Provinciaal blad van Groningen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GroningenProvinciaal blad 2019, 2061Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent landschap Mandaatbesluit uitvoering Programmaplan Landschapsmaatregelen 380kV

Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij op 12 maart 2019, nr. A.13, afdeling LGW, dossiernummer K12516 het volgende besluit hebben genomen:

 

 

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen:

 

 

Overwegende:

 

  • -

    dat het uit een oogpunt van doelmatig bestuur en een efficiënte besluitvorming gewenst is om bevoegdheden tot het nemen van besluiten ter uitvoering van het Programmaplan Landschapsmaatregelen te mandateren en machtiging te verlenen voor het verrichten van handelingen, niet zijnde een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling;

 

Gelet op de Provinciewet, de Algemene wet bestuursrecht, het Burgerlijk Wetboek, het Organisatiebesluit provincie Groningen 2013 en het Programmaplan Landschapsmaatregelen;

 

 

Besluiten:

 

 

  • I.

    Vast te stellen het Mandaatbesluit uitvoering Programmaplan Landschapsmaatregelen 380kV luidende als volgt:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

 

  • a.

    Landschapsbesluiten: besluiten waarmee vastgesteld wordt welke landschapsmaatregelen, als bedoeld in het op 12 maart 2019 vastgestelde Programmaplan Landschapsmaatregelen 380kV, uitgevoerd worden en de besluiten benodigd om uitvoering te geven aan die landschapsmaatregelen alsmede de wijziging van deze besluiten;

  • b.

    hoofd: hoofd van een afdeling of van een bureau van de provinciale organisatie;

  • c.

    mandaatgever: Gedeputeerde Staten;

  • d.

    mandaathouder: hoofd van de afdeling Landelijk Gebied & Water van de provincie;

  • e.

    portefeuillehouder: het lid van Gedeputeerde Staten dat ingevolge hoofdstuk 6 van het Reglement van orde GS Groningen 2010 met de betreffende taak is belast.

Artikel 2 Verlening algemeen mandaat/machtiging voorbereiding en uitvoering

  • 1.

    Aan mandaathouder wordt voor de taken en bevoegdheden met betrekking tot landschapsbesluiten mandaat en machtiging verleend.

  • 2.

    Mandaathouder is gemachtigd om alle handelingen te verrichten voor de voorbereiding en de uitvoering van besluiten waarvoor bij dit besluit mandaat wordt gegeven alsmede om over die besluiten informatie te verschaffen aan derden.

Artikel 3 Omvang mandaat

Onverminderd artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht is artikel 2 niet van toepassing op de taken en bevoegdheden inzake:

 

  • a.

    besluiten die aan de goedkeuring of instemming van een ander bestuursorgaan zijn onderworpen;

  • b.

    besluiten tot het verstrekken van een lening of garantie;

  • c.

    besluiten tot het verstrekken van een subsidie;

  • d.

    besluiten die tot gevolg hebben dat het in het Programmaplan Landschapsmaatregelen bedoelde totale investeringsbudget van € 14.900.000 voor het treffen van landschapsmaatregelen wordt overschreden.

Artikel 4 Ondermandaat

  • 1.

    Mandaathouder is bevoegd om voor de aan hen gegeven mandaten ondermandaat of ondermachtiging te verlenen na toestemming van de directie.

  • 2.

    Bij gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, voorzien mandaathouders in een genoegzame controle vooraf en achteraf op de besluiten die in ondermandaat worden of zijn genomen.

  • 3.

    Mandaathouder informeert het team juridische zaken onderdeel uitmakende van de afdeling Bestuur, Juridische zaken en Communicatie (BJC) van de provincie onverwijld over verleende ondermandaten en ondermachtiging. Van verleende ondermandaten en ondermachtiging wordt door het genoemde team register bijgehouden.

Artikel 5 Instructies voor het gebruik van de gegeven mandaten

  • 1.

    De mandaathouder informeert de portefeuillehouder bij voortduring over de voorbereiding en uitvoering van te nemen en genomen besluiten.

  • 2.

    Van een gegeven mandaat wordt geen gebruik gemaakt in de volgende gevallen:

    • a.

      bij het nemen van een besluit dat in strijd is met bestaand beleid;

    • b.

      bij het nemen van een besluit zonder dat de redelijkerwijs te verwachten financiële gevolgen in voldoende mate zijn afgedekt.

  • 3.

    Het tweede lid is niet van toepassing indien de portefeuillehouder toestemming heeft gegeven tot het gebruik van het mandaat.

  • 4.

    In bestuurlijke gevoelige zaken mag alleen van het mandaat gebruik worden gemaakt na voorafgaand overleg en goedkeuring van de portefeuillehouder. Van een bestuurlijk gevoelige zaak is sprake als:

    • -

      in de fase voorafgaand aan de besluitvorming sprake was van maatschappelijke bezorgdheid of onrust over de kwestie;

    • -

      in de fase na de besluitvorming aanzienlijke kans is op maatschappelijke bezorgdheid of onrust over de kwestie;

    • -

      de kwestie extra communicatieve inspanningen vergt van de provinciale organisatie naar de buitenwereld;

    • -

      in de fase voorafgaand aan de besluitvorming sprake was van politieke discussie over de kwestie;

    • -

      de besluitvorming over de kwestie ingaat tegen politieke wensen met meningsverschillen als gevolg;

    • -

      sprake is van een besluit in het kader waarvan al een gerechtelijke procedure loopt en tegen het besluit naar redelijke verwachting opnieuw een rechtsmiddel zal worden ingesteld.

  • 5.

    De ondertekening van een besluit dat in mandaat of ondermandaat is genomen, geschiedt met gebruikmaking van het volgende formulier:

     

    Gedeputeerde Staten van Groningen:

     

    Namens dezen:

     

    (volgt de naam van de ondertekenaar)

     

    (volgt de omschrijving van de functie van de ondertekenaar).

Artikel 6 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit uitvoering Programmaplan Landschapsmaatregelen 380kV.

 

  • II.

    Dit besluit wordt bekend gemaakt in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking.

     

Groningen, 12 maart 2019.

Gedeputeerde Staten voornoemd:

F.J. Paas, voorzitter.

H. Schrikkema, locosecretaris.