Provinciaal blad van Overijssel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OverijsselProvinciaal blad 2019, 4134Verordeningen



Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017

Besluit: 4 juni 2019

Kenmerk: 2019/0152678

Inlichtingen bij: H. Coskun

Telefoon: 038 499 8381

E-mail: h.coskun@overijssel.nl

 

Kennisgeving

Gedeputeerde Staten van Overijssel delen mee dat het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 als volgt is gewijzigd:

Artikel I

Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017

 

Paragraaf 2.12 wordt toegevoegd:

Paragraaf 2.12 Advies bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB)

Algemene toelichting

De provincie wil eigenaren van een erf met gebouwen in het buitengebied, waaronder (voormalige) agrariërs, ondersteunen bij het voorbereiden op de toekomst. Deze ondersteuning vindt ten eerste plaats door de inzet van provinciale en gemeentelijke erfcoaches die eerstelijnsadvies geven. De erfcoach bespreekt passende realistische wensen, ideeën en mogelijkheden met de betreffende erfeigenaar.

Voor beantwoording van een complexe hulpvraag van de eigenaar kan advies van een of meerdere specialist(en) nodig zijn. Erfeigenaren kunnen op basis van deze subsidieparagraaf subsidie aanvragen voor advies en ondersteuning van specialisten voor de uitwerking van een realistisch, actiegericht en haalbaar toekomstplan voor het erf.

Artikel 2.12.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    agrarische bebouwing: gebouwen die in gebruik zijn of in gebruik zijn geweest voor agrarische activiteiten;

  • b.

    landelijk gebied: grondgebied buiten de bebouwde kom;

    Toelichting: zijnde het grondgebied buiten het bestaande bebouwde gebied van steden en dorpen;

  • c.

    erfcoach: iemand die in opdracht van de provincie of gemeente de eigenaar op weg helpt bij het opstellen van een toekomstplan voor het erf in het buitengebied.

Artikel 2.12.2 Subsidiabele activiteiten

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor advies en ondersteuning bij het uitwerken van een haalbaar toekomstplan voor een erf in het landelijk gebied.

Toelichting: Onderdeel van een toekomstplan kan ook loopbaanadvies zijn.

Artikel 2.12.3 Criteria

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2.12.2 voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    de aanvrager:

    • i.

      is eigenaar van een erf met minimaal 500 m2 aan oppervlakte agrarische bebouwing in het Overijsselse landelijk gebied;

    • ii.

      heeft, of verwacht leegstand van agrarische bebouwing op het erf;

    • iii.

      wil het erf geschikt maken voor de toekomst;

    • iv.

      heeft nog geen afspraken met de gemeente gemaakt over woningbouw of sloop;

    • v.

      heeft een concrete hulpvraag gericht op herbestemming, transformatie, sloop, voortzetting, verhuur of verkoop voor een toekomstgericht erf;

    • vi.

      heeft een gesprek gehad met een erfcoach en deze adviseert een vervolgtraject;

  • b.

    indien de te verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste lid van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de de-minimisverordening of de algemene de-minimisverordening landbouw.

Artikel 2.12.4 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2.500,- per aanvraag.

Artikel 2.12.5 Subsidiabele kosten

Uitsluitend kosten van derden zoals bedoeld in artikel 1.1.5 derde lid zijn subsidiabel.

Artikel 2.12.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

  • 1.

    De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Advies bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB).

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.12.2:

    • a.

      een offerte van een specialist die wordt ingeschakeld om aanvrager te adviseren en te ondersteunen bij het uitwerken van een toekomstplan;

    • b.

      een door de erfcoach ondertekende verklaring conform het door de provincie beschikbaar gestelde format.

Artikel 2.12.7 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.

Artikel 2.12.8 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 1.1.7 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie als:

  • a.

    de aanvrager al subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf;

  • b.

    op basis van deze paragraaf al zes subsidies zijn verstrekt aan aanvragers uit de betreffende gemeente;

  • c.

    sprake is van enkel een agrarisch advies voor landbouwinnovaties, doorontwikkeling, schaalvergroting of uitbreiding van het erf.

Artikel 2.12.9 Verplichtingen subsidieontvanger

In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.6 is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    binnen twaalf maanden na subsidieverlening te starten met het vervolgtraject als bedoeld in artikel 2.12.3 sub a onder vi;

  • b.

    mee te werken aan een evaluatie van de provincie.

Artikel 2.12.10 Looptijd

Deze paragraaf loopt tot 1 december 2020, tenzij Gedeputeerde Staten anders besluiten.

Paragraaf 5.1 Mobiliteit Overijssel

Artikel 5.1.6 Indieningstermijn aanvraag

‘1 mei’ wordt vervangen door: 1 oktober

 

Paragraaf 5.6 wordt toegevoegd:

Paragraaf 5.6 Elektrische vrachtfiets- en bestelautoactie Overijssel

Artikel 5.6.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • -

    elektrische bestelauto: een volledig elektrisch aangedreven motorvoertuig voor het vervoer van goederen met een maximum massa tot 3.500 kg, voertuigclassificatie N1 of vergelijkbaar;

  • -

    elektrische vrachtfiets: een elektrische fiets met daarop een bak om bedrijfsmatige goederen in te vervoeren of een elektrische fiets met een aanhanger om bedrijfsmatig goederen in te vervoeren.

Artikel 5.6.2 Subsidiabele activiteiten

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor:

  • a.

    de aankoop of lease van een elektrische bestelauto;

  • b.

    de aankoop of lease van een elektrische vrachtfiets.

Artikel 5.6.3 Criteria

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2 voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    de aanvrager staat minimaal drie maanden ingeschreven in de Kamer van Koophandel en is als onderneming gevestigd in Overijssel en beschikt over de geldende vergunningen. De aanvrager is geen onderneming die gevestigd is in de gemeente Deventer;

    Toelichting: Ondernemingen die volgens de inschrijving in de Kamer van Koophandel gevestigd zijn in de gemeente Deventer kunnen geen aanvraag indienen omdat deze gebruik hebben kunnen maken van de e-bestelauto actie van de Cleantechregio.

  • b.

    er is sprake van een elektrische bestelauto of elektrische vrachtfiets die na 11 juni 2019 is of wordt aangekocht of geleased;

  • c.

    de elektrische bestelauto of elektrische vrachtfiets wordt ingezet ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf voor het vervoer van goederen en niet voor personen;

  • d.

    met de elektrische bestelauto worden aantoonbaar minimaal 8000 zakelijke kilometers per jaar gereden vanaf een standplaats in Overijssel;

  • e.

    de elektrische vrachtfiets wordt minimaal vijf keer per week gebruikt voor het vervoer van goederen in Overijssel;

    Toelichting: Dit kan aangetoond worden door bijvoorbeeld een rittenadministratie of een uitdraai van de agenda waarin alle afspraken staan.

  • f.

    de elektrische bestelauto is geleverd door een officiële dealer, met RDW erkenning;

  • g.

    de elektrische vrachtfiets is geleverd door een officiële dealer of fabrikant.

Artikel 5.6.4 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2 sub a bedraagt een vast bedrag van € 2.500,- per elektrische bestelauto.

  • 2.

    De subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2 sub b bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van:

    • a.

      € 500,- voor een elektrische vrachtfiets, model maaltijdbezorgfiets met een minimale laadcapaciteit van 45 liter per bak;

    • b.

      € 1000,- voor een elektrische vrachtfiets, met een minimale laadcapaciteit van 150 liter per bak.

Artikel 5.6.5 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor de subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2 sub b geldt dat alleen de aankoopkosten overeenkomstig artikel 1.1.5 derde lid subsidiabel zijn.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.1.6 derde lid zijn kosten die gemaakt zijn na 11 juni 2019 wel subsidiabel.

Artikel 5.6.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

  • 1.

    De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Elektrische vrachtfiets- en bestelautoactie Overijssel.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2 een kopie van de ondertekende koop- of leaseovereenkomst.

Artikel 5.6.7 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.

Artikel 5.6.8 Weigeringsgronden

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.1.7 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie indien de aanvrager of het gehele concern waar de aanvrager toe behoort, al subsidie heeft ontvangen voor een elektrische bestelauto of elektrische vrachtfiets op basis van deze subsidieparagraaf of een andere regeling van de provincie.

  • 2.

    Artikel 1.1.7 tweede lid is niet van toepassing.

Artikel 5.6.9 Verplichtingen subsidieontvanger

In aanvulling op de artikelen 1.4.1 t/m 1.4.6 is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    de elektrische bestelauto vanaf de tenaamstelling ten minste twee jaar in eigendom te houden of te leasen;

  • b.

    de elektrische bestelauto niet te verhuren aan derden binnen twee jaar na ontvangst van de subsidie;

  • c.

    de elektrische vrachtfiets minimaal één jaar na ontvangst van de subsidie in te zetten;

  • d.

    ten behoeve van de evaluatie dan wel effectmeting van de provincie de volgende informatie te registreren:

    • i.

      voor de elektrische bestelauto: gedurende de eerste twee jaar de kilometerstanden op 1 juli en 1 januari;

    • ii.

      elektrische vrachtfiets: gedurende zes maanden, maandelijks gedurende één week, het aantal ritten in de betreffende week, de regio waar de ritten hebben plaats gevonden en het aantal kilometers dat in de betreffende week is afgelegd.

Toelichting: De registratie is voor de provincie een indicatie van de reductie van CO2 uitstoot.

Voor de elektrische bestelauto moet de aanvrager dus 4 registraties kunnen overleggen. Jaar 1: januari en juli, jaar 2: januari en juli). Voor de elektrische vrachtfiets: zes registraties: uit elke maand 1 week.

Artikel 5.6.10 Looptijd

Deze paragraaf loopt tot 1 december 2020, tenzij Gedeputeerde Staten anders besluiten.

 

Paragraaf 6.32 wordt toegevoegd:

Paragraaf 6.32 Sociale innovatie

Artikel 6.32.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • -

    sociale innovatie: een vernieuwing van de wijze waarop het werk in bedrijven is georganiseerd, en wel op een zodanige wijze dat zowel arbeidsproductiviteit als kwaliteit van de arbeid daarmee gebaat zijn.

     

    Toelichting: Sociale innovatie gaat over slimmer, flexibeler en dynamisch organiseren. Door een optimale inzet van technologie en het aanwezige menselijk kapitaal binnen een bedrijf kan een hogere productiviteit worden gerealiseerd. Bedrijven die zo werken werven bovendien makkelijker en beter nieuwe collega’s, cruciaal op de steeds krapper wordende arbeidsmarkt.

    Via het netwerk van Pioniers brengt de provincie sociale innovatie onder de aandacht van bedrijven.

     

    Meer informatie over sociale innovatie is ook te vinden op: https://www.jijenoverijssel.nl/5635/depioniers

Artikel 6.32.2 Subsidiabele activiteiten

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan sociale innovatie.

Artikel 6.32.3 Criteria

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 6.32.2 voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    de aanvrager is een onderneming die fysiek gevestigd is in Overijssel;

  • b.

    de activiteiten hebben betrekking op minimaal acht medewerkers;

  • c.

    de activiteiten dragen bij aan het verbeteren van competenties, kennis, sociale en persoonlijke vaardigheden van medewerkers;

  • d.

    de activiteiten dragen bij aan zowel arbeidsproductiviteit als kwaliteit van de arbeid;

  • e.

    de totale kosten bedragen meer dan € 10.000,-;

  • f.

    aanvrager draagt zelf bij aan de dekking van de totale kosten;

  • g.

    indien de te verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste lid van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de de-minimisverordening.

Artikel 6.32.4 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt een vast bedrag van € 10.000,- per aanvraag.

Artikel 6.32.5 Subsidiabele kosten

De subsidie bedraagt een vast bedrag, artikel 1.1.5 en artikel 1.1.6 zijn niet van toepassing.

Artikel 6.32.6 Indieningstermijn aanvraag tot subsidieverlening

In afwijking van artikel 1.2.2 geldt dat een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vanaf 17 juni 2019 en ontvangen moet zijn uiterlijk op 16 september 2019 vóór 17.00 uur.

Artikel 6.32.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

  • 1.

    De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Sociale innovatie.

  • 2.

    In aanvulling van artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 6.32.2 een plan waarin is omschreven:

    • i.

      wat de activiteiten zijn;

    • ii.

      waarom sprake is van sociale innovatie;

    • iii.

      een onderbouwing van het beoogde effect op zowel arbeidsproductiviteit als kwaliteit van de arbeid;

    • iv.

      hoe de activiteiten bijdragen aan het verbeteren van competenties, kennis, sociale en persoonlijke vaardigheden van medewerkers;

    • v.

      de mate van overdraagbaarheid aan andere bedrijven.

Artikel 6.32.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast.

Artikel 6.32.9 Volgorde van behandeling

  • 1.

    In afwijking van artikel 1.1.4 plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen, die voldoen aan de in artikel 6.32.3 gestelde criteria, in een prioriteitsvolgorde op basis van scoretabel 1. Uitsluitend subsidieaanvragen die 10 of meer punten scoren worden meegenomen in de prioriteitsvolgorde.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten verstrekken de subsidie in de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het subsidieplafond dit toelaat.

  • 3.

    Bij een gelijke score wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op de volgende onderdelen in de volgorde:

    • a.

      de mate van innovatie;

    • b.

      de eigen bijdrage aanvrager.

  • Scoretabel 1

    Wegingscriteria

    Score

    a. de mate van innovatie (vernieuwing)

    - De wijze waarop het werk is georganiseerd is nieuw in Nederland: 7 punten

    - De wijze waarop het werk is georganiseerd is nieuw voor de sector waarin aanvrager actief is: 5 punten

    - De wijze waarop het werk is georganiseerd is nieuw voor de aanvrager: 3 punten

    b. de mate waarin de activiteiten bijdragen aan zowel de arbeidsproductiviteit als de kwaliteit van de arbeid

    - Goed: 5 punten

    - Voldoende: 3 punten

    - Matig: 1 punt

    c. de mate van waarin de activiteiten bijdragen aan het verbeteren van competenties, kennis, sociale en persoonlijke vaardigheden van medewerkers (menselijk kapitaal)

    - Goed: 5 punten

    - Voldoende: 3 punten

    - Matig: 1 punt

    d. de mate van overdraagbaarheid

    - Sociale innovatie is eenvoudig door andere bedrijven over te nemen: 5 punten

    - Sociale innovatie is bedrijfsspecifiek waardoor uitrol naar andere bedrijven naar verwachting erg moeilijk zal zijn: 1 punt

    - Sociale innovatie is bedrijfsspecifiek, overdraagbaarheid niet mogelijk: 0 punten

    e. de aanvraag is voorzien van een filmpje (van minimaal 2 en maximaal 5 minuten)

    - De sociale innovatie en het beoogde effect wordt op een enthousiaste manier getoond: 5 punten

    f. de eigen bijdrage aanvrager

    - Eigen bijdrage van de aanvrager is 50% of meer van de totale kosten: 5 punten

    - Eigen bijdrage van de aanvrager is minder dan 50% van de totale kosten: 1 punt

    Totale score: score a+b+c+d+e+f

Artikel 6.32.10 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 1.1.7 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie indien sprake is van reguliere HRM activiteiten van het bedrijf.

Artikel 6.32.11 Verplichtingen subsidieontvanger

In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.6 is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    de kennis en ervaring die opgedaan wordt of projectresultaten openbaar te maken via de website van het bedrijf;

  • b.

    de activiteiten te hebben uitgevoerd uiterlijk 31 december 2020.

Artikel 6.32.12 Looptijd

Deze paragraaf loopt tot 31 december 2019, tenzij Gedeputeerde Staten anders besluiten.

Paragraaf 7.12 Herbestemming Cultureel erfgoed

Algemene toelichting wordt toegevoegd, onder de titel van de regeling:

Algemene toelichting

In de Cultuurnota 2017 – 2020 is onder de titel ‘Erfgoed met Karakter’ opgenomen dat de provincie zich blijft inzetten voor het behoud van het cultureel erfgoed. Met deze regeling kunnen Gedeputeerde Staten subsidie verstrekken aan projecten die zich richten op de herbestemming van monumenten en cultuurhistorische waardevolle gebouwen.

Artikel 7.12.1 Begripsbepalingen

Toelichting van ‘cultureel erfgoed’ komt als volgt te luiden:

Toelichting

Te denken valt aan: gebouwen en bouwwerken (niet: roerende zaken) die bijdragen aan de karakteristieke identiteit van het gebied zoals religieus erfgoed (bv. kerken en kloosters), industrieel erfgoed (bv. fabrieken, fabriekscomplexen en molens) en agrarisch erfgoed (bv. boerderijen en schuren). Het kan daarbij gaan om een rijksmonument of een gemeentelijk monument of een gebouw/bouwwerk waar de gemeente een verklaring voor af heeft gegeven dat het van cultuurhistorische waarde is.

 

‘herbestemming’ komt als volgt te luiden:

  • -

    herbestemming: het, met behoud van de bestaande monumentale waarden, geven van een nieuwe functie aan cultureel erfgoed of aan een belangrijk deel daarvan;

Artikel 7.12.3 Criteria

Aanhef komt te luiden: De aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 7.12.2 voldoet aan de volgende criteria:

 

Huidige sub a t/m d wordt vernummerd tot: b t/m e.

 

Nieuw sub a wordt toegevoegd:

  • a.

    de aanvrager is de eigenaar of gebruiker van het cultureel erfgoed;

aanhef sub b komt te luiden: de aanvraag bevat een transformatieplan dat voldoet aan de volgende eisen:

sub b (i):

achter ‘professionals’ wordt toegevoegd: op het gebied van het cultureel erfgoed;

 

sub b (viii) komt als volgt te luiden:

het bevat een financiële onderbouwing van de wijze waarop het cultureel erfgoed na de transformatie duurzaam geëxploiteerd kan worden.

 

sub b (ix) en (x) worden toegevoegd:

  • ix.

    het geeft een beschrijving van de aanpak en proces van de herbestemming;

  • x.

    het geeft een beschrijving van de wijze waarop de monumentale waarden van het cultureel erfgoed worden geïntegreerd in de herbestemming;

sub c:

‘vergunningen’ wordt vervangen door: gemeentelijke vergunningen

 

sub e:

‘60’ wordt vervangen door: 40

..’én behaalt minimaal op 4 onderdelen uit de tabel een positieve score’..: vervalt

 

Scoretabel 1 komt te luiden:

 

Scoretabel 1

1. Bijdrage van de herbestemming aan behoud, herstel of ontwikkeling van de karakteristieke identiteit van het pand en zijn omgeving.

Onvoldoende= 0 punten

Voldoende= 10 punten

Goed= 20 punten

Zeer goed= 30 punten

Score 1

2. De mate waarin het transformatieplan invulling geeft aan de criteria uit art. 7.12.3 sub b.

Onvoldoende= 0 punten

Voldoende= 10 punten

Goed= 20 punten

Zeer goed= 30 punten

Score 2

3. Op de herbestemmingslocatie wordt ten minste één leerlingplaats voor een leerling in de restauratiebouw, tuin- en parkaanleg of archeologie gerealiseerd.

Ja = 10 punten

Nee = 0 punten

Score 3

4. De mate waarin een bijdrage wordt geleverd aan 1 van de ‘prioritaire erfgoedthema’s’ zoals benoemd in Cultuurnota:

a. de Hanze en Moderne Devotie,

b. de Koloniën van Weldadigheid,

c. patriottisme en democratie,

d. het boerenleven door de eeuwen heen,

e. religieus erfgoed en de geschiedenis van de textielindustrie.

Onvoldoende= 0 punten

Voldoende= 5 punten

Goed= 10 punten

Score 4

Totaal score = score 1+ score 2+ score 3+ score 4.

 

Artikel 7.12.4 komt als volgt te luiden:

Artikel 7.12.4 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten voor de uitvoering van de herbestemming met een maximum van € 150.000,- per herbestemming.

 

In de toelichting wordt voor ‘subsidiabele’ toegevoegd: zelfde

Artikel 7.12.5 Indieningstermijn aanvraag

’15 september 2018’ wordt vervangen door: 16 september 2019

Artikel 7.12.6 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

Lid 1: ‘zijn’ wordt vervangen door: de

 

Lid 2 sub a komt te luiden:

  • a.

    het transformatieplan als bedoeld in artikel 7.12.3 sub b;

Lid 2 sub b komt als volgt te luiden:

  • b.

    de voor de uitvoering van het transformatieplan benodigde vergunningen of een verklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de gemeente instemt met de voorgestelde uitvoering van het transformatieplan of een verklaring van de gemeente dat er geen vergunningen voor de uitvoering van de transformatie nodig zijn;

sub e wordt toegevoegd:

  • e.

    indien de aanvrager een gebruiker betreft, een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar van het cultureel erfgoed tegen de herbestemming van het gebouw of bouwwerk.

Paragraaf 8.5 wordt toegevoegd:

Paragraaf 8.5 Lokale initiatieven herdenking en viering 75 jaar vrijheid

Algemene toelichting

Met deze subsidieparagraaf wil de provincie bijdragen aan het vergroten van de bewustwording rondom de Tweede Wereldoorlog (WOII).

Het doel is om zoveel mogelijk inwoners in aanraking te laten komen met 75 jaar vrijheid om bij hen de bewustwording van de waarden vrede, vrijheid, democratie en (rechts)gelijkheid te vergroten.

Artikel 8.5.1 Subsidiabele activiteiten

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten in het kader van de herdenking en viering van 75 jaar vrijheid.

Artikel 8.5.2 Criteria

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 8.5.1 voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    de aanvrager is een gemeente of een rechtspersoon die het programma coördineert;

    Toelichting: Met rechtspersoon wordt bijvoorbeeld bedoeld een Oranjevereniging of een vereniging voor plaatselijk belang.

  • b.

    de activiteiten:

    • i.

      dragen bij aan het verhogen van het waardebesef van vrijheid, democratie en (rechts)gelijkheid;

    • ii.

      dragen bij aan het vergroten van de bewustwording;

    • iii.

      sluiten aan bij lokale verhalen en gebeurtenissen;

    • iv.

      richten zich op een brede doelgroep van jong tot oud;

    • v.

      vinden plaats in Overijssel;

    • vi.

      zijn toegankelijk voor iedereen;

    • vii.

      zijn geen losstaande activiteiten maar vormen een samenhangend geheel met activiteiten van de gemeente op het gebied van de herdenking en viering van 75 jaar vrijheid;

    • viii.

      hebben lokaal bereik en impact;

      Toelichting: Lokaal kan zijn gemeente, buurtschap, kern, wijk, etc.

    • ix.

      zijn afgestemd met de betrokken gemeente, als de aanvrager geen gemeente is, en de projectleider van Platform WOII Overijssel;

  • c.

    als sprake is van educatieve activiteiten heeft afstemming plaatsgevonden met Historisch Centrum Overijssel (HCO) vanwege hun activiteiten en expertise in het kader van het project Expeditie Vrijheid;

    Toelichting: HCO ontwikkelt in het kader van 75 jaar vrijheid samen met 10 basisscholen in Overijssel een educatieprogramma voor het basisonderwijs. Dit programma is voor andere scholen beschikbaar in 2020.

  • d.

    als in de gemeente waar de activiteiten plaatsvinden ook de Bevrijdingstour Overijssel plaatsvindt, wordt een deel van de activiteiten daarop aangesloten;

  • e.

    de gemeente ondersteunt de activiteiten door middel van een financiële bijdrage of inzet van eigen uren;

  • f.

    als de te verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste lid van het VWEU, dan moet de subsidie voldoen aan de algemene de-minimisverordening.

    Toelichting: In artikel 1.1.8 is opgenomen wanneer sprake kan zijn van staatssteun.

Artikel 8.5.3 Grondslag subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000,- per aanvraag.

 

Toelichting: De aanvrager kan ook een bijdrage aanvragen bij Het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (vfonds) via https://www.vfonds.nl/aanvragen/ . De bijdrage van het vfonds is per gemeente maximaal € 5.000,-.

Artikel 8.5.4 Subsidiabele kosten

Uitsluitend kosten derden zoals bedoeld in artikel 1.1.5 derde lid zijn subsidiabel.

Artikel 8.5.5 Niet subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:

  • a.

    kosten voor aankoop, restauratie of oprichting van monumenten;

  • b.

    kosten voor wetenschapsprojecten en onderzoeken;

  • c.

    kosten voor tentoonstellingen;

  • d.

    kosten voor verbouw, renovatie of aankoop van panden ten behoeve van tentoonstellingen;

  • e.

    kosten voor het tot stand brengen van beurzen, documentaires, films en het schrijven, publiceren en uitgeven van boeken.

Artikel 8.5.6 Indieningstermijn aanvraag tot subsidieverlening

In afwijking van artikel 1.2.2 geldt dat een aanvraag om subsidie kan worden ingediend:

  • a.

    vanaf 10 juni 2019 en ontvangen moet zijn uiterlijk op 21 juni 2019 vóór 17.00 uur;

  • b.

    vanaf 23 september 2019 en ontvangen moet zijn uiterlijk op 25 oktober 2019 vóór 17.00 uur.

Artikel 8.5.7 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening

  • 1.

    De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Lokale initiatieven herdenking en viering 75 jaar vrijheid.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 8.5.1 een projectplan, waarin in ieder geval is omschreven:

    • a.

      welke activiteiten worden uitgevoerd;

    • b.

      hoe wordt bijgedragen aan het vergroten van de bewustwording;

    • c.

      hoe wordt aangesloten bij lokale verhalen en gebeurtenissen;

    • d.

      doelgroep van jong tot oud;

    • e.

      waar de activiteiten plaats vinden;

    • f.

      de toegankelijkheid van de activiteiten;

    • g.

      de samenhang met andere activiteiten in de gemeente;

    • h.

      bereik en impact van de activiteiten.

Artikel 8.5.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast.

Artikel 8.5.9 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 1.1.7 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie als:

  • a.

    de activiteiten in strijd zijn met het provinciale of landelijke programma voor 75 jaar vrijheid;

  • b.

    sprake is van reguliere dan wel jaarlijkse activiteiten die plaatsvinden in het kader van de herdenking van WOII;

  • c.

    voor activiteiten in die gemeente al een subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf.

Artikel 8.5.10 Verplichtingen subsidieontvanger

In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.6 is de subsidieontvanger verplicht de activiteiten uiterlijk 1 november 2020 te hebben uitgevoerd.

Artikel 8.5.11 Looptijd

Deze paragraaf loopt tot 2020, tenzij Gedeputeerde Staten anders besluiten.

Artikel II

Inwerkingtreding:

Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie in het provinciaal blad.

Gedeputeerde Staten voornoemd.