Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 3 december 2019, nr. 82001F2D, tot wijziging van Uitvoeringsverordening Subsidie Recreatie en Toerisme 2016-2019 Provincie Utrecht

Gedeputeerde staten van Utrecht;

 

Gelet op de titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 4, 6 en 32 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Uitvoeringsverordening Subsidie Recreatie en Toerisme 2016-2019 Provincie Utrecht te wijzigen om subsidies voor Recreatie en Toerisme te kunnen blijven verstrekken;

Besluiten:

Artikel I

De Uitvoeringsverordening Subsidie Recreatie en Toerisme 2016-2019 Provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

Artikel 1 komt als volgt te luiden:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Agenda Recreatie en Toerisme: Agenda Recreatie en Toerisme 2016–2019 provincie Utrecht (besluit van Provinciale Staten van 31 oktober 2016);

  • b.

    Asv: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht;

  • c.

    Bovenlokaal: gemeentelijk niveau overstijgend;

  • d.

    LAW-routes: Lange-Afstand-Wandelroutes. De LAW’s vormen een landelijk dekkend routenetwerk;

  • e.

    LF-routes: Landelijke Fietsroutes. De LF’s vormen een landelijk dekkend routenetwerk;

  • f.

    Icoonroutes: een gethematiseerde, interprovinciale route met hoge service en kwaliteit voor de vakantiefietser;

  • g.

    Vaarroutes: routes die onderdeel zijn van het recreatie toervaartnet;

  • h.

    Recreatief Hoofd(route)netwerk (RHN): een samenhangend geheel van (boven)regionale routes voor wandelen, fietsen en varen, met als toegangspunten de toeristische overstappunten (TOP’s);

  • i.

    Routebureau Utrecht: in 2016 opgerichte samenwerking tussen gemeenten, recreatieschappen en provincie Utrecht.

B

 

Artikel 2, tweede lid komt als volgt te luiden:

 

  • 2.

    Ten aanzien van innovatief toeristisch ondernemerschap in de provincie Utrecht: subsidie wordt slechts verstrekt als aan de volgende criteria wordt voldaan:

    • a.

      Het project kent een samenwerking met meerdere partners; en

    • b.

      Het project heeft een aantoonbaar bovenlokaal belang; en

    • c.

      Het project voldoet aan minimaal één van de volgende criteria:

      • 1.

        Het project verbetert de kennis- en data infrastructuur over bezoekers in de provincie en/of;

      • 2.

        Het project bevordert de uitwisseling van vakkennis over toerisme in de provincie Utrecht en/of;

      • 3.

        Het project versterkt de vindbaarheid of kwaliteit van digitale consumenteninformatie met bovenlokale relevantie in de U-base door het koppelen of verbeteren van datasets of het ontwikkelen van nieuwe frontend toepassingen gekoppeld aan de U-base en/of;

      • 4.

        Het project levert een vernieuwd of nieuw vrijetijdsproduct op dat aantoonbaar aantrekkelijk is voor bezoekers uit het buitenland, de kwaliteit en verscheidenheid van het vrijetijdsaanbod in de provincie Utrecht versterkt, aantoonbaar bijdraagt aan de positionering en profilering van de desbetreffende stad of regio en bijdraagt aan de geografische spreiding van toeristen over de provincie Utrecht.

C

 

Artikel 2, derde lid komt als volgt te luiden:

 

  • 3.

    Ten aanzien van het versterken en in stand houden van landelijke routenetwerken in de provincie Utrecht. Een subsidie wordt slechts verstrekt als aan elk van de volgende criteria wordt voldaan:

    • a.

      Het project richt zich op het hoofd(route)netwerk van LAW-routes, LF-routes, icoonroutes en/of vaarroutes, en kan zich daarbij ook richten op het vergroten van het veiligheidsbewustzijn van gebruikers van deze vaarroutes;

    • b.

      Het project, genoemd in artikel 2, derde lid onder a, komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie voor zover er geen overlap is met de activiteiten van het Routebureau Utrecht.

D

 

Artikel 5, tweede lid komt als volgt te luiden:

 

  • 2.

    Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 2 kunnen doorlopend worden ingediend maar uiterlijk voor 1 november in het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend.

E

 

Artikel 7 komt als volgt te luiden:

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid geldt:

    • a.

      de subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal het tekort op de begroting;

    • b.

      De subsidie bedraagt maximaal € 75.000,– per project;

    • c.

      Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet exploitatiekosten.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, geldt voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder C.4 dat de subsidie maximaal 30% van de totale begroting van het project bedraagt tot een maximum van € 40.000,-.

  • 3.

    Voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid geldt dat de subsidie maximaal 100% van de subsidiabele kosten bedraagt tot een maximum van € 35.000,– per jaar per organisatie.

F

 

Artikel 8 komt als volgt te luiden:

Artikel 8 Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 bedraagt jaarlijks maximaal € 500.000,-.

  • 2.

    De verdeling vindt plaats op volgorde van binnenkomst. Artikel 6 tweede lid van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht is niet van toepassing.

G

 

Artikel 9 komt als volgt te luiden:

Artikel 9 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 3 december 2019.

Gedeputeerde staten van Utrecht,

Voorzitter

Secretaris

Naar boven