Provinciaal blad van Zeeland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZeelandProvinciaal blad 2020, 1938Verordeningen



Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2013

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 31 maart 2020, kenmerk 20010191, houdende wijziging van hoofdstuk 19 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2013.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • overwegende dat voor verstrekking van subsidie ten behoeve van het aanleggen van groene daken bijzondere bepalingen in hoofdstuk 19 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2013 zijn opgenomen;

  • overwegende dat in deze bijzondere bepalingen naar aanleiding van een evaluatie wijzigingen worden aangebracht om knelpunten in de uitvoering op te lossen en gewenste beleidswijzigingen te implementeren;

  • gelet op artikel 8 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2013;

besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2013:

 

Artikel I

 

Hoofdstuk 19 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2013 komt te luiden:

 

Hoofdstuk 19 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie ten behoeve van het aanleggen van groene daken

Artikel 19.1  

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijfspand: een gebouw waarin één of meerdere bedrijven kantoor houden dan wel dat bestemd is om daarin een bedrijf uit te oefenen, in eigendom van een particulier, met een individueel adres en eigen nutsaansluiting en waaronder tevens begrepen een garage gelegen op hetzelfde perceel;

  • b.

    eigenaar: eigenaar van een woning of pand, dan wel opstaller, erfpachter of vruchtgebruiker ervan;

  • c.

    gecertificeerd bedrijf: een bedrijf gecertificeerd met het ‘Groenkeur keurmerk’, verschaft door Stichting Groenkeur, of een bedrijf dat een persoon in dienst heeft met het persoonsgebonden certificaat ‘Dak- & Gevel Basismedewerker’ dan wel het persoonsgebonden certificaat ‘Dak & Gevel Gevorderde’;

  • d.

    groen dak: een plat of hellend dak van een woning of pand met begroeiing, die kan bestaan uit struiken, bomen, vetplanten zoals vetkruid (sedum), kruiden, mos of gras)

  • e.

    particuliere woning: een pand in eigendom van een particulier, met een individueel adres en eigen nutsaansluiting, bedoeld en geschikt om in te wonen, waarop de planologische bestemming Wonen rust, waaronder tevens begrepen een garage gelegen op hetzelfde perceel en niet zijnde een appartementencomplex;

  • f.

    VvE: een bij de Kamer van Koophandel geregistreerde vereniging van eigenaars van de appartementsrechten van de woningen die tot een appartementencomplex behoren.

Artikel 19.2  

Subsidie kan worden verleend voor het aanleggen van een groen dak op een particuliere woning, een bedrijfspand of een appartementencomplex.

 

Artikel 19.3  

  • 1.

    Subsidie wordt slechts verstrekt aan de eigenaar van de particuliere woning of het bedrijfspand dan wel aan de VvE van het appartementencomplex waarop het groene dak wordt aangelegd.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.2.1, eerste lid, kan subsidie worden verstrekt aan een natuurlijke persoon.

  • 3.

    In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel a, wordt subsidie niet verstrekt indien op het moment van ontvangst van de aanvraag voor de subsidie met de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd, is gestart.

  • 4.

    Artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel c, is voor een subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak niet van toepassing.

Artikel 19.4  

Voor een aanvraag van subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak gelden de volgende vereisten:

  • a.

    subsidie wordt slechts eenmaal per adres of per appartementencomplex verstrekt;

  • b.

    alleen bestaande woningen, bedrijfspanden en appartementencomplexen komen in aanmerking voor subsidie;

  • c.

    de woning, het bedrijfspand of het appartementencomplex waarop het groene dak wordt aangelegd, is gelegen binnen de bebouwde kom;

  • d.

    de waterbergingscapaciteit van het groene dak is minimaal 20 l/m²;

  • e.

    het groene dak bevat minimaal een wortelwerende laag, een drainagelaag, een substraatlaag en een vegetatielaag;

  • f.

    de oppervlakte van het groene dak is minimaal 10 m²;

  • g.

    de hellingshoek van het groene dak is maximaal 35;

  • h.

    het groene dak wordt aangelegd door een gecertificeerd bedrijf.

Artikel 19.5  

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 25,- per m² aan te leggen groen dak.

  • 2.

    De subsidie voor het aanleggen van een groen dak bedraagt maximaal vijftig procent van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000,-.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.3.1, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      de kosten van advisering ten behoeve van het aanleggen van een groen dak;

    • b.

      de kosten voor het onderhouden van een groen dak;

    • c.

      de kosten voor de sloop en afvoer van een bestaand dak.

Artikel 19.6  

In aanvulling op artikel 1.4.2, eerste lid, bevat de aanvraag voor een subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak:

  • a.

    een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘subsidie groene daken’;

  • b.

    de ondertekende offerte van een gecertificeerd bedrijf dat het groene dak gaat aanleggen waar in ieder geval het volgende in is opgenomen:

    • de waterbergingscapaciteit van het groene dak;

    • de lagen van het aan te leggen groene dak;

    • de oppervlakte van het groene dak;

    • de hellingshoek van het groene dak.

Artikel 19.7  

  • 1.

    Een subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak kan uitsluitend worden verstrekt als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een openstellingsperiode voor de indiening van de aanvraag voor subsidie.

  • 2.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen;

  • 3.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van ontvangst;

  • 4.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats op basis van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag, waarbij een lager aangevraagd subsidiebedrag voorgaat op een hoger aangevraagd subsidiebedrag;

  • 5.

    Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen bepaald door middel van loting.

Artikel 19.8  

Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1.6 heeft de subsidieontvanger de verplichting om het project binnen zes maanden na verlening van de subsidie te realiseren.

 

Artikel II

 

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 31 maart 2020.

Drs. J.M.M. Polman, voorzitter

A.W. Smit, secretaris

Uitgegeven 2 april 2020

De secretaris, A.W. Smit