    In aanvulling op artikel 1.15b van de regeling worden de projecten gerangschikt op volgorde van de meest behaalde punten naar het laagst aantal behaalde punten.

  • 6.

    Er is een minimumscore van 1 punt vereist.

  • 7.

    Indien meerdere aanvragen hetzelfde aantal punten scoort en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag als eerste wordt gehonoreerd.

  • 8.

    In het geval het subsidieplafond zal worden overschreden door een aanvraag waarbij het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond of indien het subsidiebedrag wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen is gelijk, kunnen Gedeputeerde Staten besluiten dat het subsidieplafond wordt verhoogd met het bedrag dat nodig is om het project dat zorgt of de projecten die zorgen voor de overschrijding van het subsidieplafond te subsidiëren.

Artikel 9 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 1.8 van de regeling wordt subsidie geweigerd indien niet wordt voldaan aan de toetsingscriteria genoemd in artikel 5.

Artikel 10 Bevoorschotting

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.23 van de regeling kan maximaal één keer per kalenderjaar een aanvraag om een voorschot worden ingediend op basis van realisatie.

  • 2.

    Er worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op realisatie.

Artikel 11. Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen water/ KRW d.d. voorjaar 2021.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 6 april 2021.

Voorzitter drs. A.A.M. Brok

Secretaris R.E. Bouius – Riemersma, MBA MCM

Bijlage 1 Investeringslijst: maatregelen en puntenscore

KRW-maatregel

Punten

Eenheid

Verbreding van overige te smalle hoofdwatergangen

1 punt

aantal hele kilometers*

Verbreding en/of natuurvriendelijke inrichting in KRW-hoofdwatergangen of KRW-boezemkanalen

3 punten

aantal hele kilometers*

Aanleg of inrichting van gronden in KRW-meren of -plassen, of aanleg of inrichting van gronden die in verbinding (komen te) staan met de boezem, zodanig dat vissen het gebied in en uit kunnen komen in de paaiperiodes van de meeste vissoorten, waarbij in de zomerperiode een deel van de gronden permanent onder water staat met een maximale breedte van 20 meter (gemiddeld) en een waterdiepte tot 0,7 meter diep (gemiddeld), inclusief de daarbij behorende werkzaamheden (ook enting planten) en aanleg of benodigde aanpassing van kunstwerken.

2 punten

aantal hectare*

Vispassages

3 punten

per vispassage*

 

*De totale score wordt berekend door vermenigvuldiging van het aantal punten per maatregel maal het aantal hele kilometers of hectares dat wordt gerealiseerd per tracé (dus niet over hetzelfde tracé tweemaal de lengte rekenen).

 

De typen wateren waarvoor subsidie beschikbaar is staan vermeld op de “KRW Opgaven-kaart POP 3 2021”, evenals de locaties voor aanleg van vispassages.

 

Alleen KRW maatregelen zoals hierboven genoemd en die uitgevoerd worden op locaties aangegeven op de “KRW Opgavenkaart POP 3 2021”, komen voor subsidie in aanmerking.

 

Toelichting

Artikel 1. Openstelling en subsidieplafond

De maatregel niet-productieve investeringen water/ KRW d.d. voorjaar 2021 is gericht op niet-productieve investeringen in het landelijk gebied die betrekking hebben op de (her)inrichting of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water- en klimaatdoelen. Niet-productieve investeringen zijn investeringen die geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van een bedrijf tot gevolg hebben.

 

Deze openstelling richt zich specifiek op maatregelen die bijdragen aan de realisatie van KRW- doelen. Deze doelen zijn voor Fryslân beschreven in het waterhuishoudingsplan van de provincie (Vierde Waterhuishoudingsplan, 20 april 2016 door Provinciale Staten vastgesteld en is te vinden op: www.fryslan.frl/whp4) en KRW-nota’s: de nota waarin de provincie Fryslân de doelen en (op hoofdlijnen) de maatregelen beschrijft voor de Kaderrichtlijn Water, voor de periode 2016-2021 (Notitie KRW in Fryslân 2016-2021, 16 december 2015) en de KRW-beslisnota 2016-2021 d.d. 29 september 2015 van Wetterskip Fryslân; beide nota’s zijn te vinden op www.fryslan.frl/pop3.

 

De investeringen dienen altijd een link te hebben met de landbouw. Daaronder verstaan we investeringen die de landbouw helpen om aan de realisatie van KRW-doelen bij te dragen. Daarbij kan het ook gaan om investeringen waarmee negatieve effecten van de landbouw op de waterkwaliteit teniet gedaan of gecompenseerd worden.

De lijst van maatregelen (subsidiabele activiteiten) zoals genoemd in artikel 4 van dit openstellingsbesluit en bijlage 1 bij dit openstellingsbesluit, voldoet aan deze voorwaarden.

 

Deze openstelling is een nadere invulling van de algemene bepalingen uit de Regeling POP 3 subsidies provincie Fryslân (hierna: de regeling).

 

Subsidie bestaat uit 100% Europese ELFPO-middelen.

 

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

De subsidiabele activiteiten dragen bij het focusdoel A2: Behoud en versterking biodiversiteit en omgevingskwaliteit. Het doel van de Kaderrichtlijn water draagt immers direct bij aan een verbeterde omgevingskwaliteit én aan het versterken door de biodiversiteit.

De KRW-nota’s in de provincie Fryslan geven de KRW-maatregelen weer die bij de besluitvorming van de nota's als meest doelmatig en kosteneffectief zijn beoordeeld. Het betreft bovenwettelijke gebiedsgerichte maatregelen. De lijst van maatregelen die voor subsidie in aanmerking komt, bevat een selectie van KRW-maatregelen uit de KRW-Nota’s. De niet-geselecteerde maatregelen worden op andere wijze gefinancierd.

 

De effectiviteit van de maatregelen uit de lijst wordt versterkt door de maatregelen uit te voeren op daarvoor geselecteerde locaties. Deze locaties staan vermeld op de KRW-opgavenkaart POP 3. Ze zijn op basis van expert judgement vastgesteld. De “KRW-Opgavenkaart POP 3 2021” is door Gedeputeerde Staten vastgesteld (d.d. 6 april 2021).

 

Toelichting op art. 4, aanhef en onder c: “aanleg of inrichting van gronden in KRW-meren of -plassen met een maximale breedte van 20 meter (gemiddeld) of aanleg of inrichting van gronden die in verbinding (komen te) staan met de boezem, zodanig dat vissen het gebied in en uit kunnen komen in de paaiperiodes van de meeste vissoorten, waarbij in de zomerperiode een deel van de gronden permanent onder water staat met een waterdiepte tot 0,7 meter diep (gemiddeld), inclusief de daarbij behorende werkzaamheden (ook enting planten) en aanleg of benodigde aanpassing van kunstwerken”.

Hiermee wordt beoogd dat in het KRW waterlichaam “overige boezemmeren”, luwe ondiepe zone’s ontstaan, door nieuwe inrichting of door aankoppelen van bijvoorbeeld zomerpolders of boezemland aan de boezem. Het geschikt maken van bestaande luwe zone’s door herintroductie van vegetatie of maatregelen ter voorkoming van overbegrazing van de watervegetatie kan hier ook aan bijdragen. Het doel is dat waterplanten gaan groeien en paai of opgroeigebieden ontstaan voor vis en andere fauna. In het algemeen is het KRW waterlichaam overige boezemmeren zo variabel (vele meren en meertjes in Friesland), dat het soort maatregel om het doel te bereiken, zeer divers kan zijn. Dit is ook de reden voor in de tekst genoemde gemiddelde, bij grootte en diepte van de inrichting.

 

Artikel 5. Toetsingscriteria

Artikel 5 gaat over noodzakelijke en redelijk te maken kosten, over locaties op KRW Opgavenkaart POP 3 2021 en directe link met landbouw.

 

Artikel 6. Subsidiabele kosten

De proceskosten voor voorbereiding van een project en voor de begeleiding van de uitvoering van een project zijn onder voorwaarden subsidiabel. De provincie streeft ernaar dat een groot deel van de subsidie besteed wordt aan fysieke maatregelen. Om die reden worden er grenzen gesteld aan het totaal aan proceskosten voor de voorbereiding en de uitvoering van projecten.

 

Op de site van het SNN zal het openstellingsbesluit worden gepubliceerd, evenals een format voor het projectvoorstel en voor de begroting/financiering.

 

Onderdeel van de subsidiabele kosten kan zijn de aankoop van grond. In dat geval zijn de voorwaarden van artikel 1.10 van de regeling onverkort van toepassing. Inrichtingsmaatregelen op de (aangekochte) grond vallen onder ‘verbetering’ van de gronden, waarop de voorwaarden voor de aankoop van grond niet van toepassing zijn.

 

In het geval BTW aantoonbaar niet verrekenbaar of niet compensabel is, dan mag dit meegenomen worden bij de berekening van de hoogte van de subsidiabele kosten.

 

Voor POP 3+ is de mogelijkheid toegevoegd om gebruik te maken van een Simplified Cost Option (SCO). Voor deze openstelling is de SCO op basis van artikel 1.9a van de regeling als kostensoort toegestaan. Dit houdt in dat er over de kosten derden binnen het project, die geen verband houden met de uitvoering van overheidsopdrachten voor werken met een waarde boven het Europese drempelbedrag, een opslag voor personeelskosten berekend mag worden zonder dat hier een administratieve verplichting tegenover staat in de vorm van onderbouwing van het uurtarief, of het bijhouden van een urenregistratie. Deze opslag wordt berekend door de som van de kosten derden binnen het project te vermenigvuldigen met 20%, waarna dat bedrag wordt vermeerderd met een opslag van 15% aan overheadkosten. Bijvoorbeeld:

 

Totale subsidiabele kosten derden: € 300.000,00

Opslag personeelskosten: 300.000 * 0.2 * 1.15 = € 69.000,00

Subsidiebedrag: (€ 300.000,00 + € 69.000,00) * 100% = € 369.000,00

 

Artikel 7. Hoogte subsidie

Er geldt een ondergrens van € 200.000,00 aan subsidiabele kosten voor subsidietoekenning. Projecten waarvoor de subsidiabele kosten van de subsidieaanvraag lager uitvalt dan deze ondergrens, komen niet voor subsidie in aanmerking. Met deze bepaling wil de provincie de ontwikkeling bevorderen van grote, robuuste projecten waarmee in de praktijk meters worden gemaakt.

 

Artikel 8. Rangschikking en Bijlage 1 Maatregelen en puntenscore

De tendersystematiek

In de openstelling is precies aangegeven welke termijn voor de indiening van aanvragen wordt gehanteerd. De start- en einddatum worden hierbij strikt in acht genomen.

 

Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen beoordeeld en in een rangorde op een lijst geplaatst. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat aan het project is toegekend. Voor elk project geldt dat een minimumaantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te komen. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te selecteren. Als consequentie hiervan bestaat de mogelijkheid dat, indien binnen een tender het subsidieplafond wordt overschreden, de projecten met de laagste scores geen subsidie ontvangen.

 

Indien meerdere aanvragen op dezelfde plaats op de prioriteitenlijst worden gerangschikt en, door honorering van deze aanvragen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt tot loting overgegaan.

 

Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om het subsidieplafond te verhogen indien het plafond worden overschreden door een aanvraag waarbij het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond of indien het subsidiebedrag wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is.

 

De systematiek staat niet toe dat na sluiting van de indieningstermijn de aanvragen alsnog worden gewijzigd.

 

Voor de selectie van subsidieaanvragen wordt uitgegaan van effectiviteitsscores voor de maatregelen uit artikel 4, en de uitwerking daarvan volgens bijlage 1.

 

Afhankelijk van het type maatregel en het type water waarin de maatregelen worden uitgevoerd, zijn scores toegekend voor de mate waarin de maatregelen bijdragen aan de realisatie van de Friese KRW doelen. Deze scores zijn vermeld in bijlage 1. De scores zijn vastgesteld op basis van expert judgement.

 

 

Naar boven