Provinciaal blad van Limburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LimburgProvinciaal blad 2020, 6004Overige besluiten van algemene strekking



Nadere subsidieregels lokale en regionale musea 2020-2021

Gedeputeerde Staten van Limburg

maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 25 augustus 2020 hebben vastgesteld:

Nadere subsidieregels lokale en regionale musea 2020-2021

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Gezonde bedrijfsvoering: het museum werkt vraaggericht met een focus op de markt en op professionele, inhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen vanuit een eigen visie en strategie. Musea werken aan het verbreden van hun financiële basis om minder afhankelijk te zijn van overheidsinkomsten.

  • 2.

    Lokaal en regionaal museum: een museum gevestigd in de Nederlandse provincie Limburg, niet zijnde een provinciaal of nationaal museum.

  • 3.

    Museum: een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat aan de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen. Binnen deze subsidieregeling wordt onder museum verstaan zowel de in het Museumregister opgenomen musea als de niet in het Museumregister opgenomen musea, zoals particuliere musea en schatkamers.

  • 4.

    Toekomstbestendige maatregel: structurele vernieuwing van of aan het museum gericht op toekomstbestendigheid van de publieksactiviteiten voor bezoekers (doelgroepen). Dit kunnen fysieke maatregelen zijn, zoals wijzigingen aan het gebouw, de toegang, en/of de zichtbaarheid. Tevens kunnen dit maatregelen gericht op de organisatie zijn, zoals PR, haalbaarheidsonderzoek, regionale samenwerking etc., dan wel maatregelen gericht op het implementeren van een nieuw museaal concept en/of nieuwe verhaallijnen ter ondersteuning van de collectie. Onder toekomstbestendig wordt ook het weerbaar maken van de organisatie naar aanleiding van de coronacrisis verstaan, zoals het verbreden van gangpaden om 1,5 meter afstand tussen bezoekers te borgen, het ontwikkelen van audiotours, het ontwikkelen of het betaald gebruik van een online systeem voor ticketverkoop.

Artikel 2 Doel van de regeling

Deze subsidieregeling heeft tot doel om lokale en regionale musea in de Nederlandse provincie Limburg de mogelijkheid te geven om met ondersteuning van de Provincie Limburg in te zetten op de toekomstbestendigheid van hun publieksactiviteiten voor bezoekers (doelgroepen).

Artikel 3 Aanvrager

Voor een subsidie komen uitsluitend lokale en regionale musea in de Nederlandse provincie Limburg in aanmerking.

Hoofdstuk 2 Criteria

Artikel 4 Subsidiecriteria

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient aan alle volgende criteria te worden voldaan:

  • 1.

    De aanvrager voert een gezonde bedrijfsvoering;

  • 2.

    Het project betreft/betreffen de realisatie van (een) toekomstbestendige maatregel(en);

  • 3.

    Er dient sprake te zijn van aantoonbare cofinanciering van het project van minimaal € 5.000,00 door de gemeente waar het museum is gehuisvest. Deze cofinanciering mag niet reeds onderdeel uitmaken van de reguliere (exploitatie)subsidie die het museum van de gemeente ontvangt.

Artikel 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Het project dient binnen 1 jaar na ontvangst van de subsidiebeschikking te zijn uitgevoerd.

Artikel 6 Afwijzingsgronden

In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien:

  • a.

    het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;

  • b.

    de subsidieaanvraag niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in artikel 3;

  • c.

    niet wordt voldaan aan (één van) de criteria in artikel 4;

  • d.

    de Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert; met uitzondering van bijdragen van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg en/of het Cultuur-participatiefonds Limburg. Bijdragen ontvangen van het Huis voor de Kunsten Limburg worden hierbij beschouwd als subsidiering/financiering door de Provincie Limburg;

  • e.

    de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 11;

  • f.

    het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 1.000,00 bedraagt.

Hoofdstuk 3 Financiële aspecten

Artikel 7 Subsidieplafond

  • 1.

    Gedeputeerde Staten stellen de subsidieplafonds voor de looptijd van deze nadere subsidieregels vast voor enerzijds de regio Noord- en Midden-Limburg en anderzijds de regio Zuid-Limburg.

  • 2.

    De wijze van verdeling van het subsidieplafond kunt u raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > subsidieplafonds.

Artikel 8 Subsidiebedrag

  • 1.

    Het subsidiebedrag bedraagt maximaal € 10.000,00.

  • 2.

    Subsidies kleiner dan € 1.000,00 worden niet verstrekt.

  • 3.

    Een aanvrager kan eenmalig een subsidie in het kader van deze regeling ontvangen.

Artikel 9 Subsidiabele en niet subsidiabele kosten

  • 1.

    De volgende kosten zijn subsidiabel:

    • a.

      Kosten die direct gerelateerd zijn aan de toekomstbestendige maatregel.

    • b.

      Kosten die direct gerelateerd zijn aan de toekomstbestendige maatregel en die samenhangen met financiële of contractuele verplichtingen die zijn aangegaan voordat de projectsubsidie is aangevraagd, mits deze verplichtingen na 12 maart 2020 zijn aangegaan.

  • 2.

    Aanvullend op artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. zijn de volgende kosten niet subsidiabel:

    • a.

      Reis- en verblijfkosten;

    • b.

      Consumptieve kosten (drank, eten, en dergelijke);

    • c.

      Drukwerk voor boeken en schriftelijke publicaties over de collectie;

    • d.

      Oprichten en onderhouden van websites;

    • e.

      Onvoorziene uitgaven (post onvoorzien).

Hoofdstuk 4 Aanvraagprocedure

Artikel 10 Indienen aanvraag

  • 1.

    Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard (digitaal) aanvraagformulier.

  • 2.

    Het standaard (digitaal) aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te worden en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven op het formulier en dient te worden verzonden naar het op het formulier aangegeven adres (Gedeputeerde Staten van Limburg, Cluster Subsidies, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht), dan wel digitaal middels eHerkenning (aanvragen van organisaties) te worden ingediend. Een aanvraag per e-mail is niet mogelijk.

Artikel 11 Termijn voor indienen aanvraag

  • 1.

    De subsidieaanvraag dient uiterlijk 20 december 2021 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg bepalend en bij digitale aanvragen de datum van digitale ontvangst.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 12 Hardheidsclausule

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.

Artikel 13 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel

  • 1.

    Deze Nadere subsidieregels treden in werking met ingang van de dag na de dag van publicatie in het Provinciaal Blad.

  • 2.

    Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 21 december 2021 met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels lokale en regionale musea 2020-2021”.

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 25 augustus 2020.

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris

de heer drs. G.H.E. Derks MPA