Provinciaal blad van Overijssel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OverijsselProvinciaal blad 2019, 5102Beleidsregels



Provincie Overijssel – Vierde wijziging Beleidsregel Natuur Overijssel

Besluit: Gedeputeerde Staten d.d. 11 juni 2019

Kenmerk: 2019/0175523

Inlichtingen bij: A.V.V. Nanda

Telefoon: 038 499 8176

E-mail: AVV.Nanda@overijssel.nl

 

Kennisgeving

 

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

 

maken bekend dat zij in hun vergadering van 11 juni 2019 hebben besloten (kenmerk 2019/0153354) de Beleidsregel Natuur Overijssel 2017 als volgt hebben gewijzigd:

I. Wijziging Beleidsregel Natuur Overijssel 2017:

 

Titel 4.3 in te voegen:

Titel 4.3 Bescherming nesten vogelsoorten

 

[Toelichting:

In de Wet natuurbescherming is een beschermingsregime voor vogels opgenomen. Hierin zijn de bepalingen van de Vogelrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn geïmplementeerd.

Voor de Vogelrichtlijnsoorten staan de verboden in artikelen 3.1. en 3.2 lid 6 Wet natuurbescherming (verder te noemen wet).

Voor de bescherming van nesten is artikel 3.1, lid 2 van belang:

“Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.”

Nestplaatsen van vogels worden strikt beschermd, omdat ze cruciaal zijn voor de levenscyclus van vogels en zijn vitale onderdelen van de hele habitat van een soort.]

Artikel 4.3.1 Nestbescherming vogels algemeen

Het verbod als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid van de Wet, is van toepassing vanaf balts en nestbouw, in de periode dat de vogel broedt en het nest nodig heeft om jongen groot te brengen en de periode van verzorging van vlieg vlugge jongen.

[Toelichting:

Een nestplaats is een plek waar een vogelsoort paart, nestelt, broedt en de jongen grootbrengt tot deze groot genoeg zijn om zelfstandig deze nestplaats te verlaten.

Een nest- of voortplantingsplaats moet voorzien in alle vereisten die nodig zijn voor een specifieke soort om succesvol te broeden. Het doel is het veiligstellen van de ecologische functionaliteit.

Voor vogels geldt dat de meeste soorten elk broedseizoen een nieuw nest maken of in staat zijn om een nieuwe nestplaats te maken. Deze nestplaatsen (nesten, holen, etc.) vallen alleen onder de verbodsbepaling zo lang ze gebruikt worden tijdens balts/nestbouw, om te broeden en jongen groot te brengen. Niet alle vogels baltsen op de plek, waar ze uiteindelijk hun nest gaan bouwen. De baltsplek valt alleen onder de nestbescherming als deze plek samenvalt met de nestplaats. Dat is soortafhankelijk.

Het seizoen is niet relevant voor de nestbescherming, wat er toe doet is of het nest feitelijk in gebruik is voor het broeden. Indien de soort nest-indicerend gedrag vertoont, zoals het baltsgedrag, paringsgedrag, nestelgedrag en het aanslepen van nestmateriaal, is het niet langer toegestaan het nest te verwijderen of de broedlocatie ongeschikt te maken. Dit is namelijk onderdeel van het broedseizoen.]

Artikel 4.3.2 Vogels met jaarrond beschermde nesten

In afwijking van artikel 4.3.1 is het verbod in 3.1. tweede lid van de Wet, jaarrond van toepassing op de nesten van soorten opgenomen in bijlage 4.1, Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Overijssel.

[Toelichting:

Deze bepaling betekent dat het nest of nestplaats buiten het broedseizoen de bescherming van artikel 3.1, tweede lid heeft en derhalve niet mag worden vernield, beschadigd of worden weggenomen.

Een beperkt aantal vogels bewoont de nestplaats permanent (gebruikt dit ook als rustplaats) of keert elk jaar terug naar dezelfde nestplaats. Nestplaatsen van deze vogelsoorten zijn jaarrond beschermd.

Onder invloed van jurisprudentie heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in 2009 een lijst opgesteld van deze vogelsoorten. Met ingang van 1 januari 2017 hebben wij aanvankelijk deze lijst met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten integraal (beleidsneutraal) overgenomen. Deze lijst werd als leidraad gehanteerd bij het verlenen van ontheffingen

Uit de uitvoeringspraktijk is gebleken dat deze lijst aangepast moest worden aan de actuele Overijsselse situatie.

In bijlage 4.1 is de actuele aangepaste lijst met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten opgenomen.

 

In deze lijst worden 4 categorieën vogels onderscheiden:

  • 1)

    Vogelsoorten met nesten die ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vast rust- of verblijfplaats (steenuil).

  • 2)

    Vogels die in kolonies broeden die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop (gierzwaluw, huismus, huiszwaluw en roek).

  • 3)

    Vogelsoorten, geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (boerenzwaluw, bosuil, grote gele kwikstaart, kerkuil, oehoe, ooievaar, slechtvalk, zwarte specht).

  • 4)

    Vogelsoorten die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (boomvalk, buizerd, havik, raaf, ransuil, sperwer, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte wouw).

In specifieke gevallen kan op basis van een gedegen ecologische onderbouwing worden afgeweken van de lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (Bijlage 4.1).

Bij de ecologische onderbouwing voor een afwijking van de lijst met jaarrond beschermde nesten is – mede gelet op jurisprudentie – het volgende van belang:

  • 1.

    Meerjarig onderzoek naar gebruik van een specifiek nest en de daarbij behorende functionele leefomgeving door een soort. Er is zekerheid nodig dat een nest al meerdere jaren niet meer in gebruik is dan wel dat er gebruik wordt gemaakt van alternatieve nestgelegenheid voordat een ‘vaste’ nestgelegenheid wordt verwijderd. In z’n algemeenheid geldt dat onderzoek gedurende drie jaren moet hebben plaatsgevonden.

  • 2.

    Uit een ecologische onderbouwing – aan de hand van het specifieke gedrag van de betreffende vogelsoort en de eisen die de soort stelt aan nestbouw, nestgebruik en bijbehorend biotoop – moet blijken dat de vogel in het specifieke geval niet ieder jaar naar precies hetzelfde nest terugkeert c.q. ieder jaar zijn eigen nest (op een andere plek) bouwt.

Voor de onderbouwing of een nest in kwestie wel of niet als jaarrond beschermd moet worden aangemerkt, is het niet nodig om in te gaan op de omvang en de kwaliteit van de functionele leefomgeving en eventuele alternatieven voor het nest.]

Artikel 4.3.3 Vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving

Het verbod als bedoeld in artikel 3.1, lid 2 van de wet is jaarrond niet van toepassing op nesten van soorten opgenomen in bijlage 4.2, Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel, als is aangetoond dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de betreffende soort(en) om zich te kunnen vestigen.

 

Toelichting:

De vogelsoorten op de lijst “bijlage 4.2: Vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel”, zijn weliswaar soorten die vaak terugkeren naar waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Ze zijn op deze lijst geplaatst vanwege bijvoorbeeld de slechte staat van instandhouding waarin ze verkeren. Het zijn ook soorten die specifieke eisen stellen aan hun nestplaats en bijbehorend functioneel leefgebied, waardoor binnen de reikwijdte van de soort slechts beperkte alternatieve nestgelegenheden aanwezig zijn.

Het gaat hier nadrukkelijk niet om gebiedsbescherming van deze soorten. De bescherming van het functionele leefgebied, is alleen aan de orde als de betreffende soort voor zijn voortplanting uitsluitend afhankelijk is van dat betreffende functionele leefgebied en er geen alternatieven of uitwijkmogelijkheden in de omgeving zijn.

Een omgevingsscan moet duidelijkheid geven over de feitelijke ecologische omstandigheden van de betreffende vogelsoorten ter plaatse.

Als uit de omgevingsscan blijkt dat er geen zwaarwegende feiten en/of ecologische omstandigheden voor de betreffende soort op die locatie aan de orde zijn, hebben deze nesten alleen bescherming gedurende balts/nestbouw, broedperiode en verzorging vlieg vlugge jongen.

Met andere woorden: in het broedseizoen zijn de nesten beschermd (artikel 4.3.1). Buiten het broedseizoen zijn de nesten/nestgebieden van deze vogelsoorten beschermd als er onvoldoende alternatieve nestmogelijkheden zijn.

Hierbij speelt de flexibiliteit van de betreffende soort een rol: is de soort zelf in staat een nieuwe nestplaats te vinden? Accepteert een soort kunstmatige nestgelegenheid? Hoe flexibeler de soort, hoe minder zware maatregelen nodig zijn.

Deze aspecten moeten nadrukkelijk aandacht krijgen in de omgevingsscan. De omgevingsscan moet ten minste informatie geven over:

  • 1)

    de aard en omvang van de activiteit of handeling;

  • 2)

    de invloedsfeer van de activiteit of handeling op het broedgebied van de soort;

  • 3)

    de effecten van de activiteit of ingreep op de jaarrond beschermde nesten;

  • 4)

    de staat van instandhouding is van de vogelsoorten (bijlage 4.1 en 4.2);

  • 5)

    op welke wijze de (mitigerende) maatregelen mogelijke negatieve effecten op de jaarrond beschermde soorten (bijlage 4.1) zullen voorkomen en dat de gunstige staat van instandhouding van de soorten (bijlage 4.2) niet in geding komt.]

II. Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van 1 september 2019.

  • 2.

    Aanvragen om ontheffing die voor de inwerkingtreding van deze bepalingen ingediend worden, worden op basis van de notitie “Toepassing soortenbeschermingsrecht Wnb” Provincie Overijssel van 20 september 2017 behandeld.

Gedeputeerde Staten voornoemd

Bijlage 4.1  

Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Overijssel

#

Naam

Categorie

1

boerenzwaluw

3

2

boomvalk

4

3

bosuil

3

4

buizerd

4

5

gierzwaluw

2

6

grote gele kwikstaart

3

7

havik

4

8

huismus

2

9

huiszwaluw

2

10

kerkuil

3

11

oehoe

3

12

ooievaar

3

13

raaf

4

14

ransuil

4

15

roek

2

16

slechtvalk

3

17

sperwer

4

18

steenuil

1

19

torenvalk

4

20

wespendief

4

21

zeearend*

4

22

zwarte specht

3

23

zwarte wouw*

4

 

* Deze soorten hebben een groeiende landelijke populatie en daarmee binnen enkele jaren kans op vestiging van een broedpaar in de provincie Overijssel.

Categorie

  • 1)

    Nesten die gedurende het broedseizoen in gebruik zijn als nest en buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.

  • 2)

    Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

  • 3)

    Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

  • 4)

    Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Bijlage 4.2  

Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel

#

Naam

Categorie

1

blauwe reiger

5

2

bonte vliegenvanger

5

3

boomklever

5

4

boomkruiper

5

5

draaihals

5

6

gekraagde roodstaart

5

7

glanskop

5

8

grauwe vliegenvanger

5

9

groene specht

5

10

grote bonte specht

5

11

grutto

5

12

ijsvogel

5

13

kleine bonte specht

5

14

kortsnavelboomkruiper

5

15

middelste bonte specht

5

16

oeverzwaluw

5

17

ringmus

5

18

spreeuw

5

19

tapuit

5

20

tureluur

5

21

veldleeuwerik

5

22

wulp

5

23

zomertortel

5

24

zwarte mees

5

25

zwarte roodstaart

5

Categorie

  • 5)

    Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.