Provinciaal blad van Limburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LimburgProvinciaal blad 2020, 3587Overige besluiten van algemene strekking



Nadere subsidieregels Maatschappelijke Organisaties 2021-2024

Gedeputeerde Staten van Limburg

 

maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 2 juni 2020 hebben vastgesteld:

NADERE SUBSIDIEREGELS MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES 2021-2024

 

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Basisactiviteiten: activiteiten die gericht zijn op het kernbeleid van een organisatie en op versterking van de doelstelling van deze organisatie en/of activiteiten die voortvloeien uit de concrete vraag van de doelgroep. Ook langlopende activiteiten, die al hun inbedding hebben gevonden in het kernbeleid van de organisatie kunnen aangemerkt worden als basisactiviteiten.

  • 2.

    Erkende maatschappelijke organisatie: een maatschappelijke organisatie die door Provinciale Staten van Limburg als maatschappelijke organisatie van provinciaal belang is erkend voor de periode 2021-2024.

  • 3.

    Kwetsbare positie: positie waarin mensen verkeren die (tijdelijk) niet zelfredzaam zijn en onvoldoende in staat zijn de regie over hun eigen leven te voeren.

  • 4.

    Project: een activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten, die afgebakend is/zijn in de tijd en is/zijn gericht op (een) specifiek(e) eindresulta(a)t(en), niet zijnde basisactiviteiten.

  • 5.

    Uitvoeringskader Sociale Agenda: het Uitvoeringskader Sociale Agenda, zoals vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg op 7 februari 2020: https://www.limburg.nl/onderwerpen/gezondheid/sociale-agenda/.

Artikel 2 Doel van de regeling

Het beter in positie brengen van de erkende maatschappelijke organisaties om aan te sluiten bij het provinciale beleid zoals o.a. geformuleerd in het Uitvoeringskader Sociale Agenda en het daaronder vallend Kader maatschappelijke organisaties. Binnen een brede samenwerking fungeren de erkende maatschappelijke organisaties als een belangrijke schakel om de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van inwoners van de Nederlandse provincie Limburg die in een kwetsbare positie verkeren te vergroten en hun participatie in de samenleving te versterken.

Artikel 3 Aanvrager

Voor subsidie kunnen uitsluitend de erkende maatschappelijke organisaties in Limburg in aanmerking komen.

Hoofdstuk 2 Criteria

Artikel 4 Algemene subsidiecriteria

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, gelden de volgende algemene criteria:

  • 1.

    De erkende maatschappelijke organisatie verricht basisactiviteiten.

  • 2.

    De erkende maatschappelijke organisatie voert naast de basisactiviteiten, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, minimaal één project uit dat voldoet of meerdere projecten uit die voldoen aan de criteria zoals gesteld in artikel 5 van deze regeling.

  • 3.

    De in te zetten middelen staan in redelijke verhouding tot de aard en omvang van de resultaten van de activiteiten.

  • 4.

    De erkende maatschappelijke organisatie beschikt over voldoende draagkracht om haar ambities waar te maken en bevordert actieve deelname van vrijwilligers in de uitvoering van de activiteiten en functies binnen de organisatie.

Artikel 5 Specifieke subsidiecriteria projecten

  • 1.

    Het project dient aan te sluiten bij het provinciale beleid (zie: www.limburg.nl) in het bijzonder het Uitvoeringskader Sociale Agenda en het daaronder vallend Kader maatschappelijke organisaties en de Beleidsbrief Integratie en dient:

    • ondersteuning te bieden aan mensen in een kwetsbare positie om hen naar vermogen mee te laten doen in de samenleving;

    • vanuit het gedachtegoed van positieve gezondheid bij te dragen aan participatie van deze mensen aan de samenleving met het vergroten van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid als gevolg;

  • 2.

    Het project draagt bij aan het verbreden en verbinden van de doelgroep(en) van de erkende maatschappelijke organisatie.

  • 3.

    Het project stimuleert het nemen van eigen verantwoordelijkheid van de doelgroep(en) van de erkende maatschappelijke organisatie;

  • 4.

    Binnen het project vindt brede samenwerking met andere erkende maatschappelijke organisaties en andere relevante actoren plaats. Er wordt inzichtelijk gemaakt op welke manier de samenwerking wordt gerealiseerd en hoe de bestaande expertise vanuit één of meerdere andere (erkende) maatschappelijke organisatie wordt ingezet bij de uitvoering van het project.

  • 5.

    Het project heeft maatschappelijke impact en levert het concrete resultaat dat vooraf in het werkplan duidelijk is geformuleerd.

  • 6.

    Het project dient zowel organisatorisch als financieel haalbaar te zijn.

  • 7.

    De maximale duur van een project dient overeen te komen met de looptijd van deze regeling, namelijk tot uiterlijk eind 2024.

Artikel 6 Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1.

    De erkende maatschappelijke organisatie dient elk jaar vóór 1 oktober een werkplan met gespecificeerde begroting voor het daarop volgende jaar in, waarin:

    • een onderscheid wordt gemaakt tussen de basisactiviteiten (het exploitatiedeel) en het project(en)deel;

    • de haalbaarheid van het (de) project(en) inzichtelijk is gemaakt, zowel organisatorisch als financieel;

    • dient te worden onderbouwd dat de in te zetten middelen in redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de resultaten van de activiteiten;

    • wordt gemotiveerd dat de organisatie beschikt over voldoende draagkracht om haar ambities waar te maken en dat de organisatie actieve deelname van vrijwilligers in de uitvoering van activiteiten en functies binnen de organisatie bevordert.

  • 2.

    Naar aanleiding van de overgelegde stukken zoals gesteld in het eerste lid van dit artikel en/of de overgelegde jaarrekening zoals gesteld in artikel 7, eerste lid, van deze regeling kunnen Gedeputeerde Staten de subsidieverlening zoals gesteld in artikel 9, eerste lid, van deze regeling ten nadele van de erkende maatschappelijke organisatie wijzigen.

  • 3.

    De erkende maatschappelijke organisatie evalueert voortdurend haar ontwikkeling ten aanzien van verbetervoorstellen geformuleerd door de onafhankelijke Adviescommissie maatschappelijke organisaties.

Artikel 7 Monitoring

  • 1.

    De erkende maatschappelijke organisatie dient elk jaar vóór 1 juli een jaarverslag en jaarrekening over het voorafgaande jaar in. De voortgang ten aanzien van verbetervoorstellen gedaan door de onafhankelijke Adviescommissie maatschappelijke organisaties zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, van deze regeling, maakt daar onderdeel van uit.

  • 2.

    Met iedere afzonderlijke erkende maatschappelijke organisatie vindt minimaal één keer per jaar een (voortgangs)gesprek plaats, over onder andere de resultaten in het voorgaande jaar alsmede de tussentijdse resultaten van de activiteiten waarvoor de provinciale subsidie is verstrekt.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten kunnen naar aanleiding van de jaarrekening en/of de voortgangsgesprekken, waarvan de conclusies schriftelijk worden vastgelegd, de outputresultaten van één of meerdere projecten aanscherpen en/of de subsidie ten nadele van de erkende maatschappelijke organisatie wijzigen.

Artikel 8 Afwijzingsgronden

In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen indien:

  • a.

    de basisactiviteiten en het project/ de projecten niet aansluit(en) bij de doelstelling van deze Nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2 en van het Kader maatschappelijke organisaties;

  • b.

    de aanvraag niet is ingediend door een erkende maatschappelijke organisatie zoals gesteld in artikel 3;

  • c.

    niet wordt voldaan aan (één van) de criteria zoals gesteld in artikel 4 en 5;

  • d.

    de Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert dan wel financiert, en/of;

  • e.

    de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 10.

Hoofdstuk 3 Financiële aspecten

Artikel 9 Subsidiebedrag

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verlenen een jaarlijkse subsidie aan elke erkende maatschappelijke organisatie in beginsel voor ieder jaar in de periode 2021-2024.

  • 2.

    Het jaarlijkse subsidiebedrag voor een maatschappelijke organisatie bestaat uit:

    • a.

      een basisdeel (exploitatie), ten behoeve van de dekking van de kosten van de basisactiviteiten waaronder de overheadkosten;

    • b.

      een projectendeel voor het (de) project(en) dat (die) aansluit(en) bij de criteria, zoals opgenomen in artikel 4 en 5 van deze Nadere subsidieregels.

  • 3.

    De maximale hoogte van het jaarlijks subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het inhoudelijke werkplan voorzien van een gespecificeerde begroting voor het desbetreffende jaar.

  • 4.

    Bij de bepaling van het jaarlijks subsidiebedrag houden Gedeputeerde Staten tevens rekening met:

    • a.

      de mate waarin de activiteiten een bijdrage leveren aan de invulling van het provinciaal beleid;

    • b.

      de eigen (financiële) verantwoordelijkheid van de aanvrager;

    • c.

      de mate waarin de in te zetten middelen in redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de resultaten van de activiteiten;

    • d.

      de financiële reserves van de aanvrager die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten in redelijke verhouding dienen te staan met het gevraagde subsidiebedrag.

  • 5.

    Gedeputeerde Staten kunnen het subsidiebedrag jaarlijks indexeren.

  • 6.

    Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie ten nadele van de erkende maatschappelijke organisatie wijzigen.

Hoofdstuk 4 Aanvraagprocedure

Artikel 10 Indienen aanvraag

  • 1.

    De subsidieaanvraag binnen de periode 2021-2024 dient vóór 1 oktober voorafgaand aan het desbetreffende jaar rechtsgeldig ondertekend te worden ingediend.

  • 2.

    Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard (digitaal) aanvraagformulier dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies > actuele subsidieregelingen.

  • 3.

    Het standaard (digitaal) aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te worden en te zijn voorzien van de gegevens zoals genoemd in het vierde lid, van dit artikel en dient te worden verzonden naar het op het aanvraagformulier aangegeven adres (Gedeputeerde Staten van Limburg, Cluster Subsidies, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht), dan wel digitaal middels eHerkenning (aanvragen van organisaties) te worden ingediend. Een aanvraag per e-mail is niet mogelijk.

  • 4.

    De aanvraag dient te worden voorzien van een werkplan met gespecificeerde begroting dat betrekking heeft op het betreffende jaar, waarin:

    • een onderscheid wordt gemaakt tussen het exploitatiedeel en het projectendeel;

    • inzichtelijk is gemaakt welke pogingen zijn ondernomen om andere inkomsten dan een provinciale subsidie te verwerven;

    • de haalbaarheid van de projecten inzichtelijk is gemaakt, zowel organisatorisch als financieel.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 11 Hardheidsclausule

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.

Artikel 12 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel

  • 1.

    Deze Nadere subsidieregels treden in werking de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.

  • 2.

    Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en op subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Maatschappelijke Organisaties 2021-2024”.

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 2 juni 2020

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris,

de heer drs. G.H.E. Derks MPA