Provinciaal blad van Overijssel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OverijsselProvinciaal blad 2019, 4967Verordeningen



Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017

Besluit: 9 juli 2019

Kenmerk: 2019/0180173

Inlichtingen bij: C. Cents

Telefoon: 038 499 8762

E-mail: c.cents@overijssel.nl

 

Kennisgeving

Gedeputeerde Staten van Overijssel delen mee dat het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 als volgt is gewijzigd:

Artikel I

Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017

Paragraaf 1.1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1.5. Subsidiabele kosten

In de toelichting van lid 1 wordt de zin: ‘Dat wil zeggen dat aangetoond moet kunnen worden dat de verantwoorde uren ook voor de gesubsidieerde activiteiten zijn gewerkt’ vervangen door:

‘Dat wil zeggen dat aangetoond moet kunnen worden dat de verantwoorde uren ook voor de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd.’

 

Lid 1 sub b van dit artikel wordt vervangen door:

  • b.

    Het hanteren van een vast uurtarief van € 35,- voor eigen werkzaamheden en directe loonkosten.

In lid 3 van dit artikel komt het woord ‘onafhankelijke’ te vervallen.

 

In de toelichting van lid 3 van dit artikel de volgende alinea te vervallen:

‘-Daarnaast moeten de kosten worden gemaakt en de dienst of producten worden geleverd door een onafhankelijke derde. Er is bijvoorbeeld sprake van onafhankelijkheid als er: geen onderlinge band is tussen de aanvrager en de derde. De derde kan zelfstandig besluiten nemen zonder dat er sprake is van een gezagsverhouding tussen derde en subsidieontvanger;

-geen sprake is van een dochter-/zuster-/moederonderneming die als derde wordt betrokken.’

Artikel 1.1.8 Staatssteun

In de laatste zin van de toelichting bij dit artikel wordt de maximale de-minimissteun voor een landbouwonderneming van ‘€ 15.000,- over een periode van drie belastingjaren‘ vervangen door ‘€ 20.000,- over een periode van drie belastingjaren.’

Paragraaf 1.2 De aanvraag

Artikel 1.2.1 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

Aan artikel 1.2.1 wordt een vijfde en zesde lid toegevoegd:

  • 5.

    Gedeputeerde Staten kunnen bij een aanvraag om een subsidie een in te vullen Bibob-formulier verplicht stellen, dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag.

  • 6.

    Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid, maakt bij wijziging van de subsidieontvanger een in te vullen Bibob-formulier een verplicht onderdeel uit van de aanvraag tot wijziging.

Toelichting: De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob) is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument om de integriteit van de overheid te beschermen. Bestuursorganen kunnen in het kader van een subsidie de achtergrond van de subsidieaanvrager – of ontvanger en diens zakelijke omgeving onderzoeken. Door het toepassen van de Wet Bibob wordt voorkomen dat bestuursorganen ongewild criminele activiteiten faciliteren.

De leden 5 en 6 van dit artikel geven hier voor de provinciale subsidies uitvoering aan. In de provinciale ‘Beleidsregel voor de toepassing van de wet Bibob 2019’ (Provinciaal blad 2019, 4150) is opgenomen hoe Gedeputeerde Staten met deze bevoegdheid omgaan. Indien het invullen van een Bibob-formulier voor subsidies verplicht is, is dat in de betreffende paragraaf van dit Uitvoeringsbesluit opgenomen. Als uit het Bibob-onderzoek geen bijzonderheden naar voren komen, is er geen beletsel vanuit de Wet Bibob om de subsidie te verstrekken. Gedeputeerde Staten ronden de procedure van verlening of directe vaststelling van de subsidie dan verder af.

Indien het Bibob-formulier voor subsidies niet volledig is ingevuld, laten Gedeputeerde Staten de aanvraag, na het bieden van een aanvullingstermijn, buiten behandeling. Als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, dan wordt de subsidie geweigerd.

De bepalingen in het vijfde en zesde lid geldt zowel voor aanvragen op basis van dit Uitvoeringsbesluit als op basis van de ASV.

Paragraaf 2.3 Verbeteren van de haveninfrastructuur

Artikel 2.3.8 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Dit artikel wordt aangevuld met een derde lid:

  • 3.

    In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie een volledig ingevuld Bibob-formulier als bedoeld in artikel 1.2.1, vijfde lid.

Paragraaf 2.10 Stimuleren wooninitiatieven

Artikel 2.10.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Dit artikel wordt aangevuld met een derde lid:

  • 3.

    In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie een volledig ingevuld Bibob-formulier als bedoeld in artikel 1.2.1, vijfde lid.

Paragraaf 2.11 Impuls circulair bouwen

Artikel 2.11.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Dit artikel wordt aangevuld met een derde lid:

  • 3.

    In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie een volledig ingevuld Bibob-formulier als bedoeld in artikel 1.2.1, vijfde lid.

Paragraaf 3.1 Hernieuwbare energie en energiebesparing

Artikel 3.1.9 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Aan lid 2 wordt een onderdeel g. toegevoegd:

  • g.

    indien het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten daartoe aanleiding geeft, een volledig ingevuld Bibob-formulier als bedoeld in artikel 1.2.1, vijfde lid.

Toelichting: Indien na ontvangst van de aanvraag uit het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten blijkt dat sprake is van een mogelijke situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, moet de aanvrager aanvullend het Bibob-formulier voor subsidies volledig invullen. Als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, dan wordt de subsidie geweigerd. Indien het Bibob-formulier voor subsidies niet volledig is ingevuld, laten Gedeputeerde Staten de aanvraag, na het bieden van een aanvullingstermijn, buiten behandeling.

Paragraaf 3.4 Logistieke biomassaprojecten

Een nieuw artikel 3.4.4a wordt ingevoegd:

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager, indien het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten daartoe aanleiding geeft, een volledig ingevuld Bibob-formulier als bedoeld in artikel 1.2.1, vijfde lid.

Toelichting: Indien na ontvangst van de aanvraag uit het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten blijkt dat sprake is van een mogelijke situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, moet de aanvrager aanvullend het Bibob-formulier voor subsidies volledig invullen. Als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, dan wordt de subsidie geweigerd. Indien het Bibob-formulier voor subsidies niet volledig is ingevuld, laten Gedeputeerde Staten de aanvraag, na het bieden van een aanvullingstermijn, buiten behandeling.

Paragraaf 3.5 Energielening Overijssel

Artikel 3.5.1 Begripsbepalingen

De definitie van ‘energiemaatregel’ komt als volgt te luiden:

‘een maatregel uit de categorie A, B of D van de Energielijst, inclusief mest- of mestcovergister met uitzondering van windturbines;’

Artikel 3.5.3 Criteria

Sub b van dit artikel komt als volgt te luiden:

de aanvraag wordt gedaan voor een energiemaatregel ten behoeve van een vestiging in de provincie Overijssel, niet zijnde een vestigingsadres met bestemming wonen; indien de aanvraag betrekking heeft op een mest- of mestcovergister, met een maximale capaciteit tot 25.000 m3 mest per jaar, die op een boerenerf wordt geplaatst, vervalt het criterium ‘niet zijnde een vestigingsadres met bestemming wonen’.

 

Aan sub c van dit artikel wordt toegevoegd:

  • iv.

    een mest- of mestcovergister met een maximale capaciteit tot 25.000 m3 mest per jaar die gebruikt wordt voor duurzame energie opwekking in of bij bedrijfsgebouwen.

Sub d van dit artikel komt als volgt luiden:

Voor ‘aangevraagd’ komt te staan ‘digitaal’

 

In sub e van dit artikel wordt het rentepercentage van ‘minimaal 1,5%’ vervangen door ‘minimaal 1%’.

Artikel 3.5.4 Hoogte van de subsidie

In dit artikel wordt ‘De in rekening gebrachte rente bedraagt minimaal 1,5%’ vervangen door ‘De in rekening gebrachte rente bedraagt minimaal 1,0%’

Paragraaf 3.6 Lokale energie-initiatieven

Artikel 3.6.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Onder vernummering van de tekst van artikel 3.6.6 tot eerste lid wordt aan dat artikel een tweede lid toegevoegd:

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid overlegt de aanvrager, indien het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten daartoe aanleiding geeft, een volledig ingevuld Bibob-formulier als bedoeld in artikel 1.2.1, vijfde lid.

Toelichting: Indien na ontvangst van de aanvraag uit het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten blijkt dat sprake is van een mogelijke situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, moet de aanvrager aanvullend het Bibob-formulier voor subsidies volledig invullen. Als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, dan wordt de subsidie geweigerd. Indien het Bibob-formulier voor subsidies niet volledig is ingevuld, laten Gedeputeerde Staten de aanvraag, na het bieden van een aanvullingstermijn, buiten behandeling.

Paragraaf 3.9 Hernieuwbare energie en energie-efficiëntie

Subparagraaf 3.9.1 Hernieuwbare energie door ondernemingen

Artikel 3.9.1 Begripsbepalingen en uitsluitingsgronden

Lid 1: De definitie ‘basisniveau schilisolatie’ komt te vervallen.

Artikel 3.9.1.10 Weigeringsgronden

Lid 2 komt als volgt te luiden:

Gedeputeerde Staten weigeren de subsidie:

  • a.

    als op basis van de aanvraag wordt beoordeeld dat het te verlenen subsidiebedrag lager is dan € 500.000,- per energieproject, indien de aanvraag ziet op een subsidie voor een zonne- of energieproject, of

  • b.

    als het een niet dupliceerbaar zonne-energieproject betreft én indien de som van de toegekende subsidies aan het project meer dan € 2.500.000,-, indien het een zonne-energieproject betreft met een te verlenen subsidiebedrag tussen € 500.000,- en € 1.000.000,-.

Artikel 3.9.2.1 Subsidiabele activiteiten

Lid 2 sub a onder iii komt als volgt te luiden: ‘aanpassingen aan woningen middels energie service companies (ESCO) of middels energie-service-contracten uit te voeren door een rechtspersoon;’

 

De toelichting bij lid 2 wordt aangevuld en komt als volgt te luiden: ‘Toelichting: Onder bedrijfsruimten als bedoeld in het tweede lid van dit artikel kunnen ook maatschappelijk vastgoed, winkels en kantoren worden verstaan, zoals scholen, ziekenhuizen, zwembaden. Middels zogenoemde ESCO's (Energy Service Companies) en energie service contracten wordt de aanleg, het beheer en onderhoud van energie-installaties of zelfs van hele gebouwen verzorgd. De provincie Overijssel wil hierbij aansluiten door mogelijk te maken dat voor deze activiteiten onder deze subsidieparagraaf subsidie kan worden verstrekt.

 

De toelichting bij lid 4 komt vervolgens te luiden: Met het bepaalde in lid 4 wil de provincie Overijssel stapeling van subsidies door woningcorporaties voorkomen.

Paragraaf 4.4 Ontwikkelopgave Twickel

Artikel 4.4.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Lid 2 sub b vervalt.

Paragraaf 4.5 Verbeteren condities voor aandachtsoorten 2.0

Artikel 4.5.4 Hoogte van de subsidie

In het derde lid wordt ‘sub’ vervangen door ‘sub b’

Paragraaf 4.9 Kwaliteitsimpuls voor het landschap

Artikel 4.9.1 Begripsbepalingen

Aan dit artikel worden de volgende definities toegevoegd:

Bidbook: een plan dat in het kader van een pilotproject landschapsbeheer is opgesteld en waarin samen met deskundigen is beschreven wat de wensen en eisen voor een toekomstig landschapsbeheer zijn;

 

Pilotproject landschapsbeheer: een project waarbij samen met inwoners en deskundigen in beeld wordt gebracht wat er nodig is voor landschapsbeheer in hun eigen gebied met als resultaat een plan, bidbook, waarin de wensen en eisen voor toekomstig landschapsbeheer zijn beschreven voor de gebieden Wierden, Hof van Twente, Staphorst, Salland inhoudende Olst, Wijhe en Raalte, Enschede, IJsseldelta en Steenwijkerland.

 

Toelichting: het gaat hier om zeven pilotprojecten die gestart zijn binnen het programma Natuur voor Elkaar. Deze pilots duren een aantal jaren. Hiermee probeert de provincie de gezamenlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij het landschap te vergroten.

Meer informatie over deze pilots is te vinden op: https://www.overijssel.nl /thema's/natuur-en-landschap/versterken-landschap/samen-landschap/

 

Overhead pilotprojecten: maximaal 25% van de subsidiabele kosten van het totaal zoals beschreven in artikel 4.9.4 lid 2.

Artikel 4.9.2 Subsidiabele activiteiten

Dit artikel komt als volgt te luiden:

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:

  • a.

    aanleg, herstel of beheer van landschapselementen in agrarische cultuurlandschappen in Overijssel.

  • b.

    de uitvoering van een pilotproject landschapsbeheer;

Toelichting: Bij pilotprojecten landschapsbeheer gaat het primair om de activiteit beheer van landschapselementen in agrarische cultuurlandschappen in Overijssel, daarnaast zijn ook activiteiten mogelijk zoals aanleg en herstel van landschapselementen en het vergroten van eigenaarschap, organisatieontwikkeling en ontwikkelen van verdienmodellen.

Artikel 4.9.3 Criteria

Huidige artikel wordt vernummerd naar lid 1.

Artikel 4.9.3 lid 1 sub a komt als volgt te luiden:

de aanvrager is de grondeigenaar of erfpachter en in het geval van een pilotproject landschapsbeheer een Overijsselse gemeente, coöperatie, stichting of vereniging;

 

De toelichting van artikel 4.9.3 lid 1 sub c onder i komt als volgt te luiden:

‘Toelichting: Dit betekent o.a. dat gebruik wordt gemaakt van een gebiedseigen beplanting. De catalogus gebiedskenmerken is te vinden op: https://overijssel.tercera-ro.nl /SiteData/9923/Publiek/BV00019/b_NL.IMRO.9923.VerordeningOv01-va01_12208.pdf’

 

Artikel 4.9.3 lid 1 sub d aanhef komt als volgt te luiden:

‘voor aanvragen waar het geen pilotproject landschapsbeheer betreft geldt dat de aanleg of het herstel start in 2019 en kan aantoonbaar aan einde van het plantseizoen, 31 mei 2020, afgerond zijn. Dit betekent dat de:’

 

Artikel 4.9.3 lid 1 sub e komt als volgt te luiden:

Indien de te verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste lid van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de algemene de-minimisverordening of de-minimisverordening landbouw. Indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten als bedoeld in artikel 4.9.2 sub b dan dient de subsidieontvanger een de-minimisverklaring te overleggen per deelnemende onderneming.

 

Aan artikel 4.9.3 wordt het volgende tweede lid toegevoegd:

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid voldoet een aanvraag voor de uitvoering van een pilotproject landschapsbeheer als bedoeld in artikel 4.9.2 sub b aan de volgende criteria:

    • a.

      het document “Uitgangspunten plan van aanpak en werkwijze “van elkaar leren” en de plannen van aanpak van de pilots vormen de basis voor het bidbook.

    • b.

      het bidbook past binnen de uitgangspunten zoals beschreven in het programma Natuur voor Elkaar.

Artikel 4.9.4 Hoogte van de subsidie

Dit artikel komt als volgt te luiden:

  • 1.

    De subsidie als bedoeld in artikel 4.9.2 sub a bedraagt maximaal 90% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000,- per aanvraag en maximaal € 20.000,- per landbouwonderneming, waarbij de subsidie:

    • a.

      voor aanleg en herstel maximaal 90% van de subsidiabele kosten bedraagt en;

    • b.

      voor beheer maximaal 25% van de subsidiabele kosten bedraagt.

  • 2.

    De subsidie als bedoeld in artikel 4.9.2 sub b bedraagt maximaal € 600.000,- per aanvraag, waarbij de subsidie:

    • a.

      voor overhead maximaal 25% van de subsidiabele kosten bedraagt;

    • b.

      voor het vergroten van eigenaarschap, organisatieontwikkeling en verdienmodellen maximaal € 25.000,- bedraagt;

    • c.

      voor aanleg en herstel maximaal 90% van de subsidiabele kosten bedraagt en;

    • d.

      voor beheer maximaal 25% van de subsidiabele kosten bedraagt.

Artikel 4.9.5 Niet subsidiabele kosten

Dit artikel komt als volgt te luiden:

In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de kosten voor advies- en organisatiekosten niet subsidiabel, met uitzondering van de subsidie als bedoeld in artikel 4.9.2 sub b.

Artikel 4.9.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

In lid 2 sub b wordt ‘activiten’ vervangen door ‘activiteiten’.

Aan dit artikel wordt het volgende derde lid toegevoegd:

  • 3.

    In afwijking van artikel 4.9.6, lid 2, overleggen de pilotprojecten geen beheerplan en offertes, maar een bidbook.

Artikel 4.9.8 Weigeringsgronden

De bestaande tekst wordt vernummerd tot lid 1.

In dit artikel wordt in sub c ‘ landschapselelementen’ vervangen door ‘landschapselementen’.

Aan dit artikel wordt het volgende tweede lid toegevoegd:

  • 2.

    In afwijking van artikel 4.9.8 is voor de uitvoering van pilotprojecten lid 1 sub c niet van toepassing.

Artikel 4.9.9 Verplichtingen subsidieontvanger

In dit artikel komt sub a als volgt te luiden:

  • a.

    de aanleg of herstelactiviteiten te hebben uitgevoerd uiterlijk op 31 december 2019, met uitzondering van aanleg of herstelactiviteiten als onderdeel van een Pilotproject landschapsbeheer;

Artikel 4.9.9 Looptijd wordt gewijzigd in Artikel 4.9.10 Looptijd

Paragraaf 5.4 Inzet vrijwilligers bij buurtbussen in Overijssel

Artikel 5.4.7 Indieningstermijn aanvraag voor subsidie

In de tabel van artikel 5.4.7 wordt ‘2018 en eerder’ vervangen door: 2019 en eerder.

 

Aan tabel 1 van deze regeling Door Gedeputeerde Staten aangewezenBuurtbusverenigingen Overijssel onder West-Overijssel wordt de volgende rij toegevoegd:

Buurtbusvereniging

Route

Buurtbuslijnen

BBV Salland

Lemelerveld-Luttenberg-Raalte

518

Paragraaf 6.2 Innovatie agro&food in Overijssel

Artikel 6.2.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Dit artikel wordt aangevuld met een zesde lid:

  • 6.

    In aanvulling op het eerste en tweede lid overlegt de aanvrager een volledig ingevuld Bibob-formulier als bedoeld in artikel 1.2.1, vijfde lid.

Paragraaf 6.31 Snelgroeiende bedrijven

Artikel 6.31.7 Indieningstermijn aanvraag tot subsidieverlening

‘1 oktober 2019’ wordt vervangen door: 1 mei 2020

Paragraaf 9.3 Gebiedsontwikkeling Noordoost-Twente 4.0

Artikel 9.3.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Aan dit artikel wordt een zesde lid toegevoegd:

  • 6.

    In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager indien het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten daartoe aanleiding geeft, een volledig ingevuld Bibob-formulier als bedoeld in artikel 1.2.1, vijfde lid.

Toelichting: Indien na ontvangst van de aanvraag uit het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten blijkt dat sprake is van een mogelijke situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, moet de aanvrager aanvullend het Bibob-formulier voor subsidies volledig invullen. Als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, dan wordt de subsidie geweigerd. Indien het Bibob-formulier voor subsidies niet volledig is ingevuld, laten Gedeputeerde Staten de aanvraag, na het bieden van een aanvullingstermijn, buiten behandeling.

Artikel II

Inwerkingtreding:

Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie in het provinciaal blad.

Gedeputeerde Staten voornoemd.