Provinciaal blad van Zuid-Holland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Zuid-HollandProvinciaal blad 2019, 8496Verordeningen



Verordening van Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland houdende regels omtrent de grondwaterheffing (Grondwaterheffingsverordening Zuid-Holland 2020)

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

 

Gelet op de artikelen 7.7 van de Waterwet en 2020 van de Provinciewet

 

vast te stellen de Grondwaterheffingsverordening Zuid-Holland 2020

 

Grondwaterheffingsverordening Zuid-Holland 2020

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

 

  • Belastingjaar: kalenderjaar;

  • Een maand: kalendermaand;

  • Een dag: een etmaal;

  • Heffingstijdvak: de onder a. tot en met c. Genoemde perioden;

  • Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;

  • Grondwaterregister: grondwaterregister zoals bedoeld in artikel 7.7 eerste lid, onder c van de Waterwet en artikel 11.3 van de omgevingsverordening Zuid-Holland;

  • Infiltreren van water: water in een bodem brengen, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater

  • Onttrekken van grondwater: onttrekken van grondwater door middel van een inrichting of werk, bestemd tot het onttrekken van grondwater;

  • Retourneren van water: het terugbrengen van onttrokken grondwater in hetzelfde bodempakket als waaruit het onttrokken is, ter voorkoming van negatieve gevolgen van het onttrekken van grondwater, indien en voor zover het bevoegd gezag dit voorschrijft.

Artikel 2 . Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘grondwaterheffing’ wordt bij wijze van provinciale belasting een heffing ingesteld op het onttrekken van grondwater als bedoeld in artikel 7.7 van de Waterwet.

  • 2.

    De heffing geschiedt naar de onttrokken hoeveelheid grondwater per belastingjaar en wordt gemeten in kubieke meters.

  • 3.

    In aanvulling op het voorgaande lid wordt, indien grondwater wordt geïnfiltreerd of water wordt geretourneerd, een derde van het aantal geïnfiltreerde of geretourneerde kubieke meters water in mindering gebracht op het aantal kubieke meters onttrokken grondwater.

Artikel 3. Belastingplichtige

Grondwaterheffing wordt geheven van de houder van de inrichting of het werk.

  • 1.

    indien het daartoe krachtens de Waterwet of de Waterschapswet bevoegde gezag een vergunning heeft verleend voor de onttrekking van het grondwater: degene aan wie de vergunning is verleend.

  • 2.

    indien ter zake van de onttrekking van het grondwater de krachtens de Waterwet of de Waterschapswet voorgeschreven melding is gedaan: degene die deze melding heeft gedaan.

  • 3.

    in overige gevallen: degene ten behoeve van wie de onttrekking plaatsvindt.

Artikel 4 Belastingtijdvak

  • 1.

    Het belastingtijdvak loopt van 1 januari tot en met 31 december.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 5. Maatstaf van heffing en tarief

Het tarief van de grondwaterheffing bedraagt € 0,005 per kubieke meter onttrokken grondwater, zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 2, tweede en derde lid van deze verordening, met inachtneming van de vrijstelling overeenkomstig artikel 3 van deze verordening.

Artikel 6 Wijze van Heffing

Belastingen worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke of digitale kennisgeving aan de belastingplichtige.

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van de grondwaterheffing wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 8 Vrijstelling

Vrijgesteld van heffing zijn:

  • 1.

    Onttrekkingen die zijn vrijgesteld van heffing, zoals gesteld in artikel 7.1 van het Waterbesluit;

  • 2.

    Onttrekkingen welke een hoeveelheid hebben van minder dan 12.000 kubieke meter per jaar;

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de belastingen worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de gedagtekende schriftelijke of digitale kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Nadere regels door het college van Gedeputeerde Staten

Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en de invordering van belastingen.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 12 Overgangsrecht

  • 1.

    Paragraaf 7.2 Grondwaterheffingen van de Omgevingsverordening Zuid-Holland blijft van toepassing op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2020 hebben voorgedaan

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, eerste lid opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten.

Artikel 13 Vervallen paragraaf grondwaterheffingen van de Omgevingsverordening Zuid-Holland

Paragraaf 7.2 Grondwaterheffingen van de Omgevingsverordening Zuid-Holland vervalt.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Grondwaterheffingsverordening Zuid-Holland 2020

 

Den Haag, 18 december 2019

Provinciale Staten van Zuid-Holland

griffier,

drs. E.W.K. Meurs

voorzitter,

drs. J. Smit