Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt 2021/2022

 

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

 

gelet op de Subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland

 

overwegende dat de provincies Drenthe, Fryslân, Groningen en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap akkoord zijn gegaan met de uitvoering van de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw voor de periode 2019 - 2023.

 

 

BESLUITEN:

 

  • I.

    de Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt 2021/2022, vast te stellen, als nadere invulling op de algemene bepalingen zoals vastgesteld in de Subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland, voor de periode van 1 november 2021 tot en met 31 oktober 2022;

  • II.

    het subsidieplafond samen met Gedeputeerde Staten van Groningen vast te stellen op € 250.000,--. Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst als bedoeld in artikel 5 van de Subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland;

  • III.

    de Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt, zoals vastgesteld bij besluit van 26 januari 2021, kenmerk 4.1/2021000086, Provinciaal Blad 728 van 2021, in te trekken;

 

 

Dit besluit treedt in werking op 1 november 2021, werkt terug tot en met 1 november 2021 voor zover de bekendmaking plaatsvindt na 1 november 2021 en vervalt van rechtswege op 1 november 2022.

 

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

 

mevrouw drs. J. Klijnsma, voorzitter

W.F. Brenkman MSc, secretaris

 

 

Assen, 26 oktober 2021

Kenmerk: 4.6/2021001887

 

 

Uitgegeven: 28 oktober 2021

 

 

 

Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt 2021/2022

 

Artikel 1 Begripsbepaling

 

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a.

    AGVV: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Algemene Groepsvrijstellingsverordening (PbEU L187/1);

  • b.

    De-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);

  • c.

    Landbouw de-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector. PbEU 2013, L 352;

  • d.

    Mkb: midden- en kleinbedrijf, gelijkgesteld aan de kmo-definitie (kleine of middelgrote onderneming) zoals beschreven in bijlage 1 van de AGVV;

  • e.

    Veenkoloniën: de volgende gemeenten: Aa en Hunze, Veendam, Emmen, Borger-Odoorn, Pekela, Stadskanaal, Coevorden, Midden-Groningen, Midden-Drenthe;

  • f.

    Westerwolde: gemeente Westerwolde;

  • g.

    Oldambt: gemeente Oldambt

 

Artikel 2 Doelgroep

 

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 7 van de Subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland bestaat het samenwerkingsverband uit tenminste twee deelnemers waarvan minimaal twee agrarische ondernemers.

  • 2.

    De agrarische ondernemers als bedoeld in het vorige lid dienen gevestigd te zijn in:

    • a.

      de Veenkoloniën of

    • b.

      Westerwolde; of

    • c.

      Oldambt

 

Artikel 3 Penvoerder

 

  • 1.

    In aanvulling op artikel 8 van de Subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland kan alleen een agrarische ondernemer als penvoerder fungeren.

 

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

 

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een project minimaal:

  • 2.

    Verder dient het project aan minimaal twee van de volgende criteria bij te dragen:

    • a.

      duurzame nieuwe samenwerkingsverbanden: het project heeft een voorbeeldwerking, levert ervaringen op waarmee andere samenwerkingsverbanden en ondernemers hun voordeel kunnen doen;

    • b.

      het vergroot het handelingsperspectief in het kader van natuurinclusieve landbouw;

    • c.

      de beoogde innovatie heeft een brede toepasbaarheid/uitrol; er is goede kans op snelle vertaling naar de praktijk;

    • d.

      er ontstaat een nieuwe ketensamenwerking of cross-over-samenwerking;

    • e.

      het project draagt in hoge mate bij aan minimaal twee van de volgende vier pijlers van biodiversiteit:

      • -

        functionele agrobiodiversiteit

      • -

        landschappelijke diversiteit

      • -

        regionale diversiteit

      • -

        diversiteit van soorten

Artikel 5 Staatssteun

 

  • 1.

    Subsidie kan worden verleend voor het uitvoeren van een onderzoeks- en ontwikkelingsproject door middel van experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie zoals bedoeld in artikel 25, lid 2, sub c en d, van de AGVV.

  • 2.

    Subsidie kan worden verleend op grond van de de-minimisverordening.

  • 3.

    Subsidie kan worden verleend op grond van de landbouw de-minimisverordening.

 

Artikel 6 Weigeringsgronden

 

  • 1.

    Onverminderd artikel 11 van de Subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien tegen de aanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

  • 2.

    Onverminderd artikel 11 van de Subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland wordt de subsidie, voor het uitvoeren van een onderzoeks- en ontwikkelingsproject door middel van experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie zoals bedoeld in artikel 25, lid 2, sub c en d, van de AGVV, in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      de aanvrager een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de AGVV;

    • b.

      de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in artikel 6 van de AGVV.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

 

In aanvulling op artikel 9 van de Subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland kan subsidie worden verstrekt voor de onderstaande kosten:

 

  • a.

    in het geval de subsidiabele activiteiten experimentele ontwikkeling betreffen: de kosten zoals opgenomen in artikel 25, lid 3, van de AGVV;

  • b.

    in het geval de subsidiabele activiteiten een haalbaarheidsonderzoek betreffen: de kosten van de haalbaarheidsstudie, zoals bedoeld in artikel 25, lid 4, van de AGVV.

  • c.

    inbreng van loonkosten van projectpartners wordt gewaardeerd op een forfaitair bedrag van € 60,-- per uur.

  • d.

    reis- en verblijfskosten, als ze noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van projectactiviteiten en geen betrekking hebben op woon-werkverkeer en normale dienstreizen

 

Artikel 8 Subsidiehoogte

 

  • a.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen de subsidiabele kosten minimaal € 5.000,-- te bedragen.

  • b.

    De subsidie bedraagt maximaal € 25.000,--.

  • c.

    Voor de activiteiten van experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie zoals bedoeld in artikel 25, lid 2, sub c en d, van de AGVV, gelden de maximale subsidiepercentages overeenkomstig artikel 25 lid 5 sub c in samenhang met artikel 25 lid 6 van de AGVV;

  • d.

    Voor het overige bedraagt de subsidie 100 % van de subsidiabele projectkosten, voor zover de subsidiabele kosten minder dan € 25.000,-- bedragen.

 

Artikel 9 Inwerkingtreding en intrekking

 

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2021.

  • 2.

    Deze regeling werkt terug tot en met 1 november 2021 voor zover de bekendmaking plaatsvindt na 1 november 2021.

  • 3.

    De Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt wordt ingetrokken op de dag dat de Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt 2021/2022 in werking treedt. Op aanvragen die zijn ingediend op grond van de Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt blijft die uitvoeringsregeling van toepassing.

     

Artikel 10 Citeertitel

 

Deze regeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt 2021/2022.

 

 

Toelichting

 

Algemeen

 

Achtergrond Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw

 

Binnen de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland werken het Rijk en de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen samen met andere organisaties aan een gezamenlijke ambitie om een duurzame, natuurinclusieve landbouw in Noord-Nederland te realiseren. Het doel is om met een gebiedsgerichte aanpak een structurele benadering voor natuurinclusieve landbouw te ontwikkelen, te toetsen en toepasbaar te maken op basis van ecologische en landbouwkundige kennis, en kennis over gebiedsparticipatie en verdienmodellen. Hiervoor is de subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland opgesteld. In deze subsidieregeling zijn algemene subsidievoorwaarden opgenomen. (onder andere voorwaarden over de verdeelsystematiek, niet subsidiabele kosten en weigeringsgronden). Zoals in de subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland is opgenomen stellen Gedeputeerde Staten per gebied nadere regels vast. in deze Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt zijn nadere regels voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt uitgewerkt. Voor deze gebieden gelden onder andere ook de algemene subsidievoorwaarden van de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 en de subsidievoorwaarden van de subsidieregeling Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland.

 

Uitvoeringsregeling boerenexperimenten Regio Deal NIL voor de gebieden Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt

 

Eén van de subsidievoorwaarden is dat een project dient bij te dragen aan de realisatie van een streefbeeld en actieplan van het gebied. Omdat de gebieden verschillen in landbouwstructuur en omgevingsfactoren, landschap en biodiversiteit, is per gebied een streefbeeld en actieplan gemaakt. De streefbeelden en actieplannen van de drie gebieden zijn in één gezamenlijk proces tot stand gekomen, aangestuurd vanuit de bestaande bestuurlijke samenwerking Agenda voor de Veenkoloniën.

 

Samenwerkingsverbanden van twee of meer agrarische ondernemers, al dan niet aangevuld met gebiedspartijen als terreinbeheerders of ketenpartijen komen voor subsidie in aanmerking. De aanvragers dienen gevestigd te zijn in de gemeenten: Aa en Hunze, Veendam, Emmen, Borger-Odoorn, Pekela, Stadskanaal, Coevorden, Midden-Groningen, Midden-Drenthe (allen gebied Veenkoloniën), Westerwolde (gebied Westerwolde) en Oldambt (gebied Oldambt).

Met deze uitvoeringsregeling wordt ruimte gegeven om vernieuwende ideeën voor boerenexperimenten in de drie gebieden verder te brengen.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 4 subsidiabele activiteiten

 

Lid 1, sub d en lid 2, sub e: vier pijlers biodiversiteit

 

In dit artikel wordt verwezen naar de vier pijlers van biodiversiteit. Onder deze pijlers wordt het volgende verstaan[1]:

 

  • 1.

    Functionele agrobiodiversiteit: natuurlijke processen van planten en dieren die een positief effect hebben op landbouwproductie, zoals bestuiving door bijen, regenwormen die de bodem luchtig maken of micro-organismen die de bodemgezondheid verbeteren.

  • 2.

    Landschappelijke diversiteit: landschapselementen zoals hagen, veldstruweel, sloten en bermen brengen diversiteit in de fysieke omgeving. Deze landschappelijke diversiteit verstrekt en ondersteunt de (functionele agro-) biodiversiteit.

  • 3.

    Regionale biodiversiteit: koppeling van gebieden en processen op gebiedsniveau ondersteunt regionaal specifieke soorten en/of ecologische processen.

  • 4.

    Diversiteit van soorten: het agrarisch landschap is een belangrijk habitat voor specifieke soorten flora en fauna. Gericht beheer behoudt en versterkt dit habitat.

[1] Louis Bolk Instituut, 2019

 

De vier pijlers van biodiversiteit zijn in onderstaande figuur, in onderlinge samenhang, weergegeven (bron: Louis Bolk Instituut 2019):

 

 

Op basis van lid 1, sub d dient minimaal aan één van de hierboven genoemde pijlers voldaan te worden om voor subsidie in aanmerking te komen. Als het project niet bijdraagt aan één van de vier pijlers van biodiversiteit komt het project niet voor subsidie in aanmerking.

 

Verder dient het project bij te dragen aan twee van de criteria die in lid 2 genoemd zijn.

 

Eén van de daar genoemde criteria is dat het project in hoge mate bijdraagt aan twee van de vier pijlers van biodiversiteit. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een project, onverminderd het bepaalde in lid 1, sub d, subsidie krijgen als het voldoet aan twee van de andere genoemde criteria.

 

Artikel 8 subsidiehoogte

 

De daadwerkelijke subsidiehoogte is afhankelijk van de omvang van de subsidiabele kosten en van het vrijstellingsregime waaronder de subsidie wordt verstrekt. Het subsidiebedrag is maximaal € 25.000,--. De subsidiabele kosten dienen minimaal € 5.000,-- te bedragen.

 

Het uitgangspunt is dat het subsidiepercentage 100 is, oftewel dat over 100% van de subsidiabele kosten subsidie kan worden verkregen, voor zover de subsidiabele kosten minder dan € 25.000,-- bedragen. Als de subsidiabele kosten hoger dan € 25.000,-- zijn, wordt maximaal € 25.000,-- aan subsidie verstrekt.

 

Indien een subsidie op grond van Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV), artikel 25, wordt verstrekt, gelden lagere steunpercentages. Deze (maximale) percentages zijn vastgelegd in de AGVV. In het aanvraagformulier dienen de aanvragers aan te geven op grond waarvan een subsidie aangevraagd wordt. Indien een subsidie op grond van een de-minimisverordening (landbouw de-minimis of de-minimis regulier) een subsidie aangevraagd wordt, dienen de aanvragers een de-minimisverkaring te overhandigen. De ruimte die de ondernemers nog hebben op basis van de de-minimisverordeningen kan ook invloed hebben op het maximale subsidiebedrag.

 

 

 

Naar boven