Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel

Besluit: dd. 11 - 12 - 2018

Kenmerk: 2018/0522627

Inlichtingen bij: Henk Egberts

Telefoon: 038 - 499 75 22

E-mail: GHBH.Egberts@overijssel.nl

 

Bekendmaking

 

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

BESLUITEN

 

De Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel als volgt te wijzigen:

In 2.3 Regeling uitvoering van LEADER projecten worden onderstaande wijzigingen doorgevoerd:

 

Aan de Toelichting onder A. Lokale Aktie Groep Zuidwest Twente wordt onderstaande tekst toegevoegd:

 

De LAG maakt op de website https://leaderzuidwesttwente.nl/indieningsdata/ bekend wanneer de LAG-vergaderingen voor het beoordelen van ingediende aanvragen worden gehouden. Voordat een aanvraag in deze vergadering ter beoordeling kan worden voorgelegd, is vanaf het moment van indienen een periode van 16-20 weken nodig voor de beoordeling van de aanvraag door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorgaande is een indicatie, er kunnen geen rechten aan worden ontleend).

 

Aan de Toelichting onder B. Lokale Aktie Groep Salland wordt onderstaande tekst toegevoegd:

 

De LAG maakt op de website https://www.dekrachtvansalland.nl/ bekend wanneer de LAG-vergaderingen voor het beoordelen van ingediende aanvragen worden gehouden. Voordat een aanvraag in deze vergadering ter beoordeling kan worden voorgelegd, is vanaf het moment van indienen een periode van 16-20 weken nodig voor de beoordeling van de aanvraag door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorgaande is een indicatie, er kunnen geen rechten aan worden ontleend).

 

Aan de Toelichting onder C. Lokale Aktie Groep Noordoost Twente wordt onderstaande tekst toegevoegd:

 

De LAG maakt op de website http://www.leadernoordoosttwente.nl/over-leader/jaarschema-vergaderschema/ bekend wanneer de LAG-vergaderingen voor het beoordelen van ingediende aanvragen worden gehouden. Voordat een aanvraag in deze vergadering ter beoordeling kan worden voorgelegd, is vanaf het moment van indienen een periode van 16-20 weken nodig voor de beoordeling van de aanvraag door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorgaande is een indicatie, er kunnen geen rechten aan worden ontleend).

 

Aan de Toelichting onder D. Lokale Aktie Groep Noord Overijssel wordt onderstaande tekst toegevoegd:

 

De LAG maakt op de website https://netwerkplatteland.nl/kamer/leader-noord-overijssel bekend wanneer de LAG-vergaderingen voor het beoordelen van ingediende aanvragen worden gehouden. Voordat een aanvraag in deze vergadering ter beoordeling kan worden voorgelegd, is vanaf het moment van indienen een periode van 16-20 weken nodig voor de beoordeling van de aanvraag door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorgaande is een indicatie, er kunnen geen rechten aan worden ontleend).

 

Aan Artikel 2.3.3 Subsidiabele kosten, Artikel 2.3.12 Subsidiabele kosten, Artikel 2.3.21 Subsidiabele kosten en Artikel 2.3.30 Subsidiabele kosten wordt onderstaande leden p, q, r en s toegevoegd:

 

  • p.

    Kosten voor projectmanagement en projectadministratie

  • q.

    Operationele kosten voor de uitvoering van het project

  • r.

    Kosten van ruimten en bijbehorende faciliteiten

  • s.

    Leges voor vergunningen en procedures

In de Toelichting onder 3.6 Regeling Samenwerking voor innovaties in de landbouw wordt onderstaand onderdeel e. ingevoegd, het bestaande onderdeel e. hernoemd naar f. en een nieuw onderdeel g toegevoegd:

  • e.

    Klimaatadaptatie. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan maatregelen om water beter te kunnen vasthouden, of voor het voorkomen van hagelschade;

  • g.

    Behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit. Daarbij wordt gedacht aan maatregelen die natuurrijk ondernemen bevorderen.

De tekst van Artikel 3.6.1 Subsidiabele activiteit wordt vervangen door onderstaande:

 

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.6 lid 1, en het gezamenlijk formuleren van een projectplan gericht op een innovatie en/of;

    • b.

      uitvoering van een innovatieproject.

  • 2.

    De activiteiten zijn gericht op het praktijkrijp maken van kennis en innovatie alsmede één of meerdere van de volgende thema's:

    • a.

      verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;

    • b.

      beter beheer van productierisico's, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen;

    • c.

      maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;

    • d.

      klimaatmitigatie;

    • e.

      klimaatadaptatie;

    • f.

      verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;

    • g.

      behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit

In de Toelichting op dit artikel wordt de tekst ‘Dit wil zeggen dat de activiteiten gericht moeten zijn op’ gewijzigd in ‘De genoemde thema’s sluiten aan bij’. Tevens wordt de tekst ‘eigen bedrijf wordt ingezet.’ gewijzigd in ‘eigen bedrijf wordt ingezet, of wanneer er meer energie wordt opgewekt dan door het eigen bedrijf wordt verbruikt.’

 

De tekst van Artikel 3.6.2 Samenwerkingsverband wordt vervangen door onderstaande:

 

Het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3.6.1, eerste lid, bestaat tenminste uit twee partijen die van belang zijn voor het verwezenlijken van de doelstelling(en) van het project waarvoor subsidie is aangevraagd en bevat tenminste één landbouwer of een organisatie die landbouwers vertegenwoordigt.

 

De tekst van Artikel 3.6.4 Aanvraag wordt vervangen door onderstaande:

 

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 bevat de aanvraag om subsidie:

  • a.

    Een beschrijving van het uit te voeren innovatieve project, inclusief een beschrijving van het te ontwikkelen, te testen of aan te passen product, proces of procedé;

  • b.

    Een beschrijving van de verwachte resultaten en van de bijdrage aan de doelstelling om de productiviteit en het duurzame beheer van hulpbronnen te verbeteren;

  • c.

    Een uitwerking van de beoogde activiteiten voor kennisverspreiding van de resultaten met gebruik van de hiertoe geëigende netwerken;

  • d.

    Een beschrijving van de interne procedures van het samenwerkingsverband waarmee transparante werking en besluitvorming gegarandeerd wordt en waarmee belangenconflicten worden voorkomen.

In Artikel 3.6.5 Weigeringsgronden lid b wordt de tekst ‘en/of’ vervangen door ‘van’.

 

De tekst inclusief Toelichting van Artikel 3.6.6 Subsidiabele kosten wordt vervangen door onderstaande:

 

  • 1.

    Voor de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband en het gezamenlijk formuleren van een projectplan, zoals genoemd in artikel 3.6.1 lid 1 sub a, wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:

    • a.

      kosten voor het werven van deelnemers;

    • b.

      kosten voor het netwerken om het project goed te definiëren;

    • c.

      kosten voor het opstellen van een projectplan en de samenwerkingsovereenkomst;

    • d.

      kosten voor projectmanagement en projectadministratie;

  • 2.

    Voor de uitvoering van een innovatieproject, zoals genoemd in artikel 3.6.1 lid 1 sub b, wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:

    • a.

      coördinatiekosten van het samenwerkingsverband;

    • b.

      kosten voor het verspreiden van resultaten van het project;

    • c.

      operationele kosten direct verbonden aan de uitvoering van het innovatieproject;

    • d.

      kosten voor projectmanagement en projectadministratie;

  • 3.

    Indien voor de uitvoering van een innovatieproject een fysieke investering wordt gedaan, wordt subsidie verstrekt voor:

    • a.

      kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;

    • b.

      kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;

    • c.

      kosten voor aankoop van grond;

    • d.

      kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

    • e.

      algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a;

    • f.

      kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;

    • g.

      kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

    • h.

      kosten van de koop van tweedehandsmachines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

    • i.

      voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12, lid 3 en 4.

Toelichting

 

Ad. 3.6.6 lid 2 sub a.

 

Coördinatiekosten voor het samenwerkingsverband hebben betrekking op de oprichting van een samenwerkingsverband en het maken van een projectplan. Dit zijn dus kosten die gemaakt zijn voordat het project daadwerkelijk wordt uitgevoerd, maar na de startdatum van het project zoals genoemd in uw aanvraag.

 

Ad. 3.6.6. lid 2 sub b.

 

Kosten voor kennisverspreiding hebben betrekking op kosten die tijdens het project worden gemaakt.

 

Ad. 3.6.6. lid 3 sub d.

 

In deze openstelling gaat het primair om samenwerking voor innovaties. Het doen van investeringen is van ondergeschikt belang en dient alleen ter ondersteuning van de samenwerking en de innovaties. Enkel kosten die aantoonbaar rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de activiteiten waarop de subsidie betrekking heeft, zijn subsidiabel (artikel 1.13, lid 1 sub a Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel). Dat betekent dat investeringskosten alleen subsidiabel zijn voor zover ze binnen de projectperiode vallen. Indien de investering een langere levensduur heeft dan de looptijd van het project, zal de subsidie worden gebaseerd op de afschrijvingskosten, waarbij ook rekening wordt gehouden met de eventuele restwaarde.

 

Onder “kosten van … tot maximaal de marktwaarde” wordt verstaan dat de kosten van de marktwaarde worden gecorrigeerd indien er na afloop van het project sprake is van restwaarde van de investering. De correctie is evenredig aan de restwaarde van de investering na afloop van de projectperiode. De begunstige kan de restwaarde onderbouwd opgeven bij de aanvraag. De grondslag voor deze handelwijze ligt vast in artikel 69 lid 2 van de Verordening 1303/2013 – Gemeenschappelijke bepalingen inzake ELFPO en EFMZV.

 

In geval subsidie wordt verstrekt voor de kosten van tweedehandsinstallaties (lid 3 sub h), bedragen deze kosten maximaal de marktwaarde van de activa. Ook hier geldt dat de kosten worden gecorirgeerd indien er sprake is van restwaarde van de activa na afloop van de projectperiode, gelijk hierboven beschreven.

 

In geval van koop, zoals opgenomen onder lid 3 sub d, kan voor het bepalen van de subsidiabele kosten worden gerekend op basis van afschrijving. Daarbij gaat het om machines en installaties die al eigendom zijn van het samenwerkingsverband of haar individuele leden, en die voor het project worden ingezet. Het berekenen van de afschrijving gaat middels de Lineaire afschrijvingsmethode:

 

De lineaire afschrijvingsmethode is een eenvoudige methode om de afschrijvingskosten te bepalen. De aanschafwaarde van de investering wordt verminderd met de restwaarde en de uitkomst hiervan gedeeld door de levensduur.

 

Algemeen voorbeeld:

 

aanschafkosten:

€30.000,

gebruiksduur:

3 jaar

restwaarde:

€24.000

afschrijvingskosten:

€30.000,- minus €24.000 / 3 jaar is €2.000,- per jaar

Er wordt een nieuw artikel 3.6.7 ingevoegd:

Artikel 3.6.7 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 1.12, derde lid, zijn voorbereidingskosten die worden gemaakt vóór indiening van een aanvraag met betrekking tot de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.6 lid 1, en het gezamenlijk formuleren van een projectplan gericht op een innovatie, niet subsidiabel.

 

Artikel 3.6.7 Hoogte subsidie wordt hernoemd in Artikel 3.6.8 Hoogte subsidie en de tekst wordt vervangen door onderstaande:

 

  • 1.

    Indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op voortbrenging van landbouwproducten of handel in landbouwproducten bedraagt de hoogte van subsidie:

    • a.

      voor kosten als bedoeld in artikel 3.6.6 lid 1: 100% van de subsidiabele kosten;

    • b.

      voor kosten als bedoeld in artikel 3.6.6 lid 2: 70% van de subsidiabele kosten;

    • c.

      voor kosten als bedoeld in artikel 3.6.6 lid 3:

      • i.

        40% van de subsidiabele kosten voor productieve investeringen;

      • ii.

        100% van de subsidiabele kosten voor niet-productieve investeringen;

  • 2.

    Indien de activiteit geen betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouw producten bedraagt de subsidie:

    • a.

      25% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een grote onderneming is;

    • b.

      35% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een middel grote onderneming is;

    • c.

      45% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een kleine onderneming is;

  • 3.

    De percentages genoemd in het tweede lid, onder sub a tot en met c kunnen worden verhoogd met 15% indien:

    • a.

      het samenwerkingsverband bestaat uit tenminste één kleine- of middelgrote onderneming als omschreven in bijlage 1 bij verordening 651/2014 en geen van de partijen meer dan 70% van de kosten draagt, en

    • b.

      een onderzoeks- of onderwijsinstelling aan het samenwerkingsverband deelneemt en deze instelling minimaal 10% van de kosten draagt.

Artikel 3.6.8 Criteria wordt hernoemd in Artikel 3.6.9 Weigeringsgrond en de tekst wordt vervangen door onderstaande:

 

Gedeputeerde Staten verlenen geen subsidie aan projecten waarvan de subsidiabele kosten minder dan €150.000,- bedragen.

 

De Toelichting op dit artikel wordt verwijderd.

 

Artikel 3.6.9 Selectiecriteria wordt hernoemd in Artikel 3.6.10 Rangschikking

 

In de Toelichting op dit artikel wordt onderstaande alinea ingevoegd boven Art. 3.6.9 lid a.:

 

In de openstelling is precies aangegeven welke termijn voor de indiening van aanvragen wordt gehanteerd. De start- en einddatum worden hierbij strikt in acht genomen. Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat door de adviescommissie aan het project is toegekend. Voor elk project geldt dat een minimum aantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te selecteren. Als consequentie hiervan bestaat de mogelijkheid dat, indien binnen een tender het subsidieplafond wordt bereikt, de projecten met de lagere scores geen subsidie zullen ontvangen. Mocht het plafond niet worden bereikt dan worden alle projecten, die de minimumscore hebben behaald, gesubsidieerd. De systematiek staat het niet toe dat na sluiting van de indieningstermijn de aanvragen alsnog worden gewijzigd. Wij adviseren aanvragers de aanvragen minimaal veertien dagen vóór sluiting van de indieningstermijn in te dienen om eventuele wijzigingen en/of aanvullingen op eigen initiatief te kunnen doorvoeren.

 

In de Toelichting worden de teksten ‘Art. 3.6.9 lid a’, ‘Art. 3.6.9 lid b’, ‘Art. 3.6.9 lid c’ en ‘Art. 3.6.9 lid d’ vervangen door respectievelijk ‘Art. 3.6.10 lid 1. onder a’, ‘Art. 3.6.10 lid 1. onder b’, ‘Art. 3.6.10 lid 1. onder c’ en ‘Art. 3.6.10 lid 1. onder d’.

 

Artikel 3.6.10 Puntenmethodiek wordt hernoemd in Artikel 3.6.11 Puntenmethodiek en de tekst wordt vervangen door onderstaande:

 

  • 1.

    Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld op basis van de selectiecriteria uit artikel 3.6.10 en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek.

  • 2.

    De punten voor de criteria als bedoeld in artikel 3.6.10 worden als volgt verdeeld:

    • a.

      voor Effectiviteit: minimaal 0 en maximaal 5 punten met een weging van 3;

    • b.

      voor Kans op succes/haalbaarheid: minimaal 0 en maximaal 5 punten met een weging van 2;

    • c.

      voor Mate van innovatie: minimaal 0 en maximaal 5 punten met een weging van 4;

    • d.

      voor efficiëntie: minimaal 0 en maximaal 5 punten met een weging van 2;

  • 3.

    Alleen aanvragen met een minimum van 33 punten komen voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.6.1 1 Verplichtingen aanvrager wordt hernoemd in Artikel 3.6.12 Verplichtingen aanvrager.

 

In Artikel 3.9.1 Subsidiabele activiteit wordt lid 1. gewijzigd in:

 

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties binnen de agrarische sector.

De Toelichting op dit artikel wordt als volgt gewijzigd:

 

De tekst ‘Zowel de koplopers die de innovatie ontwikkelen als het peloton waar de uitrol plaats vindt moeten gebruik kunnen maken van de regeling. Verder moeten de subsidiabele activiteiten passen binnen’ wordt gewijzigd in ‘De subsidiabele activiteiten moeten passen binnen’.

 

De tekst van Artikel 3.9.2 Aanvrager wordt gewijzigd in onderstaande tekst inclusief Toelichting:

Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers en groepen van landbouwers.

Toelichting

 

Onder groepen landbouwers zoals genoemd in artikel 3.9.2 wordt verstaan groepen landbouwers in de vorm van een samenwerkingsverband, zoals beschreven in artikel 1.6. Het indienen van zogenoemde koepelaanvragen is niet mogelijk.

 

De tekst van Artikel 3.9.3 Subsidiabele kosten wordt gewijzigd in onderstaande en de Toelichting bij dit artikel wordt verwijderd:

 

Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:

  • a.

    De kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten;

  • b.

    Kosten voor aankoop van grond, onder voorwaarden zoals genoemd in artikel 1.10 lid 1;

  • c.

    De kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

  • d.

    Algemene kosten zoals bedoeld in artikel 1.12a, sub a en b;

  • e.

    De kosten voor projectmanagement en projectadministratie;

  • f.

    De kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

  • g.

    De kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;

  • h.

    Voorbereidingskosten zoals bedoeld in artikel 1.12 lid 3 en 4.

Artikel 3.9.4 Niet subsidiabele kosten wordt inclusief Toelichting verwijderd.

 

Artikel 3.9.5 Hoogte subsidie wordt hernoemd in Artikel 3.9.4 Hoogte subsidie.

 

Artikel 3.9.6 Criteria wordt verwijderd.

 

Artikel 3.9.7 Selectiecriteria wordt hernoemd in Artikel 3.9.5 Rangschikking.

 

Artikel 3.9.8 Puntenmethodiek wordt hernoemd in Artikel 3.9.6 Puntenmethodiek.

 

Lid 2 van dit artikel wordt vervangen door onderstaand lid 2:

 

  • 2.

    Het aantal punten voor het criterium uit:

    artikel 3.9.5 lid 1. sub a. bedraagt 0 tot en met 5 punten; wegingsfactor 4;

    artikel 3.9.5 lid 1. sub b. bedraagt 0 tot en met 5 punten; wegingsfactor 2;

    artikel 3.9.5 lid 1. sub c. bedraagt 0 tot en met 5 punten; wegingsfactor 1;

    artikel 3.9.5 lid 1. sub d. bedraagt 0 tot en met 5 punten; wegingsfactor 2.

Artikel 3.9.9 Verplichting wordt hernoemd in Artikel 3.9.7 Verplichting.

 

Artikel 3.9.10 Weigeringgrond wordt hernoemd in Artikel 3.9.8 Weigeringsgrond.

 

Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie van dit provinciaal blad.

Gedeputeerde Staten voornoemd.

Naar boven