Provinciaal blad van Overijssel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OverijsselProvinciaal blad 2019, 2280Overige besluiten van algemene strekking



Reglement van Orde voor de Provinciale Staten van Overijssel 2019

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijving

In dit Reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit, zodanig geformuleerd dat het geschikt is om daarin direct te worden overgenomen;

  • b.

    burgerlid: een door de fractie aangewezen lid, niet zijnde statenlid, die het woord mag voeren namens de fractie tijdens de informatiebijeenkomsten en commissievergadering. Een burgerlid dient tijdens de laatste verkiezingen van Provinciale Staten geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een krachtens die verkiezingen in Provinciale Staten vertegenwoordigende politieke partij. De artikelen 10 tot en met 15 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing;

  • c.

    commissievergadering: vergadering van een commissie als bedoeld in artikel 80 van de Provinciewet, bedoeld om de oordeelsvorming te faciliteren;

  • d.

    commissievoorzitter: de door Provinciale Staten benoemde voorzitter van de informatiebijeenkomst en commissievergadering van Provinciale Staten;

  • e.

    griffier: de griffier van Provinciale Staten of diens plaatsvervanger;

  • f.

    informatiebijeenkomst: bijeenkomst van Provinciale Staten bedoeld om alle deelnemers in het besluitvormingsproces over adequate informatie te laten beschikken (beeldvorming);

  • g.

    initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ingediend door een statenlid in de vergadering van Provinciale Staten;

  • h.

    interpellatie: vragen aan één of meerdere portefeuillehouders of de voorzitter over een onderwerp dat niet op de agenda staat vermeld;

  • i.

    motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waarbij een oordeel, wens of verzoek kenbaar wordt gemaakt, gekoppeld aan een agendapunt;

  • j.

    motie vreemd aan de orde van de dag: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens, verzoek of opdracht wordt uitgesproken, niet gekoppeld aan een agendapunt;

  • k.

    waarnemend voorzitter: het statenlid dat door Provinciale Staten is aangewezen als waarnemer van de voorzitter van Provinciale Staten als bedoeld in artikel 75 van de Provinciewet;

  • l.

    Statencommissiedag: dag waarop de commissievergadering en één of meerdere (informatie-)bijeenkomst(en) georganiseerd worden;

  • m.

    subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, zodanig geformuleerd dat het geschikt is om direct te worden verwerkt in het amendement waarop het betrekking heeft;

  • n.

    voorstel van orde: voorstel over de (wijziging van de) orde van de vergadering;

  • o.

    voorzitter: de voorzitter van Provinciale Staten, zijnde de Commissaris van de Koning of diens vervanger.

Artikel 2. Het Presidium

  • 1.

    Provinciale Staten hebben een Presidium.

  • 2.

    Het Presidium heeft als taak om waar nodig afstemming te plegen over politiek- bestuurlijke zaken om tot een optimaal functioneren van Provinciale Staten in het duale bestel te komen. Gelet hierop heeft het Presidium deze taken:

    • a.

      het opstellen van een dynamische strategische lange termijn agenda voor Provinciale Staten;

    • b.

      het zorg dragen voor een zodanig besluitvormingsproces ten behoeve van de onderwerpen die op de dynamische lange termijn agenda staan, dat Provinciale Staten optimaal in positie worden gebracht om hun kaderstellende, volksvertegenwoordigende en controlerende rol optimaal te kunnen vervullen;

    • c.

      het afstemmen van politiek- bestuurlijke zaken om ook overigens tot een optimaal functioneren van Provinciale Staten in haar diverse duale rollen te komen en het waar nodig daartoe overleg plegen met Gedeputeerde Staten;

    • d.

      evalueren van de statenverkiezingen en de commissies in technische zin.

  • 3.

    Het Presidium bestaat uit de voorzitter van Provinciale Staten, die fungeert als voorzitter, de waarnemend voorzitter van Provinciale Staten en de voorzitters van de fracties uit Provinciale Staten.

  • 4.

    De griffier is elke vergadering van het Presidium aanwezig en draagt zorg voor het opmaken van een besluitenlijst hiervan en voor de ondersteuning van het Presidium.

  • 5.

    De vergaderingen van het Presidium zijn niet openbaar.

  • 6.

    Het Presidium komt minimaal een maal per kwartaal bijeen, volgens een jaarlijks door het Presidium vast te stellen schema, en voorts wanneer één van de leden daartoe een gemotiveerd verzoek indient.

  • 7.

    Het Presidium besluit met meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter.

  • 8.

    De leden kunnen zich laten vervangen door een daartoe aangewezen lid uit de eigen fractie.

  • 9.

    De voorzitter kan zich laten vervangen door de waarnemend voorzitter van Provinciale Staten.

Artikel 3. De Agendacommissie

  • 1.

    Provinciale Staten hebben een Agendacommissie.

  • 2.

    De Agendacommissie wordt voorgezeten door de voorzitter, en bestaat verder uit de waarnemend voorzitter en de voorzitters van de commissievergadering.

  • 3.

    De griffier is secretaris en adviseur. Hij is in elke vergadering van de Agendacommissie aanwezig. De vergaderingen van de Agendacommissie zijn niet openbaar.

  • 4.

    De Agendacommissie is belast met de gecoördineerde procedurele voorbereiding van de vergaderingen van Provinciale Staten en de Statencommissiedag, advisering van de Provinciale Staten over bestuurlijke procedures en alle overige zaken die het adequaat functioneren van Provinciale Staten betreffen. De Agendacommissie heeft tot taak:

    • a.

      het jaarlijks opstellen van een schema, waarin de dagen en uren zijn aangegeven waarop gedurende de eerstvolgende periode van twaalf maanden de vergaderingen van Provinciale Staten naar verwachting zullen worden gehouden;

    • b.

      het vaststellen van de conceptagenda voor Provinciale Staten en de Statencommissiedag inclusief de voorgestelde wijze van behandeling van de agendapunten;

    • c.

      het doen van voorstellen over de wijze van afdoening van bij Provinciale Staten ingekomen stukken;

    • d.

      toezien op de nakoming van toezeggingen aan Provinciale Staten en de commissievergadering;

    • e.

      coördineren van activiteiten als hoorzittingen, werkbezoeken, excursies en cursussen van de staten;

    • f.

      advisering over en de bewaking van de bestuurlijke processen.

    Wanneer de Agendacommissie een onderwerp onvoldoende voorbereid acht voor de openbare beraadslaging, kan zij Provinciale Staten gemotiveerd voorstellen het onderwerp te verwijzen naar een commissievergadering of aan het College van Gedeputeerde Staten nadere inlichtingen of advies te vragen.

  • 5.

    De voorzitter en de griffier bereiden de vergadering van de Agendacommissie voor en nemen beslissingen over de dagelijkse uitvoering van de taken als bedoeld in het vierde lid, voor zover het in de tijd gezien niet mogelijk is de gehele Agendacommissie hierbij in te schakelen.

  • 6.

    De Agendacommissie besluit met meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter.

  • 7.

    De voorzitter van de Agendacommissie kan zich laten vervangen door de waarnemend voorzitter.

Artikel 3a Werkgeverscommissie

  • 1.

    Provinciale Staten hebben een werkgeverscommissie zoals omschreven in de Verordening werkgeverscommissie griffier 2011.

Artikel 3b Auditcommissie

  • 1.

    Provinciale Staten kunnen een auditcommissie aanwijzen. Indien hiervan sprake is zal een Verordening op de Auditcommissie worden opgesteld.

Hoofdstuk 2 Toelating nieuwe leden en fracties

Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

  • 1.

    Bij benoeming van nieuwe statenleden stelt de voorzitter een commissie in, bestaande uit drie statenleden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde statenleden en de processen-verbaal van het centraal stembureau.

  • 2.

    De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven mondeling verslag uit aan Provinciale Staten en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.

  • 3.

    Na een Statenverkiezing roept de voorzitter de toegelaten statenleden op om in de eerste vergadering van Provinciale Staten in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 14 van de Provinciewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 4.

    In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd Statenlid op voor de vergadering van Provinciale Staten, waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 5.

    Burgerleden leggen net als statenleden de eed of belofte af conform artikel 14 van de Provinciewet, voorafgaand aan het moment waarop zij voor het eerst als burgerlid participeren in een commissievergadering, ten overstaan van de voorzitter.

Artikel 5. Onderzoek benoembaarheid gedeputeerden

  • 1.

    Provinciale Staten stelt een commissie benoembaarheid gedeputeerden in, die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meer gedeputeerden en daarbij de integriteitrisico's nadrukkelijk beziet en Provinciale Staten schriftelijk adviseert.

  • 2.

    De leden van de commissie worden gekozen door het Presidium. De commissie zal bestaan uit twee Statenleden vanuit de (beoogde) coalitiefracties, twee Statenleden vanuit de (beoogde) oppositiefracties, (indien al benoemd) de waarnemend voorzitter van PS (als technisch voorzitter zonder stemrecht) en de griffier als secretaris van de commissie (zonder stemrecht). Indien er nog niet een waarnemend voorzitter van PS is benoemd, zullen de leden van de commissie uit hun midden een voorzitter aanwijzen. De CdK is als adviseur aan de commissie verbonden.

  • 3.

    De CdK laat een extern onderzoek verrichten naar de integriteitrisico's die mogelijk verbonden zijn met onder andere de persoonlijke omstandigheden en eventuele financiële en zakelijke belangen van de kandidaat-gedeputeerde. De CdK heeft na ontvangst van het externe integriteitrapport daarover eerst een gesprek met de kandidaat-gedeputeerde. De CdK deelt onder oplegging van geheimhouding ex artikel 25 Provinciewet jo 10 lid 2 sub e Wet openbaarheid van bestuur de conclusies van het externe onderzoeksrapport met de commissie tezamen met het advies van de CdK gebaseerd op dit rapport en gesprek met de kandidaat-gedeputeerde. De CdK kan bij de opdrachtverlening aan het externe bureau en het gesprek met de kandidaat worden ondersteund door medewerkers van het team Kabinetszaken. De commissie zal haar werkzaamheden uitvoeren nadat de resultaten van dit externe onderzoek bekend zijn.

  • 4.

    De kandidaat-gedeputeerde overlegt alle documenten en informatie die nodig zijn voor de in het hiernavolgend lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat-gedeputeerde maakt bovendien alle overige door hem of haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar.

  • 5.

    De commissie toetst de benoembaarheid van de kandidaat-gedeputeerde aan de hand van in elk geval:

    • a.

      een verklaring omtrent gedrag (VOG)

    • b.

      artikelen 35, 35b, 10 en 40a Provinciewet (benoembaarheidsvereisten)

    • c.

      artikelen 40b en 11 Provinciewet (onverenigbare nevenfuncties)

    • d.

      artikel 35c Provinciewet (onverenigbare functies)

    • e.

      artikelen 40c, 15 en 46 Provinciewet (onverenigbare of verboden handelingen)

    • f.

      de gedragscode voor bestuurders van de provincie Overijssel 2015 en de Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen 2015

    • g.

      getuigschriften, certificaten en diploma's van de opgegeven en genoten opleidingen en scholing.

  • 6.

    De commissie verricht haar werkzaamheden in een niet-openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gemaakt.

  • 7.

    Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk advies aan Provinciale Staten ten aanzien van de benoembaarheid van de kandidaat-gedeputeerde(n). Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies.

  • 8.

    De commissie wordt ingesteld zo snel mogelijk na het bekend worden van de kandidaat-gedeputeerden. De commissie rapporteert in de eerstvolgende Statenvergadering aan Provinciale Staten, nadat zij haar onderzoek volledig heeft afgerond.

Artikel 6. Fracties en groepen

  • 1.

    De statenleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één Statenlid verkozen, dan wordt dit Statenlid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

  • 2.

    Indien boven een kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in Provinciale Staten deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van Provinciale Staten aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in Provinciale Staten wil voeren.

  • 3.

    Van veranderingen die nadien in de samenstelling van een fractie optreden, doet de fractie mededeling aan de voorzitter.

  • 4.

    Elke fractie doet van de samenstelling van haar bestuur mededeling aan de voorzitter.

  • 5.

    Andere fracties dan die genoemd in lid 1 kunnen gedurende de zitting niet worden gevormd, tenzij door samenvoeging van een of meer van die fracties, of door een splitsing in twee of meer fracties als bedoeld in het zesde lid.

  • 6.

    Indien niet duidelijk is na een splitsing in een fractie welk deel kan worden beschouwd als voortzetting van de fractie genoemd in lid 1, kan het Presidium bepalen dat in afwijking van lid 5 twee of meer nieuwe fracties zijn gevormd.

  • 7.

    Indien een of meer leden anders dan als gevolg van een splitsing als bedoeld in het vijfde lid afgescheiden zijn van een fractie, worden zij ieder afzonderlijk, of twee of meer leden gezamenlijk indien zij dit meedelen aan de Voorzitter, beschouwd als een groep.

  • 8.

    Vindt in een fractie een splitsing plaats als bedoeld in dit artikel, dan worden de financiële tegemoetkomingen van de daarbij betrokken nieuwe fracties vastgesteld op de bedragen die worden gevonden door de tegemoetkoming, welke aan de ongesplitste fractie zou toekomen, te verdelen naar evenredigheid van de aantallen bij de splitsing betrokken leden. Ontstaat een nieuwe fractie door samenvoeging, dan kan de tegemoetkoming van de nieuwgevormde fractie niet groter zijn dan de tegemoetkoming die toekomt aan een fractie van gelijke grootte als bedoeld in het eerste lid.

  • 9.

    Ingeval er een groep ontstaat, zal voor de toepassing van dit Reglement bij het begrip “fractie” waar mogelijk ook “groep” moeten worden gelezen.

Artikel 7. Zittingsduur en vacatures

  • 1.

    De zittingsperiode van een statenlid eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van Provinciale Staten. Het lidmaatschap eindigt eveneens indien niet meer wordt voldaan aan de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Provinciewet.

  • 2.

    Een statenlid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan Provinciale Staten. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als een opvolger is benoemd.

  • 3.

    Een burgerlid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan Provinciale Staten. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een burgerlid.

  • 4.

    Indien door overlijden of ontslag van een statenlid een vacature ontstaat, wordt deze zo spoedig mogelijk vervuld.

  • 5.

    Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring van de voorzitter van Provinciale Staten niet langer vertegenwoordigd is in Provinciale Staten, vervalt het lidmaatschap van het burgerlid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen voor de Statencommissiedag en vergaderingen van Provinciale Staten

Artikel 8. Vergaderfrequentie

  • 1.

    Provinciale Staten komen voor voorbereiding en besluitvorming bijeen aan de hand van een door de Agendacommissie op te stellen schema.

  • 2.

    Een Statencommissiedag vindt in de regel plaats op woensdagen. Gedurende de dag kunnen één of meerdere (informatie)bijeenkomst(en) en de commissievergadering parallel georganiseerd worden.

  • 3.

    De griffier maakt het schema met de vergaderingen van Provinciale Staten dat de Agendacommissie overeenkomstig artikel 3 lid 4 sub a heeft opgesteld, bekend via de website van de provincie Overijssel.

  • 4.

    Een Statencommissiedag wordt ook uitgeschreven:

    • a.

      wanneer er door minstens twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen om is gevraagd bij de Agendacommissieen de Agendacommissie dit verzoek honoreert, of

    • b.

      wanneer de voorzitter dat nodig oordeelt

  • 5.

    De Agendacommissie van Provinciale Staten bepaalt op welke Statencommissiedag een onderwerp geagendeerd wordt.

  • 6.

    De voorzitter van de Agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats voor een commissie of de Statencommissiedag aanwijzen. De voorzitter voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in de Agendacommissie.

  • 7.

    Indien op grond van artikel 17 lid 2 van de Provinciewet één vijfde van het aantal leden om een vergadering van Provinciale Staten vraagt, wordt een (extra) Presidiumvergadering geagendeerd om dit verzoek te bespreken. Een verzochte extra vergadering wordt gehouden binnen drie weken nadat dit verzoek is ontvangen.

Artikel 9. Oproep

  • 1.

    De voorzitter zendt de schriftelijke oproep en de stukken voor de Statencommissiedag en de vergadering van PS uiterlijk twee weekenden van tevoren aan de respectievelijke leden en plaatst deze op de provinciale website.

  • 2.

    De stukken bevatten:

    • a.

      een aanduiding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering;

    • b.

      een voorlopige agenda en stukken voor de vergadering.

    Wanneer het bijeenroepen een spoedeisend karakter heeft, kan de voorzitter afwijken van de termijn, genoemd in het eerste lid.

Artikel 10. De agenda

  • 1.

    Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de Agendacommissie de voorlopige agenda vast.

  • 2.

    In spoedeisende gevallen kan namens de voorzitter onder opgaaf van redenen een aanvullende agenda worden verzonden.

  • 3.

    Bij aanvang van de vergadering stelt de commissievergadering respectievelijk PS de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kunnen tijdens de vergadering bij de vaststelling van de agenda, onderwerpen aan de agenda toegevoegd of van de agenda verwijderd worden.

  • 4.

    Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissievergadering respectievelijk PS de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken

De stukken van de vergadering worden gelijktijdig met het verzenden geplaatst op de provinciale website en voor een ieder beschikbaar gesteld. Hierbij kan ook achterliggende informatie worden gevoegd.

Artikel 12. Openbare kennisgeving

  • 1.

    De vergaderingen worden door aankondiging ter openbare kennis gebracht, waaronder via de provinciale website.

  • 2.

    De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a.

      de datum, aanvangstijd en plaats van de commissievergadering en vergadering van PS;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;

    • c.

      de mogelijkheid om gebruik te maken van het spreekrecht, in het geval van een commissievergadering.

Artikel 13. Besluitenlijst

  • 1.

    De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst van de openbare vergadering en de digitale opnames.

  • 2.

    De besluitenlijst en de digitale opnames worden algemeen beschikbaar gesteld via de website van de provincie Overijssel.

Artikel 14. Publieke tribune

  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen op de publieke tribune de Statencommissiedag en de vergadering van Provinciale Staten bijwonen.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring, het tonen van spandoeken, vlaggen of het op andere wijze verstoren van de orde zal niet worden toegestaan. De huisregels van de provincie zijn van toepassing.

Artikel 15. Handhaving orde

  • 1.

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b.

      een staten-/burgerlid in de commissievergadering respectievelijk statenlid in de vergadering van PS hem interrumpeert.

      De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2.

    De voorzitter kan interrupties toelaten.

  • 3.

    Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. Ook is de voorzitter, conform artikel 26 van de Provinciewet, bevoegd de spreker te doen vertrekken.

Artikel 16. Schorsing en verdaging

  • 1.

    De voorzitter schorst of verdaagt de vergadering wanneer hij dan wel de leden dit nodig vindt/vinden.

  • 2.

    Na schorsing wordt de vergadering dezelfde dag op het door de voorzitter te bepalen uur voortgezet.

  • 3.

    Na verdaging wordt de vergadering hervat op de dag en het uur door de voorzitter bij de verdaging mede te delen; hij brengt dag en plaats der vergadering en het uur van de opening in dit geval onverwijld ter kennis van de niet aanwezige leden, tenzij deze hiervan reeds op de hoogte zijn gesteld.

Hoofdstuk 4 Besloten vergaderingen

Artikel 17. Openbaarheid vergadering

  • 1.

    Vergaderingen van Provinciale Staten en de Statencommissiedag worden in beginsel in het openbaar gehouden.

  • 2.

    De deuren worden gesloten wanneer ten minste één tiende van de aanwezige leden het vorderen of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 3.

    De aanwezige leden van de commissievergadering respectievelijk vergadering van PS beslissen vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 4.

    Op een besloten vergadering als bedoeld in artikel 23 (voor wat betreft besluitvorming in Provinciale Staten) dan wel artikel 80 lid 5 juncto 91 (voor wat betreft de commissievergadering) van de Provinciewet zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

  • 5.

    Provinciale staten kunnen besluiten dat in een vergadering met gesloten deuren anderen aanwezig mogen zijn.

Artikel 18. Geheimhouding

  • 1.

    Provinciale staten kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan provinciale staten worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat provinciale staten haar opheffen.

  • 2.

    Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning en een commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan provinciale staten of aan leden van provinciale staten overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

  • 3.

    De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan provinciale staten overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door provinciale staten in hun eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

  • 4.

    De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van provinciale staten overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan provinciale staten is voorgelegd, totdat provinciale staten haar opheffen. Provinciale staten kunnen deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de

  • 5.

    helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht. Indien voor stukken op grond van artikel 25, eerste dan wel tweede lid of artikel 91, eerste dan wel tweede lid van de Provinciewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken onder berusting van de griffier en verleent de griffier de statenleden inzage. Indien nodig worden de stukken óf in een gesloten envelop met daarop vermeld GEHEIM óf per beveiligde email met ook hier de uitdrukkelijke vermelding van GEHEIM verzonden.

Artikel 19. Verslag besloten vergadering

  • 1.

    De griffier draagt zorg, dat van de besloten vergadering een verslag wordt opgemaakt.

  • 2.

    Het verslag ligt uitsluitend voor de staten- en burgerleden ter inzage bij de griffier.

Hoofdstuk 5 Bijzondere bepalingen omtrent de informatiebijeenkomst (beeldvorming)

Artikel 20. Doel informatiebijeenkomst

  • 1.

    Een informatiebijeenkomst heeft tot doel om op informele wijze informatie over een onderwerp te verzamelen en over te dragen aan statenleden en burgerleden om zodoende te kunnen komen tot oordeelsvorming en besluitvorming, zonder dat standpunten worden uitgewisseld tussen fracties.

  • 2.

    Een informatiebijeenkomst kan op diverse manieren door de agendacommissie vorm gegeven worden, zowel wat betreft plaats, naam als vergadervorm.

Artikel 21. Deelname

  • 1.

    Aan een informatiebijeenkomst kunnen alle statenleden en burgerleden deelnemen. Ook fractiemedewerkers mogen aansluiten bij deze bijeenkomsten.

  • 2.

    De informatiebijeenkomst kent geen vaste samenstelling.

  • 3.

    De Agendacommissie kan besluiten tot verplichte aanmelding bij informatiesessies. Indien er minder dan vijf aanmeldingen van verschillende fracties ontvangen zijn, kan de Agendacommissie besluiten de informatiebijeenkomst niet te laten plaatsvinden.

  • 4.

    Leden van Gedeputeerde Staten, inwoners, organisaties en instellingen kunnen door de Agendacommissie uitgenodigd worden voor deelname aan de informatiebijeenkomst.

  • 5.

    Indien sprake is van een besloten informatiebijeenkomst kunnen statenleden en burgerleden deelnemen.

Artikel 22. Voorzitterschap

  • 1.

    Een informatiebijeenkomst wordt voorgezeten door een voorzitter van de commissievergadering of door een ander persoon.

  • 2.

    De voorzitter van een informatiebijeenkomst is belast met het leiden van de bijeenkomst en het naleven van dit reglement.

  • 3.

    De voorzitter zorgt ervoor dat:

    • a.

      informatie wordt uitgewisseld;

    • b.

      er geen politieke standpunten worden ingenomen, politieke vragen worden gesteld of wordt gediscussieerd tussen de statenleden, de burgerleden, collegeleden en genodigden.

Artikel 23. Verslaglegging

Van een informatiebijeenkomst wordt geen schriftelijk verslag opgemaakt. Wel kan de Agendacommissie besluiten dat er een digitale opname in beeld en geluid gemaakt worden die aan de staten-/burgerleden beschikbaar wordt gesteld.

Hoofdstuk 6 Bijzondere bepalingen omtrent de commissievergadering (oordeelsvorming)

Artikel 24. Doel commissievergadering

Een commissievergadering heeft tot doel om statenleden en burgerleden een oordeel en/of beeld te laten vormen.

Artikel 25. Deelname

  • 1.

    De commissieleden van een commissievergadering kunnen zowel statenleden als burgerleden zijn.

  • 2.

    Iedere fractie kan een burgerlid aanwijzen. Een fractie die uit één Statenlid bestaat, kan twee burgerleden aanwijzen. Het burgerlid dient vermeld te staan op de kandidatenlijst zoals is vastgesteld en openbaar is gemaakt door het hoofdstembureau voor de laatste verkiezing van Provinciale Staten. Artikel 4 lid 5 is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Per fractie nemen maximaal twee statenleden en/of burgerleden deel aan de commissievergadering, waarbij één lid als woordvoerder optreedt. Totaal is het maximale aantal aanwezigen per onderwerp in een commissievergadering gelijk aan twee maal het aantal fracties in Provinciale Staten.

  • 4.

    In bijzondere gevallen kan de Agendacommissie voorstellen meerdere woordvoerders per fractie toe te laten.

  • 5.

    De samenstelling per commissievergadering kan verschillend zijn, omdat een fractie per onderwerp een ander statenlid dan wel burgerlid als woordvoerder kan aanwijzen.

  • 6.

    Portefeuillehouders kunnen door de Agendacommissie worden uitgenodigd om deel te nemen aan de commissievergadering.

Artikel 26. Inspreekrecht inwoners

  • 1.

    Tijdens de commissievergadering kan worden ingesproken over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen die op het werkterrein van Provinciale Staten liggen. In overleg met insprekers wordt voorafgaand aan de vergadering gekeken naar de meest geschikte vorm en locatie.

  • 2.

    Het woord kan niet gevoerd worden over:

    • a.

      een besluit van het provinciale bestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;

    • b.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      een gedraging waarover een klacht ex. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

  • 3.

    Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de commissievoorzitter, onder vermelding van het onderwerp. Hij vermeldt daarbij zijn naam en contactgegevens.

  • 4.

    De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De commissievoorzitter kan hiervan afwijken in afstemming met de inspreker.

  • 5.

    De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

  • 6.

    Artikel 17 is van overeenkomstige toepassing op een commissievergadering.

  • 7.

    De Agendacommissie kan bepalen dat er bij een commissievergadering geen spreekrecht is.

Artikel 27. Voorzitterschap

  • 1.

    Provinciale Staten benoemen uit hun midden vier commissievoorzitters van de commissievergadering, waaronder de waarnemend voorzitter.

  • 2.

    De commissievoorzitter van een commissievergadering is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      hetgeen dit reglement hem verder opdraagt.

  • 3.

    De commissievoorzitter wordt ondersteund door een door de griffier aan te wijzen griffiemedewerker die zich onder andere bezighoudt met het bijhouden van de lijst met toezeggingen en de besluitenlijst.

Artikel 28. [vervallen]

 

Artikel 29 Aantal spreektermijnen

  • 1.

    De beraadslaging over een onderwerp verloopt in maximaal twee termijnen.

  • 2.

    Elke spreektermijn wordt door de commissievoorzitter afgesloten.

  • 3.

    De commissievoorzitter geeft aan het eind van een onderwerp alleen de mogelijkheid tot een rondvraag indien dit voorafgaand aan de Statencommissiedag is gemeld bij de voorzitter.

  • 4.

    Na afronding van een onderwerp kan de commissievoorzitter aangeven dat een pauze van maximaal twee minuten wordt ingelast, om een eventuele wisseling van woordvoerders mogelijk te maken.

Artikel 30. Volgorde sprekers

Ieder commissielid voert het woord na het aan de commissievoorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

Artikel 31. Spreektijd

De Agendacommissie kan regels stellen over de spreektijd voor de bij de Statencommissiedag aanwezige leden.

Artikel 32. Voorstellen van orde

  • 1.

    De commissievoorzitter en ieder commissielid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist de commissievergadering direct.

Artikel 33. Beraadslaging

  • 1.

    De commissievergadering kan op voorstel van de commissievoorzitter of van een commissielid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Op voorstel van een commissielid of van de commissievoorzitter kan de commissievergadering beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om de portefeuillehouder de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.

  • 3.

    De commissievergadering kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de commissievoorzitter of een commissielid genomen voordat met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen.

Artikel 34. Advies

Wanneer de commissievoorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de commissievergadering voortzetting wenst. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissievergadering of er een advies aan Provinciale Staten wordt uitgebracht.

Indien de commissievergadering een advies aan Provinciale Staten uitbrengt beslist de commissievergadering op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. Een advies vermeldt tevens eventuele afwijkende standpunten.

De commissievoorzitter doet afsluitend aan de beraadslaging voorstellen aan de commissievergadering over:

  • -

    het agenderen van een onderwerp als hamerstuk in de vergadering van PS;

  • -

    het agenderen van een onderwerp in de vergadering van PS als bespreekpunt;

  • -

    het opnieuw laten agenderen van een onderwerp in een commissievergadering. De Agendacommissie bepaalt dan voor welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen omtrent de vergadering van Provinciale Staten (besluitvorming)

Artikel 35. Presentielijst

  • 1.

    Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder statenlid onmiddellijk de presentielijst.

  • 2.

    Indien een statenlid de vergadering vóór het einde daarvan verlaat, meldt hij dit aan de griffier.

  • 3.

    Aan het einde van elke vergadering wordt de presentielijst door de griffier, mede namens de voorzitter, door ondertekening vastgesteld.

Artikel 36. Zitplaatsen

De voorzitter, de waarnemend voorzitter, de statenleden, de leden van Gedeputeerde Staten en de griffier hebben een vaste zitplaats, welke bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode door het Presidium wordt vastgesteld.

Artikel 37. Voorzitterschap

  • 1.

    De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      hetgeen de wet of dit reglement hem opdraagt.

  • 2.

    Hij verleent het woord, formuleert de in de besluitvorming te nemen beslissingen en deelt de uitslag van de stemmingen mede.

Artikel 38. Waarnemend voorzitter

Provinciale Staten benoemen een waarnemend voorzitter conform artikel 75 lid 1 van de Provinciewet.

Artikel 39. Overdragen voorzitterschap

Indien de voorzitter bij de behandeling van een voorstel of onderdeel daarvan, met de verdediging waarvan hij zich belast, het woord voert, verlaat hij de voorzittersstoel en draagt hij de leiding van de vergadering over aan de waarnemend voorzitter.

Artikel 40. Opening vergadering; quorum

  • 1.

    De voorzitter opent de vergadering zodra de medegedeelde aanvangstijd is bereikt en volgens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 2.

    Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, laat de voorzitter de namen van de afwezige leden voorlezen. De vergadering wordt daarna door de voorzitter tot een nader tijdstip uitgesteld.

Artikel 41. Besluitenlijst

De besluitenlijst alsmede de digitale opnames worden algemeen beschikbaar gesteld via de website van de provincie Overijssel.

Artikel 42. Ingekomen stukken

  • 1.

    Bij Provinciale Staten ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. De stukken worden door plaatsing op de website van de provincie Overijssel ter kennis gebracht.

  • 2.

    Provinciale Staten stellen op voorstel van de Agendacommissie de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 43. Spreekregels

  • 1.

    De statenleden spreken vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.

  • 2.

    Bij interruptie, die als een vraag geformuleerd dient te zijn, maken de leden gebruik van de interruptiemicrofoons.

Artikel 44. Spreektijdregeling

  • 1.

    De voorzitter bepaalt, namens de agendacommissie, per agenda de geplande duur van de vergadering van Provinciale Staten en maakt deze - bij het verzenden van de agenda - bekend aan Provinciale Staten.

  • 2.

    De spreektijd per fractie is afhankelijk van de fractiegrootte. De verdeling over de fracties bestaat uit een vast deel van 7 minuten aangevuld met 1 minuut per fractielid teruggerekend naar het aantal beschikbare minuten totale spreektijd per vergadering.

  • 3.

    De spreektijd van Gedeputeerde Staten wordt bepaald op een vijfde van de spreektijd die voor Provinciale Staten beschikbaar is.

  • 4.

    Er wordt een spreektijdklok gehanteerd ter uitvoering van de spreektijdregeling.

  • 5.

    Onder spreektijd wordt tevens de tijd van de behandeling van een motie (niet zijnde motie vreemd aan de orde van de dag) verstaan. Van de spreektijd is uitgezonderd de behandeling van interrupties en moties vreemd aan de orde van de dag.

Artikel 45. Volgorde sprekers

  • 1.

    Een statenlid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

  • 2.

    De voorzitter verleent het woord zoveel mogelijk in de volgorde waarin het gevraagd is via de sprekerslijst, met inachtneming van de overige bepalingen van dit reglement.

  • 3.

    Hij kan van deze volgorde in ieder geval afwijken wanneer een statenlid het woord vraagt over:

    • a.

      een persoonlijk feit;

    • b.

      de orde van de vergadering;

    • c.

      de vaststelling van het beslispunt van een onderwerp;

    • d.

      indien in overleg met de Agendacommissie bij loting of anderszins een sprekersvolgorde is vastgesteld.

  • 4.

    De voorzitter kan met instemming van de vergadering voor het bepalen van de volgorde van de sprekers afwijken van de volgorde van aanmelding.

Artikel 46. Aantal spreektermijnen

  • 1.

    De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij Provinciale Staten voortzetting wensen.

  • 2.

    Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3.

    Een statenlid mag in een termijn niet meer dan één keer het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4.

    Het derde lid is niet van toepassing op:

    • a.

      de rapporteur van een commissie;

    • b.

      het statenlid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.

Artikel 47. Voorstellen van orde

  • 1.

    De voorzitter en ieder lid van Provinciale Staten kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslissen Provinciale Staten tijdens de vergadering.

Artikel 48. Collegevoorstel

Een voorstel van het College van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten, dat aan Provinciale Staten is toegezonden, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van Provinciale Staten.

Artikel 49. Beraadslaging

  • 1.

    Provinciale Staten kunnen op voorstel van de voorzitter of van een statenlid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Provinciale Staten kunnen bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

  • 3.

    Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een statenlid genomen voordat met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen.

  • 4.

    Na raadpleging van de vergadering kan de voorzitter de beraadslagingen voor een door hem te bepalen tijd schorsen om Gedeputeerde Staten of de statenleden de gelegenheid tot onderling nader beraad te geven. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

  • 5.

    Amendementen en subamendementen worden behandeld bij de beraadslaging over het onderdeel of artikel waarop zij betrekking hebben.

  • 6.

    Indien op hetzelfde onderwerp of voorstel meer dan één amendement of subamendement wordt ingediend, bepaalt de voorzitter, zo nodig na overleg met de vergadering, de volgorde waarin zij in behandeling zullen komen.

Artikel 50. Beslissing

  • 1.

    Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij Provinciale Staten voortzetting wensen.

  • 2.

    De stemming over voorstellen, ingediende amendementen en moties, vindt plaats na sluiting van alle geagendeerde beraadslagingen, tenzij geen stemming wordt gevraagd. Provinciale Staten kunnen hiervan afwijken.

  • 3.

    Indien de vergadering wordt verdaagd, vindt voor het moment van verdaging de stemming plaats over eventuele amendementen, het voorstel/de voorstellen, zodat dat/die dan luiden, en eventuele moties bij agendapunten waarover tot het moment van verdaging de beraadslagingen zijn afgerond.

  • 4.

    Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen beslissing.

Artikel 51. Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat Provinciale Staten tot stemming overgaan, heeft ieder Statenlid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

Artikel 52. Stemmingen over zaken

  • 1.

    De voorzitter kondigt een te houden stemming duidelijk aan. De leden stemmen van de hen op grond van artikel 36 toegewezen zitplaats.

  • 2.

    De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

  • 3.

    In de vergadering aanwezige statenleden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.

  • 4.

    Indien door een of meer statenleden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.

  • 5.

    Tenzij de voorzitter of één van de leden stemming bij hoofdelijke oproeping vraagt, geschiedt stemming over zaken digitaal. Indien niet digitaal, geschieden stemmingen door hand opsteken.

  • 6.

    Heeft een statenlid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend maakt. Bemerkt het statenlid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

Artikel 53. Stemming bij hoofdelijke oproeping

  • 1.

    De statenleden brengen hun stem uit na hoofdelijke oproeping door de voorzitter in volgorde van de presentielijst, te beginnen met het lid van wie de naam door de voorzitter bij loting wordt aangewezen.

  • 2.

    Ieder statenlid is verplicht bij hoofdelijke oproeping zijn stem uit te brengen, tenzij hij op grond van artikel 28 van de Provinciewet zich van stemming dient te onthouden.

  • 3.

    De statenleden brengen hun stem uit door het woord ‘voor' of ‘tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 4.

    Heeft een statenlid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende statenlid gestemd heeft. Bemerkt het statenlid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

  • 5.

    Van de uitgebrachte stemmen houdt de griffier aantekening op een stemlijst.

  • 6.

    De uitslag van de stemming wordt aan de hand van deze lijst bepaald.

  • 7.

    Indien blijkt, dat één of meer stemmen niet juist op de stemlijst zijn aangegeven, dan wel indien de uitslag niet juist is vastgesteld of aangekondigd, alsmede bij twijfel over een en ander, kan de vergadering op voorstel van de voorzitter terstond besluiten tot het houden van een nieuwe stemming.

  • 8.

    De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 54. Stemming over amendementen en moties

  • 1.

    Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt na beraadslaging eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over dat artikel, onderdeel of voorstel, waarop het betrekking heeft, gestemd.

  • 2.

    Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

  • 3.

    Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

  • 4.

    Wanneer over een aanhangig voorstel zowel een amendement als een motie zijn ingediend, wordt eerst over het amendement gestemd. Vervolgens wordt het voorstel in stemming gebracht. Afsluitend wordt de motie in stemming gebracht.

  • 5.

    Indien over een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

  • 6.

    Indien een motie vreemd aan de orde van de dag is ingediend, wordt daarover gesproken nadat alle andere geagendeerde onderwerpen zijn afgedaan. Indien twee of meer moties vreemd aan de orde van de dag zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde, waarin hierover zal worden gestemd. Indien de moties betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, dan geldt de regel dat de meest verstrekkende motie het eerst in stemming wordt gebracht.

Artikel 55. Stemming over personen

  • 1.

    Wanneer een stemming moet plaatshebben over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, geschiedt deze schriftelijk door invulling en inlevering van stembriefjes door de ter vergadering aanwezige leden, voor zover deze zich niet van stemming moeten onthouden.

  • 2.

    Een lid van provinciale staten neemt, conform artikel 28 lid 1 Provinciewet, niet deel aan stemming over:

    • a.

      een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

    • b.

      de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.

  • 3.

    Alvorens een schriftelijke stemming wordt gehouden, benoemt de voorzitter vier leden tot stemopnemers.

  • 4.

    Ieder ter vergadering aanwezig Statenlid dat zich niet op grond van de Provinciewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

  • 5.

    Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De vergadering kan op voorstel van de voorzitter hiervan afwijken.

  • 6.

    Voordat de stemopnemers de stembriefjes openen, onderzoeken zij of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal statenleden dat ingevolge het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

  • 7.

    Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, bedoeld in artikel 30 van de Provinciewet, dienen stembriefjes behoorlijk te zijn ingevuld. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

    • a.

      een blanco ingevuld stembriefje;

    • b.

      een ondertekend stembriefje;

    • c.

      een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

    • d.

      een stembriefje waarbij, indien het een benoeming of voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

    • e.

      een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

  • 8.

    In geval van twijfel over het al dan niet behoorlijk ingevuld zijn van een stembriefje beslissen Provinciale Staten, op voorstel van de voorzitter.

  • 9.

    De stemopnemers stellen de uitkomst van de stemming vast en maken deze bij monde van de eerst benoemde stemopnemer bekend.

  • 10.

    De griffier draagt er zorg voor dat de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd worden.

Artikel 56. Herstemming over personen

  • 1.

    Wanneer niemand bij de eerste schriftelijke stemming de volstrekte meerderheid verkrijgt, wordt een tweede vrije stemming gehouden.

  • 2.

    Is ook bij de tweede vrije stemming geen volstrekte meerderheid verkregen, dan wordt een herstemming gehouden tussen de twee personen, die het grootste aantal stemmen hebben gekregen, hetzij het grootste aantal en het op één na grootste aantal stemmen hebben gekregen.

  • 3.

    Indien na de tweede vrije stemming niet vaststaat over welke twee personen de herstemming moet plaatshebben, wordt bij een tussenstemming beslist wie van hen, die een gelijk grootste aantal stemmen verkregen, in herstemming komt of komen; wordt bij deze tussenstemming die beslissing niet verkregen, dan wordt hieromtrent bij het lot beslist.

  • 4.

    Staken bij herstemming of tussenstemming de stemmen, dan beslist terstond het lot.

Artikel 57. Beslissing door het lot

  • 1.

    Indien het lot moet beslissen worden de namen van hen, tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de eerst benoemde stemopnemer op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

  • 2.

    De naambriefjes worden, nadat zij door de andere stemopnemers zijn gecontroleerd en in orde bevonden, op gelijke wijze behoorlijk toegevouwen, in een bus gedaan en omgeschud.

  • 3.

    Vervolgens neemt de voorzitter één voor één naambriefjes uit de bus en deze worden voorgelezen.

  • 4.

    Indien het lot moet beslissen over de vraag, welke personen in herstemming komen, neemt de voorzitter twee naambriefjes uit de bus. De namen van de personen die op de getrokken naambriefjes staat vermeld, zijn voor die herstemming aangewezen.

  • 5.

    Indien het lot moet beslissen over de vraag, welke persoon mede in herstemming komt, is de persoon op het eerst uitgetrokken naambriefje vermeld, voor die herstemming aangewezen.

  • 6.

    In het geval van artikel 56, vierde lid, is de persoon, op het eerst getrokken naambriefje vermeld, benoemd, voorgedragen of aanbevolen.

Hoofdstuk 8 Rechten en instrumenten van Statenleden tijdens de vergadering van Provinciale Staten

Artikel 58. Vragenuur

  • 1.

    Een statenlid kan tijdens het vragenuur mondeling vragen stellen over een actueel onderwerp aan de Commissaris van de Koning, leden van Gedeputeerde Staten of andere statenleden.

  • 2.

    Het statenlid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit middels een gemotiveerd verzoek onder aanduiding van het onderwerp voor 12:00 uur op de dag voorafgaand aan de dag van de vergadering bij de voorzitter. Het Presidium beslist over agendering van verzoeken na voornoemd tijdstip en voorafgaand aan de Presidiumvergadering zijn ontvangen.

  • 3.

    Indien het vragenuur wordt toegevoegd op de agenda, dan vindt dit plaats direct aansluitend aan de vaststelling van de agenda als bedoeld in dit reglement.

  • 4.

    Indien er binnen vijf minuten tijdens de PS vergadering geen beantwoording kan plaatsvinden, zal de beantwoording van de vraag schriftelijk worden nagezonden of zal het onderwerp voor een commissievergadering of latere PS vergadering worden geagendeerd.

Artikel 59. Schriftelijke vragen

  • 1.

    Een statenlid kan aan de Commissaris van de Koning of aan Gedeputeerde Staten schriftelijk vragen stellen.

  • 2.

    De vragen worden bij de voorzitter ingediend. De voorzitter draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van Provinciale Staten worden gebracht.

  • 3.

    Schriftelijke beantwoording vindt plaats binnen vier weken nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen de termijn kan plaatsvinden, stellen de Commissaris van de Koning of Gedeputeerde Staten de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

  • 4.

    De voorzitter of Gedeputeerde Staten zenden de antwoorden tegelijkertijd toe Provinciale Staten.

Artikel 60. Interpellatie

  • 1.

    Een statenlid kan Provinciale Staten toestemming vragen om over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda, bedoeld in artikel 9, eerste lid, inlichtingen aan de Commissaris van de Koning of Gedeputeerde Staten te vragen.

  • 2.

    Voorafgaand aan het indienen van het verzoek wordt het verzoek in het Presidium geduid en besproken. Indien het verzoek pas tijdens de PS vergadering geïntroduceerd wordt, wordt de vergadering geschorst voor duiding en overleg met de fractievoorzitters.

    Voor 17:00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering wordt een verzoek voor een interpellatiedebat schriftelijk ingediend bij de voorzitter (Statengriffie), tenzij het spoedeisend karakter zich tegen deze termijn verzet.

  • 3.

    Het verzoek omvat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede een korte toelichting dan wel motivering. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten.

  • 4.

    Provinciale Staten beslissen of, en zo ja, op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden of dat het debat op een andere vergadering geagendeerd wordt.

  • 5.

    Het Statenlid die het interpellatieverzoek indient, is het eerst aan het woord voor zijn interpellatie.

  • 6.

    De gevraagde inlichtingen worden onmiddellijk daarna gegeven, tenzij bijzondere omstandigheden naar het oordeel van Provinciale Staten uitstel tot een volgende vergadering rechtvaardigen.

  • 7.

    Aansluitend worden de overige leden in de gelegenheid gesteld over het in de interpellatie behandelde onderwerp het woord te voeren.

Artikel 61. Amendement

  • 1.

    Een amendement is ontoelaatbaar indien het een strekking heeft tegengesteld aan die van het voorstel of indien er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat. Een amendement wordt geacht toelaatbaar te zijn zolang Provinciale Staten het amendement niet ontoelaatbaar hebben verklaard. Een daartoe strekkend voorstel kan worden gedaan hetzij door de voorzitter, hetzij door een van de leden.

  • 2.

    Ieder statenlid kan tot het einde van de tweede termijn (sub)amendementen indienen. Een (sub)amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.

  • 3.

    Alleen beraadslaagd kan worden over (sub)amendementen die ingediend zijn door statenleden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.

  • 4.

    Elk (sub)amendement en elk voorstel worden schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 5.

    De eerste ondertekenaar is bevoegd in het amendement veranderingen aan te brengen dan wel het amendement in te trekken. Indien de beraadslaging is gesloten, uitsluitend met toestemming van Provinciale Staten.

Artikel 62. Motie

  • 1.

    Ieder statenlid kan ter vergadering schriftelijk een motie bij de voorzitter indienen.

  • 2.

    Een motie vreemd aan de orde van de dag wordt vóór 17:00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de voorzitter (via Statengriffie) ingediend, tenzij het spoedeisend karakter zich tegen deze termijn verzet, zulks ter beoordeling van Provinciale Staten. De Statengriffie verspreid ter voorbereiding van de vergadering de ontvangen moties (over een op de agenda opgenomen onderwerp en vreemd aan de orde van de dag) op maandag 17:00 uur aan Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten.

  • 3.

    De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp vindt plaats tegelijk met de beraadslaging daarover. De behandeling van een motie vreemd aan de orde van de dag vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

  • 4.

    Indien een motie is ingediend, kunnen Provinciale Staten op voorstel van de voorzitter of één van de leden besluiten de stemming over de motie aan te houden en het College van Gedeputeerde Staten in de gelegenheid stellen om Provinciale Staten over een preadvies voor te leggen ten behoeve van de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten.

Artikel 63. Initiatiefvoorstel

  • 1.

    Ieder statenlid heeft het recht voorstellen aan Provinciale Staten te doen, die buiten de agenda vallen.

  • 2.

    Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend.

  • 3.

    De Agendacommissie plaatst het voorstel op de voorlopige agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de voorlopige agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.

  • 4.

    De behandeling van het voorstel vindt plaats voordat alle op de agenda voorkomende onderwerpen of voorstellen worden behandeld, doch vóór het vragenuur, tenzij Provinciale Staten oordelen dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering samen met een ander geagendeerd onderwerp of voorstel wordt behandeld of eerst wordt behandeld in een commissie. In het laatste geval bepalen Provinciale Staten voor welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

  • 5.

    Provinciale staten nemen geen besluit over een voorstel dan nadat gedeputeerde staten in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van de staten te brengen.

Artikel 64. Recht van onderzoek

Provinciale Staten kunnen op voorstel van een statenlid een onderzoek instellen naar het door de Commissaris van de Koning of Gedeputeerde Staten gevoerde bestuur.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 65. Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van dit reglement beslist de vergadering op voorstel van de voorzitter, dan wel in spoedeisende gevallen, de voorzitter.

Artikel 66. Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit reglement treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van het Provinciaal blad waarin het besluit van Provinciale Staten is geplaatst.

  • 2.

    Op dat tijdstip vervalt het Reglement van Orde voor Provinciale Staten van Overijssel 2011.

Artikel 67. Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als Reglement van Orde voor Provinciale Staten van Overijssel 2019.

Zwolle, 27 februari 2019

Provinciale Staten voornoemd,

voorzitter,

griffier,

Toelichting Reglement van Orde voor de Provinciale Staten van Overijssel 2019

Toelichting op het Reglement van orde voor de Provinciale Staten van Overijssel 2019. Enkel de artikelen die toelichting behoeven, naar aanleiding van de actualisatie, zijn opgenomen.

Reglement brede zaken

Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting op de veranderingen binnen het reglement. Daarnaast zijn er echter ook enkele algemene zaken die consistent zijn doorgevoerd binnen het gehele reglement.

Één van die zaken is dat de verwijzing naar Koningin nu veranderd is naar Koning. Daarnaast wordt in het gehele reglement Provinciale Staten nu voluit geschreven, in plaats van gebruik te maken van de afkorting PS. Tot slot wordt nu het begrip inwoners gehanteerd in plaats van burgers nu die thematiek beter lijkt te passen bij de overige wet- en regelgeving.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 3a Werkgeverscommissie

In het reglement was de werkgeverscommissie nog niet opgenomen. Provinciale Staten hebben een werkgeverscommissie conform de verordening werkgeverscommissie griffier 2011 en zodoende is dit artikel toegevoegd.

Artikel 3b Auditcommissie

In het reglement was de auditcommissie nog niet opgenomen. Nu Provinciale Staten de keuze hebben om een auditcommissie aan te stellen, is die mogelijkheid ook als zodanig in het reglement opgenomen. Indien er wordt gekozen voor het aanstellen van een auditcommissie, dan zal er een verordening op de auditcommissie moeten worden vastgesteld.

Hoofdstuk 2 Toelating nieuwe leden en fracties

Artikel 5 Onderzoek benoembaarheid gedeputeerden

De CdK legt geheimhouding op wegens het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (Artikel 25 Provinciewet en artikel 10 lid 2 sub e Wet openbaarheid van bestuur). Het blijft geheim totdat de CdK de geheimhouding opheft.

Artikel 6 Fracties

De wens om regels met betrekking tot splitsing van fracties op te nemen in het reglement bestond al langer. Met deze wijziging wordt gehoor gegeven aan die wens. Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft als voorbeeld gediend voor de wijziging van dit artikel op het onderdeel splitsing van fracties.

Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen voor de Statencommissiedag en vergaderingen van Provinciale Staten

Artikel 8 Vergaderfrequentie

Lid 4 (oud) suggereerde dat wanneer door minstens twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen om is gevraagd bij de voorzitter van de Agendacommissie, er hoe dan ook een extra Statencommissiedag wordt uitgeschreven. Dit is in de praktijk niet het geval. Een verzoek wordt bij de Agendacommissie ingediend en vervolgens oordeelt de Agendacommissie of dit verzoek wordt gehonoreerd. Hierop is sub a aangepast. Sub b voorziet in de mogelijkheid dat ook een extra Statencommissiedag kan worden uitgeschreven indien de voorzitter dit nodig oordeelt.

In lid 6 is toegevoegd dat de voorzitter van de Agendacommissie in bijzondere gevallen ook voor een commissie een andere dag, aanvangsuur of vergaderplaats kan aanwijzen voor de Statencommissiedag. Daarnaast is de verwijzing ‘hij’ ter verduidelijking veranderd in ‘de voorzitter’.

Artikel 10 De agenda

De strekking van lid 2 is enigszins veranderd doordat er nu in spoedeisende gevallen namens de voorzitter onder opgaaf van redenen een aanvullende agenda kan worden verzonden. Hiermee is formeel geregeld dat verzending ook namens de voorzitter maar bijvoorbeeld via de griffie kan plaatsvinden.

Artikel 12 Openbare kennisgeving

De wijze waarop vergaderingen ter openbare kennis worden gebracht wordt niet meer concreet benoemd. Mocht de werkwijze (of het middel) op dit vlak in de toekomst wijzigen, dan behoeft het reglement hierop niet te worden aangepast. Hiermee wordt voldaan aan de openbaarmakingsverplichting.

Artikel 14 Publieke tribune

Ook het verstoren van de orde middels het tonen van spandoeken en vlaggen wordt niet toegestaan en wordt daarom toegevoegd aan lid 2. Toepasselijkheid van de huisregels van de provincie is toegevoegd.

Artikel 15 Handhaving orde

Aan lid 3 is ter verduidelijking een verwijzing naar artikel 26 van de Provinciewet toegevoegd. De voorzitter is conform dat artikel ook bevoegd de spreker te doen vertrekken.

Hoofdstuk 4 Besloten vergaderingen

Artikel 17 Openbaarheid vergadering

In lid 1 is een nuance toegevoegd door aan te geven dat vergaderingen ‘in beginsel’ in het openbaar worden gehouden. Dit sluit beter aan bij het feit dat Provinciale Staten kunnen besluiten een vergadering in beslotenheid te laten plaatsvinden, zoals in de overige bepalingen van het artikel is geregeld. In die lijn is ook lid 2 taalkundig wat aangepast.

Artikel 19 lid 1 regelt dat de griffier ervoor zorgt dat van de besloten vergadering een verslag wordt opgemaakt. In lid 5 van artikel 17 stond dat ook, maar dan in andere woorden. Zodoende is die dubbeling verwijderd.

Hoofdstuk 5 Bijzondere bepalingen omtrent de informatiebijeenkomst (beeldvorming)

Artikel 20 Doel informatiebijeenkomst

De agendacommissie heeft te kennen gegeven dat het experimenteren met vergadervormen gefaciliteerd zou moeten worden door het reglement. Dit artikel is nu zo ingericht dat die ruimte ontstaat en wordt voorzien in de mogelijkheid om meer maatwerk per bijeenkomst toe te passen.

Artikel 21 Deelname

De aanvulling op lid 1 zorgt ervoor dat ook fractiemedewerkers in de gelegenheid worden gesteld aan te sluiten bij informatiebijeenkomsten. Daarnaast wordt nu in lid 3 geregeld dat de agendacommissie kan besluiten tot verplichte aanmelding bij informatiesessies. Bij minder dan vijf aanmeldingen van verschillende fracties wordt de agendacommissie in de gelegenheid gesteld te besluiten om een informatiebijeenkomst niet plaats te laten vinden. Lid 5 is toegevoegd, waarin is geregeld dat indien sprake is van een besloten informatiebijeenkomst, statenleden en burgerleden kunnen deelnemen.

Artikel 22 Voorzitterschap

Het voorzitterschap bij een informatiebijeenkomst kan ook door een ander persoon dan een commissievoorzitter worden ingevuld. Daarnaast wijst de huidige werkwijze uit dat de voorzitter van de informatiebijeenkomst niet altijd wordt / hoeft te worden ondersteund door een door de griffier aan te wijzen griffiemedewerker. De praktische werkwijze is nu als zodanig doorgevoerd in het reglement.

Hoofdstuk 6 Bijzondere bepalingen omtrent de commissievergadering (oordeelsvorming)

Artikel 24 Doel commissievergadering

Lid 2 en lid 3 van dit artikel waren reeds vervallen. Die expliciete tekst kan met deze wijziging worden verwijderd. Beeldvorming vindt bijvoorbeeld plaats door een hoorzitting of bijeenkomst met alleen inwoners om in te spreken, informatie voor de commissie wordt ingewonnen, zonder dat hierover al een debat met elkaar heeft plaatsgevonden.

Artikel 25 Deelname

Ter verduidelijking van het artikel en de regels omtrent burgerleden, is lid 6 samengevoegd met lid 2 van dit artikel.

Artikel 26 Inspreekrecht inwoners

De agendacommissie heeft te kennen gegeven dat het experimenteren met inspraakvormen gefaciliteerd zou moeten worden door het reglement. Dit artikel is nu zo ingericht dat die ruimte ontstaat. Vormen waaraan zou kunnen worden gedacht zijn de volgende:

  • inspraak in twee termijnen;

  • bij meerdere insprekers over hetzelfde onderwerp: burgerdebat;

  • bij meerdere insprekers over het zelfde onderwerp: rondetafel;

  • bij meerdere insprekers over het zelfde onderwerp: inspraak op locatie (eventueel gevolgd door een vergadering op locatie);

  • pitch-podium voorafgaand aan PS-vergadering;

  • informele contactmomenten organiseren;

  • digitale, interactieve vormen van inspraak

Uiteraard zijn bovengenoemde vormen enkel suggesties en bestaat de ruimte hier alternatieve vormen op te formuleren en hiermee te experimenteren.

Geen inspreekrecht kan bijvoorbeeld voordien bij een besloten vergadering.

Artikel 28 Presentielijst

Dit artikel komt te vervallen nu hiervan geen sprake meer is.

Artikel 30 Volgorde sprekers

Lid 2, 3 en 4 zijn verwijderd uit het artikel omdat het overbodige bepalingen waren. De verantwoordelijkheid met betrekking tot de volgorde van de sprekers komt daarmee bij de voorzitter van dienst terecht.

Artikel 33 Beraadslaging

Artikel 33 en artikel 34 (oud) zijn in dit reglement samengevoegd, nu artikel 34 (oud) eveneens regels bevatte over de beraadslaging.

Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen omtrent de vergadering van Provinciale Staten (besluitvorming)

Artikel 35 Presentielijst

Het is, door middel van de wijziging in lid 3, niet meer noodzakelijk dat zowel de griffier als de voorzitter de presentielijst ondertekenen. De handtekening van de griffier volstaat in dit geval.

Artikel 42 Ingekomen stukken

Dit artikel bevatte een werkwijze die niet meer actueel is. Door het schrappen van een passage is dit hersteld.

Artikel 44 Spreektijdregeling

De huidige werkwijze bepaalt dat niet de agendacommissie, maar de voorzitter namens de agendacommissie, per agenda de geplande duur van de vergadering van Provinciale Staten bepaalt. Dit is dan ook aangepast in lid 1. De spreektijd van Gedeputeerde Staten wordt niet bepaald op een derde van de spreektijd die voor Provinciale Staten beschikbaar is, maar op een vijfde. Dit is aangepast in lid 3. Tot slot is lid 4 toegevoegd, er wordt tegenwoordig namelijk een spreektijdklok gehanteerd ter uitvoering van de spreektijdregeling. Daarnaast bevat dit artikel verduidelijking wat onder spreektijd wel / niet wordt verstaan.

Artikel 47 Voorstellen van orde

Lid 3 bevatte een ouderwetse aanduiding, namelijk ‘terstond’. Dit is veranderd in ‘tijdens de vergadering’.

Artikel 52 Stemmingen over zaken

Indien stemmingen niet digitaal plaatsvinden, wordt in de praktijk gestemd door middel van hand opsteken. In het reglement stond echter dat een dergelijke stemming plaatsvindt door middel van zitten en opstaan. Dit is nu in het artikel aangepast.

Artikel 55 Stemming over personen

Ter verduidelijking van het fenomeen stemming over personen, is de passage uit artikel 28 lid 1 van de Provinciewet aan de tekst van dit artikel toegevoegd.

Hoofdstuk 8 Rechten en instrumenten van Statenleden tijdens de vergadering van Provinciale Staten

Dit hoofdstuk wordt nu niet meer alleen aangeduid als rechten van Statenleden, maar als rechten en instrumenten van Statenleden. Onder dit hoofdstuk vallen namelijk ook enkele artikelen die zich buigen over het instrumentarium van de Statenleden.

Artikel 58 Vragenuur

Er zijn enkele aanvullende regels gesteld in het kader van het vragenuur. Zo dient een statenlid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, dit middels een gemotiveerd verzoek aan te geven voor 09:30 uur voorafgaand op de dag van de vergadering van PS. Ten behoeve van de orde van de vergadering is ook lid 4 toegevoegd. Indien er namelijk geen beantwoording kan plaatsvinden binnen vijf minuten, dan zal de beantwoording op een later moment schriftelijk volgen.

Artikel 62 Motie

Er is een onderscheid in moties die worden ingediend over een aanhangig onderwerp en moties vreemd aan de orde van de dag. Om een ieder voldoende voorbereidingstijd te geven is bepaald dat laatstgenoemde moties uiterlijk 17:00 op maandag voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de voorzitter (in de praktijk bij de Statengriffie) worden ingediend. In spoedeisende gevallen mag hiervan worden afgeweken, dit ter beoordeling aan Provinciale Staten zelf. Dergelijke verzoeken worden voorafgaand aan de vergadering in het Presidium besproken.

Artikel 63 Initiatiefvoorstel

Dit artikel is aangepast op basis van de wijziging die binnen de Provinciewet heeft plaatsgevonden. Provinciale staten dienen geen besluit te nemen over een voorstel voordat Gedeputeerde staten in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van de Statenleden te brengen.

Artikel 66 Inwerkingtreding

Dit artikel regelt welke documenten komen te vervallen bij de inwerkingtreding van het Reglement van Orde voor Provinciale Staten van Overijssel 2019. In dit geval is dat alleen het Reglement van Orde voor Provinciale Staten van Overijssel 2011.