Provincie Limburg, ontwerp-besluit Wet natuurbescherming verlenging ontheffing Spreeuw

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE LIMBURG

Gelet op artikel 68 van de Flora- en faunawet en overwegende, dat ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren, er geen andere bevredigende oplossing bestaat, er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige instandhouding van de betreffende soort en het gebruik van een ontheffing als aanvulling noodzakelijk is:

gehoord het Faunafonds,

verlenen hierbij aan

Faunabeheereenheid (FBE) Limburg

Postbus 960

6040 AZ ROERMOND

tel.: 0475-381733

info@fbelimburg.nl

O N T H E F F I N G

nr.: 2013-02-deel 1

 

  • -

    van de verbodsbepalingen in de artikelen 9, 10, 13, 14 lid 3, 15a en 72, lid 5 van de Flora- en faunawet;

  • -

    met inachtneming van de in de Flora- en faunawet vastgelegde verboden ex art. 74;

  • -

    met inachtneming van de regels zoals gesteld in het Jachtbesluit en het Besluit beheer en schadebestrijding dieren;

  • -

    voor zover betrekking hebbende op het vangen en bemachtigen van spreeuwen (Sturnus vulgaris) met behulp van vangkooien, en het houden van lokvogels, ter voorkoming van belangrijke schade bij de teelt van blauwe bessen, bij het ontbreken van andere bevredigende oplossingen. 

    Deze ontheffing bestaat uit twee delen:

     

  • A.

    Dit deel is bestemd voor het vangen en bemachtigen van spreeuwen en is geldig in het werkgebied van de Faunabeheereenheid (FBE) Limburg gedurende de periode vanaf 1 november 2018 tot 5 juli 2020, ieder jaar gedurende de periode van 15 mei tot 1 november, of tot einde oogst indien dit eerder is dan 1 november.

  • B.

    Dit deel is bestemd voor het houden van lokspreeuwen, is jaarrond geldig tot 5 juli 2020. 

    Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden:

    Deel A: Vangen & Verplaatsen Spreeuwen

     

    1. Van deze ontheffing kan slechts gebruik worden gemaakt voor percelen met de teelt van blauwe bessen, ter voorkoming van schade door spreeuwen.

     

    2. De vangkooien worden opgesteld op het schadeperceel of perceel waar schade dreigt te ontstaan en maximaal 500 meter hierbuiten, gedurende de periode dat het gewas schadegevoelig is. Toegestaan is minimaal 1 vangkooi per blauwe bessen teler, aangevuld met maximaal één kooi per elke 18 ha blauwe bes, tot een maximum van 20 operationele kooien. Indien in enig seizoen het maximum aantal van 20 operationele kooien niet bereikt wordt volgens de verdeelmethode van 1 per teler en 1 extra per elke 18 hectare blauwe bes, dan kan het aantal nog niet benutte operationele kooien verdeeld worden over de telers welke al van deze ontheffing gebruik maken. Indien later in het seizoen zich nieuwe blauwebessen telers melden, dan komt deze extra toewijzing weer te vervallen en wordt de mogelijkheid tot het inzetten van een vangkooi toebedeeld aan de nieuwe aanvrager.

    De plek dient zodanig te worden gekozen dat de spreeuwen stressvrij gehouden kunnen worden, niet binnen de invloedssfeer van menselijke activiteiten of verkeer. Gebruik van het geweer of vogelafweerpistool is niet toegestaan binnen 100 meter van de kooi. 

     

    3. Er mag niet worden gevangen op of nabij slaapplaatsen van spreeuwen.  

     

    4. De vangkooien moeten zo geconstrueerd zijn dat vogels zich niet kunnen verwonden en groot genoeg om ze zonder te veel stress in leven te kunnen houden. De invliegopeningen van de vangkooien dienen een diameter van maximaal 60 mm te hebben waardoor het voor roofvogels niet mogelijk is in de kooi te komen.

     

    5. De grondgebruiker is verantwoordelijk voor het dagelijks welzijn van de gevangen dieren. Deze dienen diervriendelijk en zoveel mogelijk vrij van stress gehouden te worden. Er dient een dagelijkse controle plaats te vinden waarbij de grondgebruiker er zorg voor draagt dat er voldoende vers water en voer (kuiken opgroeikorrel gemengd met fruit) aanwezig is en er dient voldoende schuilgelegenheid gecreëerd te worden voor de vogels in de vangkooi. 

     

    6. Bij de dagelijkse controle dienen dode spreeuwen te worden verwijderd en geregistreerd in een logboek. Bij eventueel geringde vogels dient de code van de pootring te worden doorgegeven aan de Faunabeheereenheid. Daarnaast dienen de dode spreeuwen te worden gewogen en het gewicht te worden genoteerd in het logboek. Eventueel kunnen de spreeuwen ook worden ingevroren en bewaard totdat het professionele dierschadebedrijf langskomt voor het verplaatsen van de spreeuwen, zij zullen dan de gewichten noteren in het logboek.  

     

    7. Wanneer het welzijn van de dieren in de vangkooi niet gegarandeerd kan worden (zoals bij extreem weer), dienen de gevangen spreeuwen onmiddellijk losgelaten te worden.

     

    8. Er mag gebruik worden gemaakt van spreeuwen als lokvogels. Hiertoe kunnen dieren die op basis van deze ontheffing vorig seizoen gevangen zijn in de vangkooien of zijn gefokt in gevangenschap over worden gehouden gedurende de winter (zie deel B van deze ontheffing).

     

    9. De gevangen lokvogels (maximaal 15) dienen vooraf te worden gewogen, alleen vogels met een gewicht boven de 60 gram mogen hiervoor worden ingezet. Alle lokvogels worden gemerkt met een voetring.

     

    10. Voor zover er andere diersoorten dan spreeuwen gevangen worden, dienen deze onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld. Indien een roofvogel wordt gevangen dient direct contact met de betrokken medewerkers van de provincie Limburg te worden opgenomen. De vogel dient ofwel zo spoedig mogelijk aan een houder van een ringvergunning te worden overgedragen, ofwel onmiddellijk te worden losgelaten.

     

    11. Een professioneel dierschadebedrijf zal de gevangen spreeuwen wekelijks uit de kooien weghalen en verplaatsen. De grondgebruiker verleent hiervoor toestemming bij het in gebruik nemen van deze ontheffing. Het dierschadebedrijf dient bij het wegvangen en verplaatsen het aantal gevangen, gemerkte en losgelaten dieren te noteren en deze wekelijks door te geven aan de hiervoor aangewezen provinciale ambtenaar.

     

    12. De gevangen spreeuwen dienen op minimaal 30 kilometer, in zuidelijke richting van de vangplekken, te worden losgelaten, na voorzien te zijn van een merkteken (ring van het vogeltrekstation).

     

    13. Van deze ontheffing mag uitsluitend gebruik worden gemaakt door personen die in het bezit zijn van een schriftelijke toestemming van de ontheffinghouder. Voorts dient een gewaarmerkt afschrift van de onderhavige ontheffing te zijn bijgevoegd. Dit gebruik van de ontheffing middels toestemming (gebruikersontheffing) dient te geschieden met inachtneming van de voorwaarden en beperkingen genoemd in deze ontheffing en in de toestemming c.q. het getekende afschrift ervan. Aan het geven van schriftelijke toestemming voor het gebruik van de ontheffing mogen door de ontheffinghouder enkel eisen dienend aan het doel van de ontheffing worden gesteld.

     

    14. De ontheffinghouder voert een nauwgezette administratie van de verstrekte gebruikersontheffing welke op eerste vordering ter inzage worden gegeven aan de daartoe bevoegde ambtenaren van Politie, NVWA en de provincie Limburg.

     

    15. De ontheffinggebruiker dient een logboek bij te houden van alle handelingen, een voorbeeld hiervan zal worden verstrekt. Jaarlijks na afloop van de jaarlijkse geldigheidsperiode dient men over het gebruik te rapporteren, hiertoe worden nadere voorschriftendoor de Faunabeheereenheid Limburg bij het doorschrijven opgesteld.

     

    16. In verband met bestuurlijke controle wordt het voorgenomen gebruik van de ontheffing door de ontheffinggebruiker tenminste 24 uur vooraf gemeld bij de Faunabeheereenheid Limburg. De locatie van de vangkooi wordt daarbij op kaart aangegeven.

     

    17. Deze ontheffing kan te allen tijde worden geschorst, ingetrokken of gewijzigd en moet op eerste vordering van de daartoe bevoegde ambtenaren van Politie, NVWA of de provincie Limburg ter inzage worden gegeven. Dit geldt ook voor de gebruikersontheffing.

     

    18. Indien blijkt dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt in strijd met het in de ontheffing gestelde, zal deze onverwijld worden ingetrokken.

      

    Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden:

    Deel B: het houden van Lokspreeuwen

     

    1. Van deze ontheffing kan slechts gebruik worden gemaakt voor percelen met de teelt van blauwe bessen, ter voorkoming van schade door spreeuwen.

     

    2. Het houden van lokspreeuwen mag op twee locaties in Limburg plaatsvinden.

     

    3. Er mogen maximaal 15 spreeuwen per locatie worden gehouden.

     

    4. De spreeuwen dienen te zijn gemerkt met een aluminium voetring met een unieke code en dienen bij aanvang van het houden minimaal 60 gram te wegen.

     

    5. De spreeuwen dienen een minimale ruimte te hebben van 0,75 m3 per spreeuw, die tocht- en regenvrij is. Deze moet zo geconstrueerd zijn dat vogels zich niet kunnen verwonden. Er dienen zitstokken aanwezig te zijn.

     

    6. De ontheffinggebruiker is verantwoordelijk voor het dagelijks welzijn van de gevangen dieren. Deze dienen diervriendelijk en zoveel mogelijk vrij van stress gehouden te worden. Er dient een dagelijkse controle plaats te vinden waarbij de ontheffinggebruiker er zorg voor draagt dat er voldoende vers water en voer (kuiken opgroeikorrel gemengd met fruit) aanwezig is.

     

    7. Bij de dagelijkse controle dienen dode spreeuwen te worden verwijderd. De desbetreffende code van de pootring van de dode spreeuw dient zo spoedig mogelijk te worden doorgegeven aan de Faunabeheereenheid Limburg.

     

    8. Een professioneel dierschadebedrijf, met een ontheffing van de Flora- en faunawet, zal de spreeuwen brengen en ophalen. De ontheffinggebruiker verleent hiervoor toestemming bij het in gebruik nemen van deze ontheffing.

     

    9. Van deze ontheffing mag uitsluitend gebruik worden gemaakt door personen die in het bezit zijn van een schriftelijke toestemming van de ontheffinghouder. Voorts dient een gewaarmerkt afschrift van de onderhavige ontheffing te zijn bijgevoegd. Dit gebruik van de ontheffing middels toestemming (gebruikersontheffing) dient te geschieden met inachtneming van de voorwaarden en beperkingen genoemd in deze ontheffing en in de toestemming c.q. het getekende afschrift ervan. Aan het geven van schriftelijke toestemming voor het gebruik van de ontheffing mogen door de ontheffinghouder enkel eisen dienend aan het doel van de ontheffing worden gesteld.

     

    10. De ontheffinghouder voert een nauwgezette administratie van de verstrekte gebruikersontheffing welke op eerste vordering ter inzage worden gegeven aan de daartoe bevoegde ambtenaren van Politie, NVWA en de provincie Limburg.

     

    11. In verband met bestuurlijke controle wordt het voorgenomen gebruik van de ontheffing door de ontheffinggebruiker tenminste 24 uur vooraf gemeld bij de Faunabeheereenheid Limburg. De locatie van de kooi wordt daarbij op kaart aangegeven.

     

    12. Deze ontheffing kan te allen tijde worden geschorst, ingetrokken of gewijzigd en moet op eerste vordering van de daartoe bevoegde ambtenaren van Politie, NVWA of de provincie Limburg ter inzage worden gegeven. Dit geldt ook voor de gebruikersontheffing.

     

    13. Indien blijkt dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt in strijd met het in de ontheffing gestelde, zal deze onverwijld worden ingetrokken.

     

    Plaats: Maastricht

    Datum: 24-04-2013

    Gewijzigd: 10-10-2014

    Gewijzigd: 15-09-2015

    Gewijzigd: 04-04-2016 deel A. voorschrift 2, toegevoegd voorschrift 8

    Gewijzigd: 16-10-2017: einddatum ontheffing

    Gewijzigd: 18-10-2018: verlenging ontheffing.

     

    Gedeputeerde Staten van Limburg

    namens dezen,

     

    Ing. C.M.P. Salomons

    clustermanager Natuur

       

 

Naar boven