Provinciaal blad van Noord-Holland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Noord-HollandProvinciaal blad 2020, 4675Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 7 juli 2020, nr. 4, tot vaststelling van de Uitvoeringsregeling subsidie regionaal fietsnetwerk Noord-Holland 2020 (Uitvoeringsregeling subsidie regionaal fietsnetwerk Noord-Holland 2020)

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;

 

Gelet op het beleidsplan ‘Perspectief Fiets’ van 10 december 2018;

 

Overwegende dat het wenselijk is om subsidies te verlenen voor activiteiten die ertoe leiden dat

het regionale fietsnetwerk wordt verbeterd alsmede voor activiteiten waardoor doorfietsroutes

worden gerealiseerd zoals omschreven in het beleidsplan ‘Perspectief Fiets’;

 

Besluiten vast te stellen:

 

Uitvoeringsregeling subsidie regionaal fietsnetwerk Noord-Holland 2020

Artikel 1  

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    regionale fietsnetwerk: het regionale fietsnetwerk zoals vastgesteld in het beleidsplan Perspectief Fiets van 10 december 2018;

  • b.

    doorfietsroute: een doorfietsroute waarvoor een tracé is vastgesteld bij bestuursovereenkomst die geldt tussen alle gemeenten waar binnen de doorfietsroute wordt gerealiseerd en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.

Artikel 2  

Subsidie wordt verstrekt aan beheerders of eigenaren van openbare wegen als bedoeld in de

Wegenwet in de regio’s Gooi en Vechtstreek, Haarlem-IJmond, Kop van Noord-Holland, Alkmaar

en West-Friesland.

Artikel 3  

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    de aanleg, verbetering of uitbreiding van een openbaar toegankelijk fietspad en fietsstraat die op het regionale fietsnetwerk is gelegen;

  • b.

    de aanleg, verbetering of uitbreiding van een openbaar toegankelijk fietspad en fietsstraat die een bijdrage levert aan het regionaal fietsnetwerk;

  • c.

    de aanleg, verbetering of uitbreiding van een openbaar toegankelijk fietspad en fietsstraat die op een doorfietsroute is gelegen;

  • d.

    de aanleg, verbetering of uitbreiding van een kunstwerk die op een doorfietsroute is gelegen.

Artikel 4  

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie bevat in elk geval:

    • a.

      een begroting van de kosten van het project, conform het begrotingsformat dat is vermeld op het digitale loket van de provincie, www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies;

    • b.

      een specificatie van de onder a. genoemde kosten;

    • c.

      een financieringsplan van de kosten van het project;

    • d.

      een inhoudelijke beschrijving van het project, waarin is omschreven:

      • i.

        de doelstelling van het project;

      • ii.

        de huidige situatie;

      • iii.

        de maatregelen benodigd voor het realiseren van de nieuwe situatie;

      • iv.

        de nieuwe situatie;

      • v.

        de effecten van het project op de bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers;

      • vi.

        de effecten van het project op de verkeersveiligheid;

      • vii.

        de effecten van of maatregelen binnen het project die bijdragen aan de duurzaamheid.

    • e.

      een voor uitvoering gereed ontwerp, en;

    • f.

      de uitvoeringsplanning.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie voor activiteiten aan een doorfietsroute zoals omschreven onder artikel 3 onder c en onder d bevat tevens een bestuursovereenkomst ten aanzien van het tracé van de doorfietsroute tot op straatniveau, die is ondertekend door alle gemeenten waarbinnen de doorfietsroute wordt gerealiseerd.

Artikel 5  

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie is tijdig ingediend indien de aanvraag tot en met 29 oktober 2020 vóór 17.00 uur is ontvangen.

  • 2.

    Een aanvraag die buiten de in het eerste lid genoemde periode wordt ontvangen, wordt geweigerd.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.

Artikel 6  

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor het jaar 2020 vast op € 4.342.000,-.

Artikel 7  

  • 1.

    Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2.

    Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 3.

    Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste projectkosten als eerste in behandeling genomen.

  • 4.

    Indien toepassing van het vorige lid er toe leidt dat aanvragen gelijk eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 8  

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    de aanvraag om subsidie is ontvangen buiten de in artikel 5, eerste lid, genoemde periode;

  • b.

    de activiteit al is aanbesteed;

  • c.

    een activiteit financieel niet haalbaar is;

  • c.

    een activiteit uitsluitend dient ter ontsluiting van een woonwijk, bedrijventerrein of openbare voorziening;

  • d.

    een activiteit uitsluitend ziet op de aanleg van een noodvoorziening;

  • e.

    een activiteit wordt uitgevoerd door of namens Gedeputeerde Staten en waaraan de subsidieaanvrager een financiële bijdrage dient te leveren;

  • f.

    een activiteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid oplevert;

  • g.

    een activiteit die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onevenredige negatieve gevolgen heeft voor de doorstroming van het openbaar vervoer.

Artikel 9  

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de kosten die direct samenhangen met de uitvoering van de activiteit alsmede de indirecte kosten bij de uitvoering van de activiteit tot ten hoogste tien procent en die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten noodzakelijk zijn.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor de volgende kosten:

    • a.

      kosten voor vervanging, beheer of onderhoud van voorzieningen;

    • b.

      grondverwerving;

    • c.

      saneringskosten.

Artikel 10  

  • 1.

    De subsidie bedraagt voor de activiteiten genoemd in artikel 3, onder a en b, 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 1.000.000,-.

  • 2.

    De subsidie bedraagt voor de activiteiten genoemd in artikel 3, onder c, 75% van de subsidiabele kosten.

  • 3.

    De subsidie bedraagt voor de activiteiten genoemd in artikel 3 onder d, 80% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 2.000,000 per kunstwerk.

  • 4.

    Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 5.000,-.

  • 5.

    Bij subsidies van minder dan € 10.000,- wordt volstaan met subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 6.

    Indien voor de activiteit reeds op grond van een andere uitvoeringsregeling van Gedeputeerde Staten subsidie is verleend, wordt de subsidie voor de activiteit op grond van deze uitvoeringsregeling zodanig berekend dat niet meer dan het percentage van de subsidiabele kosten zoals beschreven in dit artikel wordt gesubsidieerd.

Artikel 11  

  • 1.

    De subsidieontvanger is in ieder geval verplicht om de activiteit waarvoor subsidie wordt verstrekt binnen een jaar na ontvangst van de subsidiebeschikking aan te besteden.

  • 2.

    Gedeputeerden Staten kunnen in de beschikking tot subsidieverlening een verplichting opnemen omtrent de datum waarop de gesubsidieerde activiteiten zijn afgerond.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking tot verlening van de subsidie op grond van artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht nadere op verplichtingen opleggen.

Artikel 12  

  • 1.

    Indien de subsidieontvanger een gemeente is wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid, ingediend.

  • 2.

    In de overige gevallen wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen 13 weken na het tijdstip, waarop het project overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening moet zijn voltooid.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een formulier beschikbaar op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies.

  • 4.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 13  

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2.

    Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling subsidie regionaal fietsnetwerk Noord-Holland 2020.

Haarlem, 7 juli 2020.

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

A.Th.H. van Dijk, voorzitter.

R.M. Bergkamp, provinciesecretaris