Provinciaal blad van Limburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LimburgProvinciaal blad 2019, 718Verordeningen



Legesverordening Limburg 2019 met bijbehorende tarieventabel 2019

Herplaatsing Provinciaal Blad van 22 november 2018, nummer 8639.

 

Provinciale Staten van Limburg

 

Gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten van 18 september 2018 met nummer 2018/73567

 

Gelet op artikel 105, eerste lid, juncto artikel 143, eerste lid Provinciewet

BESLUITEN

 

Vast te stellen de volgende verordening

 

LEGESVERORDENING LIMBURG 2019 MET BIJBEHORENDE TARIEVENTABEL 2019

Artikel 1 Aard van de heffing en belastbaar feit

Onder de naam leges worden rechten geheven, als bedoeld in artikel 223, lid 1, sub b van de Provinciewet, ter zake van het door of vanwege de provincie verlenen van de diensten, bedoeld in deze verordening en in de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 2 Belastingplicht

De leges worden geheven van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de dienst wordt aangevraagd.

Artikel 3 Tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tabel genoemde eenheid als een volle eenheid gerekend.

Artikel 4 Wijze van heffing

De heffing van leges geschiedt door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

Artikel 5 Tijdstip van betaling

De leges moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 4:

  • a.

    mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

  • b.

    schriftelijk wordt gedaan: op het moment van het uitreiken van de kennisgeving;

  • c.

    wordt toegezonden: binnen 2 weken na de dagtekening van de kennisgeving.

Artikel 6 Teruggaaf

  • 1.

    Indien een vergunning, ontheffing enz., als bedoeld in de tarieventabel, wordt geweigerd, vindt restitutie plaats van 75% van de geheven leges, met dien verstande dat:

    • a.

      een minimumbedrag van € 12,- niet wordt gerestitueerd;

    • b.

      geen restitutie plaats vindt van leges, indien een bij de desbetreffende dienstverlening behorend tarief € 12,- of minder bedraagt;

    • c.

      indien het een weigering betreft van een ontgrondingsvergunning of een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, restitutie plaats vindt van 50% van de leges.

  • 2.

    Indien de aanvraag van een vergunning, ontheffing, enz. als bedoeld in de tarieventabel, wordt ingetrokken alvorens daarop is beschikt, vindt

    • a.

      indien het verzoek tot intrekking is gedaan binnen zes maanden na datum van het in behandeling nemen van de aanvraagrestitutie restitutie plaats van 50% van de geheven leges.

    • b.

      indien het verzoek tot intrekking is gedaan zes maanden na datum van het in behandeling nemen van de aanvraag, restitutie plaats van 25% van de geheven leges.

    • c.

      indien het een aanvraag om een ontgrondingsvergunning of een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen betreft en indien het verzoek tot intrekking is gedaan voordat er een ontwerpbesluit is genomen, restitutie plaats van 70% van de leges.

    • d.

      indien het een aanvraag om een ontgrondingsvergunning of een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen betreft en indien het verzoek tot intrekking is gedaan nadat er een ontwerpbesluit is genomen, doch voordat er een definitief besluit is genomen, restitutie plaats van 60% van de leges.

    • e.

      Indien het een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen betreft die de reguliere procedure volgt en indien het verzoek tot intrekking is gedaan voordat er een besluit is genomen, restitutie plaats van 60% van de leges.

    Het in het eerste lid van dit artikel onder a en b bepaalde is eveneens van toepassing.

    Indien de teruggaaf betrekking heeft op de activiteit bouwen vindt alleen restitutie plaats van het op grond van artikel 2.3.1.bepaalde legesbedrag. Over de overige bedragen vindt geen restitutie plaats.

  • 3.

    Indien van een ontgrondingsvergunning of een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in het geheel nog geen gebruik is gemaakt en het besluit tot intrekking van die vergunning onherroepelijk is geworden, vindt op schriftelijk verzoek van de belanghebbende of diens rechtverkrijgende – mits gedaan binnen een jaar na datum van verlening van de vergunning – teruggaaf plaats van 50% van de geheven leges, met dien verstande, dat de leges, berekend volgens het algemene tarief, indien begonnen is met de uitvoering van de bouwwerkzaamheden, niet worden gerestitueerd.

    Het in het eerste lid van dit artikel onder a en b bepaalde is eveneens van toepassing.

  • 4.

    Indien het een aanvraag om een ontgrondingsvergunning, een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, Natura 2000 (artikel 2.3.11), de Wet natuurbescherming (artikel 2.4) of de waterwetvergunning en de aanvraag wordt op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht niet verder behandeld, vindt restitutie plaats van 80% van de geheven leges. Het in het eerste lid van dit artikel onder a en b bepaalde is eveneens van toepassing.

Artikel 7 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    stukken aangevraagd in het openbaar belang door of vanwege openbare besturen, met dien verstande dat dit slechts geldt voor stukken genoemd in de tarieventabel, onder 1.1 t/m 1.3, en dat aan dezelfde aanvrager niet meer dan één exemplaar van hetzelfde stuk wordt afgegeven.

  • b.

    de stukken, genoemd in de tarieventabel, onder 1.2.1, desgevraagd verstrekt aan politieke groeperingen, welke zijn ingeschreven krachtens artikel G2 van de Kieswet en waarvan het bij de laatst gehouden verkiezingen behaalde aantal stemmen niet lager is dan 75% van de kiesdeler, bedoeld in artikel P5 van die wet, voor ten hoogste vijf exemplaren.

  • c.

    de stukken, genoemd in de tarieventabel, onder 1.2.1, verstrekt aan organen van regionale, provinciale en landelijk werkende publiciteitsmedia, voor ten hoogste één exemplaar.

  • d.

    aanvragen in het kader van de Wet natuurbescherming betrekking hebbende op evenementen en het beheer van een Natura 2000-gebied.

Artikel 8 Grens kennisgeving

  • 1.

    Heffing blijft achterwege indien het verschuldigde bedrag per belastingplichtige een bedrag van € 5,- niet te boven gaat.

  • 2.

    Het bepaalde onder lid 1 geldt niet voor de te heffen leges, genoemd in de tarieventabel, onder 1.1.1, 1.1.2 en 1.2.1.

Artikel 9 Vermindering

Een onjuiste kennisgeving kan door de in artikel 227a, lid 2, sub b van de Provinciewet bedoelde provincieambtenaar ambtshalve worden verminderd.

Artikel 10 Overgangsrecht

  • 1.

    De Legesverordening 2018, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 14 december 2017 (Provinciaal Blad 2017, nummer 5929) wordt ingetrokken met dien verstande zij van kracht blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, tweede lid, opgenomen datum van ingang van heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgende op die van uitgifte van het Provinciaal Blad, waarin de verordening wordt afgekondigd.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 3.

    De genoemde UAV 2012 normen zoals opgenomen in het hoofdstuk Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden bekendgemaakt door terinzagelegging in het provinciehuis van de provincie Limburg.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: “Legesverordening Limburg 2019"

 

Maastricht, 9 november 2018

Provinciale Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer drs. Th.J.F.M. Bovens

de griffier,

mevrouw drs. J.J. Braam

De secretaris van Gedeputeerde Staten van Limburg,

de heer drs. G.H.E. Derks MPA

Tarieventabel voor het jaar 2019 behorende bij en deel uitmakende van de Legesverordening Limburg 2019

 

 

 

 

Tarief in €

1

 

Reproductie (algemeen)

 

 

 

 

 

1.1

 

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

 

1.1.1

 

een gewaarmerkt afschrift van een bij een provinciaal bestuursorgaan berustend document, al dan niet op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur

 

 

a.

voor de eerste pagina, A4-formaat

2,45

 

b.

voor elke volgende pagina, A4-formaat

0,70

 

 

 

 

1.1.2

 

een reproductie (daaronder begrepen drukwerk) van een bij een provinciaal bestuursorgaan berustend document, al dan niet op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur, of van enig ander schriftelijk stuk

 

 

a.

voor minder dan 100 kopieën: gratis

 

 

b.

voor 100 of meer kopieën, per kopie (te rekenen vanaf de eerste kopie)

0,35

 

c.

voor elke reproductie van een ander formaat dan A4, bedragen de kosten een veelvoud van de kosten per A4-formaat

 

 

d.

voor lichtdrukmateriaal (kaarten en tekeningen), per afdruk (alle formaten)

10,95

 

 

 

 

1.2

 

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

 

1.2.1

 

verslagen, rapporten, studies e.d. inclusief bijbehorend kaartmateriaal, indien voorradig en voor zover niet elders genoemd op basis van de werkelijke kostprijs met een opslag van 30%

 

 

 

 

 

1.3

 

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

 

1.3.1

 

de onder 1.1.2 en 1.2.1 bedoelde informatie in digitale vorm, indien aanwezig en zonder nadere bewerking op cd-rom

24,55

 

 

 

 

1.4

 

Boven de voorgenoemde en hierna te noemen tarieven worden ook de kosten van verzending van de onderwerpelijke stukken, overeenkomstig de officiële posttarieven, in rekening gebracht, indien de bescheiden op verzoek worden toegezonden.

 

 

 

 

 

2

 

Vergunningen, ontheffingen e.d. op grond van provinciale en wettelijke voorschriften

 

 

 

 

 

 

 

ONTGRONDINGENWET

 

 

 

 

 

2.1

 

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

2.1.1

 

een vergunning, of een verlenging daarvan, op grond van de Ontgrondingenwet:

 

 

a.

een algemeen tarief per vergunningsbesluit

121,50

 

b.

daarenboven, afhankelijk van de hoeveelheid te ontgronden vaste stoffen1:

 

 

 

van 1 tot 10.000 m3

493,45

 

 

van 10.000 tot 25.000 m3

2.202,65

 

 

van 25.000 tot 50.000 m3

4.504,15

 

 

van 50.000 tot 75.000 m3

9.471,50

 

 

van 75.000 tot 150.000 m3

18.962,75

 

 

van 150.000 tot 250.000 m3

28.666,50

 

 

van 250.000 tot 1.000.000 m3

33.961,95

 

 

van 1.000.000 tot 5.000.000 m3

83.935,95

 

 

van 5.000.000 tot 10.000.000 m3

168.634,05

 

 

van 10.000.000 tot 25.000.000 m3

422.299,70

 

 

van 25.000.000 tot 50.000.000 m3

845.533,05

 

 

50.000.000 m3 of meer

1.691.742,60

2.1.2

 

 

een wijziging van een vergunning op grond van de Ontgrondingenwet:

 

 

 

indien als gevolg van de wijziging de hoeveelheid te ontgronden vaste stoffen niet toeneemt, wordt afhankelijk van de hoeveelheid nog resterende te ontgronden vaste stoffen het volgende tarief in rekening gebracht:

 

 

 

van 1 tot 10.000 m3

230,95

 

 

van 10.000 tot 25.000 m3

866,00

 

 

van 25.000 tot 150.000 m3

1.731,80

 

 

150.000 m3 of meer

6.255,40

 

 

Indien als gevolg van de wijziging de hoeveelheid te ontgronden vaste stoffen toeneemt, wordt over de extra hoeveelheid te ontgronden vaste stoffen het in artikel 2.1.1 genoemde tarief in rekening gebracht.

 

2.1.3

 

een vergunning, verlenging of wijziging van een vergunning op grond van de Ontgrondingenwet waarbij geen uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt toegepast

740,10

 

 

 

 

 

 

WATERWET

 

 

 

 

 

2.2

 

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

2.2.1

 

een vergunning, zoals bedoeld in artikel 6.4 van de Waterwet of een wijziging van de jaarhoeveelheid en/of locatie en/of pakket van de onttrekking, met uitzondering van een wijziging van een vergunning inhoudende een vermindering van de vergunde hoeveelheid:

 

 

a.

afhankelijk van de (nieuwe) hoeveelheid te onttrekken grondwater per jaar:

 

 

 

Van 0 tot 50.000 m3

3.755,60

 

 

Van 50.000 tot 100.000 m3

5.633,35

 

 

Van 100.000 tot 200.000 m3

9.382,50

 

 

Van 200.000 tot 500.000 m3

11.260,40

 

 

Van 500.000 tot 1.500.000 m3

13.138,10

 

 

1.500.000 m3 of meer

14.914,05

 

b.

een wijziging van de vergunning en/of de voorschriften op aanvraag van de vergunninghouder dan wel diens rechtsopvolger, zoals bedoeld in artikel 6.22 van de Waterwet, van een vergunning als bedoeld onder a.

1.935,00

2.2.2

 

een vergunning voor het onttrekken en infiltreren van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem (ontwikkelen duurzame energie) tot 100.000 m3 per jaar of een wijziging van een dergelijke vergunning of vergunningsvoorschriften

1.448,85

 

 

 

 

 

 

WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT

 

 

 

 

 

 

 

Begripsbepalingen

 

 

 

Bouwkosten: de aannemingssom, exclusief omzetbelasting, als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567)2, voor het uitvoeren van werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft (exclusief omzetbelasting).

 

Ter bepaling van de legeskosten dient bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen een begroting te worden ingediend.

 

 

 

 

 

 

 

Omgevingsvergunning

 

2.3

 

Het tarief bedraagt ter zake van het in ontvangst nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het onder titel 2.3 bepaalde. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

 

 

 

 

2.3.1.1

 

Bouwactiviteiten

 

 

 

Voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wabo, bedraagt het tarief (met inbegrip van vooroverleg):

 

 

a.

indien de bouwkosten minder of gelijk zijn aan € 20.000

746,75

 

b.

indien de bouwkosten meer dan € 20.000 doch maximaal € 50.000 bedragen

1.886,70

 

c.

indien de bouwkosten meer dan € 50.000 doch maximaal € 100.000 bedragen

3.717,75

 

d.

€ 3.717,75 vermeerderd met 2,6% van de bouwkosten voor zover de bouwkosten meer bedragen dan € 100.000 doch niet hoger dan € 400.000

 

 

e.

€ 11.526,85 vermeerderd met 1,65% van de bouwkosten voor zover de bouwkosten meer bedragen dan € 400.000 doch niet hoger dan € 1.000.000

 

 

f.

€ 21.426,85 vermeerderd met 0,44% van de bouwkosten voor zover de bouwkosten meer bedragen

 

 

 

dan € 1.000.000 doch niet hoger dan € 5.000.000

 

 

g.

€ 39.026,85 vermeerderd met 0,09% van de bouwkosten voor zover de bouwkosten meer bedragen dan € 5.000.000.

 

2.3.1.2

 

Indien na een expliciete beoordeling op verzoek blijkt dat de aanvraag vergunningsvrij is betreft het tarief:

117,45

 

 

 

 

2.3.2.1

 

Welstandsadvies

 

 

 

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 bedraagt het tarief voor een welstandadvies:

 

 

a.

indien de bouwkosten minder of gelijk zijn aan € 20.000

222,40

 

b.

indien de bouwkosten meer dan € 20.000 doch maximaal € 55.000 bedragen

222,40

 

c.

indien de bouwkosten meer dan € 55.000 doch maximaal € 110.000 bedragen

222,40

 

d.

indien de bouwkosten meer dan € 110.000 doch maximaal € 440.000 bedragen

389,20

 

e.

indien de bouwkosten meer dan € 440.000 doch maximaal € 1.100.000 bedragen

389,20

 

f.

indien de bouwkosten meer dan € 1.100.000 doch maximaal € 5.500.000 bedragen

723,05

 

g.

indien de bouwkosten meer dan € 5.500.000 doch maximaal € 27.500.000 bedragen

723,05

 

h.

indien de bouwkosten meer dan € 27.500.000 bedragen

723,05

2.3.2.2

 

Indien zich tijdens de beoordeling van de aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan (onderdeel 2.3.1) en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is, zijn de tarieven zoals opgenomen in onderdeel 2.3.2.1 overeenkomstig van toepassing.

 

 

 

 

 

2.3.3

 

Beoordeling bodemrapport

 

 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

 

a.

Voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

578,60

 

b.

Voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

578,60

 

 

 

 

2.3.4

 

Beoordeling aanvullende gegevens

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag tot het verstrekken van een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo al in behandeling is genomen

247,25

 

 

 

 

2.3.5

 

Uitvoeren werk of werkzaamheden

 

 

 

Het tarief bedraagt voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald

752,30

 

 

 

 

2.3.6

 

Planologisch strijdig waarbij al dan niet tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

 

 

Het tarief bedraagt voor een activiteit waarbij sprake is van planologisch afwijkend gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

 

 

a.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking)

352,35

 

b.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking)

352,35

 

c.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking)

3.251,35

 

d.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan)

352,35

 

e.

Indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving)

587,25

 

f.

Indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale wetgeving)

352,35

 

g.

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit)

352,35

 

 

 

 

2.3.7

 

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

 

 

Het tarief bedraagt voor activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten:

 

 

a.

indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht

293,70

 

b.

indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo voor het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht

293,70

 

c.

indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, 1° en 2°, van de Wabo voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een krachtens provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument, of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken daarvan op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht

293,70

 

d.

indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo voor het slopen van een bouwwerk dat krachtens provinciale of gemeentelijke verordening is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht

293,70

 

 

 

 

2.3.8

 

Sloopactiviteiten

 

 

 

Het tarief bedraagt:

 

 

a.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een sloopactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo voor het slopen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend indien het gaat om vrijkomend puin met een inhoud tot 100 m3

234,85

 

b.

gelijk of hoger dan 100 m3

587,25

 

c.

indien bij de aanvraag sprake is van een bouwwerk waarin asbest of een asbesthoudend product aanwezig is wordt het tarief verhoogd met een bedrag van

234,85

 

 

 

 

2.3.9

 

Aanleggen of verandering brengen in een weg

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder d, van de Wabo in samenhang met de provinciale verordening/reglement of de APV van de gemeente voor het aanleggen of brengen van verandering in de wijze van aanleg van een weg, voor zover daarvoor tevens een verbod geldt als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo

293,70

 

 

 

 

2.3.10

 

Uitweg/inrit

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder e, van de Wabo in samenhang met de provinciale verordening of de APV van de gemeente voor het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg

117,45

 

 

 

 

2.3.11

 

Handelingen in of nabij Natura 2000-gebieden/gevolgen voor habitats en soorten

 

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, Wabo voor het realiseren van een project of het verrichten van een andere handeling als bedoeld in artikel 2.2aa, onder a, Besluit omgevingsrecht, indien de aanvraag betrekking heeft op:

 

 

 

a.

Landbouw en overige

2.598,85

 

 

b.

Industrie

12.909,50

 

 

c.

Infrastructuur

19.356,40

 

 

 

 

 

2.3.12

 

Andere activiteiten

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in:

 

 

a.

artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo voor het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij AMvB aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving

117,45

 

b.

artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo voor het verrichten van een activiteit die geheel of gedeeltelijk bestaat uit andere activiteiten en die behoren tot een bij provinciale, gemeentelijke of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving

117,45

 

 

 

 

2.3.13

 

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief voor elke fase het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven voor de activiteiten waarop de fase betrekking heeft.

 

 

 

 

 

2.3.14

 

Wijziging omgevingsvergunning als gevolg wijziging project

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project

247,25

 

 

 

 

 

 

Wet natuurbescherming

 

2.4

 

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van

 

 

 

Een aanvraag tot het verstrekken van:

 

2.4.1

 

een vergunning, voor het realiseren van projecten of het verrichten van andere handelingen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, Wet naturbescherming indien de aanvraag betrekking heeft op:

 

 

a.

Landbouw en overige

2.598,85

 

b.

Industrie

12.909,50

 

c.

Infrastructuur

19.356,40

 

 

 

 

3

 

Overige diensten

 

 

 

 

 

3.1

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking, voor zover niet afzonderlijk genoemd

247,25

 

Deze tarieventabel 2019 behoort bij en maakt deel uit van de Legesverordening Limburg 2019.