Provincie Limburg, ontwerp-besluit Wet natuurbescherming ontheffing vos Patrijzenbeheer

 

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE LIMBURG

 

Naar aanleiding van het verzoek van de Stichting Faunabeheereenheid Limburg, ontvangen op 18-01-2018 met een aanvulling op 06-03-2018,

verlenen hierbij aan

Stichting Faunabeheereenheid (FBE) Limburg

Postbus 960

6040 AZ ROERMOND

tel.: 0475-381733

info@fbelimburg.nl

 

O N T H E F F I N G

nr. 2018-04: Vos Patrijzenbeheer

 

Van de verbodsbepaling genoemd in:

  • -

    artikel 3.10 lid 1 en 2 Wet natuurbescherming (hierna Wnb) voor het opsporen, vangen, onder zich hebben en doden van vossen met behulp van geweer (vuur-, lucht-, veer of gas-drukwapen) al dan niet voorzien van een geluiddemper en/of een kunstmatige lichtbron (stationair en niet stationair), laserpointer en/of nachtzichtapparatuur (infrarood/warmtebeeld/restlicht e.d.) om in de nacht te schieten, geluiddemper, honden (niet zijnde lange honden), kastvallen en vangkooien;

  • -

    artikel 3.13 lid 4 Besluit natuurbescherming (hierna Bnb) voor het doden van vossen met een geweer voorzien van een geluiddemper, een kunstmatige lichtbron (stationair en niet-stationair) en/of nachtzichtapparatuur (infrarood/warmtebeeld/restlicht) om in de nacht te schieten; 

  • -

    artikel 3.16 lid 1, sub a Bnb voor het doden van vossen met een geweer voor zonsopgang en na zonsondergang;

  • -

    artikel 3.24 lid 2 Wnb juncto artikel 3.10 sub c voor het buiten gebouwen voorhanden hebben van een vangkooi/kastval, geschikt voor het vangen van vossen; 

  • -

    artikel 3.25 Bnb voor het onder zich hebben van vossen. 

Deze ontheffing is geldig in de provincie Limburg, in de speciale beschermingsgebieden ten behoeve van de patrijs (Perdix perdix) en een bufferzone van 2 kilometer rondom het te beschermen gebied, voor de periode van 25 oktober 2018 tot en met 5 juli 2020. 

Er wordt slechts ontheven van de verbodsbepalingen voor zover wordt voldaan aan de voorschriften. 

Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: 

  • 1.

    De ontheffing mag uitsluitend worden gebruikt in het belang van de bescherming van de patrijs, bij het ontbreken van andere bevredigende oplossingen.

     

  • 2.

    De beschermingsgebieden ten behoeve van de patrijs waarbinnen deze ontheffing van kracht is dienen aan de volgende criteria te voldoen:

    - Het beschermingsgebied dient te zijn omgrensd (kaart) en ten minste een oppervlakte van 300 ha geschikt habitat te beslaan;

    - Onder geschikt habitat wordt gerekend agrarisch cultuurgebied, niet zijnde containerteelten, tuinbouwkassen en bedrijfsgebouwen. Bossen groyter dan 3 ha mogen niet

    meegerekend worden als geschikt habitat;

    - Binnen het omgrensde beschermingsgebied dient op ten minste 5% van het areaal patrijzenbiotoopbeheer te worden uitgevoerd. Hierbij moet gedacht worden aan (agrarisch) natuurbehert, bermenbeheer en beheer van overhoeken door particulieren. De percelen met patrijzenbiotoopbeheer dienen op kaart te worden aangegeven.

  • 3.

    Van deze ontheffing mag gebruik worden gemaakt van 1 januari t/m 30 juni van enig jaar gedurende de looptijd van deze ontheffing.

     

  • 4.

    Van deze ontheffing mag het gehele etmaal gebruik worden gemaakt, ook op zon- en feestdagen. 

     

  • 5.

    De volgende middelen zijn toegestaan: het gebruik van het geweer (vuur-, lucht-, veer of gas-drukwapen) al dan niet voorzien van een geluiddemper en/of een kunstmatige lichtbron (stationair en niet stationair), laserpointer en/of nachtzichtapparatuur (infrarood/warmtebeeld/restlicht e.d.) om in de nacht te schieten, geluiddemper, honden (niet zijnde lange honden), kastvallen en vangkooien. 

     

  • 6.

    Het doden met een hagelgeweer geschiedt met een gladde loop met een kaliber van ten minste 24 en ten hoogste 12, korrelgrootte van hagel is maximaal 3,5 mm doorsnede en bevat geen metallisch lood. 

     

  • 7.

    Het doden met een kogelgeweer (vuur-, lucht-, veer of gas-drukwapen) geschiedt met een getrokken loop met een kaliber van ten minste .22 inch of 5,58 mm. Het kogelgeweer mag voorzien zijn van een laserpointer. 

  • 8.

    Bij het doden van vossen op basis van deze ontheffing mag, naast het hagel- en kogelgeweer, ook gebruik worden gemaakt van akoestische en elektronische lokmiddelen, honden (aardhonden niet in de periode van 1 maart t/m 31 augustus) en vangkooien/kastvallen zoals die zijn beschreven in de Handreiking Faunaschade (2009) van het Faunafonds. Wanneer een hond wordt gebruikt voor nazoek of bij drijven, dient deze te zijn aangelijnd om te voorkomen dat deze patrijzen kan doden.  

  • 9.

    Aanvullend aan het gebruik van het geweer mag ondersteunend gebruik worden gemaakt van een geluiddemper. Hierbij geldt de voorwaarde dat de machtiging slechts wordt verstrekt wanneer de betreffende gebruiker beschikt over een schriftelijke toestemming van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het onder zich hebbenen gebruiken van een geluiddemper. 

  • 10.

    Aanvullend aan het gebruik van het geweer mag ondersteunend gebruik worden gemaakt van nachtzichtapparatuur, al dan niet gemonteerd op het geweer.

     

  • 11.

    Aanvullend aan het gebruik van het geweer mag gebruik worden gemaakt van niet-stationair kunstlicht. Hierbij geldt de voorwaarde dat op enig moment niet meer dan één (groep) jachtaktehouder(s) per 2000 hectare werkgebied van een WBE in Noord- en Midden-Limburg, en per 1500 hectare in Zuid-Limburg met kunstlicht in een wildbeheereenheid actief is. Machtiginghouders dienen hiervoor onderling afspraken te maken. Telkenmale op de dag waarop van kunstlicht gebruik wordt gemaakt, dient door de machtiginghouder minimaal 1 uur vóór aanvang melding te worden gedaan de Meldkamer van de Politie (telefoonnummer 0900 - 8844) waarbij de volgende kenmerken van de van de actie vermeld worden: tijd en plaats, omschrijving van de te gebruiken auto (kenteken, kleur, merk, type) en het aantal personen dat bij de actie aanwezig zal zijn.  

     

  • 12.

    Gebruik van een kastval/vangkooi is alleen toegestaan indien er steeds vers drinkwater aanwezig is. Voorts dient de val minimaal om de 24 uur te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van vossen en eventuele bijvangsten. De bijvangsten dienen daarbij onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld. Het gebruik van levende lokdieren in de kastval/ vangkooi is niet toegestaan. 

     

  • 13.

    De ontheffing kan in zijn geheel dan wel in gedeelten worden doorgeschreven voor wat betreft de middelen en de tijden van inzet. In de machtiging (toestemming tot ontheffinggebruik) dient duidelijk vermeld te worden wat is toegestaan. 

  • 14.

    De kaart met daarop aangegeven de begrenzingen van  het beschermingsgebied en de percelen met patrijzenbiotoopbeheer is onderdeel van de doorgeschreven machtiging.

     

  • 15.

    Deze ontheffing kan als machtiging (toestemming tot ontheffinggebruik) worden doorgeschreven naar uitvoerders: jachtaktehouders of jachthouders die niet in het bezit zijn van een jachtakte. Zij kunnen de ontheffing op hun beurt doorschrijven naar (andere) uitvoerders. De FBE Limburg verstrekt (al dan niet via een digitaal systeem) schriftelijke toestemmingen (gebruikersontheffingen genaamd machtigingen). Voorts dient een gewaarmerkt afschrift van de onderhavige ontheffing te zijn bijgevoegd. Dit gebruik van de ontheffing middels machtiging dient te geschieden met inachtneming van de voorschriften en beperkingen genoemd in deze ontheffing en met inachtneming van de aanvullende voorschriften en beperkingen in de machtiging. De machtigingen kunnen worden verstrekt door tussenkomst van wildbeheereenheden. Machtigingen dienen op naam van de betreffende jachtaktehouder te worden gesteld. Aan het geven van een machtiging mogen door de FBE Limburg, of door de eventueel tussenkomende wildbeheereenheid, enkel eisen dienend aan het doel van de ontheffing worden gesteld. Het in rekening brengen van administratiekosten, behandelingskosten of andere kosten door FBE Limburg of door de eventueel tussenkomende wildbeheereenheid aan machtiginghouders is niet toegestaan. Een machtiging kan worden verstrekt voor doden en verontrusten, of enkel voor verontrusten. De uitvoerders die in het bezit zijn van een machtiging kunnen zich, bij het verrichten van de handelingen waarvoor de machtiging kunnen zich, bij het verrichten van de handelingen waarvoor de ontheffing is afgegeven, laten bijstaan door andere uitvoerders die zich in de onmiddellijke nabijheid (binnen het jachtveld) bevinden.

     

  • 16.

    Het doorgeven van de machtiging aan andere uitvoerders zonder dat de machtiginghouder zélf aanwezig is in het jachtveld kan enkel wanneer alle betrokken uitvoerders in het bezit zijn van een afschrift van de gebruikte ontheffing én een schriftelijke, door de machtiginghouder ondertekende en op naam gestelde verklaring, waarin de machtiginghouder de betrokken uitvoerder toestemming verleent om van de machtiging gebruik te maken. Van deze verklaring dient, voordat hiervan gebruik wordt gemaakt, een afschrift te worden verzonden naar de persoon of organisatie van wie de machtiginghouder de machtiging heeft gekregen.  

  • 17.

    De machtiginghouder verleent medewerking aan eventueel gedurende de ontheffingsperiode te starten veterinaire of wetenschappelijke onderzoeken en levert indien gevraagd actief een bijdrage aan het verzamelen van gedode dieren, monstername en gegevensverzameling.

     

  • 18.

    De tussenkomende wildbeheereenheid of uitvoerder voert een nauwgezette administratie van de gegeven machtiging, welke op eerste vordering ter inzage wordt gegeven aan daartoe bevoegde personen.  

     

  • 19.

    Ten behoeve van de verplichte rapportage van de FBE Limburg aan de Provincie Limburg dient de machtiginghouder aan de FBE Limburg te rapporteren volgens de regels die zij hiervoor heeft opgesteld in de toestemming. 

     

  • 20.

    Machtiginghouder dient elk najaar (uiterlijk 15 september) een territoriumkaart van de patrijs in het gebied waar deze ontheffing geldig is te overleggen. Deze data dienen verzameld en geïnterpreteerd te zijn volgens de BMP-criteria opgesteld door Sovon Vogelonderzoek Nederland.  

  • 21

    Het gebruik van deze machtiging kan geheel of gedeeltelijk worden opgeschort wegens bijzondere weersomstandigheden. 

     

  • 22

    De machtiging kan te allen tijde worden geschorst, ingetrokken of gewijzigd en moet op eerste vordering aan daartoe bevoegde personen ter inzage worden gegeven. 

     

  • 23

    Indien blijkt dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt in strijd met het gestelde in de ontheffing of de machtiging, wordt hiervan door de FBE Limburg melding gemaakt bij de Provincie Limburg en kan de machtiging onverwijld worden ingetrokken door de FBE Limburg.

  

Plaats: Maastricht

Datum: 25-10-2018

 

Gedeputeerde Staten van Limburg

namens deze,

  

Ing. C.M.P. Salomons

clustermanager Natuur

 

 

Naar boven