Provinciaal blad van Limburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LimburgProvinciaal blad 2019, 1491Overige besluiten van algemene strekking



Openstellingsbesluit 2019 paragraaf 2 (Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)

Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings-programma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), op 19 februari 2019 het volgende besluit vast:

 

Openstellingsbesluit 2019 paragraaf 2 (Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)

 

Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 2 “Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische bedrijven, onderdeel emissie naar grondwater” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 2 - onderdeel emissie naar grondwater 2019”) van deze Verordening onder de volgende nadere regels open te stellen.

Artikel 1 Openstellingsperiode

Paragraaf 2 - onderdeel emissie naar grondwater 2019 - wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 18 maart 2019 (9:00 uur) tot en met 30 april 2019 (17:00 uur). Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 30 april 2019 (17.00 uur) te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.

Artikel 2 Subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt voor Paragraaf 2, onderdeel emissie naar grondwater 2019 vastgesteld op € 635.000,00 bestaande uit 100% ELFPO middelen.

Artikel 3 Aanvrager

Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers en groepen van landbouwers.

Artikel 4 Hoogte subsidie

In aanvulling op artikel 2.2.4 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 60.000,00 en minimaal € 10.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 10.000,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

  • 5.1

    Conform artikel 2.2.1, eerste lid, van de Verordening kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties binnen de agrarische sector.

  • 5.2

    Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het project, respectievelijk de hierbij horende fysieke investeringen, een bijdrage te leveren aan het in artikel 2.2.1, tweede lid, van de Verordening genoemde thema c:

    • c.

      maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en/of grond- en oppervlakte water (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid).

    Meer specifiek gaat het in dit openstellingsbesluit uitsluitend om de investeringen, die zijn gericht op het reduceren van de emissie van nitraat naar grondwater. Hieronder wordt verstaan:

    • Systemen voor precisielandbouw betreffende plaats specifieke bemesting of plaats specifieke opbrengstmeting inclusief GPS/GIS apparatuur; en/of

    • Machines voor niet kerende grondbewerking. Systemen / werktuigen die gericht zijn op ondiepe bodembewerking en gewasresten oppervlakkig vermengen al dan niet in combinatie met direct zaaien, poten of planten en kunstmest toedienen.

Voor een nadere beschrijving wordt verwezen naar bijlage 1, zijnde de investeringslijst.

  • 5.3

    De fysieke investeringen in het kader van deze openstelling dienen ten goede te komen aan de vermindering van nitraatuitspoeling naar het grondwater in het heuvelland van Zuid-Limburg. Om de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in te zetten is er voor gekozen om deze openstelling te beperken tot het westelijk deel van het Geuldal. Er is voor gekozen om de begrenzing van de propositie Heuvelland aan te houden (propositie Heuvelland is een bod van provincie, waterschap, WML, LLTB en terrein beherende organisaties aan het Rijk om gezamenlijk te werken aan de verduurzaming van het water- en bodembeheer in het heuvelland van Zuid-Limburg). Voor een precieze locatie van het gebied wordt verwezen naar bijlage 2 (kaart).

    Een aanvraag wordt in behandeling genomen indien:

    • de aanvrager 5 ha of meer binnen de begrenzing van het focusgebied (bijlage 2) heeft liggen; én

    • de investering(en) ook op 5 ha of meer binnen de begrenzing worden uitgevoerd. Als gevolg van rotatie van gewassen kan het oppervlakte door de jaren heen wat verschillen. De aanvrager dient aan te tonen dat de investering op minimaal 5 ha binnen de begrenzing wordt ingezet.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Subsidieaanvragen die geen betrekking hebben op de reductie van emissie van nitraat naar grondwater, zoals benoemd onder artikel 5.2 komen onder deze openstelling niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen.

Artikel 7 Aanvraag

  • 7.1

    Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel h, van de Verordening zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel f, van de Verordening het op de website https://www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele-subsidies/subsidieregelingen-0/@1837/subsidieverordening/beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.

  • 7.2

    In aanvulling op artikel 6.1 van dit openstellingsbesluit dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).

  • 7.3

    Per landbouwer of groep van landbouwers kan onder dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden aangevraagd. Per aanvraag kunnen meerdere investeringen gedaan worden. Indien er toch twee aanvragen worden ingediend zal alleen de eerst ingediende aanvraag in behandeling genomen worden.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

  • 8.1

    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten uit artikel 2.2.3, eerste lid, van de Verordening.

    Dit zijn:

    • a.

      kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;

    • b.

      kosten voor verwerving van onroerende zaken;

    • c.

      kosten van koop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

    • d.

      algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening;

    • e.

      kosten voor projectmanagement en projectadministratie.

    In afwijking van artikel 2.2.3, eerste lid, sub b, van de Verordening zijn bij deze openstelling kosten voor leasing van onroerende zaken niet subsidiabel. Kosten voor de aankoop van grond zijn gezien de van toepassing zijnde investeringslijst niet relevant en deze kosten zijn daarmee niet subsidiabel.

     

    In afwijking van artikel 2.2.3, eerste lid, sub c, van de Verordening zijn bij deze openstelling kosten voor huurkoop van nieuwe machines en installaties niet subsidiabel.

     

  • 8.2

    In aanvulling hierop wordt conform artikel 2.2.3, tweede lid, en artikel 1.12 van de Verordening ook subsidie verstrekt voor:

    • a.

      kosten van de verwerving van computersoftware (de ontwikkeling van computersoftware is niet subsidiabel);

    • b.

      voorbereidingskosten. Gelet op het gestelde in artikel 1.12, derde en vierde lid, van de Verordening komen voorbereidingskosten slechts voor subsidie in aanmerking indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend. Voorbereidingskosten kunnen uitsluitend bestaan uit:

      • 1.

        kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;

      • 2.

        kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;

      • 3.

        kosten van haalbaarheidsstudies.

    De overige in artikel 2.2.3, tweede lid, van de Verordening opgenomen kosten komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 9 Voorschotten

In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening worden er geen voorschotten verleend.

Artikel 10 Rangschikking en selectie

  • 10.1

    Voor de rangschikking, bedoeld in artikel 1.15, artikel 1.15b, artikel 15c en artikel 2.2.5 van de Verordening, hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst zoals opgenomen in bijlage 1 van dit openstellingsbesluit. Per aanvraag kunnen meerdere investeringen worden gedaan. De score van de aanvraag is de som van het aantal punten dat per investering is aangegeven in bijlage 1 van deze openstelling. De aanvragen worden gerangschikt op basis van de totale score. Aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van de rangschikkingslijst, beginnend met de aanvraag die bovenaan de rangschikkingslijst geplaatst is. De aanvraag die de meeste punten toegekend heeft gekregen, wordt bovenaan de rangschikkingslijst geplaatst.

  • 10.2

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragers en de onderlinge rangschikking op basis van de behaalde totale scores tussen de aanvragen die op de knip zitten gelijk is, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris.

Artikel 11 Verplichtingen

  • 11.1

    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid, onder e, van de Verordening is de subsidieontvanger niet verplicht om binnen twee maanden na ontvangst van de subsidiebeschikking te starten met de uitvoering van de activiteit.

  • 11.2

    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid, onder h, van de Verordening is de subsidieontvanger niet verplicht om eenmaal per jaar een verslag omtrent de voortgang van de activiteiten in te dienen.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 18 maart 2019 en heeft een looptijd tot einde POP 3 periode.

 

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 19 februari 2019

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris,

de heer drs. G.H.E. Derks MPA

TOELICHTING

Het Zuid-Limburgse Heuvelland is uniek in Nederland en heeft de bijzondere status van Nationaal Landschap. De bodem bestaat grotendeels uit kalk en lössgronden. Het reliëf met de hellingen, steilranden, graften, holle wegen, droog- en beekdalen en hoogteverschillen van plaatselijk meer dan 100 meter geven vorm aan het Zuid-Limburgse landschap. Er komen planten en dieren voor die in de rest van Nederland niet of nauwelijks te vinden zijn en Natura2000-gebieden die de hoogste biodiversiteit van Nederland bezitten. De landbouw heeft zeker op de hellingen en in de (droog)dalen nog een kleinschalig en gevarieerd karakter en is met 60% van het grondgebruik de belangrijkste beheerder van het waardevolle cultuurlandschap. De landschappelijke kwaliteit is één van de belangrijkste kurken waar de economie in Zuid-Limburg op drijft en draagt in belangrijke mate bij aan het leefklimaat van de 600.000 mensen die in Zuid-Limburg wonen.

 

Deze unieke waarden, die sterk met elkaar verweven zijn, zijn kwetsbaar en staan onder druk. Een belangrijke bedreiging is de nutriëntenbelasting van grond en water, waardoor de waterkwaliteit in N2000- gebieden en KRW-beken niet voldoet aan de normen. Dit geldt ook voor de grondwaterkwaliteit in het Heuvelland. Deze belasting komt uit verschillende bronnen uit binnen- en buitenland, met name industrie, verkeer en landbouw. De nutriëntenbelasting van grond- en oppervlakte water vanuit de landbouw is als gevolg van de uitspoelingsgevoeligheid van de bodem vaak veel te hoog. Dit heeft gevolgen voor zowel de natuurwaarden als de kwaliteit van het drinkwater.

Algemeen

Met deze openstelling voor 2019 van paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater willen we landbouwers (en met name akkerbouwers) stimuleren om te investeren in innovatie en modernisering van hun bedrijf. De openstelling is vooral bedoeld om de aanschaf van modernere installaties en machines te stimuleren, waarmee de landbouwers hun positie op gebied van innovatie en modernisering in duurzaamheid kunnen versterken.

 

De modernisering moet bijdragen aan verbetering van de grondwaterkwaliteit. Investeringen die alleen of hoofdzakelijk gericht zijn op verbetering van de rentabiliteit van bedrijven en vervanging van dezelfde goederen die al op het bedrijf aanwezig zijn komen niet voor op de investeringslijstlijst.

 

Gedeputeerde Staten van Limburg stellen een investeringslijst vast met innovatieve en duurzame investeringen die relevant zijn voor de bedrijfsvoering. Op deze lijst zijn alleen investeringen opgenomen die voldoen aan de minimale bijdrage aan de doelen voor innovatie en modernisering, zodat het niet nodig is een minimumscore op te nemen. De score per investeringscategorie is bepaald op basis van de mate waarin de investering bijdraagt aan de innovatie en modernisering (gericht op milieu, klimaatbestendigheid, volksgezondheid en biodiversiteit) en de beleidsmatige voorkeur van de provincie:

  • c.

    De investeringen zijn zo gekozen dat zij bijdragen aan maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid).

Meer specifiek gaat het om de investeringen, die zijn gericht op het reduceren van de emissie van nitraat naar grondwater.

 

De openstelling is gericht op een brede uitrol (hoog totaal subsidiebedrag) van gewenste investering(en) voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen. Het aantal subsidiabele maatregelen is daarom gering.

 

Het gaat om investeringen die weliswaar door voorlopers al gedaan zijn, maar waarbij een bredere uitrol onvoldoende op gang komt en waarvan het stimuleren van het gebruik beleidsmatig van belang geacht wordt. Voor het stimuleren van dit soort vernieuwingen wordt gekozen voor het werken met een investeringslijst, waarop investeringen worden vermeld die, gelet op de doelstelling van de openstelling, bewezen kosten efficiënt en effectief zijn.

 

De investeringslijst is mede gebaseerd op de investeringslijst van openstellingen voor fysieke investeringen in verduurzaming van agrarische ondernemingen voor jonge landbouwers.

 

Per aanvraag kunnen meerdere investeringen gedaan worden. De score van de aanvraag is de som van het aantal punten dat per investering is aangegeven in bijlage 1 van deze openstelling. De beoordelingen vinden plaats middels een tenderprocedure met een sluitingsdatum. Alle aanvragen die tijdig zijn ingediend worden eerst getoetst op ontvankelijk- en compleetheid. Vervolgens worden de aanvragen op basis van de in de investeringslijst opgenomen scores gerangschikt van hoog naar laag. Wanneer het totaal van goedgekeurde aanvragen een groter beslag legt op de beschikbare middelen (subsidieplafond) krijgen aanvragen met de meeste punten voorrang (ranking). Indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragers met gelijke scores wordt er geloot door een beëdigd notaris.

 

De aanvrager dient de percelen op te geven, die hij voor de gecombineerde opgave voor gewassen en percelen heeft opgegeven in 2018! Indien in 2019 een perceel in eigendom is gekomen of wordt gepacht binnen de begrenzing van de propositie Heuvelland, dat nog niet in de opgave van 2018 zat, dan dient een copy van de koopovereenkomst of pachtcontract als bewijs te worden toegevoegd. In geval van een samenwerkingsverband dienen alle aanvragers grond te hebben binnen de begrenzing van de propositie Heuvelland. De aanvrager dient minimaal 5 ha binnen het westelijk deel van de begrenzing van de propositie Heuvelland te hebben liggen (zie bijlage 2). De investering(en) dient ook op 5 ha of meer binnen de begrenzing te worden uitgevoerd. Daarnaast kan de investering worden ingezet op percelen gelegen buiten de begrenzing. Een ondernemer kan met 5 ha fruit binnen de begrenzing liggen, maar als de investering alleen wordt ingezet op zijn aardappel percelen buiten de begrenzing wordt de investering afgewezen. Als gevolg van rotatie van gewassen kan het oppervlakte door de jaren heen wat verschillen. De aanvrager dient aan te tonen dat de investering op minimaal 5 ha binnen de begrenzing wordt ingezet.

 

Samenvatting belangrijkste kenmerken van deze openstelling:

  • minimaal subsidiebedrag per aanvraag € 10.000,00, maximaal € 60.000,00;

  • subsidiepercentage 40%;

  • investeringsaanvragen dienen daarmee minimaal € 25.000,00 aan subsidiabele kosten te bedragen;

  • 2 categorieën subsidiabele maatregelen;

  • per landbouwer of groep van landbouwers kan uitsluitend 1 aanvraag worden ingediend (waarbinnen meerdere investeringen kunnen zijn opgenomen);

  • totaal beschikbare subsidie voor deze openstelling: € 635.000,00;

  • minimaal 5 ha binnen de begrenzing zoals opgenomen in bijlage 2 waarop de investering wordt ingezet.

Artikel 6 Aanvraag

  • De volgende bijlagen dienen additioneel toegevoegd te worden bij de aanvraag. Voor uitleg wordt verwezen naar het Handboek voor aanvragers POP3 subsidies: zie de website https://www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele-subsidies/subsidieregelingen-0/@1837/subsidieverordening/;

  • projectplan, zie format op website (verplicht);

  • onderbouwing/specificatie van de begroting (verplicht);

  • uittreksel van de Kamer van Koophandel (verplicht);

  • bewijsstukken begroting/offertes. Indien niet aanwezig aangeven waar de bedragen op gebaseerd zijn (verplicht);

  • documenten van de gecombineerde opgave voor gewassen en percelen (verplicht);

  • toezegging overige financiers of aangeven dat financiering is aangevraagd en daar de stand van zaken van (indien van toepassing);

  • samenwerkingsovereenkomst (indien van toepassing). Zie hiervoor artikel 1.6 van de Verordening;

  • bewijsstukken machtiging (indien van toepassing);

  • vergunningen (indien van toepassing). Indien niet aanwezig dient u aan te geven wat de stand van zaken is hieromtrent;

  • overzicht van de inkomsten en/of besparingen als gevolg van de uitvoering van uw project (indien van toepassing);

  • verkenning naar mogelijk omgevingseffecten of de aanvraag van de vergunning (indien van toepassing);

  • documenten aanbesteding (indien van toepassing).

Bijlage 1  

Investeringslijst van fysieke investeringen gericht op innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater 2019

Investering

Toelichting

score

1. Systemen voor precisielandbouw betreffende plaats specifieke bemesting of plaats specifieke opbrengstmeting inclusief GPS/GIS apparatuur

De bedoelde systemen zijn onder andere:

1. systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping inde bodem toedienen van vloeibare stikstofhoudende meststoffen bij het planten, zaaien,

aanaarden of het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt;

2. systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas;

3. systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt door vertaald in het doseren;

4. systemen voor het meten van opbrengsten op oogst- en rooimachines.

 

Onder de investering vallen:

- alle soorten precisiebemesters;

- alle soorten opbrengstmeetsystemen voor precisielandbouw;

- GPS/GIS apparatuur voor het systeem;

- bijhorende software (bijvoorbeeld software om de rijpaden uit te stippelen);

- samenstelkosten van de digitale bodemkaart ten behoeve van de GPS en GIS apparatuur voor deze systemen;

- bijbehorende installatiekosten.

 

Onder de investering vallen niet:

- de tractor waaraan wordt gekoppeld of zelfrijders. Enkel het systeem wat kan worden aangekoppeld is subsidiabel.

- Abonnementen op software updates en servicecontracten.

9

2. Machines voor niet kerende grondbewerking en ondiep ploegen

Systemen/werktuigen die gericht zijn op ondiepe

bodembewerking en gewasresten oppervlakkig vermengen al dan niet in combinatie met direct zaaien, poten of planten en kunstmest toedienen.

Te denken valt aan spitten (met krukas), rotoreggen, schoffels, grondwoelers, woelers, schijveneggen, cultivatoren. Zaai-, plant- en pootmachines welke in dezelfde werkgang gebruikt worden.

 

Onder de investering vallen:

- machines t.b.v. niet kerende grondbewerking;

- GPS/GIS apparatuur voor het systeem. GPS en GIS apparatuur is alleen in combinatie met het systeem subsidiabel;

- bijbehorende installatiekosten.

 

Onder de investering vallen niet:

- ploegen met een ploegdiepte van meer dan 15 cm en maaiapparaten;

- spit-zaai machine met roterende as.

8

 

Bijlage 2 Begrenzing Propositie Heuvelland

 

Zie voor originele pdf de externe bijlage.