Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 8 oktober 2019, PZH-2019-706804328 (DOS-2018-0006156) tot wijziging van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Zuid-Holland voor beheerjaar 2020

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het wenselijk is om technische wijzigingen door te voeren de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Zuid-Holland 2016 in verband met wijzigingen in de landelijke modelsubsidieregeling voor natuur- en landschapsbeheer;

 

Besluiten:

Artikel I

De Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Zuid-Holland 2016 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdelen h. tot en met dd. worden geletterd tot de onderdelen i. tot en met ee..

  • 2.

    Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • h. grote onderneming: onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal van 43 miljoen EUR overschrijdt, zoals bepaald in artikel 2, bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014;

  • 3.

    Onderdeel i. komt te luiden:

  • i. knooppuntennetwerk: bij de Stichting Landelijk Fietsplatform of Stichting Wandelnet geregistreerd routenetwerk voor fietsen of wandelen bestaande uit genummerde knooppunten en bewegwijzering tussen de knooppunten;

  • 4.

    Onderdeel o. komt te luiden:

  • o. landelijke wandelroutes: bij de Stichting Wandelnet geregistreerde Lange-Afstand-Wandelpaden en Streekpaden als onderdeel van een landelijk wandelroutenetwerk;

  • 5.

    Onderdeel u. komt te luiden:

  • u. natuurbeheerplan: een plan als bedoeld in artikel 1.3 waarin de overeengekomen doelen op het gebied van natuur- en landschapsbeheer en agrarisch natuur- en landschapsbeheer zijn vastgelegd;

B.

Artikel 1.4, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Gedeputeerde Staten besluiten op basis van het Programma van Eisen voor natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer als bedoeld in de Uitvoeringsregeling Stichting Certificering SNL op een aanvraag om afgifte van de volgende certificaten:

    • a.

      natuurbeheer;

    • b.

      samenwerkingsverband natuurbeheer;

    • c.

      collectief agrarisch natuurbeheer.

C.

Aan artikel 2.2, eerste lid, wordt na onderdeel d een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e.

    Staatsbosbeheer voor zover dat is belast met het beheer van natuurterreinen die in rijksbezit zijn en vóór 15 augustus 2009 reeds feitelijk in het beheer van Staatsbosbeheer waren.

D.

Na artikel 2.4 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 2.4a (EU richtsnoeren voor staatssteun)

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen niet worden ingediend na 1 oktober 2021.

  • 2.

    Indien de aanvrager een grote onderneming is, dient de subsidieaanvraag vergezeld te gaan van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde van geen enkele overheidsinstantie steun toegekend krijgt.

E.

Artikel 2.6, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a.

    de activiteiten vinden plaats op een natuurterrein dat is aangemerkt als een onderdeel waarvoor subsidie kan worden aangevraagd in het natuurbeheerplan zoals geldend op het moment van indiening van de subsidieaanvraag;

F.

Artikel 2.11, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, heeft de subsidieontvanger die een toeslag ontvangt ten behoeve van het recreatief toegankelijk maken en houden van een natuurterrein als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder d, de volgende verplichtingen:

    • a.

      het natuurterrein is voldoende toegankelijk en bevat voldoende wegen, vaarwegen of paden, die recreatief gebruik mogelijk maken;

    • b.

      de wegen, vaarwegen of paden als bedoeld onder a, worden onderhouden;

    • c.

      de subsidieontvanger verleent medewerking aan de markering en beheer van routes voor wandelen en fietsen in het kader van de landelijke wandelroutes, landelijke fietsroutes en knooppuntennetwerken voor wandelen en fietsen.

G.

Na artikel 2.11 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 2.11a (geen toepassing chemische bestrijdingsmiddelen)

In aanvulling op artikel 2.11, eerste lid, wordt aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd om geen chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen op percelen waarvoor middels deze regeling subsidie wordt verstrekt.

 

H.

Artikel 2.12 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het derde lid wordt “bedoeld in het eerste lid” vervangen door: bedoeld in het tweede lid.

  • 2.

    Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen in de beschikking tot subsidieverlening afwijken van het betaalde in het tweede en vierde lid.

I.

Aan artikel 2.13 wordt na het vierde lid een lid toegevoegd, luidende:

  • 5.

    In afwijking van het derde lid blijven op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, ingediend door subsidieontvangers die op basis van het openstellingsbesluit 2018 gebruik hebben gemaakt van de ‘tarieven 2017 ten behoeve van herbeschikken’ als bedoeld in dat openstellingsbesluit, de hiervoor genoemde tarieven 2017 van toepassing.

J.

Artikel 3.4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel b. komt te luiden:

  • b. het project voldoet aan de beoordelingscriteria voor gebiedsaanvragen zoals die in het natuurbeheerplan, zoals geldend op het moment van indiening van de subsidieaanvraag, zijn opgenomen, inclusief de daarbij aangeduide kaarten;

  • 2.

    Onderdeel c. onder 2. komt te luiden:

  • 2. per leefgebied, of onderdeel van het leefgebied een projectomschrijving op het niveau van beheerfunctie, een en ander afhankelijk van het gekozen abstractieniveau voor de beoordelingscriteria voor gebiedscriteria in het natuurbeheerplan zoals geldend op het moment van indiening van de subsidieaanvraag;

K.

In artikel 3.8 vervalt onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot het derde en vierde lid, het derde lid.

 

L.

Artikel 3.11, eerste lid, onderdeel c, kom te luiden:

c. de gekozen beheeractiviteit of combinatie van beheeractiviteiten past bij de beheerfunctie zoals beschikt en het bijhorende leefgebied zoals aangewezen in het natuurbeheerplan dat geldt voor het beheerjaar waarop de gekozen beheeractiviteit of beheeractiviteiten zien;

 

M.

Na artikel 3.11 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 3.11a (geen toepassing chemische bestrijdingsmiddelen)

In aanvulling op artikel 3.11 wordt aan de subsidieontvanger van aanvragen die gedaan zijn na 1 januari 2020 de verplichting opgelegd om geen chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen op percelen waarvoor middels deze regeling subsidie wordt verstrekt.

 

N.

Artikel 3.13 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      De subsidieontvanger kan eenmaal per kalenderjaar in de aanvraagperiode een aanvraag indienen tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening met ingang van het volgend kalenderjaar, hierbij wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van het natuurbeheerplan dat geldt voor het beheerjaar waarvoor het wijzigingsverzoek is ingediend.

  • 2.

    In het tweede lid, onderdeel a, wordt “minimum en maximum oppervlakte” vervangen door: minimale en maximale oppervlakte.

  • 3.

    In het vijfde lid wordt “artikel 3.11” vervangen door: artikel 3.1.

O.

Artikel 3.14 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot het derde en vierde lid, vervalt het derde lid.

  • 2.

    In het derde lid wordt “het restant bedrag” vervangen door: het resterende bedrag.

  • 3.

    In het vierde lid wordt “het restant bedrag” vervangen door: het resterende bedrag.

P.

Bijlage 5 behorend bij de Subsidieregeling natuur-en landschapsbeheer Zuid-Holland 2016 wordt vervangen door bijlage 1 behorend bij dit besluit.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit is geplaatst en onderdeel I werkt terug tot en met 1 januari 2018 en onderdeel P werkt terug tot en met 1 januari 2018.

Den Haag, 8 oktober 2019

Drs. J. Smit, voorzitter

Drs. H.M.M. Koek, secretaris. 

Bijlage 1  

 

Meldingstermijnen als bedoeld in artikel 3.11, aanhef en onder d en n Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Zuid-Holland 2016 en overzicht kortingen als bedoeld in artikel 2.14, derde en vierde lid Beleidsregels verlagen subsidie POP

 

 

verplichting

Meldingstermijnen als bedoeld in artikel 3.11 aanhef en onder d en n SVNL’16.

 

 

 

Korting met 1% per werkdag op grond van artikel 2.14, derde lid Beleidsregels verlagen subsidie POP indien deze termijnen worden overschreden:

Jaarbetaling 0% als bedoeld in art. 2.14 , vierde lid Beleidsregels verlagen subsidie POP indien later wordt gemeld dan:

1

Opvoeren nieuwe activiteiten c.q. wijzigen van activiteiten (art 3.11.d)

Uiterlijk 14 kalenderdagen voor het starten van de activiteit

Daags vóór de start van de activiteit

 

 

 

 

 

periode verlengen(=verlengen rustperiode of inundatieperiode)

5 werkdagen voor de oorspronkelijke einddatum, waarbij de termijn tussen datum van wijzigen en de nieuwe einddatum ten minste 14 kalenderdagen bedraagt

Daags vóór de oorspronkelijke einddatum

 

 

 

 

 

periode verkorten (=verkorten of naar voren halen rustperiode of inundatieperiode)

14 kalenderdagen voor de nieuwe einddatum

Daags vóór de nieuwe einddatum

 

 

 

 

 

Opvoeren c.q. wijzigen startdatum (1)

5 werkdagen voor de (nieuwe) startdatum

Daags vóór de (nieuwe) startdatum

 

 

 

 

 

Opvoeren c.q. wijzigen ingangsdatum aanwezigheid gewasresten (activiteit 9) (2)

5 werkdagen vóór de (nieuwe) ingangsdatum aanwezigheid van de gewasresten

Daags vóór de (nieuwe) ingangsdatum aanwezigheid van de gewasresten

 

 

 

 

2

Melden uitgevoerde activiteiten (art.3.11 n )

 

 

 

 

 

 

 

Activiteit 5 (melden van nestenclaves en plaatsen nestbeschermer)

5 werkdagen na uitvoering

Uiterlijk 14 kalenderdagen na uitvoering

 

 

 

 

 

Activiteit 5 (melden van startdatum rustperiode) (3)

5 werkdagen na startdatum rustperiode

5 werkdagen na startdagum rustperiode

 

 

 

 

 

Activiteit 6 (bemesten met ruige stalmest)

14 kalenderdagen na uitvoering

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Activiteit 16 (schoonmaken van watergangen)

14 kalenderdagen na uitvoering

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering

 

 

 

 

 

Activiteit 22 (snoeien)

14 kalenderdagen na uitvoering, doch uiterlijk 28 maart (m.b.t. snoeien in de periode 16 juli jaar x-1 tot 15 maart jaar x)

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering, doch uiterlijk 11 april (m.b.t. snoeien in de periode 16 juli jaar x-1 tot 15 maart jaar x)

 

 

 

 

 

Activiteit 23 (maaien en/of schonen)

14 kalenderdagen na uitvoering

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering

 

 

 

 

 

Activiteit 26 (spuiten van bagger)

14 kalenderdagen na uitvoering

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering

 

 

 

 

 

Activiteit 30 (onderwerken gewasresten)

14 kalenderdagen na uitvoering

Uiterlijk 28 kalenderdagen na uitvoering

 

(1) Het opvoeren van de startdatum van de rustperiode in het kader van activiteit 5 valt hier niet onder. Een eventuele wijziging van de startdatum wel.

(2) Melding is niet nodig indien de periode van aanwezigheid van de gewasresten al gedefinieerd is.

(3) Melding is niet nodig indien de startdatum van de rustperiode al gedefinieerd is.

Naar boven