Gedragscode integriteit commissaris van de Koning en gedeputeerden Provincie Limburg 2021

Provinciale Staten van Limburg

 

Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 29 juni 2021;

 

gelet op de artikelen 40c, tweede lid, en 68, tweede lid, van de Provinciewet;

 

gezien het advies van de Commissie Integriteit van <datum>;

besluiten

 

in de vergadering van 12 november 2021 voor de commissaris van de Koning en voor de gedeputeerden de navolgende gedragscode integriteit vast te stellen:

 

Gedragscode integriteit commissaris van de Koning en gedeputeerden Provincie Limburg 2021

 

Inleiding

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.

 

De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Provinciewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode.

 

Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de dagelijkse bestuurders: de commissaris van de Koning en de gedeputeerden. Veel bepalingen zijn voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels.

 

Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

 

Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen provincies contra-legem constructies op in de gedragscode dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen. Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een provinciale verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding.

 

De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.

 

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.

 

Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.

 

Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang, met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van en politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.

 

Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’1 kan de integriteit en de kwaliteit van het bestuur onder druk zetten.

 

1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

De gedragscode geldt voor de commissaris van de Koning en voor de gedeputeerden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.

Artikel 1.2

De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

 

2. Voorkomen van belangenverstrengeling

Artikel 2.1.1
  • 1.

    De commissaris van de Koning levert de provinciesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Voor de definitie van de term nevenfunctie als bedoeld in dit artikel wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze gedragscode.

  • 2.

    Als gaande het lidmaatschap een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, meldt de commissaris van de Koning in het College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie en wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de provinciesecretaris.

  • 3.

    Het is de commissaris van de Koning niet toegestaan niet ambts-gebonden dan wel persoonsgebonden nevenfuncties of nevenactiviteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of -activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg.

  • 4.

    De op grond van dit artikel aan te leveren informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn.

  • 5.

    De provinciesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Artikel 2.1.2
  • 1.

    Gedeputeerden leveren de provinciesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Voor de definitie van de term nevenfunctie als bedoeld in dit artikel wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze gedragscode.

  • 2.

    Als gaande het lidmaatschap een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, meldt de gedeputeerde in het College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie en wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de provinciesecretaris.

  • 3.

    Het is een gedeputeerde niet toegestaan niet ambts-gebonden dan wel persoonsgebonden nevenfuncties of nevenactiviteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of -activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg.

  • 4.

    De op grond van dit artikel aan te leveren informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft, wat het (verwachte) tijdsbeslag is, of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn.

  • 5.

    De provinciesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Artikel 2.2
  • 1.

    De commissaris van de Koning en de gedeputeerden handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden.

  • 2.

    Een gedeputeerde bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de commissaris van de Koning.

  • 3.

    De commissaris van de Koning bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2.3
  • 1.

    Het college van Gedeputeerde Staten sluit de commissaris van de Koning en gedeputeerden gedurende twee jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de provincie.

  • 2.

    De uitsluiting geldt eveneens voor twee jaar bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de provincie waar hij commissaris van de Koning, dan wel gedeputeerde was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de provincie zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten vragen meerdere offertes aan voor opdrachten waarvoor dit op grond van het vigerende inkoop- en aanbestedingenbeleid van de Provincie Limburg noodzakelijk is.

  • 4.

    In het geval bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders (gedeputeerde/commissaris van de Koning) van de Provincie Limburg of bevriende relaties zijn betrokken, worden altijd meerdere offertes aangevraagd. In het geval bij een offerteaanvraag ook partijen of personen betrokken zijn, waarvan bekend is dat zij in een persoonlijke of bevriende relatie staan met de portefeuillehouder van Gedeputeerde Staten, worden meerdere offertes aangevraagd. In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen Gedeputeerde Staten besluiten gemotiveerd van het bepaalde in dit lid af te wijken, in welk geval Gedeputeerde Staten hierover na opdrachtverlening schriftelijk rapporteren aan Provinciale Staten.

  • 5.

    Gedeputeerde Staten hanteren een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren de Staten regelmatig over de toepassing in de praktijk.

Artikel 2.4
  • 1.

    Het college van Gedeputeerde Staten draagt de commissaris van de Koning en een gedeputeerde niet eerder dan twee jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. Deze termijn geldt eveneens voor het door of namens de Provincie Limburg bekrachtigen c.q. goedkeuren van een benoeming van een voormalige commissaris van de Koning of gedeputeerde tot commissaris, lid van een Raad van Advies of bestuurslid van een verbonden partij, indien voordracht vanuit een andere partij plaatsvindt.

  • 2.

    Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies.

     

3. Informatie

Artikel 3.1

De commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.

Artikel 3.2

De commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

Artikel 3.3

De commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde is gehouden, ook na aftreden, geen gebruik te maken van tijdens het ambt verkregen niet openbare informatie. Het is niet toegestaan om ten behoeve van activiteiten contact te onderhouden met provinciale medewerkers, voor een periode van twee jaar.

 

4. Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen

Artikel 4.1
  • 1.

    Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 2.

    Geschenken die de commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde uit hoofde van zijn ambt ontvangt worden niet aangenomen tenzij:

    • a.

      het weigeren, teruggeven of terugsturen de gever ernstig zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou brengen;

    • b.

      het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;

    • c.

      het gaat om een incidentele, kleine attentie waarbij de schijn van corruptie ontbreekt.

    Twijfel hierover wordt besproken in het college van Gedeputeerde Staten.

  • 3.

    Geschenken die niet worden of kunnen worden teruggestuurd, worden geregistreerd en eigendom van de provincie.

  • 4.

    De provinciesecretaris legt een register aan van de geschenken die op grond van lid 4 van dit artikel eigendom van de provincie zijn geworden. In het register is aangegeven welke bestemming de provincie hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 5.

    De commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde ontvangt geen geschenken op het woon/huisadres.

Artikel 4.2
  • 1.

    Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.

  • 2.

    Bij twijfel legt de commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van Gedeputeerde Staten.

Artikel 4.3
  • 1.

    Invitaties voor buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de provincie worden in principe niet aanvaard. In uitzonderingsgevallen legt de commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde dit vooraf ter bespreking voor aan Gedeputeerde Staten, waarna Gedeputeerde Staten besluiten.

  • 2.

    Invitaties voor excursies, evenementen op rekening van anderen dan de provincie legt de commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde vooraf ter bespreking voor aan het college van Gedeputeerde Staten.

  • 3.

    De commissaris van de Koning, dan wel de gedeputeerde maakt de excursies en evenementen die hij heeft aanvaard openbaar binnen één maand nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. De informatie is via internet beschikbaar.

  • 4.

    De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één maand na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid.

     

5. Gebruik van voorzieningen van de provincie

Artikel 5.1
  • 1.

    Het college van Gedeputeerde Staten richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de provincie.

  • 2.

    De commissaris van de Koning en de gedeputeerden verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures.

Artikel 5.2
  • 1.

    Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van Gedeputeerde Staten. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.

  • 2.

    De commissaris van de Koning dan wel de gedeputeerde meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.

  • 3.

    Het college van Gedeputeerde Staten betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert Provinciale Staten zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.

Artikel 5.3
  • 1.

    Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de provincie.

  • 2.

    De provinciesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Artikel 5.4

Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling, een buurprovincie in het buitenland, Nordrhein-Westfalen of de Benelux.

Artikel 5.5

Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.

Artikel 5.6

Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de provincie ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, behoudens en voor zover het gebruik daarvan op grond van de Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Provincie Limburg 2019 en eventueel bijbehorende gebruikersovereenkomsten is toegestaan.

 

6. Uitvoering gedragscode

Artikel 6.1

Provinciale Staten bevorderen de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien Provinciale Staten daarin.

Artikel 6.2
  • 1.

    Op voorstel van commissaris van de Koning maken Provinciale Staten met hem afspraken over de navolgende onderwerpen:

    • a.

      de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder;

    • b.

      de periodieke bespreking van het overzicht van nevenfuncties en neveninkomsten in de Staten;

    • c.

      de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;

    • d.

      de processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitschending van een politieke ambtsdrager van de provincie;

    • e.

      in het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.

  • 2.

    De afspraken als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van deze gedragscode.

Artikel 6.3

De Gedragscode integriteit commissaris van de Koning en gedeputeerden Provincie Limburg 2021 treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Provinciaal Blad, onder gelijktijdige intrekking van de Gedragscode Integriteit Gedeputeerde Staten Provincie Limburg 2021, Provinciaal Blad 1458.

 

Aldus besloten in de vergadering van Provinciale Staten, gehouden op 12 november 2021

Provinciale Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer J.W. Remkes

de griffier,

de heer mr. A.O.J. Pregled

De secretaris van Gedeputeerde Staten van Limburg,

De heer drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage 1 – Juridische grondslag / wettelijk kader

Paragraaf 1 – Algemene bepalingen

Provinciale Staten stellen een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 40c, tweede lid, en 68, tweede lid, Provinciewet).

Paragraaf 2 – Voorkomen van belangenverstrengeling

Afleggen eed of belofte (artikelen 40a en 64 Provinciewet)

Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de commissaris van de Koning en de gedeputeerde de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.”

Persoonlijke belangen

  • Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over:

    • -

      een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

    • -

      de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort.

  • (artikel 58 jo artikel 28 Provinciewet)

  • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding:

  • Artikel 28 Provinciewet wordt als volgt gewijzigd:

    • 1.

      In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”.

    • 2.

      Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

      • 2.

        Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Incompatibiliteiten en nevenfuncties:

  • Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de provincie(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de provincie bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.

    (artikelen 40c, eerste lid, en 68, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Provinciewet).

  • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 35c en 67 Provinciewet).

  • Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 45, tweede lid, en 46 Provinciewet).

  • Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor commissarissen van de Koning is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging.

    Voor de commissaris van de Koning geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 40b en 66 Provinciewet).

  • In aanvulling hierop is bij de Provincie Limburg in de voorliggende gedragscode vastgelegd dat het de commissaris van de Koning en gedeputeerde niet is toegestaan persoonsgebonden nevenfuncties of - activiteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of - activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg.

  • Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor commissarissen van de Koning zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het provinciehuis (artikelen 40b en 66 Provinciewet).

  • Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het provinciehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 40b en 66 Provinciewet). In de geest van deze bepaling geldt deze openbaarmaking eveneens voor bestuurders bij de Provincie Limburg die nagenoeg fulltime werken (vanaf 85%).

  • Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de provinciekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekeningssystematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 43 en 65 Provinciewet).

Paragraaf 3 – Informatie

Informatieplicht

Gedeputeerde Staten en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn haar taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 167 en 179 Provinciewet).

Het Reglement van Orde voor Provinciale Staten kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie.

Geheimhouding

  • Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

  • Gedeputeerde Staten kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de commissaris van de Koning heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook Provinciale Staten dan wel, (de voorzitter van) een commissie kunnen/kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 91 Provinciewet).

  • De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft.

  • Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Paragraaf 4 – Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen

Afleggen eed of belofte

De eed of belofte die op grond van de artikelen 40a en 64 van de Provinciewet, de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet en de artikelen 45 en 50 van de Waterschapswet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken.

Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

Paragraaf 5 – Gebruik van voorzieningen van de provincie

Geen andere inkomsten

Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van provincie dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 43 en 66 Provinciewet).

Procedure van declaratie (modelverordening rechtspositie IPO)

Er zijn voor gedeputeerden voorschriften opgenomen in de provinciale verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de provincie. Ook zijn in de provinciale verordening voor gedeputeerden voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een provinciale creditcard.

Buitenlandse dienstreis voor gedeputeerden (modelverordening IPO)

  • 1.

    Als de gedeputeerde in het provinciaal belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.

  • 2.

    Voor een reis in het provinciaal belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van Gedeputeerde Staten vereist.

  • 3.

    Provinciale Staten kunnen aan deze toestemming voorwaarden verbinden.

Bijlage 2 – Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2.1.1 en 2.1.2

Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt zijn er enkele verschillen in de wetgeving ten aanzien van de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen commissarissen van de Koning enerzijds en gedeputeerden anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk. De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Hoewel aan het ambt gerelateerde nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van nevenfuncties.

 

Het is de commissaris van de Koning en de gedeputeerden niet toegestaan niet-ambtsgebonden dan wel persoonsgebonden nevenfuncties of nevenactiviteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of -activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg.

De definiëring van de term nevenfuncties en de nadere afspraken betreffende nevenfuncties bij de Provincie Limburg zijn opgenomen in bijlage 3, die onderdeel uitmaakt van deze gedragscode.

Artikelen 2.3 en 2.4

In deze bepalingen is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het statenlidmaatschap.

 

In artikel 2.3 is de uitsluiting geregeld van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de provincie gedurende twee jaar na aftreden. Bij offerteverzoeken en opdrachtverleningen is extra alertheid in de procedure geboden wanneer blijkt dat ook oud-bestuurders van de Provincie Limburg of bevriende relaties zijn betrokken, mede om iedere schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. In dat geval worden meerdere offertes aangevraagd en vergeleken, ook wanneer dit op grond van het vigerende inkoop- en aanbestedingenbeleid van de Provincie Limburg niet noodzakelijk zou zijn. ‘Oud-bestuurders’ is hierbij gedefinieerd als voormalige gedeputeerden of voormalige commissaris van de Koning.

 

Wat betreft opdrachtverleningen is primair van belang dat individuele leden van Gedeputeerde Staten zich te allen tijde onthouden van het beïnvloeden van het resultaat van aanbestedingen in het geval sprake is van familie- of vriendschapsbanden met een van de aanbieders, en zich onthouden van de besluitvorming in deze gevallen. Dit zou de morele grenzen overschrijden.

Lid 4 veronderstelt niet dat de ambtelijke organisatie te allen tijde kan achterhalen of er sprake is van een oud-bestuurder of bevriende relatie bij aanbieders. Het gaat derhalve om een inspanningsverplichting.

 

Artikel 2.4 betreft de uitsluiting voor een periode van twee jaar na aftreden van benoeming als commissaris van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de provincie een bestuurlijk en financieel belang heeft. Op grond van de tweede regel van artikel 2.4 eerste lid, is deze uitsluitingstermijn eveneens van toepassing indien de voordracht vanuit een andere partij plaatsvindt, bijvoorbeeld tijdens een aandeelhoudersvergadering. De Provincie Limburg zal dan niet kunnen instemmen met een dergelijk voorstel tot benoeming en zal dit evenmin anderszins kunnen bekrachtigen of goedkeuren.

Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.

Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt.

Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden.

 

Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige provincie is niet uitgesloten. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de provincie gaat solliciteren.

In de eerste twee jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders van de Provincie Limburg niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten voor de eigen provincie te verrichten.

 

Gedeputeerde Staten van Limburg hebben op 20 december 2016 reeds een afwegingskader vastgesteld voor selectie en benoemingen van externen. Het betreft het beleidskader “Selectie en benoemingen door Gedeputeerde Staten”. Het doel van dit beleidskader is om transparantie, diversiteit en integriteit bij het selectie- en benoemingsproces te bevorderen. Op grond van het vigerend beleidskader rapporteren Gedeputeerde Staten jaarlijks aan Provinciale Staten over de benoemingen conform de vastgestelde werkwijze. Dit benoemingenkader wordt medio 2021 geactualiseerd.

 

Het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden), geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige provincie.

 

Met de artikelen 2.3 en 2.4 wordt tevens tegemoet gekomen aan een aantal aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer uit 2020 in het rapport naar aanleiding van de inzet van oud-politici in Limburg, voor wat betreft het verbeteren van de procesgang bij de inzet van oud-politici door Gedeputeerde Staten, het vergroten van de transparantie van de eerste stappen in de werving, het beperken van één-op-één gunnen en het (daarmee samenhangend) intensiveren van de zoektocht naar meerdere kandidaten.

Artikel 3.1

Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.

Artikel 3.3

Ondanks het wettelijke verbod op het schenden van de geheimhoudingsplicht beoogt dit artikel richting te geven bij onder meer het maken van integriteitsafwegingen bij het aanvaarden van een maatschappelijke functie na aftreden en de bewustwording van de negatieve maatschappelijke gevolgen van een eventuele informatievoorsprong te vergroten.

De termijn van het contactverbod tussen oud-bestuurder en ambtenaar betreft zakelijke contacten. De termijn van twee jaar is in lijn met de landelijke bepalingen ter zake het zogenaamde ‘lobbyverbod’.

Artikel 4.1

In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd, omdat hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om de redenen als genoemd in artikel 4.1, tweede lid, incidentele kleine attenties voor de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. De afweging over het al dan niet accepteren moet van geval tot geval worden gemaakt. Geschenken worden zo mogelijk geweigerd, terug gegeven of teruggestuurd. Als dit praktisch niet mogelijk is of ernstig kwetsend voor de gever, dan worden deze eigendom van de provincie die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken de provincie heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.

Artikel 4.2

Dit geldt ook voor werkbezoeken, tenzij deze werkbezoeken vanwege hun aard in beginsel behoren tot de normale uitoefening van de functie en waarbij de aanwezigheid van de bestuurder als functioneel kan worden beschouwd. Dit laatste komt anders te liggen wanneer sprake is van het fêteren van een bestuurder tijdens een werkbezoek.

Artikel 4.3

Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als commissaris van de Koning, dan wel als gedeputeerde aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder.

 

Bij de artikelen 4.2 en 4.3 dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.

Artikel 5.1

Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken.

 

Uitgangspunt is hier dat uitgaven door de bestuurder plaatsvinden op rekening en dat indien dat niet mogelijk is declaraties worden ingediend via het daarvoor geldende declaratieprotocol. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.

De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden. Voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden ieder kwartaal op internet openbaar worden gemaakt.

Artikelen 5.2 en 5.3

Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij het college van Gedeputeerde Staten.

Ingevolge artikel 5.4 gelden de bepalingen van de artikelen 5.2 en 5.3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling, een dienstreis naar een buurprovincie in het buitenland, Nordrhein-Westfalen of de Benelux. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijk richtsnoer.

Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder artikelen 5.2 en 5.3 en komen niet ten laste van de provincie.

 

Zie paragraaf 6.3.1 ‘Algemene bestuurskosten’ van de Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en waterschappen, voor een uitgebreide toelichting over de regels met betrekking tot verlenging van dienstreizen (bijlage 4 bij deze gedragscode).

 

Het verlengen van de dienstreis voor privédoeleinden aan het begin van de dienstreis is niet toegestaan als eerder dan noodzakelijk wordt vertrokken om te herstellen van de reis of om te acclimatiseren aan de lokale omstandigheden.

Artikel 5.6

Stelregel is dat privé gebruik van provinciale voorzieningen en eigendommen niet is toegestaan, behoudens en voor zover het gebruik daarvan is toegestaan op grond van de Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Provincie Limburg 2019 en eventueel bijbehorende gebruikersovereenkomsten. Het betreft hierbij onder meer:

  • -

    voorziening dienstauto;

  • -

    informatie- en communicatievoorzieningen; en

  • -

    gebruik creditcard.

Artikel 6.1

Provinciale Staten zijn het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.

Artikel 6.2

De Provinciewet verplicht Provinciale Staten om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen.

 

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De commissaris van de Koning heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar provincie te bevorderen (art. 175 lid 2 Provinciewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.

 

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur.

 

Artikel 6.2, eerste lid sub e, betreft het integriteitsonderzoek. Voor daarvoor in te schakelen externe bureaus geldt een certificeringseis.

Deze bepaling sluit niet uit dat voor een integriteitsonderzoek ook wetenschappers kunnen worden benaderd, bijvoorbeeld op grond van hun specifieke expertise. De eis van certificering is in dit geval niet van toepassing.

 

Processuele en procedurele afspraken bij dit artikel worden opgenomen in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2 zijn niet uitputtend.

Bijlage 3 – Nadere afspraken inzake nevenfuncties Provincie Limburg

Nevenfuncties

Een nevenfunctie is een activiteit die iemand naast zijn of haar hoofdberoep uitoefent. Deze functie kan ambtsgebonden (q.q.) of niet-ambtsgebonden, betaald of onbetaald zijn. Onder nevenfunctie wordt verstaan een functie die bij een andere (publieke of private) rechtspersoon dan de provincie wordt vervuld. Wettelijk is bepaald dat de gedeputeerden en de commissaris van de Koning geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het ambt.

 

Bij het aanvaarden van nevenfuncties zijn de volgende afwegingen van belang:

  • -

    het is de commissaris van de Koning en de gedeputeerden niet toegestaan niet-ambtsgebonden dan wel persoonsgebonden nevenfuncties of -activiteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of -activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg;

  • -

    tussen het ambt en de nevenfunctie mag geen (schijn van) belangenverstrengeling optreden;

  • -

    het vervullen van de nevenfunctie mag geen afbreuk doen aan het aanzien van het ambt en de geloofwaardigheid van de commissaris van de Koning of de gedeputeerde, in het bijzonder ook in relatie tot diens portefeuille;

  • -

    de nevenfunctie mag niet zoveel tijd kosten dat het functioneren als ambtsdrager in het geding komt;

  • -

    de (hoogte van de) honorering van de nevenactiviteiten mag niet exorbitant zijn.

Erefuncties zijn per definitie geen nevenfunctie zoals hierboven benoemd. Bij een erefunctie is er geen sprake van statutair vastgelegde bestuurlijke rechten/plichten ten opzichte van de organisatie. Het lidmaatschap geldt als een erefunctie, zoals beschermheer, comité van aanbeveling, ambassadeurschap. Bij een dergelijke functie verleent een bestuurder zijn of haar goede naam aan de organisatie of het comité dat zich beijvert voor een goed doel en te goeder naam en faam bekend staat. Bij erefuncties wordt geen onderscheid gemaakt tussen de commissaris van de Koning en gedeputeerden.

 

Om iedere schijn van belangenverstrengeling te voorkomen worden geen erefuncties geaccepteerd bij organisaties die financieel zijn gelieerd aan de provincie Limburg. Beschermheerschap vormt hierop een uitzondering, indien het beschermheerschap een traditionele verbinding met de Provincie Limburg betreft. Het accepteren van beschermheerschap is in dat geval alleen met instemming van Gedeputeerde Staten mogelijk. Met het oog op de noodzakelijke transparantie worden Provinciale Staten hierover geïnformeerd.

Bij het aanvaarden van een erefunctie wordt de betreffende organisatie standaard schriftelijk geïnformeerd dat van het accepteren van de erefunctie geen enkel financieel commitment van de Provincie Limburg kan uitgaan. Extra oplettendheid is geboden in het geval het een erefunctie betreft bij een organisatie die een financiële relatie met de Provincie Limburg onderhoudt; afhankelijk van de omstandigheden kan het vervullen van een erefunctie dan onwenselijk zijn.

Melding nevenfuncties

In de Provinciewet is in artikel 66, lid 2 opgenomen “de commissaris meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van commissaris, aan provinciale staten”. Daarnaast stelt artikel 40b, lid 2 Provinciewet: “een gedeputeerde meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan provinciale staten”. Verder worden nevenfuncties en de inkomsten uit nevenfuncties openbaar gemaakt.

Momenteel wordt op de provinciale website (persoonlijke pagina’s van het College van GS) melding gemaakt van de nevenfuncties en is aangegeven of het bezoldigde (incl. inkomsten) of onbezoldigde functies betreft.

Commissaris van de Koning

  • -

    Conform artikel 2.1.1 van deze gedragscode levert de commissaris van de Koning de provinciesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Als gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties wijzigen, meldt de commissaris van de Koning in het College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie en wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de provinciesecretaris.

  • -

    Op basis van artikel 65, lid 2 Provinciewet meldt de commissaris zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van commissaris, aan Provinciale Staten.

  • -

    Het Kabinet van de commissaris van de Koning is verantwoordelijk voor melding van het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van de commissaris, aan Provinciale Staten.

  • -

    Het Kabinet is tevens verantwoordelijk voor plaatsing van nevenfuncties (incl. neveninkomsten) en up-to-date houden van de nevenfuncties op de provinciale persoonlijke website van de commissaris van de Koning.

  • -

    Neveninkomsten moeten jaarlijks voor 1 april opgegeven worden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in verband met de verrekenregels van deze neveninkomsten. In september neemt het College dan voor ieder GS lid afzonderlijk een besluit ter zake eventuele terugbetaling.

Gedeputeerden

  • -

    Conform artikel 2.1.2 van deze gedragscode levert de gedeputeerde de provinciesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Als gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties wijzigen, meldt de gedeputeerde in het College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie en wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de provinciesecretaris.

  • -

    Op basis van artikel 40b, lid 2 Provinciewet meldt de gedeputeerde zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan Provinciale Staten.

  • -

    De melding van het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan Provinciale Staten gebeurt via de reguliere verzending van de openbare besluitenlijst van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten en eenmaal per kwartaal via een verzameloverzicht.

  • -

    De bestuursadviseur is tevens verantwoordelijk voor openbaarmaking van de nevenfuncties (incl. neveninkomsten) door plaatsing en up-to-date houden van de nevenfuncties op de provinciale persoonlijke website.

  • -

    Neveninkomsten moeten jaarlijks voor 1 april opgegeven worden aan Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in verband met de verrekenregels van deze neveninkomsten. In september neemt het College dan voor ieder GS lid afzonderlijk een besluit ter zake eventuele terugbetaling.

Bijlage 4 – Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en Waterschappen

 

Zie voor de originele pdf de externe bijlage.

Naar boven