Verordening van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 20 februari 2019, PZH-2019-677127698 (DOS-2018-0007330) tot wijziging van de Omgevingsverordening Zuid-Holland inzake meldingsplicht voor infrastructuur

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

 

Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van datum, PZH-2019-677127698

(DOS-2018-0007330);

 

Overwegende dat het wenselijk is om een meldingsplicht voor activiteiten op provinciale infrastructuur te introduceren om zo de administratieve lasten te verminderen, de gebruikersvriendelijkheid van regels te verhogen en helderheid voor initiatiefnemers te bieden en daarbij de bescherming en het veilige en doelmatige gebruik van de provinciale infrastructuur te borgen;

 

Besluiten vast te stellen:

Artikel I  

De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 3.19, tweede lid, wordt “Gereserveerd” vervangen door: Gedeputeerde staten kunnen over de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, regels stellen. Deze regels kunnen mede strekken tot:

  • a.

    vrijstelling van het verbod;

  • b.

    het opleggen van de verplichting om met inachtneming van daarbij te stellen regels melding te doen van de activiteit;

  • c.

    het opleggen van de verplichting om opgave te doen van gegevens en bescheiden, of

  • d.

    het voldoen aan maatwerkvoorschriften voor de activiteit.

 

B

In artikel 3.20, derde lid, wordt “Gereserveerd” vervangen door: Gedeputeerde staten kunnen over de activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, regels stellen. Deze regels kunnen mede strekken tot:

  • a.

    vrijstelling van het verbod;

  • b.

    het opleggen van de verplichting om met inachtneming van daarbij te stellen regels melding te doen van de activiteit;

  • c.

    het opleggen van de verplichting om opgave te doen van gegevens en bescheiden, of

  • d.

    het voldoen aan maatwerkvoorschriften voor de activiteit.

C

In artikel 3.23, derde lid, wordt “Gereserveerd” vervangen door: Gedeputeerde staten kunnen voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, regels stellen met het oog op de functies, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid. Deze regels kunnen mede strekken tot:

  • a.

    vrijstelling van het verbod;

  • b.

    het opleggen van de verplichting om met inachtneming van daarbij te stellen regels melding te doen van de activiteit;

  • c.

    het opleggen van de verplichting om opgave te doen van gegevens en bescheiden, of

  • d.

    het voldoen aan maatwerkvoorschriften voor de activiteit.

Artikel II  

Deze verordening treedt gelijktijdig met de Omgevingsverordening Zuid-Holland in werking.

 

Den Haag, 20 februari 2019

 

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

 

griffier, drs. E.W.K. Meurs

 

voorzitter, drs. J. Smit

 

Toelichting

 

Inleiding

Deze verordening wijzigt de Omgevingsverordening, waarin alle regelingen met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn gebundeld in één integrale regeling. De Omgevingsverordening is beleidsneutraal vastgesteld, dus zonder wijziging van rechten en plichten. Separaat worden een aantal beleidsrijke onderdelen ter besluitvorming voorgelegd, die nadien als wijziging in de Omgevingsverordening worden geïntegreerd. De bij het ontwerp van de Omgevingsverordening reeds bekende beleidsrijke onderdelen zijn in de Omgevingsverordening gereserveerd. Deze wijzigingsverordening voorziet in de invulling van enkele van deze reserveringen.

 

Doel en strekking

Gedeputeerde Staten zijn op dit moment verantwoordelijk voor de toestemmingverlening van enkele duizenden activiteiten per jaar op provinciale infrastructuur. Dit brengt een bijbehorende administratieve last met zich mee en stelt duidelijkheid voor de initiatiefnemer uit. Daarom wordt voorgesteld om in de Omgevingsverordening de bevoegdheid voor Gedeputeerde Staten te introduceren waarmee voor sommige (veelvoorkomende) activiteiten kan worden volstaan met algemene regels in combinatie met een meldingsplicht. Voordelen hiervan zijn: minder administratieve lasten voor inwoners en bedrijven en snellere duidelijkheid voor een initiatiefnemer of een bepaalde activiteit wordt toegestaan. Een dergelijke constructie past naadloos in de ontwikkeling van het omgevingsrecht, waarbij onder meer de inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht wordt vergroot en de besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving wordt versneld en verbeterd.

 

Gedacht wordt aan een meldingstelsel voor veelvoorkomende activiteiten als uitwegen van percelen, kabels en leidingen, reclame in abri’s, bermmonumenten, (tijdelijke) aanduidings- en verwijsborden (voor evenementen) en middeneilanden van rotondes. Deze wijziging introduceert een grondslag voor de introductie van een meldingsplicht ten aanzien van bovengenoemde onderwerpen. Op basis van deze grondslag kunnen Gedeputeerde Staten per activiteit een regeling uitwerken waarin de meldingsplicht wordt voorgeschreven. Het idee is om te beginnen met het meldingsplichtig maken van één activiteit. Wanneer dit succesvol is geïntroduceerd kan de meldingssystematiek breder worden toegepast.

 

Benadrukt wordt dat met een meldingssystematiek voor activiteiten de voorwaarden waaronder een activiteit nu plaatsvindt niet worden gewijzigd, slechts de systematiek voor toestemming wijzigt. In plaats van het aanvragen van een vergunning kan een initiatiefnemer volstaan met het doen van een melding. De initiatiefnemer dient hierbij nog steeds aan de algemene regels en maatwerkvoorschriften voor de betreffende activiteit te voldoen.

 

 

 

Naar boven