Provincie Zeeland - Ontwerpbesluit houdende Opdracht ex. artikel 3.18 Wet natuurbescherming voor het opzettelijk doden van dieren (valwild) bij calamiteiten en incidenten ter voorkoming of bestrijding van ondraaglijk en uitzichtloos lijden van deze dieren in de provinice Zeeland

Ontwerpbesluit van gedeputeerde staten van Zeeland 15 december 2020, kenmerk 20037263.

  • Gelet op de Wet natuurbescherming (Wnb), het Besluit natuurbescherming (Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb).

  • Overwegende dat wij op 15 juli 2015 een aanwijzingsbesluit met kenmerk 15008957 op basis van artikel 67 van de Flora- en faunawet hebben vastgesteld waarbij personen zijn aangewezen om damhert en ree, welke zodanig ziek of verwond zijn, zodat er sprake is van ondragelijk en uitzichtloos lijden en zij binnen afzienbare tijd zullen overlijden, opzettelijk te verontrusten en te doden.

  • Overwegende dat op grond van artikel 9.5, lid 6 van de Wnb besluiten als bedoeld in artikel 67, eerste lid van de Flora en faunawet gelden als besluiten tot het geven van opdracht als bedoeld in artikel 3.18 eerste lid van de Wnb.

  • Overwegende dat het wenselijk is de organisatie omtrent het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren te professionaliseren.

  • Overwegende dat in verband met bovenstaande aanleiding bestaat voor het intrekken van het op 15 juli 2015 op basis van artikel 67 van de Flora en faunawet genomen aanwijzingsbesluit en het geven van een nieuwe opdracht.

  • Overwegende dat de noodzaak bestaat om zieke en gewonde dieren uit hun lijden te verlossen, er geen andere bevredigende oplossing bestaat en er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van deze dieren;

Ontwerp Besluit:

Op grond van artikel 3.18, eerste en tweede lid, onder a en 3.26, derde lid van de Wet natuurbescherming hebben wij het voornemen opdracht te geven aan Stichting Wildaanrijdingen Nederland (hierna: SWN) gevestigd te Hofsemolenweg 8, 8171 PM te Vaassen, om op het gehele grondgebied van Zeeland zoogdieren en vogels welke zodanig ziek zijn of verwond zijn zodat er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden en zij binnen afzienbare tijd zullen overlijden, opzettelijk te doden, onder zich te hebben en te vervoeren op het gehele grondgebied van de provincie Zeeland. Dit ter voorkoming van onnodig lijden van door aanrijdingen of anderszins gewond geraakte dieren en in het belang van de openbare veiligheid. 

 

Artikel 1  

Opdracht te geven aan de volgende personen of categorieën van personen:

  • I.

    De uitvoering van de opdracht is voorbehouden aan jachtaktehouders welke zijn gemachtigd door SWN voor de valwildregeling. Een afschrift van een machtiging dient direct digitaal te worden toegezonden aan handhaving.groen@rud-zeeland.nl onder vermelding van het zaaknummer ZK20000270

  • II.

    Alle personen die uitvoering geven aan deze opdracht dienen op de hoogte te zijn van de inhoud van de opdracht en de voorschriften die daar aan verbonden zijn. Tijdens de uitvoering dient een kopie van de opdracht en de jachtakte aantoonbaar aanwezig te zijn.

  • III.

    Van de opdracht mag, in afwijking van artikel 3.12, 3.13, vierde lid en 3.16, eerste lid, onder a en b, van het Besluit natuurbescherming, tevens gebruik worden gemaakt:

    • op terreinen die niet voldoen aan de wettelijke eisen voor een jachtveld;

    • op terreinen die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen als bedoeld in art. 3.21, derde lid, Wnb;

    • voor zonsopkomst en na zonsondergang; en

    • op zon- en feestdagen

  • IV.

    De personen, bedoeld onder I, hebben ter uitvoering van deze opdracht toegang tot gronden, zo nodig met behulp van de sterke arm.

  • V.

    Bij incidenten met zoogdieren en vogels, niet zijnde aanrijdingen dient de grondgebruiker van het betreffende perceel voor- of achteraf in kennis gesteld te worden. Indien het perceel door een terrein beherende organisatie (TBO) beheerd wordt dient de beheerder vooraf in kennis gesteld te worden.

Artikel 2  

Aan de uitvoering van dit besluit in artikel 1 de volgende voorwaarden te verbinden:

  • VI.

    De afhandeling van het valwild geschiedt overeenkomst de door de SWN vastgestelde Werkwijzer, juni 2015 (bijlage 1).

  • VII.

    Indien de werkwijzer door SWN wordt gewijzigd, dienen de wijzigingen ter kennis worden gebracht van de Provincie Zeeland onder vermelding van de wijzigingsdatum onder vermelding van het nummer ZK20000270 bij natuurbeschermingswet@zeeland.nl. Eventuele aanpassingen van deze werkwijzer behoeven de goedkeuring van Gedeputeerde Staten

  • VIII.

    handelingen ten aanzien van deze opdracht mogen alleen worden uitgevoerd wanneer deze zijn aangemeld bij de meldkamer van de politie. Het gebruik van een geweer is alleen toegestaan met een door de politie verstrekt verlof WM4.

  • IX.

    Voor de uitvoering van deze opdracht worden onderstaande bemachtigings- en dodingsmiddelen, onderscheidenlijk methoden toegestaan:

    • kogel en hagelgeweer;

    • kunstmatige lichtbron en nachtzichtapparatuur;

    • zweethonden, niet zijnde lange honden

    • slag-,snij,-of steekwapen

Artikel 3  

Aan de uitvoering van dit besluit in artikel 1 de volgende specifieke voorwaarden voor SWN te verbinden:

  • X.

    A. Machtigingen

    • 1.

      Het is SWN toegestaan personen te machtigen voor de uitvoering en invulling van de opdracht. Een afschrift van een machtiging dient direct digitaal te worden ingediend middels handhaving.groen@rud-zeeland.nl onder vermelding van het zaaknummer ZK20000270.

    • 2.

      De SWN kan personen aanwijzen die uitvoering geven aan deze opdracht, deze personen dienen geregistreerd te zijn in het BOA registratiesysteem.

  • B. Registratie

    • 1.

      De SWN registreert de op grond van deze opdracht uitgevoerde handelingen.

    • 2.

      De uitgevoerde handeling wordt door de aangewezen persoon die uitvoering geeft aan de opdracht geregistreerd in het BOA registratiesysteem. Deze registratie vermeld in ieder geval:

      a. het tijdstip waarop de handeling is verricht;

      b. de locatie waar de handeling is verricht;

      c. het doel waarvoor de handeling heeft plaatsgevonden;

      d. de naam van de persoon die het handeling heeft verricht.

      Deze gegevens worden binnen 48 uur ingevoerd in het BOA registratiesysteem en wordt doorgezet naar het Faunaregistratiesysteem.

    • 3.

      De SWN draagt er zorg voor dat informatie in deze afdeling voorgeschreven registers tenminste gedurende vijf jaar na registratie van de informatie wordt bewaard in het register waarin de informatie is geregistreerd. 

    • 4.

      SWN draagt zorg dat voorschriften B 1 t/m 3 geleverd worden aan de provincie zodra deze worden opgevraagd. Behalve registratie in FRS dient ook rechtstreeks (jaarlijks) aan GS te worden gerapporteerd. Deze jaarlijkse evaluatie wordt vóór 1 augustus van het daaropvolgende jaar digitaal bij natuurbeschermingswet@zeeland.nl ingediend onder vermelding van het zaaknummer ZK20000270.

Artikel 4  

  • XI.

    De opdracht wordt verleend voor onbepaalde tijd.

  • XII.

    Deze aanwijzing kan te allen tijde door Gedeputeerde Staten worden gewijzigd of ingetrokken. Dit is bijvoorbeeld het geval als in strijd met de aan deze opdracht verbonden voorschriften wordt gehandeld.

  • XIII.

    Het aanwijzingsbesluit ex art 67, Flora- en faunawet van 15 juli 2015 met kenmerk 15008957 wordt ingetrokken.

Artikel 5  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Zeeland van 15 december 2020.

Drs. J.M.M. Polman, voorzitter

A.W. Smit, secretaris

Uitgegeven 18 december 2020

De secretaris, A.W. Smit

Zienswijze

Op het voorgenomen ontwerp besluit is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerp besluit ligt gedurende zes weken voor een ieder ter inzage in het provinciehuis te Middelburg. Voorafgaand aan de terinzagelegging heeft kennisgeving van het ontwerp besluit plaatsgevonden via http://www.zeeland.nl/publicaties-en-bekendmakingen/provinciaalblad-en-bekendmakingen en op http://www.overheid.nl.

 

Wij stellen belanghebbenden in de gelegenheid om binnen 6 weken na publicatiedatum van dit besluit een zienswijze met betrekking tot het ontwerpbesluit bij ons naar voren te brengen. Indien wij op die datum geen reactie hebben ontvangen nemen wij aan dat belanghebbenden geen gebruik wensen te maken van deze gelegenheid.

 

Toelichting Besluit opdracht ex artikel 3.18 van de Wet natuurbescherming

Met enige regelmaat komt het voor dat in het veld zieke of gebrekkige dieren worden aangetroffen, die

geen overlevingskansen hebben. Het kan daarbij onder andere gaan om verkeersslachtoffers of dieren die anderszins ziek of gebrekkig zijn. De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) staat niet zonder meer toe dat jachtaktehouders een ziek of gebrekkig diersoort uit zijn lijden verlossen.

 

Organisaties als de dierenambulance en opvangcentra zijn er op gericht zieke en gebrekkige diersoorten te redden. Dieren met overlevingskansen worden naar een opvangcentrum vervoerd en in het gunstigste geval kunnen zij daarna weer worden teruggezet in de vrije natuur. Er doen zich echter ook regelmatig gevallen voor, waarbij dieren geen overlevingskansen hebben en ze onnodig lang moeten lijden, alvorens ze sterven, omdat het in vele situaties illegaal is het lijden van deze dieren te beëindigen. Vervoer naar een opvangcentrum om daar een beeld te krijgen van de gezondheidstoestand van het dier is ook niet in alle gevallen zinvol, omdat de dieren erg stressgevoelig zijn en in de meeste gevallen dan alsnog moeten worden geëuthanaseerd, met als gevolg extra lijden. Dit vinden wij vanuit oogpunt van dierenwelzijn, mede gezien de in artikel 1.11. van de Wnb verankerde zorgplicht, een ongewenste situatie.

 

Daarom zijn bij besluit van 23 juni 2015 met nummer 15009139, door Gedeputeerde staten van Zeeland een aantal personen aangewezen in het kader van artikel 67 van de Flora- en faunawet, om damherten en reeën welke zodanig ziek of verwond zijn dat er sprake is van ondragelijk en uitzichtloos lijden en zij binnen afzienbare tijd zullen overlijden, opzettelijk te verontrusten en te doden op alle gronden binnen de provincie Zeeland met gebruik van de daarbij voorgeschreven middelen (geweer, kunstlicht en mes). Op grond van artikel 9,5, lid 6, van de Wnb geldt dit besluit als besluit tot het geven van een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, lid 1, van de Wnb.

 

De uitvoering van deze opdracht geschiedt sindsdien door vrijwilligers die 24-7, bij nacht en ontij, belangeloos beschikbaar zijn voor afhandeling van aanrijdingen en calamiteiten met in het wild levende dieren (zogenaamde valwild). De behoefte bestaat om de afhandeling van het valwild te professionaliseren. SWN is een organisatie die de afhandeling van valwild voor meerdere provincies coördineert. SWN draagt zorg voor de benodigde middelen voor deze vrijwilligers, de landelijke wijze van registratie en informatievoorziening naar de maatschappij. Daarnaast werkt SWN met een landelijk uniforme werkwijzer en richtlijn waarin onder meer de manier van werken, afspraken, ontheffingen, vergoedingssystematiek, registratie, kwaliteitsgarantie, verzekeringen en het noodzakelijke materieel zijn vastgelegd. Dit is ook van toepassing voor de inzet van nazoekteams met zweethonden. Daarnaast voorziet SWN de vrijwilligers van dekking middels haar koepelverzekering voor aansprakelijkheid jegens derden, ISO gecertificeerde materialen als reflecterende kleding, zwaailamp en eventuele aanvullende benodigdheden.

 

De Provincie Zeeland geeft met deze opdracht aan SWN invulling aan de professionaliseringslag van het valwildafhandeling binnen de provincie Zeeland.

 

Opdracht

De opdracht wordt gegeven in het kader van artikelen 3.3 lid 4b onder 1◦, 3.8 lid 5b onder 3◦ en 3.10 lid 2 onder d en artikel 3.18 in de Wnb genoemde belangen:

  • in het belang van de openbare veiligheid;

  • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren.

Een opdracht wordt uitsluitend gegeven, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • a)

    er bestaat geen andere bevredigende oplossing;

  • b)

    zij is nodig, geredeneerd vanuit de wettelijk erkende belangen die zijn genoemd in artikel 3.17, eerste lid van de Wnb;

  • c)

    de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (Vogelrichtlijn), of er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (Habitatrichtlijn en andere soorten).

Ad a) bestaat geen andere bevredigende oplossing

Er bestaat geen andere mogelijkheid ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden, dan het doden van een ziek of gebrekkig dier dat zodanig ziek of verwond is, zodat er sprake is van ondragelijk en uitzichtloos lijden en dat dier binnen afzienbare tijd zal overlijden. De beoordeling of het dier nog overlevingskansen heeft ligt op grond van het onderhavige besluit bij de deelnemer die bevoegd is hiervan gebruik te maken. Het onderhavige besluit sluit echter niet uit, dat een ziek en gebrekkig dier wordt verzorgd door bijvoorbeeld medewerkers van een ter plaatse aanwezige dierenambulance en vervolgens wordt vervoerd naar een opvangcentrum. Dit besluit is er op gericht, het in gevallen waar de dieren geen overlevingskansen heeft, hetzij geconstateerd door een bevoegde jachtaktehouder, of als die mogelijkheid bestaat door een dierenarts, het leven van het desbetreffende dier snel en vakkundig te beëindigen.

 

Ad b) wettelijk belang

In onderhavig geval wordt de opdracht gegeven op basis van het volgende wettelijk erkende belangen:

  • -

    in het belang van de openbare veiligheid;

  • -

    ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren.

In het belang van de openbare veiligheid

Zieke en gewonde diersoorten kunnen een gevaar vormen voor de openbare (verkeers)veiligheid, wanneer ze bijvoorbeeld proberen de weg op te kruipen, of wanneer sprake is van aanrijdingsslachtoffers die zich op de openbare weg bevinden. Met name grote hoefdieren leveren een gevaar op voor de openbare veiligheid (cq. verkeersveiligheid) door hun omvang. Het achterblijven van aangereden dieren op of langs de weg kan verder voor verkeersonveilige situaties zorgen voor verkeersdeelnemers en aas etende dieren.

 

Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren

Aangereden dieren kunnen ter plaatse blijven liggen en nog leven. Daarnaast kunnen door aanrijding verwonde dieren in het bos verdwijnen, lijden en dood gaan. In geval van onnodig lijden van deze dieren moet regulerend opgetreden kunnen worden. Er moet sprake zijn van schade voor het individuele dier. De noodzaak tot het uit hun lijden verlossen van in het wild levende dieren kan met name aan de orde zijn bij grote hoefdieren, omdat zij de grootste kans hebben om een aanrijding te overleven. Omdat dit gaat om incidentele gevallen, bijvoorbeeld na een aanrijding of van herten die met hun gewei verstrikt zijn geraakt in een raster of dieren die in onderling gevecht gewond zijn geraakt, is een planmatige onderbouwing in een beheerplan niet aan de orde. Gedeputeerde staten vinden het onnodig lijden van dieren vanuit het oogpunt van dieren welzijn ongewenst waardoor dit belang in de opdracht wordt opgenomen.

 

Ad c) de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort, of er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

Het gaat om wilde dieren die zodanig verzwakt zijn dat zij redelijkerwijs geen volwaardig onderdeel meer zullen uitmaken van de populatie of bijdragen aan de instandhouding daarvan. Het doden van dieren zonder overlevingskansen heeft geen invloed op de staat van instandhouding van de populatie, anders dan wanneer deze handeling zou worden nagelaten.

 

Middelen en afwijkingen

Op grond van artikel 3.25, van de Wnb worden bij het verlenen van een opdracht als bedoeld in artikel 3.18 eerste lid Wnb, middelen aangewezen die voor het vangen en doden van de aldaar bedoelde dieren mogen worden gebruikt. De opdracht wordt gegeven voor het gebruik van:

  • Kogel- en hagelgeweer;

  • Kunstmatige lichtbron en nachtzichtapparatuur;

  • Zweethonden, niet zijnde lange honden;

  • Slag-, snij-, of steekwapens;

  • Het gebruik van het geweer op een terrein dat niet voldoet aan de wettelijke eisen voor een jachtveld; - Het gebruik van het geweer op terreinen die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen als bedoeld in art. 3.21, derde lid, Wnb;

  • Het gebruik van het geweer voor zonsopgang en na zonsondergang (24 uur lang) jaarrond voor het doden van dieren.

De middelen en methoden zijn allen gericht om ten alle tijden (jaarrond, 24 uur) en op alle locaties (bebouwde kom, niet voldoen aan wettelijke eisen voor een jachtveld) gevaarlijke situaties omtrent het openbare veiligheid of onnodig lijden te voorkomen. Het toevoegen van middelen als kunstmatige lichtbron en nachtzichtapparatuur zorgt ervoor, dat afschot in de schemering of ’s nachts beter vervult kan worden en vergroot de trefzekerheid van het schot.

 

Gebruik geweer

Het is verboden het geweer te gebruiken in de bebouwde kom van een gemeente en in de onmiddellijk aan die kom grenzende terreinen. Uit oogpunt van verkeersveiligheid is het noodzakelijk, dat de wegbeheerder toestemming verleent voor afhandeling van aanrijdingen met dieren. Zij kunnen echter niet met elke aangrenzende jachthouder, dan wel grondgebruiker afzonderlijk afspraken maken. Zeker niet wanneer spoed geboden is. Aangezien aanrijdingen plaatsvinden op wegen al dan niet door bebouwde kommen en nazoek zich ook uitstrekt tot aanliggende terreinen, welke niet voldoen aan de eisen voor jachtvelden bij gebruik geweer dient van beide geboden ontheven te worden. Aanrijdingen vinden overwegend in de nachtelijke uren plaats en jaarrond, ook op zon- en feestdagen, waardoor opdracht noodzakelijk is van het verbod om het geweer ’s nachts en op zon- en feestdagen te mogen gebruiken.

 

 

slag-, snij- of, steekwapens

Het gebruik van slag-, snij- of, steekwapens geldt onder de Wnb alleen voor het doden van in nood verkerende, gewonde vogels, door personen die aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden bezitten om deze taak humaan en doeltreffend uit te voeren, en ingeval er redelijkerwijs geen alternatief middel voorhanden is met minder mogelijke nadelige gevolgen voor het welzijn van het desbetreffende dier.

 

Zweethonden

Met deze opdracht wordt het gebruik van zweethonden toegestaan. Zieke en gebrekkige dieren kunnen namelijk wegkruipen, waardoor ze voor mensen moeilijk op te sporen zijn. De specialiteit van een zweethond is het opsporen van aangeschoten wild, dit kan gedaan worden door het bloedspoor van de prooi, ook wel zweetdruppels genoemd. Niet elke jachtaktehouder beschikt over een specifiek getrainde zweethond voor nazoek. Op een lijst van de Stichting Zweethonden Nederland zijn nazoekteams opgenomen (begeleider + zweethond) die lid zijn van deze stichting en zijn gekwalificeerd voor het uitvoeren van nazoekwerk bij het opsporen van dieren. Degenen die zijn vermeld op de zweethondenlijst (inclusief hond) en die tevens beschikken over een verlof van de politie in het kader van Wet wapens en Munitie (WWM) mogen van deze opdracht gebruik maken, nadat zij ter ondersteuning zijn opgeroepen door een van de deelnemers aan de opdracht valwild.

 

 

Bijlage 1  

 

Werkwijzer Stichting Wildaanrijdingen Nederland

 

  • 1.

    Overeenkomsten 

    De Stichting Wildaanrijding Nederland (SWN) sluit met de wegbeheerders binnen haar werkgebied overeenkomst af. Uit deze overeenkomst vloeit voort dat de SWN ervoor zorgt dat het aangereden of anderzins verongelukte grofwild, dassen en vossen van de weg en uit de nabijheid van de weg verwijderd en afgevoerd worden.

    In geval er een lokale stichting wordt ingezet om de overeenkomsten met de wegbeheerders af te sluiten, dan dient deze stichting zich te conformeren aan deze werkwijzer en de landelijke methodiek SWN. Uitsluitend in dat geval zal de SWN de ontheffing(en) doorschrijven aan deze lokale stichting. De SWN zal in dit geval periodiek controleren of de werkwijzer wordt gevolgd.

     

  • 2.

    Rooster/bereikbaarheid 

    Er wordt periodiek een rooster gemaakt door de coördinator in de betreffende kring. De coördinator overlegt met de deelnemers in die kring wanneer hij/zij piketdienst heeft. Vakanties dienen op tijd, zomervakantie liefst voor 1 mei, doorgegeven te worden aan de coördinator. Elke deelnemer neemt een week piket voor zijn rekening. Indien een deelnemer tijdens zijn piketdienst verhinderd is, zorgt hij/zij zelf voor een vervanger. Deze vervanger dient een deelnemer te zijn die tevens op de deelnemerslijst van die kring staat. Deze vervanger zorgt er voor dat deze gedurende zijn invaldienst op afgesproken wijze bereikbaar is voor de meldkamer. De vervanger kan ook een reserve deelnemer zijn. Er dient altijd een deelnemer piket dienst te hebben, zodat de SWN altijd voor de meldkamer te bereiken is!

     

  • 3.

    Melding 

    De Piket deelnemer die opgeroepen wordt heeft direct contact met de Regionale Meldkamer waarbij deze geinformeerd wordt over waar de aanrijding heeft plaatsgevonden. De deelnemer gaat vervolgens met gepaste snelheid zo snel mogelijk ter plaatse.

    Krijgt de Piket deelnemer zelf de melding, bijvoorbeeld telefonisch of via een passant, dan seint hij/zij eerst de meldkamer in alvorens ter plaatse te gaan. Een afhandeling vindt altijd plaats onder regie van de meldkamer.

    Indien de deelnemer geen piket heeft, maar wel door een derde geinformeerd wordt inzake een wildaanrijding, dan belt deze deelnemer de meldkamer. Indien hij zelf in de buurt is, dan kan deze deelnemer de meldkamer vragen om de piket deelnemer contact met hem op te laten nemen. Beide overleggen dan wie de melding verder afhandelt.

    Treft de deelnemer op weg naar een opgegeven melding nog een andere aanrijding of een aangereden stuk grofwild, das of vos aan, dan brengt hij/zij de meldkamer direct daarvan op de hoogte en handelt dit voorval vervolgens als een melding af. Ook indien de melding is afgehandeld wordt dit doorgegeven aan de meldkamer, zodat zij op hoogte zijn en de melding weg kunnen schrijven in hun systeem.

     

  • 4.

    Plaats aanrijding 

    Indien de deelnemer op de plaats van de aanrijding is, bekijkt hij de situatie die hij hier aantreft. Als het betreffende dier nog leeft wordt deze uit het lijden verlost. Dit dient op een verantwoorde en veilige manier te geschieden. Wanneer omstanders nog ter plaatse zijn, dient men hier zorgvuldig mee om te gaan.

    Leg, indien nodig, geduldig en tactvol aan de betrokkenen bij de aanrijding of omstanders uit waarom een dier uit het lijden verlost moet worden en wat er met het dier gaat gebeuren. Reik eventueel een folder uit.

    De surveillance-eenheid van de politie die mogelijk ter plaatse is, handelt het materiële gedeelte van de aanrijding af. Zij bemoeien zich niet met het wild. De deelnemer handelt dus alles af met betrekking tot het aangereden wild.

     

  • 5.

    Veiligheid 

    Tijdens de werkzaamheden worden altijd de volgende veiligheidsmaatregelen genomen:

    • het dragen van de door SWN beschikbaar gestelde reflecterende kleding en/of handschoenen;

    • voeren van de oranje zwaailamp en de alarmverlichting;

    • aanwijzingen van de aanwezige politie of wegbeheerder opvolgen;

    • op autosnelwegen wordt alleen opgetreden onder begeleiding van politie of wegbeheerder;

  • alle logisch te nemen maatregelen ten behoeve van uw eigen veiligheid. Denk er aan, u bent geen verkeersregelaar! Maak dit bekend aan degene, bijvoorbeeld de politie, die u vraagt te assisteren bij het regelen van het verkeer of bij het geven van aanwijzingen aan het verkeer. U mag dus geen verkeer regelen.

     

  • 6.

    Nazoek 

    Indien het dier, vermoedelijk gewond, is weggevlucht, zorgt de deelnemer ervoor dat op de plaats van de aanrijding de vluchtrichting van het dier duidelijk gemarkeerd wordt door middel van markeringslint.

    In de nachtelijke uren wordt er in principe niet nagezocht. De deelnemer draagt er zorg voor dat de volgende dag een deelnemer ingeseind wordt met een gecertificeerde zweethond van de zweethondenlijst van de Stichting Zweethonden Nederland (SZN).

    Wanneer het dier geraakt is maar ogenschijnlijk niet gewond, wordt voor de zekerheid toch een controle met een zweethond uitgevoerd. Dit betekent dat, indien het dier niet wordt aangetroffen, er altijd een controle nazoek met een SZN erkende zweethond uitgevoerd dient te worden.

    De deelnemer zorgt ervoor dat de plaatselijke terreineigenaar/ grondgebruiker of jachthouder zo veel als mogelijk in kennis wordt gesteld van de nazoek, voordat met de nazoek begonnen wordt! Neem eventueel contact op met uw coördinator, zodat deze de juiste persoon of personen op de hoogte kan stellen van de nazoek.

    Indien deze niet bereikbaar is, wordt de nazoek alsnog verricht en wordt de terreineigenaar/ grondgebruiker of jachthouder naderhand ingelicht. Ook als het dier niet is aangetroffen! Wanneer de terreineigenaar/ grondgebruiker of jachthouder aangeeft dat hij zelf de nazoek uit wil voeren of mee wil, dan is dat uiteraard mogelijk, mits dit geschiedt met een SZN gecertificeerde zweethond. De nazoek vindt plaats in gezelschap van de deelnemer die ter plaatse is geweest. De afhandeling is, na het aantreffen van het dier, dezelfde als in de overige gevallen. De SZN zweethondengeleider heeft tijdens de nazoek de regie. De deelnemer of zweethondengeleider zorgt er tevens voor dat eventuele markeringen op de plaats van aanrijding verwijderd worden.

     

  • 7.

    Biomassa 

    Dieren en geweide die als biomassa worden weggedaan worden op een niet voor het publiek zichtbare plaats In het veld gebracht. Voor dieren die als biomassa de natuur ingaan wordt een wildmerk dichtgedrukt. Elk dood dier krijgt zo een uniek nummer. Dit geldt ook voor vossen, dassen, boom- en steenmarters, wasberen en marterhonden.

     

  • 8.

    Dassen 

    Dode dassen hoeven niet meer ten behoeve van onderzoek opgestuurd te worden. Bij dode dassen even kijken of de das een tatoeage in de lies heeft. Zie foto in BRS. Bij aantreffen van een tatoeage dit nummer tevens vermelden in het BRS. Tegenwoordig worden de dassen door de Stichting Das en Boom niet meer getatoeëerd, maar voorzien van een chip. Deze chip is uit te lezen met een chiplezer. Via BRS zullen de gegevens aangereikt worden bij de Stichting Das en Boom.

     

  • 9.

    Wasbeerhonden 

    De oprukkende wasbeerhond is in het oosten van Nederland al verschillende malen als wildaanrijding aangetroffen. In verband met zijn mogelijke rol bij de verspreiding van de vossenlintworm is het Dutch Wildlife Helath Centre (DWHC) te Utrecht gestart met het inzamelen en onderzoeken van dode wasbeerhonden. Hierin wordt de medewerking van een ieder gevraagd. Bij het aantreffen van een dode wasbeerhond DWHC bellen (030 – 253 79 25). DWHC laat de wasbeerhond zo spoedig mogelijk bij u ophalen door een koeriersdienst.

     

  • 10.

    Boommarters 

    Dode boommarters worden zoveel mogelijk in de diepvries opgeslagen en gemeld bij de Werkgroep Boommarters Nederland, t.a.v.:

  • Zij komen de marter ophalen. Wanneer er enige twijfel is tussen een boom- of steenmarter, wordt de marter in elk geval opgeslagen.

     

  • 11.

    Preparatie 

    Als betrokkene een dood beschermd dier wil laten prepareren dan wordt deze in dit geval voorzien van een calamiteitenmerk. Ook de deelnemer kan, zij het incidenteel, aangereden dieren laten prepareren. Voor hem/haar is dan dezelfde regeling van toepassing. Er dient voor gewaakt te worden dat er een "handel" in deze dieren ontstaat.

     

  • 12.

    Trofeeën 

    Er dient geen gesleep te ontstaan met de trofeeën. Indien de jachthouder van het gebied waar de aanrijding heeft plaatsgevonden de trofee graag wil hebben, dan is dit mogelijk. Hij dient echter wel te weten dat hij er geenszins aanspraak op kan maken. Heeft de jachthouder of deelnemer belangstelling voor de trofee, dan wordt dit niet besproken waar de betrokkene van een aanrijding bij is.

     

  • 13.

    Ontweiden 

    Ontweid nooit een stuk wild direct aan de weg. Laat daar ook geen delen van het aangereden dier liggen. De kans is groot dat hier wilde zwijnen, vossen of dassen op trekken, wat het risico op weer een aanrijding op diezelfde plaats verhoogt. Bovendien houdt onze overeenkomst met de wegbeheerder in dat we alles van de weg of uit de berm verwijderen.

     

  • 14.

    Noodzakelijk afschot wild 

    Wanneer er een melding komt van bijvoorbeeld een wild zwijn of een ree dat vast zit in een tuin of iets dergelijks, dan wordt het spoedeisende karakter van de situatie bekeken en of dit dier geholpen kan worden om vrij te komen. Is dit niet het geval, dan kan tot afschot worden overgegaan. Bij gewond wild wordt uiteraard direct tot afschot overgegaan. Breng eventueel de jachthouder op de hoogte, eventueel via uw coördinator. Informeer, indien mogelijk, wie eventueel de kosten moet vergoeden.

    Bekijk bij een melding met betrekking tot wild altijd of er een directe noodzaak tot optreden is of dat het misschien een zaak is voor de (aangrenzende) jachthouder. Vink in het registratie-invulscherm BRS het vakje "vangschot" aan, ook indien het dier is afgevangen door middel van een mes.

     

  • 15.

    Aantreffen dode dieren 

    Het komt ook regelmatig voor dat er dode dieren worden aangetroffen die, anders dan door een aanrijding, om het leven zijn gekomen. Hierbij valt te denken aan raster- en verdrinkingsslachtoffers. Van sommige dieren is er geen doodsoorzaak te achterhalen. Dieren die verdronken zijn of waar de doodsoorzaak niet van bekend is worden altijd als biomassa achtergelaten in de natuur. Tevens is het mogelijk om deze dieren aan te bieden aan het DWHC te Utrecht. Zij vragen om zoveel mogelijk onderzoeksmateriaal en halen de kadavers zelf op. Kijk op hun site voor meer informatie, www dwhcnl.

     

  • 16.

    Onderzoek 

    In het kader van de afspraken met de NVWA en de wettelijke ‘Regeling dierlijke producten’ neemt de gekwalificeerd persoon (GP) die de melding afhandelt, zowel de beoordeling als het eerste onderzoek (organen en ingewanden) van eventueel voor consumptie geschikt wild voor zijn rekening.

    Bijzonderheden worden ingevuld op de "Verklaring eerste onderzoek". Alleen bij wild dat naar de poelier gaat dienen deze verklaringen ingevuld te worden. Doe dit dan ook niet bij wild dat als biomassa terug gaat naar de natuur.

    Indien er via een FBE de vraag komt om bloedmonsters te nemen van wilde zwijnen in verband met onderzoek naar ziektes, is deelnemer verplicht hier zorg voor te dragen. De benodigde materialen zullen in dat geval worden verstrekt.

     

  • 17.

    Calamiteitenmerk 

    In het dode stuk wordt zo snel mogelijk een calamiteitenmerk aangebracht. Deze merken worden door de betreffende coördinator aan de deelnemer verstrekt. Voor dieren, die als biomassa de natuur ingaan, wordt een calamiteitenmerk dichtgedrukt.

    Het nummer van dit merk wordt op het registratie-invulscherm in BRS vermeld. Vul het nummer van het merk in zoals het ook op het label staat (bv. A00026) Elk merk is maar 1 maal te gebruiken bij het invoeren in BRS.

     

  • 18.

    Categorieën meldingen 

    We krijgen met diverse meldingen te maken die op een verschillende manier geregistreerd dienen te worden in BRS. Hieronder volgt een overzicht:

    Wildaanrijding: alle dieren waarvan met zekerheid vastgesteld kan worden dat deze ten gevolge van aanraking met een voertuig, gewond, dan wel dood zijn.

    Noodzakelijk afschot: gewond wild (waarvan niet vastgesteld kan worden, dat dit ten gevolge van een aanrijding is), dieren die vast zitten in een raster, losgebroken vee (kan b.v. ook een gehouden damhert zijn) en wild.

    Preventief afschot: afschot van dieren die zich op of langs de (snel)wegen bevinden en waarvan de wegbeheerder het uitdrukkelijke verzoek heeft gedaan om deze af te schieten ten behoeve van de verkeersveiligheid.

    Levend aangetroffen: dieren die levend gevangen zijn en naar een opvang dan wel vrij gelaten zijn.

    Dood aangetroffen: dieren die dood worden aangetroffen, waarvan de doodsoorzaak niet bekend is, rasterslachtoffers en verdrinkingsslachtoffers.

    Dood/gewond door hond: dieren die ten gevolge van het opjagen dan wel gebeten zijn door een hond hierdoor gewond of dood zijn.

     

  • 19.

    Afvoer dieren naar poelier 

    De deelnemer dient zelf als GP te beoordelen of het dier nog geschikt is voor consumptie. Indien dit niet het geval is wordt deze of in het bos- en of natuurgebied als biomassa achtergelaten (zie biomassa) of ingeleverd op vaste punten ter destructie. Dit duidelijk aangeven op het registratie- invulscherm in BRS.

    Als er een aanrijding heeft plaatsgevonden met een edelhert, damhert, ree of wild zwijn, dat geschikt is voor consumptie, dan wordt deze ontweid en gewogen. Deze dieren worden vervolgens in een verzamelplaats (koeling) gehangen waarna ze door de poelier worden opgehaald of direct bij een poelier of restaurant aangeleverd. In alle gevallen betreft het een afleveradres waar de SWN afspraken mee heeft gemaakt en die als zodanig bekend zijn bij de deelnemers.

     

  • 20.

    Wildrek 

    Door enkele deelnemers worden zogenaamde wildrekken gebruikt die je op de trekhaak van de auto kunt bevestigen. Ga hier zorgvuldig mee om, omdat het verkeer dat achter je rijdt goed kan zien wat er op het wildrek ligt. Uiteraard doen we niets verkeerd, maar het kan voor sommige mensen een akelig gezicht zijn. Dek indien mogelijk het dier af. Zorg dat de verlichting deugdelijk werkt en dat de kentekenplaat altijd goed zichtbaar is.

     

  • 21.

    Koeling 

    Let er op dat indien wij gebruik maken van andermans eigendom, zoals bijvoorbeeld een koeling, deze schoon achtergelaten wordt. Het mag niet zo zijn dat de beheerder/eigenaar van een koeling deze elke keer zelf schoon moet maken.

     

  • 22.

    Poelier informeren 

    De betreffende poelier krijgt vanuit BRS automatisch bericht in welke koeling welk stuk wild met welk calamiteitenmerk hangt.

     

  • 23.

    Monstername 

    De poelier zorgt voor de monstername ten behoeve van trichinenonderzoek wilde zwijnen. Zorg er bij het ontweiden voor dat er een deel van het middenrif achterblijft in het wild zwijn ten behoeve van een monstername.

     

  • 24.

    Afschot losgebroken dieren 

    Wanneer men op verzoek van de meldkamer assistentie verleent bij losgebroken gehouden dieren (vee en of huisdieren), waarbij sprake is van noodzakelijk afschot, controleer dan altijd of er toestemming is van de Officier Van Dienst (OVD)! Beoordeel of de situatie van dien aard is dat afschot de enige mogelijkheid is en overleg dit met de Officier Van Dienst (OVD) van de politie.

    Laat de OVD persoonlijk zorgen voor toestemming, alvorens tot afschot over te gaan. Voor de inzet c.q. afschot wordt door SWN € 75,00 bij de eigenaar in rekening gebracht. Vraag dus naar de gegevens van de opdrachtgever(eigenaar), indien deze ter plaatse is.

    De inzet valt in dit geval niet onder de verantwoordelijkheid van de SWN, maar van de Politie (i.h.k.v. Openbare orde en veiligheid mens en dier).

    U maakt hierbij gebruik van het aan u verleende verlof WM4 op grond van de WWM. Denk dus ook aan de voorwaarden van dit verlof.

    Om het geschoten gehouden dier in de consumptie lijn af te mogen leveren is toestemming van de NVWA nodig, deze moeten conform de huidige regeling namelijk levend gekeurd worden. De NVWA kan toestemming geven om hier van af te wijken.

     

  • 25.

    Levende dassen 

    Voor gewonde en eventueel nog te revalideren dassen kan naar eigen inzicht de dierenambulance ingeschakeld worden. De dierenarts zal dan bepalen of het zinvol is of de das naar de opvang gaat.

    Bij vragen: Stichting Das en Boom, telefoon 024- 6842294

     

  • 26.

    Reekalveren 

    Levend gevonden en nog op te vangen reekalveren gaan naar een opvangcentrum dat is aangesloten bij de Stichting Reeënopvang Nederland, opvangcentra zoals bijvoorbeeld;

    "Noach", mevr. Hartjes, Aaltenseweg 21, 7025 CJ Halle (Achterhoek). Telefoon 0314-390027/06-12526768. Door de SWN ontheffing is dit vervoer gedekt. Regionaal dient te worden afgestemd wat het dichtstbijzijnde opvangcentrum is. (www.stichtingreeenopvangnederland.nl)

    Door het melden door de deelnemer van dit vervoer aan de meldkamer is het vervoer hiervan door een door de Politie aangewezen vervoerder gelegaliseerd. Het vervoer kan dan ook eventueel plaatsvinden door de dierenambulance.

     

  • 27.

    Overige dieren 

    Het van de weg halen van andere dieren zoals boommarter, steenmarter, bunzing e.d. wordt op prijs gesteld, maar is niet declarabel, tenzij men op dringend verzoek van de meldkamer ter plaatse is gegaan of dat de melding een ander dier betrof.

    Wanneer er een melding komt met betrekking tot een ander, in het wild levend dier, zoals zwanen e.d. wordt naar omstandigheden gehandeld.

    Ook hier kan het vervoer gedaan worden door de dierenambulance. Deze kan door de meldkamer worden gewaarschuwd.

     

  • 28.

    Verjaging langs wegen 

    Verjaging van wilde zwijnen langs de wegen en het eventuele afschot daarbij vindt eveneens plaats op grond van de SWN aanwijzing. Afschot vindt alleen plaats wanneer dit daadwerkelijk bijdraagt aan het verjagen van de wilde zwijnen, zoals het schieten van een big uit een rotte. Solitair lopende zwijnen worden in principe niet geschoten.

    Het verjagen gebeurt enkel conform de voorwaarden in de aanwijzing en dat is o.a. alleen op dringend en schriftelijk verzoek van de betreffende wegbeheerder aan het bestuur van de SWN.

    Het verjagen vindt alleen plaats onder aansturing en verantwoordelijkheid van de coördinator in betreffende kring en na een melding aan de Regionale Meldkamer.

    De daadwerkelijke uitvoering wordt alleen gedaan door SWN deelnemers. Zij beschikken immers over een daartoe geldige aanwijzing. De voorkeur gaat daarbij uit naar de deelnemers die in het gebied nabij betreffende wegen woonachtig en of werkzaam zijn.

    Derden nemen onder geen beding, op welke wijze dan ook deel aan de verjaging of het daarbij te plegen noodzakelijk afschot. Zij zijn daarbij dus niet aanwezig!

     

  • 29.

    Registratie 

    Op de website www.boaregistratie.nl, wordt zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen 24 uur, een "meldingsformulier wildaanrijding" ingevuld en verstuurd. Als het dier niet aangetroffen wordt, moet het wel geregistreerd worden.

    Vul dit registratie-invulscherm zo nauwkeurig mogelijk in.

    Lukt dit niet, raadpleeg dan een van de coördinatoren of de helpdesk van de website.

    Voor de registratie van losgebroken dieren of noodzakelijk afschot van wild, anders dan op of langs de wegen, bestaat een afzonderlijke mogelijkheid op het "meldingsformulier wildaanrijding" in het BOA Registratie Systeem. Denk aan de gegevens van de opdrachtgever!

     

  • 30.

    Verklaring eerste onderzoek 

    In het kader van de afspraken tussen NVWA en SWN inzake bestemming consumptie van aanrijdingsslachtoffers en de wettelijke ‘Regeling dierlijke producten’, zorgt de gekwalificeerd persoon (GP) die de aanrijding heeft afgehandeld voor de Invulling en ondertekening van deel 1 en deel Il van het document "verklaring eerste onderzoek".

    Dit betreft dus de beoordeling en het eerste onderzoek.

    Dit document zit in BRS onder het registratieformulier wildaanrijdingen. Dit geldt dus slechts voor dieren die nog voor consumptie geschikt zijn en naar de poelier gaan. Bij dieren die als biomassa worden achtergelaten in de natuur dient dit formulier niet Ingevuld te worden. Indien het een wildaanrijding betreft moet de gekwalificeerde deelnemer op deel 1 bij bijzonderheden vermelden: "wildaanrijding".

    Dit formulier blijft via BRS beschikbaar voor de poelier.

     

  • 31.

    Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming 

    De deelnemer is binnen het kader van deze regeling bevoegd tot het doden, voorhanden hebben en vervoeren van deze regeling genoemde beschermde dieren door een doorverwijzing van een door de Provincie aan de SWN afgegeven aanwijzing op grond van artikel 67 FFW. Ook in het uiterste geval tegen de wil van de grondgebruiker (zie nazoek) en tevens door de ontheffing artikel 75 FFW van het Ministerie van EZ.

    Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017 zijn de bestaande ontheffingen, die zijn afgegeven onder het regime van de Flora- en faunawet, nog steeds geldig.

     

  • 32.

    Wet Wapens en Munitie 

    Het door de deelnemer doden van losgebroken vee en/of gewond vee/wild met een geweer die aan de eisen voldoet genoemd in artikel 7 Besluit beheer en schadebestrijding dieren is gelegaliseerd door een aan de deelnemer verstrekt wapenverlof op grond van 5.7 Circulaire wapens en munitie.

    Naast dit wapenverlof dient de deelnemer te beschikken over een geldige jachtakte waarop het verlofwapen staat vermeld.

    Bovengenoemd verlof dekt niet het doden van gekweekt grofwild op de terreinen waar deze dieren worden gehouden.

    Voor het doden van dit gekweekt grofwild op de terreinen waar deze dieren worden gehouden kan een apart verlof (of kan het bestaande verlof mede) worden afgegeven op grond van 5.8 Circulaire wapens en munitie.

     

  • 33.

    Verzekering deelnemer 

    Tijdens de uitvoering van werkzaamheden die liggen binnen het kader van deze regeling is de deelnemer door de SWN verzekerd tegen het risico van Wettelijke Aansprakelijkheid.

     

  • 34.

    Verzekering betrokkene aanrijding 

    Er bestaan beperkte cascoverzekeringen die, ongeacht schuldvraag, dekking bieden alleen bij schade veroorzaakt door dieren.

    Deze betrokkene dient in sommige gevallen bij zijn verzekeringsmaatschappij hard te kunnen maken dat de schade ook inderdaad door een dier is veroorzaakt.

     

  • 35.

    Opmerking 

    • Handel integer.

    • Het succes en voortbestaan van deze regeling staat en valt met de houding, de inzet, het verantwoordelijkheidsgevoel en de collegialiteit van de deelnemers.

    • Houd er rekening mee dat de werkzaamheden gevoelig kunnen liggen.

    • Ga respectvol om met ieders mening en werkwijze.

  • 36.

    Indeling kringen 

    Per provincie wordt waar nodig het werkgebied opgedeeld in kringen zodat logische eenheden ontstaan met lokale gebiedsdeskundige mensen.

     

  • 37.

    Coördinatoren 

    Elke kring heeft een coördinator die direct aanspraakpunt is voor de uitvoerders.

     

  • 38.

    Regionale meldkamers 

    In afstemming met de Nationale politie zullen centrale afspraken worden doorgevoerd om de opvolging en het contact met de meldkamers te vereenvoudigen. Tot die tijd dienen de SWN deelnemers op basis van de huidige afspraken met de regionale meldkamer te handelen.

     

  • 39.

    Dierenambulance 

    Overzicht met dierenambulances is o.a. te vinden op: http://www.detelefoongids.nl/dierenambulances/4- 1/?edsacid=categorie_algemeen

     

  • 40.

    Zweethonden 

    Op de website www zweethonden.nl/zweethondenlijst.asp kan men zien wie de gecertificeerde de zweethondengeleider in de buurt is.

     

  • 41.

    Ontheffing

    Art 75.

     

  • 42.

    Provinciale afwijkingen van deze werkwijzer In individuele provincies kunnen afspraken zijn gemaakt die afwijken van de landelijke SWN werkwijzer. In die gevallen is dat opgenomen in de door de betreffende provincie afgegeven ontheffing en zien deze niet op de uitvoering van de afhandeling maar op de verwerking van de dierlijke slachtoffers.

    U kunt hierbij o.a. denken aan:

    • geen bestemming menselijke consumptie,

    • geen verwerking tot biomassa

    • voorwaarde bestemming afvoer ter destructie

  • De regionale coördinatoren zullen de deelnemers hierover informeren. Deelnemers zelf dienen altijd goed de inhoud van de afgegeven ontheffingen te kennen, immers zij beschikken over een machtiging op basis van deze ontheffingen.

Naar boven