Provinciaal blad van Gelderland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GelderlandProvinciaal blad 2019, 3830Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent fysieke inversteringen Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (Openstellingsbesluit fysieke investeringen DAW, mei 2019)

Bekendmaking van het besluit van 15 mei 2019- zaaknummer 2019-005895 tot vaststelling van een regeling

 

Gedeputeerde Staten van Gelderland

 

Gelet op artikel 1.3 en paragraaf 2 van Hoofdstuk 2 van de Verordening POP3 Subsidies provincie Gelderland, mei 2018;

 

Besluiten

 

 

  • I.

    Vast te stellen het Openstellingsbesluit Fysieke Investeringen Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) Gelderland, mei 2019;

 

  • II.

    De subsidieplafonds bedragen:

    • a.

      Voor het beheersgebied van het waterschap Vallei en Veluwe € 1.332.000;

    • b.

      Voor het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel € 1.058.000;

    • c.

      Voor het beheersgebied van het waterschap Rivierenland € 414.000.

  • III.

    Aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend vanaf 27 mei 2019 09.00 uur tot en met 8 juli 2019 tot 17.00 uur.

 

  • IV.

    In Bijlage 1 zijn de nadere regels opgenomen die voor dit besluit gelden.

 

  • V.

    In Bijlage 2 is de Investeringslijst opgenomen die voor dit besluit geldt.

 

  • VI.

    Dit besluit wordt aangehaald als “Openstellingsbesluit Fysieke Investeringen DAW, mei 2019”.

 

  • VII.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en vervalt op 9 juli 2019, met dien verstande dat het zijn werking behoudt op de aanvragen die zijn ingediend tijdens de openstellingsperiode.

 

 

namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

 

Ery Tijink

Programmamanager Land en Tuinbouw

 

 

Bijlage 1 Nadere regels bij het Openstellingsbesluit Fysieke Investeringen DAW Gelderland, mei 2019

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

Verordening: de Verordening POP3 subsidies provincie Gelderland, mei 2018.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan alleen worden verstrekt voor investeringen genoemd in de Investeringslijst die onderdeel uitmaakt van dit besluit.

  • 2.

    Subsidie kan alleen worden verstrekt voor bovenwettelijke investeringen.

Artikel 3 Aanvraag

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt aan een landbouwer of een groep van landbouwers die een samenwerkingsverband zijn aangegaan conform artikel 1.6 van de Verordening.

  • 2.

    Per aanvrager wordt slechts één aanvraag om subsidie in behandeling genomen.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten verlenen geen voorschot op basis van realisatie.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 1.12 lid 1 van de Verordening wordt slechts verstrekt voor kosten derden.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.2.3 lid 1 en artikel 1.12 lid 3 en lid 4 van de Verordening zijn de volgende kosten subsidiabel:

    • a.

      kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

    • b.

      niet verrekenbare of niet compensabele BTW.

Artikel 5 De rangschikking

Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15b en artikel 2.2.5 van de Verordening worden de scores van de investeringslijst gehanteerd en wordt er gerangschikt op basis van het gemiddelde van de investeringscategorieën per aanvraag.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten met een minimale hoogte van € 4.000,-- en een maximale hoogte van € 20.000,- per aanvraag.

 

Bijlage 2 Investeringslijst

 

 

Maatregel / omschrijving investering

score

 

Gebruik mest en nutriënten

 

1

Investeringen in een teeltsysteem voor vollegrondgewassen, niet zijnde zachtfruit, met als gevolg een efficiëntere benutting en gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen:

 

  • a.

    bestemd voor het in de open lucht in teeltgoten of op stellingen telen van gewassen:

    • -

      die normaliter in de volle grond geteeld worden;

    • -

      waarbij nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen niet uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater; en

    • -

      waarbij het drainwater wordt opgevangen en hergebruikt.

  • b.

    bestaande uit een teeltsysteem en een water- en mestgiftsysteem

  • c.

    niet subsidiabel is een regen- of drainwateropvang en een waterrecirculatiesysteem.

32

2

Investeringen in een teeltsysteem voor vollegrondgewassen met betrekking tot zachtfruit met recirculatieplicht en nullozing, met als gevolg een efficiëntere benutting en gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen:

  • a.

    bestemd voor het in de open lucht in teeltgoten of op stellingen telen van gewassen:

    • -

      die normaliter in de volle grond geteeld worden;

    • -

      waarbij nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen niet uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater, en

    • -

      waarbij het drainwater wordt opgevangen en hergebruikt.

  • b.

    bestaande uit een teeltsysteem en een water- en mestgiftsysteem

  • c.

    niet subsidiabel is een regen- of drainwateropvang en een waterrecirculatiesysteem.

29

3

Investeringen in systemen voor plaatsspecifieke precisiebemestering, plaatsspecifieke gewasbescherming of plaatsspecifieke bewatering inclusief GPS/GIS apparatuur, waarbij de GPS/GIS apparatuur altijd in combinatie wordt gebruikt met precisieapparatuur voor het verzorgen van landbouwgewassen en met een maximale afwijking van ten hoogste 10 cm nauwkeurig voor volgende toepassingen:

  • i.

    Investeringen in systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping in de bodem toedienen van vloeibare of vaste stikstofhoudende meststoffen bij het planten, zaaien, aanaarden of op het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt.

  • ii.

    Investeringen in systemen voor het meten van het stikstofgehalte van het gewas door middel van gewasreflectie van het gewas waarbij direct de stikstofbehoefte van het gewas wordt bepaald.

  • iii.

    Investeringen in systemen voor het meten van het stikstofgehalte en fosfaatgehalte van drijfmest met NIR-sensor op mestdoseerwerktuigen waarbij direct de dosering van de hoeveelheid drijfmest wordt bepaald en ook de mest wordt aangewend op het perceel.

  • iv.

    Investeringen in apparatuur om de bodem in kaart te brengen ten behoeve van plaatsspecifieke bemesting, - gewasbescherming of - bewatering in combinatie met GPS/GIS apparatuur met een maximale afwijking van tien centimeter nauwkeurig.

  • v.

    Investeringen in apparatuur voor plaatsspecifiek verzorgen van landbouwgewassen:

    • a.

      bestemd voor het zodanig toedienen van meststoffen dat rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden door meting van de in de grond aanwezige voorraad meststoffen, waarbij:

      • -

        de verkregen gegevens via elektronische koppeling in een GPS/GIS-systeem met een afwijking van ten hoogste tien centimeter worden vastgelegd;

      • -

        vervolgens op basis van de vastgelegde gegevens (taakkaarten) de optimale hoeveelheid door een regeleenheid wordt bepaald;

      • -

        in geval van een mestinjectie-machine of zodenbemester door een regeleenheid op basis van taakkaarten per sectie of per dop onafhankelijk het middel of de mest aan het gewas wordt toegediend; en

      • -

        in geval van vaste mest- of organische stofstrooiers door een regeleenheid op basis van taakkaarten gebaseerd op bodemscans of grondmonsters waarbij plaats-specifiek meer of minder mest wordt toegediend aan het gewas.

    • b.

      bestaande uit bemestingsapparatuur, meetapparatuur met GPS/GIS-koppeling, een GPS/GIS-systeem, een regeleenheid voor optimale dosering, een autopilot systeem en optioneel de volgende onderdelen: sensoren, een plantherkenningssysteem, een ISObus 11783-systeem, een automatisch sectieafsluitingssysteem met GPS/GIS-koppeling, een sneltester voor stikstof, een NIR-sensor in de mesttank en een uitschuifbare as bij een mestinjectie-machine of een zodenbemester.

 

 

 

 

 

 

 

 

i: 36

ii: 25:

iii: 29

iv: 34

v: 34

4

Investeringen in een fertigatiesysteem:

  • a.

    bestemd voor het gereguleerd doseren van water en meststoffen aan gewassen in de vollegrondteelt, niet zijnde glastuinbouw, ter voorkoming van uitspoeling.

  • b.

    bestaande uit vochtmeetapparatuur, een regeleenheid, een waterafgiftesysteem en al dan niet een lichtmeter en apparatuur voor het bepalen van het mineralengehalte.

35

5

Investeringen in mestopslagcapaciteit:

  • a.

    bestemd voor het beter aanwenden van mest ter bevordering van de groei van gewassen;

  • b.

    met een volume van tenminste negen maanden waarbij alleen de kosten subsidiabel zijn voor zover die meer zijn dan het volume dat nodig is voor de opslag voor zes maanden; het is aan de aanvrager om door middel van berekeningen te onderbouwen

  • c.

    niet subsidiabel: mestzak.

25

6

Investeringen met betrekking tot drinkbakken midden in een perceel om uitspoeling nutriënten te voorkomen.

32

 

Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

 

7

Investeringen in machines voor mechanische onkruidbestrijding, die geen gebruik maken van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen:

  • a.

    bestemd voor het bestrijden van onkruid in en tussen de rijen van het gewas,

  • b.

    bestaande uit een GPS/GIS-systeem met een afwijking van ten hoogste tien centimeter en al dan niet de volgende onderdelen: onkruidsensoren, een plantherkenningssysteem, een autopilotsysteem en een klaverdoorzaaimodule,

 

of

 

Investeringen in intrarijwieders:

  • a.

    bestemd voor het mechanisch of pneumatisch bestrijden van onkruid zowel tussen als in de rijen van het gewas,

  • b.

    bestaande uit een intrarijwieder met een mechanisch of pneumatisch onkruidbestrijdingssysteem en al dan niet de volgende onderdelen: onkruidsensoren en een plantherkenningssysteem,

 

of

 

Investeringen in mechanische onkruidknippers:

  • a.

    bestemd voor het doorsnijden van de dikkere stengels van onkruid met een machine voorzien van kam- en kniptechniek, waarbij het geteelde gewas niet wordt beschadigd en de onkruiddruk in akkerbouwgewassen of grasland wordt verminderd,

  • b.

    bestaande uit: een mechanische onkruidknipper met een vingerbalk, messen en een bezem.

37

8

Investeringen in spuittechnieken die drift met 95% reduceren ten opzichte van een spuitmachine zonder driftbeperkende maatregelen, met technieken conform de criteria op de DRT-lijst, bestaande uit:

 

Investeringen in boomgaardspuitmachines:

  • a.

    bestemd voor het in horizontale richting bespuiten van boomgaarden met een spuitmachine die het gewasbeschermingsmiddel in de vorm van grote druppels het gewas inblaast, waarbij een toegepast GPS/GIS-systeem een afwijking van ten hoogste 10 centimeter heeft, en die door middel van een laserscanner nauwkeurig de spuitplek bepaalt,

  • b.

    bestaande uit een spuitmachine en al dan niet de volgende onderdelen: een GPS/GIS-systeem, sensoren, een laserscanner en een volledig gesloten vulsysteem.

 

of

 

Investeringen in spuitmachines met drift beperkend systeem voor de akkerbouw:

  • a.

    bestemd voor het toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen aan landbouwgewassen, en

  • b.

    bestaande uit: een spuitmachine met een driftbeperkend systeem en al dan niet een volledig gesloten vulsysteem

 

of

 

Investeringen in voorzieningen of apparatuur voor het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de fruitteelt of glastuinbouw:

  • a.

    bestemd voor het aantoonbaar verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ten opzichte van de bestaande situatie

  • b.

    bestaande uit een voorziening of apparatuur voor het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, niet zijnde apparatuur waarmee het gewasbeschermingsmiddel wordt toegediend;

     

31

9

Investeringen in sensorgestuurde of andere selectieve of gerichte spuitapparatuur:

  • a.

    bestemd voor het doden van plantpathogenen in open teelten door behandeling met UV-licht, ter beperking van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen;

  • b.

    bestaande uit een hangende, getrokken of al dan niet zelfrijdende gewasbeschermingsinstallatie, UV-lampen, voeding en meet- en regelapparatuur;

  • c.

    niet subsidiabel: het trekkend voertuig of de rail.

 

of

 

 

Investeringen in een spuitmachine voor plaatsspecifiek toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen:

  • a.

    bestemd voor het zodanig toedienen dat rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden door meting van de in het gewas aanwezige onkruiddruk of ziektedruk, waarbij:

    • -

      de verkregen gegevens via elektronische koppeling in een GPS/GIS-systeem worden vastgelegd;

    • -

      vervolgens op basis van de vastgelegde gegevens (taakkaarten) de optimale hoeveelheid door een regeleenheid wordt bepaald; en

    • -

      de spuitinstallatie door een regeleenheid op basis van taakkaarten per dop onafhankelijk het middel aan het gewas toedient.

  • b.

    bestaande uit een spuitmachine, een GPS/GIS-systeem, een regeleenheid voor optimale dosering, een autopilot systeem, een automatisch sectie-afsluitingssysteem met GPS/GIS-koppeling, een aanpassings- of stuursysteem voor de spuitinstallatie en al dan niet de volgende onderdelen: meetapparatuur met GPS/GIS-koppeling, een ISObus 11783-systeem, een volledig gesloten vulsysteem, een plantherkenningssysteem en onkruidsensoren.

31

 

Hydrologische maatregelen

 

10

Investeringen in maatregelen die water vasthouden in een kavelsloot door:

  • -

    Het plaatsen van een LOP-stuw;

  • -

    Het verhogen van een bestaande duiker;

  • -

    deze kavelsloot volledig te dempen; of

  • -

    het verhogen van de slootbodem.

36

11

Investeringen in onderwaterdrainage die ook infiltratie mogelijk maken en het peil eenvoudiger en sneller regelen via:

  • -

    regelbare, omgekeerde onderwaterdrainage;

  • -

    regelbare, omgekeerde peilgestuurde drainage;

  • -

    een drainagesysteem dat is aangesloten op een verzamelput met verstelbare overstort; of

  • -

    een sloot met regelbare stuw;

    • a.

      bestemd voor het via drainage reguleren van het grondwaterpeil van één of meer landbouwpercelen waardoor verdroging, verzilting, te natte landbouwgrond en afspoeling van meststoffen wordt voorkomen;

    • b.

      bestaande uit een drainagesysteem onder het perceel, een verzameldrain en al dan niet de volgende onderdelen: een verzamelput met verstelbare overstort of een regelbare stuw, een meetsysteem voor het meten van het grondwaterpeil en een pomp.

30

12

Investeringen in opslag van hemelwater in een bassin, vijver of plas

dat op eigen terrein ligt of op een ander terrein in samenspraak met de betreffende grondeigenaar:

  • a.

    bestemd voor het individueel of collectief opslaan van water in ondergrondse bodemlagen, niet zijnde een warmte-koude opslag of systeem voor geothermie, voor het gebruik als beregenings- of gietwater in de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrond- of bedekte teelt;

  • b.

    bestaande uit ondergrondse wateropslagvoorziening, putten, pompen, al dan niet filtersystemen voor het zuiveren van het te bergen water;

  • c.

    niet subsidiabel: voorzieningen voor het opvangen van het regenwater en het geschikt maken van het teruggewonnen water.

27

13

Investeringen in zuiverende drainage zoals een ijzerzand voorziening, puridrain of soortgelijke investeringen die bijdragen aan het beperken van de afvoer nutriënten naar oppervlaktewater

29

 

Maatregelen voor de erfsituatie en bedrijfsgebouwen

 

14

Investeringen in de herinrichting van het erf en de aanleg van opvangvoorzieningen met als doel het verminderen van emissie vanaf het verharde erf door:

  • a.

    het opvangen en hergebruiken van schoon erf-/dakwater, waarbij per 100 m² erf- en dakoppervlak minimaal 3.000 liter opvangcapaciteit aanwezig is;

  • b.

    infiltratie van schoon erf-/dakwater in:

    • -

      de bodem;

    • -

      infiltratiekoffers door het rechtstreeks afvoeren van hemelwater vanaf het erf en het dak naar een infiltratievoorziening in vrij afwaterende gebieden; of

    • -

      infiltratiekoffers met een capaciteit van minimaal 3.000 liter per 100 m² erf- en dakoppervlak;

  • c.

    een waterdichte opslagput voor de opvang van perssap, percolatiewater en afstromend water van kuilplaten, voerplein of koepad, waarmee erfafspoeling gescheiden blijft van regulier rioolsysteem, inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer van met voer- of mestresten vervuild water die leiden naar de daarvoor bestemde opslagput,

  • d.

    een waterdichte opvangput waarmee verontreinigd afvalwater van het bedrijf gescheiden blijft van regulier rioolsysteem, inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer, of

  • e.

    waterveegmachines met opvangbak,

  • f.

    veegmachines voor het schoonhouden van het erf ter voorkoming van erfafspoeling bij regen,

  • g.

    opvangsysteem van perssappen onder sleufsilo’s.

Niet subsidiabel:

  • -

    overkapping voor een voederopslag;

  • -

    overkapping voor een mestopslag;

  • -

    erfverharding;

  • -

    hemelwatersysteem waaronder dakgoten;

  • -

    buizen voor afvoer en reguliere riolering;

  • -

    kuilplaten;

  • -

    installaties of machines voor opvang van perssap of percolaat indien een overloopvoorziening is of wordt aangebracht naar het reguliere riool, de bodem of het oppervlaktewater;

  • -

    waterzuiveringsinstallatie.

36

15

Investeringen voor het overdekt opslaan van ontsmettingsfusten.

 32

16

Investeringen in een machinewasplaats:

  • a.

    bestemd voor het verminderen van emissie bij het inwendig en uitwendig reinigen van machines en werktuigen met gewasbeschermingsmiddelen;

  • b.

    bestaande uit een permanente weer- en windbestendige overkapping van de wasplaats met maximaal twee zijwanden.

35

17

Investeringen in een biologisch systeem voor het verwijderen van gewasbeschermingsmiddelen:

  • a.

    bestemd voor het behandelen van met gewasbeschermingsmiddelen verontreinigd spoel- of afvalwater uit de land- en tuinbouw, niet zijnde de glastuinbouw, waarbij het water verdampt of geconcentreerd wordt en reststromen worden afgevoerd naar een erkend afvalverwerkingsbedrijf of, in geval van substraat, ten minste één jaar wordt gecomposteerd;

  • b.

    bestaande uit een biologisch waterbehandelingssysteem met bijbehorende overkapping en een afvalwaterbuffer;

  • c.

    niet subsidiabel: wasplaats, olie/water-afscheider en slibvangput.

35

18

Investeringen in het toepassen van gesloten vul- en doseersysteem spuitapparatuur met als doel het verminderen van emissie bij het inwendig en uitwendig reinigen van machines en werktuigen met gewasbeschermingsmiddelen.

35

 

 Bodemmaatregelen

 

19

Investeringen in systemen voor structuurbehoud in de bodem, bestaande uit:

  • -

    rupsen voor tractoren: meerkosten voor rupsen onder een tractor; of

  • -

    brede banden voor tractoren en (zelfrijdende)machines in combinatie met luchtdrukwisselsystematiek.

 

Niet subsidiabel: trekkers, zelfrijders en banden zonder luchtdrukwisselsysteeem.

44

20

Een investering in een schijveneg met gekartelde schijven in combinatie met een verkruimelrol.

31

21

Investering in een ecoploeg

31

22

Investering in een mulchmachine

31

 

Diverse maatregelen

 

23

Investeringen in permanente afdekinstallatie voor kuilvoerplaatsen:

  • a.

    bestemd voor het afdekken van kuilvoer met een mechanisch op- en afrolbaar permanent dekkleed voorzien van kanalen die met water gevuld worden om het kuilvoer aan te drukken;

  • b.

    bestaande uit een dekkleed met waterslurven en een afdekmachine.

35

 

 

Toelichting

I. Algemeen deel

 

1. Inleiding

 

Op 16 februari 2015 heeft de Europese Commissie het derde Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) goedgekeurd. Het POP3 is een Europees subsidieprogramma dat gericht is op de versterking van het Nederlandse platteland. POP3 is een vervolg op POP2 en loopt van 2014-2020. POP3 wordt mede gefinancierd vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en mede door gelden van de provincie en de waterschappen.

 

2. Provinciaal beleid

 

De provincie wenst het landelijk gebied economisch en sociaal vitaal te houden en acht daarvoor een concurrerende landbouw noodzakelijk. De landbouwsector moet economisch gezond kunnen functioneren en tegelijkertijd verder verduurzamen ten aanzien van milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid, voedselveiligheid en klimaat.

 

Om de innovatie in de landbouw op het gebied van water op een hoger plan te trekken is het van belang dat de landbouwsector gaat investeren in fysieke maatregelen. Op grond van deze nadere regels kan subsidie worden verstrekt voor investeringen die gericht zijn op het bereiken van wateropgaven en doelen die door de waterschappen worden nagestreefd en zijn neergelegd in de waterbeheerplannen. De waterbeheerplannen zijn: het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel, vastgesteld op 3 november 2015; het Waterbeheerprogramma 2016-2021 “Koers houden, kansen benutten” van Waterschap Rivierenland, vastgesteld 27 november 2015 en het Waterbeheerprogramma 2016-2021 “Partnerschap als watermerk” van Waterschap Vallei en Veluwe, vastgesteld op 30 september 2015. Zo kan bijvoorbeeld subsidie worden verstrekt voor de aanschaf van sensorgestuurde spuitapparatuur of het plaatsen en beheren van boerenstuwen.

 

 

 

3. Tendersystematiek

 

Subsidieaanvragen kunnen slechts in een beperkte periode worden ingediend. Op de sluitingsdatum van de tender moet alle inhoudelijke informatie (dus ook alle verplichte bijlagen en een duidelijke toelichting op de begroting) die bij een aanvraag hoort, ontvangen zijn. Deze sluitingsdatum wordt strikt gehanteerd. Als de aanvraag uiterlijk tien werkdagen voor de sluitingsdatum wordt ontvangen, wordt de aanvraag gecontroleerd op volledigheid van verplichte bijlagen. Na de sluitingsdatum is aanvullen van de aanvraag in beginsel niet meer mogelijk. Een onafhankelijke adviescommissie gaat vervolgens de aanvragen beoordelen aan de hand van de beschikbare informatie. Met behulp van een investeringslijst worden de projecten gerangschikt. Het kan voorkomen dat vanwege het subsidieplafond niet alle projecten gehonoreerd kunnen worden. De projecten met de meeste punten worden als eerste gehonoreerd.

 

 

4. Start met de uitvoering van de activiteit

 

In de subsidieverleningsbeschikking wordt de startdatum van de activiteit opgenomen. Dit is in overeenstemming met artikel 1.17 eerste lid, onder e van de Verordening. Uitdrukkelijk zij vermeld dat het ondertekenen van een offerte zonder dat daarin een voorbehoud is gemaakt over het ontvangen van subsidie, uitgelegd wordt als start met de uitvoering van de activiteit.

 

 

5. Investeringslijst

 

Subsidie wordt verstrekt voor specifieke investeringen zoals opgenomen in de investeringslijst. Er is een selectie gemaakt van de maatregelen die het meest effectief zijn gezien de wateropgave en de natuurlijke omstandigheden.

De investeringen waar subsidie voor kan worden verkregen staan op de investeringslijst. Het gaat om fysieke investeringen die nodig zijn voor het ontwikkelen, beproeven of demonstreren van innovaties in agrarische ondernemingen of voor de bredere uitrol van innovaties binnen de agrarische sector. Aan innovaties moet in dit kader een brede betekenis worden toegekend, waaronder bijvoorbeeld ook nieuwe technieken kunnen worden verstaan die nog niet algemeen gangbaar zijn. Exploitatiekosten, abonnementen en wettelijke verplichte maatregelen worden niet gesubsidieerd.

 

De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.

 

6. Subsidieplafond

 

POP3 wordt mede gefinancierd vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en mede door gelden van de provincie en de waterschappen. Hierbij geldt dat het budget dat bestaat uit 100% ELFPO-middelen als eerste benut zal worden. Wanneer dit budget volledig benut is, wordt het budget dat bestaat uit 50% ELFPO-middelen en 50% publieke financiering worden benut. Voor aanvragers maakt het geen verschil uit welk budget of plafond hun aanvraag wordt gefinancierd.

 

Waterschap

Totaal (A+B+C+D)

A

B

C

D

 

 

ELFPO 100%

 

 

ELFPO 50%

 

Waterschap 25%

Provincie 25%

Vallei en Veluwe

€ 1.332.000

€ 518.000

€ 407.000

€ 203.500

€ 203.500

Rijn en IJssel

€ 1.058.000

€ 432.000

€ 313.000

€ 156.500

€ 156.500

Rivierenland

€ 414.000

€ 146.000

€ 134.000

€ 67.000

€ 67.000

 

II. Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

 

De subsidiabele activiteiten zijn hiervoor toegelicht in de tabel.

 

 

Artikel 3 De aanvraag

 

Alleen landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers komen voor subsidie in aanmerking. Soms kan schaalvoordeel worden behaald als landbouwers samen besluiten om dezelfde investering te doen. De kosten voor zowel de aanvrager als de verstrekker kunnen worden beheerst door subsidie aan te vragen en te verstrekken via één aanvraag namens meerdere landbouwers. Een aanvraag kan bestaan uit meer investeringen.

 

Conform artikel 1.6 van de Verordening kan subsidie worden toegekend aan een samenwerkingsverband. De voorwaarden van artikel 1.6 van de Verordening zijn van toepassing op het samenwerkingsverband. Er dient onder andere een samenwerkingsovereenkomst te worden overgelegd, die door alle deelnemers moet zijn ondertekend.

 

Artikel 4 Subsidiabele kosten

 

In deze openstelling zijn uitsluitend kosten derden subsidiabel gesteld. Deze kosten derden kunnen bestaan uit:

  • a.

    kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;

  • b.

    kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;

  • c.

    kosten voor aankoop van grond.

  • d.

    kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

  • e.

    algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening;

  • f.

    kosten voor projectmanagement en projectadministratie;

  • g.

    kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

  • h.

    niet verrekenbare of niet compensabele BTW.

 

Kosten die niet subsidiabel zijn, staan in artikel 1.13 van de Verordening

 

Artikel 5 Rangschikking

 

Een groep deskundigen heeft zich bij de totstandkoming van de investeringslijst gebogen over het toe te kennen aantal punten conform artikel 1.15 en 1.15b van de Verordening. Bij de rangschikking wordt uitgegaan van de informatie die op de sluitingsdatum bekend is. Zie ook hiervoor het kopje 3. “tendersystematiek” onder het Algemeen deel van deze Toelichting.

 

Het subsidieplafond is bereikt indien de som van alle verleende subsidie overeenkomt met de plafondbedragen. Indien er meer landbouwers in één aanvraag zitten is de score voor die aanvraag gelijk aan het gemiddelde van alle deelnemende landbouwers.

 

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

 

Van de subsidiabele kosten is 40% subsidiabel. Om administratieve lasten te beperken wordt subsidie niet verleend als het subsidiebedrag lager is dan € 4.000,-. Dit betekent dat het bedrag aan subsidiabele kosten minstens € 10.000,- moet zijn om voor subsidie in aanmerking te komen. De maximale hoogte van de subsidie bedraagt € 20.000,-.

 

Om die reden wordt aanbevolen om dergelijke investeringen met een samenwerkingsverband van landbouwers te doen, zodat de drempel per aanvraag wordt gehaald. Op die manier wordt er naar gestreefd om een zo groot mogelijk effect te bereiken.

 

Er vinden geen deelbetalingen plaats. Bij de vaststelling van de subsidie wordt het geld overgemaakt.

 

III. Toelichting op de investeringscategorieën

1

Deze investering leidt tot een efficiëntere benutting en gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en daardoor tot minder uitspoeling. Het is een relatief innovatief concept, vaak worden de teelten ook afgedekt met behulp van tunnels. Teeltsystemen onder glas komen niet in aanmerking. Bij deze investeringen zijn investeringen in teeltsystemen voor zachtfruit uitgesloten. Investeringen in regen- of drainwateropvang en een waterrecirculatiesysteem zijn niet subsidiabel omdat deze wettelijk verplicht zijn.

2

Deze investering leidt tot een efficiëntere benutting en gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en daardoor tot minder uitspoeling. Dit is een relatief innovatief concept, vaak worden de teelten ook afgedekt met behulp van tunnels. Teeltsystemen onder glas komen niet in aanmerking. Deze investeringen zien specifiek op zachtfruit. Investeringen in regen- of drainwateropvang en een waterrecirculatiesysteem zijn niet subsidiabel omdat deze wettelijk verplicht zijn.

3

Precisiebemesting is machinale bemesting waarbij met behulp van bijvoorbeeld GPS of rijenbemesting minder mest wordt toegediend, maar specifiek dichterbij de planten.

 

Abonnementen zijn niet subsidiabel, wel eenmalige aanschaf software bij apparaat. Maatregel 3 i t/m v beschrijven de bedoelde maatregelen. Het gaat hierbij over GIS/GPS-systeem RTK+.

 

  • i.

    Denk hierbij aan precisiebemesters (ook kunstmest).

  • ii.

  • iii.

    Niet subsidiabel zijn investeringen in technologie op voertuigen die alleen drijfmest transporteren van het ene bedrijf naar het andere, omdat bemonstering van vrachten is verplicht gesteld door overheid.

  • iv.

    Granulaatstrooiers, kunstmeststrooiers en bemestingseenheden op zaai-, poot- en plantmachines behoren niet tot deze investeringscategorie.

  • v.

    Idem als iv

 

4

De investering is bestemd voor het gereguleerd doseren van water en meststoffen, al dan niet in combinatie met gewasbeschermingsmiddelen.

5

Het effect is dat mest daardoor alleen wordt toegediend als het gewas het nodig heeft. Investering in extra mestopslagcapaciteit meer dan wettelijk minimaal verplicht is. Opslag van mest voor tenminste zes maanden is verplicht. Het vergroten van de bovengrondse mestopslagcapaciteit zodat tenminste drie maanden langer mest opgeslagen kan worden zorgt er voor dat mest uitgereden kan worden op momenten dat het gewas het beter opneemt en er minder meststoffen uitspoelen. De wettelijke vereiste capaciteit wordt berekend op basis van het aantal dieren. De investering in extra capaciteit is bovenwettelijk en subsidiabel. Het is nodig dat de aanvrager zelf aangeeft wat het verschil in kosten is tussen een opslag voor zes maanden en een opslag voor negen maanden omdat het anders nauwelijks mogelijk is om de extra kosten te bepalen. Ook geeft de aanvrager aan:

  • -

    Verplichte mestcapaciteit voor welke diersoorten en hoeveel dieren;

  • -

    Huidige mestcapaciteit voor welke diersoorten en hoeveel dieren;

  • -

    Beoogde mestcapaciteit voor welke diersoorten en hoeveel dieren.

6

Het plaatsen van drinkbakken in het midden van het perceel voorkomt vertrapping van slootranden door vee en de afspoeling van mest die bij deze randen terecht komt. Drinkbakken kunnen verrijdbaar zijn en er kan water met een slang uit een sloot of uit een put worden gepompt. Een pomp kan aangedreven worden op zonne-energie door zonnepanelen. De investering kan gekoppeld worden als voorwaarde van een blauwe dienst.

7

-

8

Drift is een proces waarbij gewasbeschermingsmiddelen tijdens het bespuiten door de wind worden meegenomen en deze op plaatsen terecht komen, waar ze niet gewenst zijn. Voorbeelden van spuittechnieken die drift reduceren zijn wingsprayer, luchtondersteuning en driftarmere doppen.

9

Voor de investeringen in voorzieningen of apparatuur voor het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de fruitteelt of glastuinbouw geldt de eis van 95% driftreductie niet.

10

-

11

Peilgestuurde drainage is buisdrainage, gecombineerd met een werk waarmee de hoogte van het te lozen water – het overlooppeil – kan worden gestuurd.

12

In het geval van ondergrondse wateropslag moet het bevoegd gezag schriftelijk toestemming hebben verleend. Onder bedekte teelt wordt ook glastuinbouw verstaan. Bij subsidiering van deze investering zal rekening gehouden moeten worden met de voorwaarden zoals beschreven in het Activiteitenbesluit. Het is aan de aanvrager om aan te tonen dat aan die voorwaarden wordt voldaan.

13

-

14

Alleen investeringen die meer dan wettelijk verplicht zijn, zijn subsidiabel, dus bij subsidiering van deze investering zal rekening gehouden moeten worden met de randvoorwaarden zoals beschreven in het Activiteitenbesluit en hieronder aangehaald. Het is aan de aanvrager om aan te tonen dat aan die voorwaarden wordt voldaan. Randvoorwaarden Activiteitenbesluit:

  • -

    stabiele ondergrond

  • -

    vloeistof kerende voorziening

  • -

    het aanleggen van straatkolken (een straatkolk per 100 m²) met een rechtstreekse afvoer naar de sloot

  • -

    afschot van het erf van ten minste 1% waardoor het hemelwater rechtstreeks via de straatkolken kan worden afgevoerd. Het afschotpercentage dient duidelijk aantoonbaar en gespecificeerd in ontwerpplan zijn opgenomen.

  • -

    het dakwater moet gescheiden van erfwater worden afgevoerd naar het oppervlaktewater (niet over het erf laten afspoelen). Zo mogelijk wordt dakwater (tijdelijk) opgevangen en her gebruikt of geïnfiltreerd.

.

15

-

16

De overkapping dient weer- en windbestendig te zijn. Dat wil zeggen: waterdicht zijn en niet kunnen scheuren bij harde wind. Dun plastic voldoet derhalve niet, goed bevestigde golfplaten of dik zeil dat niet scheurt bij harde wind voldoen wel. Let op bij subsidiëring van deze investering zal rekening gehouden moeten worden met de randvoorwaarden zoals beschreven in het Activiteitenbesluit en hieronder aangehaald. Het is aan de aanvrager om aan te tonen dat aan die randvoorwaarden wordt voldaan.

Randvoorwaarden:

  • -

    stabiele ondergrond,

  • -

    de wasplaats heeft een vloeistofdichte vloer,

  • -

    een slibvangput en olieafscheider is verplicht als de wasplaats ook gebruikt wordt voor het reinigen van werktuigen en machines zonder gewasbeschermingsmiddelen. Afvoerpunt altijd vrijhouden van vuil en moet altijd zichtbaar zijn. Opvangput geschikt voor agrarisch gebruik, waterdicht, en geschikt voor zware verkeersbelasting,

  • -

    de vloeistofdichte vloer is voorzien van opstaande randen (tien centimeter waardoor het reinigingswater niet over de randen kan gaan,

  • -

    afschot vloeistofdichte voorziening naar het afvoerpunt in de richting van het afvoersysteem van ten minste 1% duidelijk aantoonbaar en gespecificeerd in ontwerpplan,

  • -

    de afvoer van het reinigingswater naar een (zuiverings-)voorziening op basis van verdamping (of een andere nader te erkennen techniek) waarbij geen restlozing plaatsvindt, -het reinigingswater afvoeren via het vuilwaterriool (indien niet aanwezig: opvangen in een opvangput met een inhoud van ten minste 2.500 liter),

  • -

    de capaciteit van de zuiveringsvoorziening moet voldoende zijn voor de behandeling van het waswater dat jaarlijks vrijkomt. Een capaciteitsberekening dient te worden overlegd.

17

Subsidiabel is alleen wat meer dan wettelijk verplicht en afdwingbaar is dus bij de subsidiering van deze investering wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden zoals beschreven in het Activiteitenbesluit. Het is aan de aanvrager om aan te tonen dat aan die randvoorwaarden wordt voldaan.

 

 

Randvoorwaarden:

  • -

    stabiele ondergrond,

  • -

    de wasplaats heeft een vloeistofdichte vloer,

  • -

    een slibvangput en olieafscheider is verplicht als de wasplaats ook gebruikt wordt voor het reinigen van werktuigen en machines zonder gewasbeschermingsmiddelen. Afvoerpunt altijd vrijhouden van vuil en moet altijd zichtbaar zijn. Opvangput geschikt voor agrarisch gebruik, waterdicht, en geschikt voor zware verkeersbelasting,

  • -

    de vloeistofdichte vloer is voorzien van opstaande randen (tien centimeter) waardoor het reinigingswater niet over de randen kan gaan,

  • -

    afschot vloeistofdichte voorziening naar het afvoerpunt in de richting van het afvoersysteem van ten minste 1 %, duidelijk aantoonbaar en gespecificeerd in ontwerpplan,

  • -

    de afvoer van het reinigingswater naar een (zuiverings-)voorziening op basis van verdamping (of een andere nader te erkennen techniek) waarbij geen restlozing plaatsvind,

  • -

    het reinigingswater afvoeren via het vuilwaterriool (indien niet aanwezig: opvangen in een opvangput met een inhoud van ten minste 2.500 liter),

  • -

    de capaciteit van de zuiveringsvoorziening moet voldoende zijn voor de behandeling van het waswater dat jaarlijks vrijkomt. Een capaciteitsberekening dient te worden overlegd.

18

-

19

-

20

Dit is een machine om een vanggewas te vernietigen en een zaaibed te maken in dezelfde werkgang.

21

Een ecoploeg is een ploeg die heel ondiep, maximaal 20 centimeter, ploegt.

22

Een mulchmachine is een voortgetrokken machine voor een ondiepe bodembewerking die wordt uitgevoerd in plaats van ploegen. Een mulchmachine houdt het midden tussen een klepelmaaier en een spitmachine, met dat verschil dat de grondbewerking veel oppervlakkiger is dan bij een spitmachine.

23

-

 

Gepubliceerd te Arnhem

namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

Ery Tijink

Programmamanager Land en Tuinbouw