Provinciaal blad van Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
UtrechtProvinciaal blad 2021, 2663Verordeningen



Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 15 december 2020, nr. [821C5241], houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Versnelling woningbouw provincie Utrecht 2021-2024)

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op de artikelen 4, 6 en 30 (Bouwen, wonen en stedelijke vernieuwing) van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht;

 

Overwegende dat:

  • vitale steden en dorpen één van de belangrijke pijlers is in het Omgevingsbeleid van de provincie Utrecht waarmee bijgedragen wordt aan een gezonde en veilige leefomgeving. Dat tegelijkertijd de voortgang en de kwaliteit van de woningbouwontwikkelingen onder druk staat en de woningmarkt de afgelopen jaren structureel veranderd is, is het wenselijk dat vanuit de provinciale rol een bijdrage wordt geleverd aan de versnelling van de woningbouw;

  • het wenselijk is vanuit de provinciale rol een financiële bijdrage te leveren aan activiteiten om de woningbouw te versnellen, door in te spelen op veranderende omstandigheden en gebruik te maken van voortschrijdende inzichten, nieuwe kansen en innovaties;

Besluiten de volgende uitvoeringsverordening vast te stellen:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    additionaliteit: de omstandigheid dat een project slechts met behulp van een subsidie kan worden uitgevoerd.

  • b.

    Asv: Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht;

  • c.

    betaalbaar segment: woningen in het sociale en middeldure segment waarbij als bovengrens de bedragen worden gehanteerd die zijn opgenomen in het Kader voor Regionale Programmering wonen en werken. Vastgesteld door PS op 30 september 2020 (PS2020OGVO2) dan wel een daarna geactualiseerde/vastgestelde versie.

  • d.

    cofinanciering: naast de gevraagde subsidie van de provincie Utrecht, leveren ook andere partijen een financiële bijdrage aan het project;

  • e.

    gebouw- of object gebonden financiering: financieringsvorm in energetische renovaties van woningen die niet aan de eigenaar, maar aan het gebouw gekoppeld is;

  • f.

    hinderlijke bedrijvigheid: als bedrijven met een bestaande milieucirkel (geluid, stank, ontploffingsgevaar, verkeer etc.) een belemmering vormen om woningbouw te realiseren;

  • g.

    Kader: Kader voor regionale programmering wonen en werken

  • h.

    maatschappelijke organisatie: semipublieke organisaties zonder winstoogmerk met een maatschappelijke doelstelling die op bedrijfsmatige wijze diensten aanbieden. Elke mogelijke waardeontwikkeling wordt volledig ingezet voor het maatschappelijke doel;

  • i.

    Omgevingsvisie: Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021).

  • j.

    project: in de tijd begrensde activiteit of geheel van activiteiten gericht op een vooraf gedefinieerde prestatie;

  • k.

    Uitvoeringsprogramma: Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024, vastgesteld door Provinciale Staten op 18 november 2020 (PS2020RGW10).

Artikel 2 Criteria subsidie

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 30 van de Asv (Bouwen, wonen en stedelijke vernieuwing).

  • 2.

    De activiteiten vinden plaats in de vorm van een project of ondersteuning van een project welke passend is het vigerende provinciale beleid en regels, dat gericht is op het bevorderen en versnellen van de woningbouwproductie en het voorkomen van stagnatie van de woningbouwproductie, zoals is omgeschreven in de Omgevingsvisie, het Kader en het Uitvoeringsprogramma.

  • 3.

    De in het eerste lid bedoelde activiteiten dragen in ieder geval bij aan de hoofddoelstelling van het Uitvoeringsprogramma en aan één van de doelstellingen van de vier programmalijnen, te weten versnelling woningbouw, versterken betaalbaar segment, bestaande voorraad en kennisbank.

  • 4.

    Om voor een subsidie in aanmerking te komen:

    • a.

      moet er sprake zijn van additionaliteit van de aangevraagde subsidie;

    • b.

      brengt de aanvrager hiervoor cofinanciering in; en

    • c.

      het project heeft een ondergrens van 50 zelfstandige woningen, danwel maakt onderdeel van meerdere projecten (van dezelfde aanvrager) in de gemeente die opgeteld minimaal tot 50 zelfstandige woningen optellen en eenzelfde ondersteuning vragen.

  • 5.

    Bij de beoordeling van een aanvraag voor een lening of garantstelling worden de criteria uit het Nota uitvoeringsrichtlijnen financieringsbeleid nota financieringsbeleid gehanteerd, zoals opgenomen in bijlage I van deze uitvoeringsverordening. Een integrale risicoanalyse kan onderdeel vormen van de beoordeling. Deze risicoanalyse kan de dekking van het financieel instrument bepalen. Dit is afhankelijk van mogelijke risico’s van een project.

  • 6.

    Bij de beoordeling van het project worden onderstaande aspecten meegewogen, afhankelijk van de kenmerken van het project en de fase waarin het zich bevindt moet er aan één of meerder criteria worden voldaan:

    • a.

      hoge mate van effectiviteit;

    • b.

      hoge mate van haalbaarheid;

    • c.

      innovatief van aard en heeft voldoende potentie om tot een grote uitrol te leiden;

    • d.

      de mate van vertegenwoordiging vanuit verschillende partijen in het project, zoals gemeenten, inwoners, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere overheden;

    • e.

      uit het project blijkt de intentie om voor 50% in het betaalbaar segment te bouwen, danwel draagt bij aan het binnen het Kader vastgestelde doel om in de regio voor 50% in het betaalbaar segment te bouwen.

    • f.

      uit het project blijkt de intentie dat het bijdraagt aan de provinciale ambities op het gebied van energieneutraliteit, klimaatbestendigheid en circulaire nieuwbouw.

Artikel 3 Nadere subsidiecriteria

De criteria van het realiseren van minimaal 50 woningen zoals genoemd in Artikel 2 lid 4c gelden niet voor de inzet van externe deskundigheid bij initiatieven ten behoeve van nieuwe woonvormen (zoals bedoeld in het Uitvoeringsprogramma). Voor deze initiatieven is geen ondergrens van het aantal woningen bepaald.

Artikel 4 Subsidievorm

De inzet van de subsidie is in beginsel vormvrij, waarbij per project naar de optimale ondersteuningsvorm wordt gezocht. De subsidie kan onder meer worden verstrekt in de vorm van:

  • a.

    een geldbedrag, o.a. ten behoeve van;

    • de inzet van externe deskundigheid bij gemeenten (gedurende maximaal 12 maanden);

    • de inzet van externe deskundigheid bij collectieven van particulieren (“initiatiefgroepen”) ten behoeve van vernieuwend opdrachtgeverschap;

    • een bijdrage aan de uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid.

  • b.

    een garantstelling;

  • c.

    een lening;

  • d.

    een storting in een (revolverend) fonds.

Artikel 5 Subsidieontvanger

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon.

  • 2.

    In het geval van een samenwerkingsverband wordt de subsidie verstrekt aan een rechtspersoon die op grond van een samenwerkingsovereenkomst hiervoor is aangewezen om namens het samenwerkingsverband de subsidie in ontvangst te nemen en te beheren.

Artikel 6 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag kan doorlopend worden ingediend vanaf 1 april 2021 t/m 1 november 2024.

  • 2.

    Bij een aanvraag tot garantstelling of lening kunnen in aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de Asv kunnen ondermeer de volgende stukken worden opgevraagd:

    • a.

      een meerjarenprognose van de aanvrager bestaande uit een exploitatiebegroting, balans en kasstromen met inbegrip van alle onderbouwingen, contracten, offertes en ander bewijsmateriaal;

    • b.

      een overzicht met alle financieringsmogelijkheden die zijn onderzocht, zoals fondswerving, sponsoring en bijdragen van andere overheden of particulieren. Waar mogelijk overlegt de aanvrager documentatie van afwijzingen en dergelijke.

  • 3.

    Naast de genoemde stukken in het voorgaande lid van dit artikel, kunnen bij een garantstelling in aanvulling op artikel 7 tweede lid van de ASV, de volgende stukken worden opgevraagd:

    • a.

      documentatie waaruit blijkt dat door ten minste twee bancaire instellingen onder toezicht van De Nederlandse Bank geen lening wordt verstrekt zonder garantstelling;

    • b.

      documentatie waaruit blijkt dat de aanvraag niet kan worden ondergebracht bij een voor de aanvrager toegankelijk waarborgfonds.

  • 4.

    Bij een aanvraag voor een geldlening kan in aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de Asv schriftelijk documentatie worden opgevraagd waaruit blijkt dat door ten minste twee bancaire instellingen onder toezicht van De Nederlandse Bank geen volledige lening wordt verstrekt.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Voor een bijdrage aan de inzet van externe deskundigheid bij gemeenten als bedoeld in artikel 4 onder a, geldt een maximum van 2/3 van de daadwerkelijke kosten.

  • 2.

    Voor een bijdrage aan de inzet van externe deskundigheid als bedoeld in artikel 4 onder a, ten behoeve van collectieven van particulieren (“initiatiefgroepen”) ten behoeve van nieuwe woonvormen (zoals bedoeld in het Uitvoeringsprogramma) geldt een maximale bijdrage van 50% van de daadwerkelijke kosten met een maximum van € 3000,-.

  • 3.

    De hoogte van de bijdrage aan de uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid als bedoeld in artikel 4 onder a wordt per aanvraag bepaald, waarbij geldt dat dit uitsluitend plaats vindt in het geval dat meerdere betrokken partijen financieel bijdragen aan de kosten van uitplaatsing.

Artikel 8 Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt € 15 miljoen voor de periode van de looptijd van het Uitvoeringsprogramma.

  • Voor subsidies in de vorm van een garantstelling bedraagt het plafond € 3.570.000 aan gewaarborgde gelden.

  • Voor subsidies in de vorm van een lening bedraagt het plafond € 500.000.

Artikel 9 Subsidieverlening

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verdelen het subsidieplafond op volgorde van datum van ontvangst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Subsidie, in ieder geval wanneer deze wordt verleend in de vorm van een garantstelling, lening of ten behoeve van de uitplaatsing van hinderlijke bedrijvigheid, wordt verleend onder de voorwaarde dat, indien gewenst door de provincie, tussen de subsidieontvanger en de provincie een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt.

Artikel 10 Weigeringsgrond

Onverminderd het gestelde in artikel 10 van de Asv, kunnen gedeputeerde staten de subsidie weigeren indien:

  • a.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, in strijd zijn met provinciaal omgevingsbeleid;

  • b.

    een vergunning niet is verleend voor een project waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • c.

    de aanvrager geen verklaring verstrekt dat er geen sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18, van Verordening (EU) 651/2014 of artikel 2, lid 14 van VO (EU) 702/2014; of

  • d.

    er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 11 verplichtingen subsidieontvanger

De subsidieontvanger dient:

  • a.

    de opgedane ervaringen en kennis op verzoek van de provincie Utrecht te delen, binnen de grenzen van het redelijke;

  • b.

    de provincie Utrecht toe te staan in overleg publicitair gebruik te maken van de met de activiteit behaalde resultaten.

Artikel 12 Europese regelgeving

Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van:

  • a.

    Verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun; of

  • b.

    de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, verordening (EU) Nr. 651/2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.

Hoofdstuk 2 Slotbepalingen

Artikel 13 Overgangsrecht

Subsidies die zijn aangevraagd of verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening of een wijziging ervan worden behandeld overeenkomstig de regeling die gold ten tijde van hun aanvraag.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op een nader door Gedeputeerde Staten te bepalen tijdstip.

Artikel 15 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsverordening subsidie Versnelling woningbouw provincie Utrecht 2021-2024.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 15 december 2020

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris.

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Bijlage I Behorende bij artikel 2 lid 5

 

Criteria bij de beoordeling van financieringsinstrumenten (Bron: Financieringsbeleid provincie Utrecht, besluit van 4 maart 2020 nr. PS02020FAC04-03 1)

 

Financieringsbeleid bestaat uit onder meer uit:

  • I

    Algemene criteria

    • 1.

      Er is sprake van publiek belang;

    • 2.

      Er is sprake van marktfalen;

    • 3.

      Betrokkenheid van andere partijen is noodzakelijk en wenselijk om het publiek belang te borgen;

    • 4.

      Er is financiële dekking voor het instrument;

    • 5.

      Er is geen sprake van (ongeoorloofde) staatssteun en er is geen strijdigheid met de Wet Markt en Overheid.

  • II A

    Additionele criteria voor garantstelling

    • 1.

      Door de aanvrager moeten voldoende (uitgangspunt = 100%) zekerheden worden overlegd (bijvoorbeeld het eerste recht van hypotheek of een onderpand).

    • 2.

      De financiële positie en prognoses van de aanvrager dienen zodanig te zijn dat rente en aflossing naar verwachting blijvend kunnen worden betaald.

    • 3.

      De provincie staat voor maximaal 80% van de lening garant.

    • 4.

      Indien een garantstelling wordt verstrekt aan een organisatie waarin de provincie een bestuurlijk en/of financieel belang heeft, geldt altijd dat de provincie (maximaal) ‘pro rata’ bijdraagt aan de totale garantstelling. De provincie zal bijvoorbeeld maximaal voor 20% garant staan voor een lening aan een rechtspersoon waarin de provincie zelf voor 20% deelnemer is.

  • II B

    Additionele criteria voor geldlening

    • 1.

      Door de aanvrager moeten voldoende (uitgangspunt = 100%) zekerheden worden overlegd (bijvoorbeeld het eerste recht van hypotheek of een onderpand).

    • 2.

      De financiële positie en prognoses van de aanvrager dienen zodanig te zijn dat rente en aflossing naar verwachting blijvend kunnen worden betaald.

Toelichting

Algemeen

Deze uitvoeringsverordening is de opvolger van de Uitvoeringsverordening subsidie Binnenstedelijke Ontwikkeling provincie Utrecht 2017. Op grond van deze (nieuwe) uitvoeringsverordening kunnen subsidies worden aangevraagd voor projecten en processen die gericht zijn op het versnellen van woningbouwproductie zoals omschreven in de Omgevingsvisie, het Kader voor regionale programmering wonen en werken en het Programma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024 (PS, 18 november 2020).

 

De Omgevingsvisie bevat de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht. Hierin is een nieuwe systematiek voor woon- en werklocaties geïntroduceerd waarin een belangrijke rol is weggelegd voor regionaal programmeren. Het Kader voor regionale programmering wonen en werken geeft richting aan het proces en de inhoud van de regionale programmering.

Via regionale programmering wordt met medeoverheden adequaat en slagvaardig samengewerkt aan maatschappelijke vraagstukken waaronder de versnelling van de woningbouw. Het is een gezamenlijk traject van gemeenten, regio en provincie met de bedoeling om de woningbouwproductie en plancapaciteit op peil te houden. De woningbouwambities zijn vertaald in het Programma Versnelling Woningbouw (hierna: Uitvoeringsprogramma). Ingezet wordt op 10.000 woningen per jaar met het streven tenminste 50% van de nieuwe woningen zich bevinden in het sociale en middeldure segment.

Artikelsgewijs

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • c.

    betaalbaar segment, In het 30 september 2020 vastgestelde Kader zijn als bovengrenzen opgenomen huurwoning tot € 1000 of koopwoning tot € 310.000 (de Nationale Hypotheek Garantie (NHG)grens);

Artikel 2 Criteria subsidie project

Naast subsidie voor concrete woningbouwprojecten kan er ook subsidie aangevraagd worden voor personele ondersteuning door specifieke kennis, expertise en voor procesmanagement.

Artikel 4 Subsidievorm

De wijze waarop de ondersteuning en de inzet van middelen plaatsvindt wordt bepaald op basis van dialoog met de partijen die verzoeken om ondersteuning. De typen instrumenten met voorwaarden worden niet vooraf bepaald, maar per geval wordt gekeken welke type instrument voor het specifieke probleem het meest efficiënt is. Hieruit vloeit voort dat met de subsidieontvangers in sommige gevallen, gekoppeld aan de beschikking, een uitvoeringsovereenkomst gesloten zal worden. Hierin worden de specifieke voorwaarden en de wederzijdse resultaatverplichtingen behorend bij de bijdrage opgenomen.

Artikel 6 Subsidieaanvraag

Eerste lid: aanvragen kunnen het gehele kalenderjaar worden ingediend, gedurende de looptijd van het Uitvoeringsprogramma. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

Voor alle overige vormen van subsidie wordt per aanvraag op basis van maatwerk bekeken wat de maximale hoogte van het bedrag is, of en in welke mate cofinanciering gewenst is, of en in welke mate de bijdrage een voorwaardelijk is (revolverende inzet), en welke nadere voorwaarden hieraan gekoppeld zijn.

Artikel 8 Subsidieplafond

Er is gekozen voor een programmabudget zonder specifieke verdeling over de verschillende ambities. Dit om te beschikken over maximale flexibiliteit om in te kunnen spelen op actuele situaties en om per project maatwerk te kunnen toepassen.

Wel is er een maximum gesteld aan de tegelijkertijd openstaande bedragen van garantstellingen en leningen.

Richtlijnen voor subsidieaanvragen in het kader van de “Uitvoeringsverordening subsidie Versnelling Woningbouw provincie Utrecht”

 

De Uitvoeringsverordening Versnelling Woningbouw gaat uit van maatwerk en flexibiliteit. Er zijn dus geen vooraf uitgewerkte instrumenten of vastgestelde bedragen. Daardoor is er geen aanvraagformulier, maar subsidieaanvragen komen in gezamenlijk overleg tot stand. Er wordt in overleg bekeken wat het knelpunt is, hoe dit opgelost kan worden en welke rol van de provincie en andere betrokken partijen hierbij wenselijk is. Wanneer hierover overeenstemming is bereikt, dient de aanvrager per digitaal formulier een verzoek in tot ondersteuning c.q. subsidie in het kader van de uitvoeringsverordening Versnelling Woningbouw.

Van belang is dat in dit formulier wordt ingegaan op de in de uitvoeringsverordening gestelde criteria; waarom en hoe draagt dit project bij aan de provinciale ambities en doelen op het gebied van versnelling woningbouw? Hieronder worden richtlijnen gegeven over de opbouw van het verzoek tot subsidie; maar ook hierbij geldt dat maatwerk en flexibiliteit het uitgangspunt is!

 

Bespreek een concept van de aanvraag vóór formele indiening altijd met de contactpersoon binnen het Uitvoeringsprogramma. Zo kan de afwikkeling van de aanvraag na indiening zo efficiënt mogelijk verlopen. Na afstemming ontvangt de indiener een link waarmee het digitale formulier ingevuld kan worden. Dit formulier kan in pdf worden opgeslagen voordat dit officieel wordt verstuurd naar de afdeling subsidies.

 

Het digitale formulier kan ingevuld worden en kan per mail worden ingediend via subsidies@provincie-utrecht.nl.

De aanvraag

Algemeen

  • -

    “In het kader van de Uitvoeringsverordening versnelling woningbouw provincie Utrecht vragen wij u om ondersteuning in de vorm van een subsidie/garantstelling/........... ter grootte van..........”

  • -

    Korte algemene beschrijving van het plan, inclusief projectplanning, start- en einddatum en doelstelling/ resultaat van het project.

De uitvoeringsverordening

  • -

    Hoe past het plan binnen de doelen van het Uitvoeringsprogramma Versnelling woningbouw? Beschrijf op welke wijze het project bijdraagt aan één of meerdere van de doelstellingen zoals beschreven in het Uitvoeringsprogramma (artikel 2 lid 3). Licht vervolgens toe welke op welk specifiek gebied of thema het project gericht is.

  • -

    Als het gaat om een specifieke locatie (gebied) maak duidelijk hoe het project past in het vigerend provinciaalbeleid. Ga, waar dit relevant is, in op de criteria genoemd in artikel 2 lid 4. Specifieke aandacht voor sub a; wat is de meerwaarde van de gevraagde provinciale rol? Geef hierbij aan welke inspanningen door de betrokken partijen zelf in het verleden al gedaan zijn en welk deel van de benodigde inspanning zij nu zelf op zich nemen. Waarom maakt de bijdrage die nu aan de provincie wordt gevraagd juist het verschil?

De subsidievraag

  • -

    Wat is het probleem dat nu nog opgelost moet worden en wat is daarvoor nodig van welke partijen?

  • -

    Wat is het gevraagde bedrag of vorm van ondersteuning vanuit de uitvoeringsverordening, hoe is dit opgebouwd en waaraan is dit specifiek gelabeld?

  • -

    Op welke wijze wordt het gevraagde bedrag of de vorm van ondersteuning ingezet (financiële prikkel, fondsvorming, garantstelling etc.)

  • -

    Wat is het te bereiken resultaat, welke concrete afspraken/voorwaarden tussen aanvrager en provincie vloeien hieruit voort? (SMART).

  • -

    Wat is de projectperiode? (start, einde en mijlpalen).

  • -

    Geef hierbij, op hoofdlijnen, een solide financiële onderbouwing van de vraag, inclusief projectbegroting en dekkingsplan.

  • -

    Stuur met de subsidieaanvraag ook een uittreksel van Kamer van Koophandel, statuten, en de meest recente jaarrekening mee, zodat de provincie de subsidieaanvraag in behandeling kan nemen. NB Dit geldt niet voor medeoverheid.

Opgaven en thema’s artikel 2 lid 2 en 3 Uitvoeringsverordening

 

Binnen deze ambities versterken de in het eerste lid bedoelde activiteiten één of meerdere doelstellingen van het Uitvoeringsprogramma:

  • -

    Streven om de woningbouwproductie in de provincie te verhogen tot 10.000 woningen per jaar voor de komende jaren. Dit door de woningbouw te versnellen en het voorkomen van vertraging.

  • -

    Streven om tenminste 50% van de nieuw toe te voegen woningen in het sociale en middeldure segment te realiseren.

  • -

    Optimaliseren bestaande woningvoorraad waarbij ingezet wordt op de versnelde toevoeging van woningen via herstructurering/transformatie en het beter benutten van de bestaande voorraad (doorstroming).

  • -

    Bijdragen aan een betere kennisontwikkeling en -overdracht en het bijdragen aan actuele en eenduidige informatie (monitoring).

  • -

    ven om de woningbouwproductie in de provincie te verhogen tot 10.000 woningen per jaar voor de komende jaren. Dit door de woningbouw te versnellen en het voorkomen van vertraging.

  • -

    Streven om tenminste 50% van de nieuw toe te voegen woningen in het sociale en middeldure segment te realiseren.

De te subsidiëren activiteiten dienen daarnaast specifiek te zijn gericht op één of meerdere van de volgende opgaven, zoals beschreven in het Uitvoeringsprogramma:

  • -

    Versnellen en voorkomen van vertraging van de woningbouwproductie.

  • -

    Vergroten van de harde plancapaciteit op de korte en middellange termijn.

  • -

    Stimuleren transformatie en inbreiding.

  • -

    Vergroten van het aandeel in het sociale en middeldure segment.

  • -

    Realisatie van een woningaanbod dat aansluit bij de vraag (differentiatie van woningtype/-milieus).

  • -

    Bevorderen van de doorstroming.

Deze opsomming zijn voorbeelden en zijn zeker niet uitsluitend. Beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten.

Tekstvoorbeelden aanvraag inzet extern advies (opdrachten)

Betreft: aanvraag subsidie versnelling woningbouw – procesbegeleiding/deskundigheid/ expertise

 

In het kader van de “Uitvoeringsverordening subsidie Versnelling woningbouw provincie Utrecht 2021” vragen wij u om ondersteuning in de vorm van een subsidie ter grootte van € X,- voor de inzet van externe proces-begeleiding/deskundigheid/expertise.

 

Voor ons project <invullen naam> doen wij in het kader van de uitvoeringsverordening versnelling woningbouw graag een beroep op de mogelijkheid voor subsidie ten behoeve van de inzet van externe procesbegeleiding/ deskundigheid/expertise.

<korte beschrijving van doel en inhoud project, inclusief tijdsplanning>

 

Het project <invullen naam> draagt bij aan de ambities die u op het gebied van versnelling woningbouw nastreeft.

<vul in (gemotiveerd) op welke manier het project bijdraagt aan één of meerdere van de centrale doelstellingen:

  • a)

    .

  • b)

     

en aanvullend voldoet dit project aan de volgende thema’s zoals genoemd in artikel 2 lid 3 en 4 (zie bijlage) >

 

Voor de realisatie van dit specifieke project is de inzet van externe procesbegeleiding/deskundigheid/ expertise (vul in wat van toepassing is) noodzakelijk, aangezien deze expertise wegens <motiveer: omvang project, specifiek benodigde kennis, complexheid project, etc.> in onze organisatie niet aanwezig is. De opdracht omvat de volgende werkzaamheden; <invullen>.

 

Bijgevoegd treft u een offerte aan van bureau <invullen>, die zij op ons verzoek voor dit project hebben uitgebracht. Gedurende de periode <invullen> voeren zij de hierboven genoemde werkzaamheden voor ons uit. <indien concrete afspraken eindresultaat; hier invullen>.

Wij vragen u om een bijdrage in de vorm van subsidie voor X% van de kosten van deze offerte, zijnde € X,-.