Provinciaal blad van Flevoland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
FlevolandProvinciaal blad 2018, 7819Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland houdende regels omtrent de openstelling Regeling niet-productieve investeringen water uit de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) provincie Flevoland 2014-2020

Gedeputeerde Staten van Flevoland, gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) provincie Flevoland 2014-2020,

 

 

BESLUITEN

 

  • I.

    De Regeling niet-productieve investeringen water (als nadere invulling op de algemene bepalingen zoals vastgesteld in hoofdstuk 2, paragraaf 6 van de Subsidieverordening P0P3 provincie Flevoland) voor de periode van maandag 19 november 2018 9.00 uur tot vrijdag 11 januari 2019 17.00 uur open te stellen voor het indienen van aanvragen;

  • II.

    Deze maatregel te richten op zowel het realiseren van verbeteringen in het watersysteem en/of waterkwaliteit zoals benoemd in de Partiele herziening Omgevingsplan Flevoland Water 2015 en/of het Waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap Zuiderzeeland;

  • III.

    Het subsidieplafond voor het indienen van aanvragen vast te stellen op totaal € 2.100.000 bestaande uit € 1.050.000 ELFPO-middelen;

  • IV.

    De ELFPO-middelen dienen met €1.050.000 aangevuld te worden vanuit Nederlandse overheden;

  • V.

    De volgende regels vast te stellen:

Artikel 1. Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied van Flevoland die betrekking hebben op de (her)inrichting, transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw- , water- en klimaatdoelen.

  • 2.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor niet-productieve investeringen als bedoeld in het eerste lid, met een directe link met de landbouw.

Artikel 2. Aanvrager

Subsidie wordt verstrekt aan:

  • a.

    landbouwers;

  • b.

    grondeigenaren;

  • c.

    grondgebruikers;

  • d.

    landbouworganisaties;

  • e.

    natuur- en landschapsorganisaties;

  • f.

    provincies;

  • g.

    waterschappen;

  • h.

    gemeenten;

  • i.

    samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.

Artikel 3. Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten, voor zover de kosten direct samenhangen met de investering:

    • a.

      de kosten van de bouw of verbetering van onroerende zaken;

    • b.

      de kosten van verwerving of leasing van onroerende zaken;

    • c.

      de kosten van aankoop van grond;

    • d.

      de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

    • e.

      algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a, te weten:

      • kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;

      • kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;

      • kosten van haalbaarheidsstudies;

    • f.

      de kosten van projectmanagement en projectadministratie;

    • g.

      de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

    • h.

      voorbereidingskosten.

  • 2.

    Kosten zijn slechts subsidiabel indien zij gemaakt zijn nadat de aanvraag om subsidie is ingediend.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid komen voorbereidingskosten voor subsidie in aanmerking, met uitzondering van personeelskosten, indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.

  • 4.

    Bijdragen in natura zoals bedoeld in artikel 1.12 van de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020 zijn niet subsidiabel.

Artikel 4. Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten waarbij:

    • a.

      De ELFPO-subsidie 50% van de subsidiabele kosten bedraagt;

    • b.

      Eveneens 50% van de subsidiabele kosten gefinancierd wordt door één of meerdere Nederlandse overheden.

  • 2.

    De minimale subsidie per project bedraagt € 500.000.

Artikel 5. Selectiecriteria

Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld op basis van een aantal selectiecriteria en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst.

 

  • 1.

    Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15a van de Regeling POP3 subsidies de volgende criteria:

    • a.

      effectiviteit;

    • b.

      efficiëntie;

    • c.

      urgentie;

    • d.

      haalbaarheid/kans op succes.

  • 2.

    Voor ieder in het 1e lid genoemd criterium kunnen 0 tot en met 5 punten worden behaald. De bepaling van de scores van de selectiecriteria is als volgt:

    • a.

      Effectiviteit: De mate waarin de activiteit effect heeft op de te bereiken doelen zoals genoemd in artikel 1, lid 1. . In hoeverre draagt het project of de genomen maatregel bij aan de doelen voor verbetering waterkwaliteit en watersysteem zoals opgenomen in de Partiële herziening Omgevingsplan Flevoland Water 2015 en/of het Waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap Zuiderzeeland?De scores zijn:

      • -

        0 punten als het effect op de doelstelling(en) van de openstelling zeer gering is;

      • -

        1 punt als het effect op de doelstelling(en) van de openstelling gering is;

      • -

        2 punten als het effect op de doelstelling(en) van de openstelling matig is;

      • -

        3 punten als het effect op de doelstelling(en) van de openstelling voldoende is;

      • -

        4 punten als het effect op de doelstelling(en) van de openstelling goed is;

      • -

        5 punten als het effect op de doelstelling(en) van de openstelling zeer goed is.

    • b.

      Efficiëntie: Bij dit criterium wordt beoordeeld of de input (geld, kennis, kunde en overige middelen) efficiënt wordt ingezet om de gewenste output te realiseren. Daarbij wordt bezien of de opgevoerde kosten passend zijn (worden de resultaten met de juiste middelen gehaald?), wordt gekeken in hoeverre de proceskosten die in het project gemaakt worden in verhouding staan tot de feitelijke projectkosten én wordt bezien of binnen het project op een goede manier gebruik gemaakt wordt van reeds bestaande kennis en kunde. De scores zijn:

      • -

        0 punten bij zeer geringe score op deze aspecten;

      • -

        1 punt bij geringe score op deze aspecten;

      • -

        2 punten bij matig score op deze aspecten;

      • -

        3 punten bij een voldoende score op deze aspecten;

      • -

        4 punten bij een goede score op deze aspecten;

      • -

        5 punten bij een zeer goede score op deze aspecten.

    • c.

      Urgentie: Bij dit criterium gaat het om de vraag in hoeverre de opgave(n) die aangepakt worden, geïdentificeerd zijn als opgaven die noodzakelijk aangepakt dienen te worden en op welke termijn die aanpak noodzakelijk is. Zo zijn er (inter)nationale of provinciale doelstellingen die voor een bepaalde einddatum gerealiseerd dienen te zijn en waar het project aan bijdraagt of noodzakelijk voor is. Een en ander is daarmee gerelateerd aan de knelpunten en beleidsopgaven die bestaan in de provincie waar de openstelling plaatsvindt en die benoemd zullen worden in het openstellingsbesluit. De scores zijn:

      • -

        0 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is maar pas op zeer lange termijn aangepakt hoeft te worden;

      • -

        1 punt als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is maar pas op langere termijn aangepakt hoeft te worden;

      • -

        2 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is en binnen afzienbare termijn aangepakt moet worden;

      • -

        3 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is en op relatief korte termijn aangepakt moet worden;

      • -

        4 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is en snel aangepakt moet worden;

      • -

        5 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is en onmiddellijk aangepakt moet worden.

    • d.

      Haalbaarheid: Of een project haalbaar is, zal worden bepaald aan de hand van de kwaliteit van het projectplan en aan de hand van de situatie in het veld / het (aantoonbare) draagvlak voor het project. In samenhang worden de volgende aspecten bezien:

      • -

        in het projectplan opgenomen vereisten aan de kwaliteit (deskundigheid, ervaring) van de projectleider;

      • -

        hoe realistisch is het projectplan;

      • -

        zijn relevante partijen in voldoende mate bij de uitvoering van het plan betrokken;

      • -

        kent het project een realistische planning, opzet en begroting;

      • -

        mate waarin het project al is voorbereid / snel in uitvoering kan worden genomen, waarbij wordt gekeken naar het al dan niet reeds verworven zijn van benodigde gronden, het draagvlak voor het plan en de mate waarin vergunningen reeds zijn verkregen.

    • De scores zijn:

      • 0 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten zeer gering;

      • 1 punt: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten gering;

      • 2 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten matig;

      • 3 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten voldoende;

      • 4 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten goed;

      • 5 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten zeer goed.

Artikel 6. Rangschikking

Gedeputeerde Staten van Flevoland hanteren voor de rangschikking van subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 1.15a en artikel 2.6.5. van de Verordening de volgende wegingsfactoren:

  • a.

    voor het selectiecriterium effectiviteit is de wegingsfactor 4;

  • b.

    voor het selectiecriterium efficiëntie is de wegingsfactor 3;

  • c.

    voor het selectiecriterium urgentie is de wegingsfactor 3;

  • d.

    Voor het selectiecriterium haalbaarheid is de wegingsfactor 3.

Hiermee kan bij beoordeling in totaal maximaal 65 punten worden behaald.

Artikel 7. Adviescommissie

Gedeputeerde Staten van Flevoland stellen een ambtelijke adviescommissie in voor de rangschikking van de aanvragen zoals bedoeld in artikel 1.14 van de Subsidieverordening.

Artikel 8. Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 van de Verordening wordt subsidie geweigerd als:

  • a.

    In totaal niet een minimum score van 39 punten wordt behaald;

  • b.

    Er bij de subsidieaanvraag geen verklaring kan worden overlegd van één of meerdere andere overheden zoals genoemd in artikel 4, lid 1, onder b.

  • c.

    De investering betrekking heeft op wettelijk verplichte of productieve investeringen.

Artikel 9. Verplichting

  • 1.

    In het kader van deze openstelling worden geen voorschotten verstrekt.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.27, lid 1, van de Subsidieverordening, mag de projectduur langer dan drie jaren zijn, maar dient het project uiterlijk op 31 december 2022 te zijn voltooid.

 

Voor alle relevante informatie verwijzen wij naar de website:

http://www.flevoland.nl/POP3

 

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland van 15 oktober 2018.

Gedeputeerde Staten van Flevoland,

de secretaris, de voorzitter,

De secretaris van Gedeputeerde Staten van Flevoland  

TOELICHTING

Deze openstelling is een nadere invulling van de algemene bepalingen van paragraaf 6 Niet-productieve investeringen water uit de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) provincie Flevoland 2014-2020.

 

Artikel 1. Subsidiabele activiteit

De maatregel niet-productieve investering water is gericht op niet-productieve investeringen in het landelijk gebied die betrekking hebben op de (her)inrichting of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water- en klimaatdoelen.

 

Niet-productieve investeringen zijn die investeringen die geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van een bedrijf tot gevolg hebben. De investeringen dienen altijd een directe link te hebben met de landbouw.

Het gaat dan bijvoorbeeld om investeringen gericht op verbetering van de waterkwaliteit, waterkwantiteit en/of het watersysteem om daarmee een bijdrage te leveren aan doelstellingen zoals opgenomen in de Partiele herziening Omgevingsplan Flevoland Water 2015, het Waterbeheerplan van Waterschap Zuiderzeeland, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en/of de Nitraatrichtlijn. Hierbij kan gedacht worden aan herstel van de natuurlijk toestand van watersystemen, het duurzaam optimaliseren van de waterhuishouding en om maatregelen gericht op voorkomen en/of beperken van watertekorten, wateroverlast, verzilting en bodemdaling waaronder het vergroten van het watervasthoudend vermogen van landbouwgrond en daarvoor noodzakelijke ICT- of technische voorzieningen.

 

Voorbeelden van maatregelen zijn het aanpassen van het watersysteem om bodemdaling in landbouwgebieden tegen te gaan, aanleg en inrichting van natuurvriendelijke oevers die bijdragen aan KRW-doelen en tevens een buffer vormen voor emissies naar oppervlaktewater, herstel watersystemen in of met invloed op landbouwgrond naar hun natuurlijke toestand, waaronder herstellen migratiemogelijkheden, vernatting gronden, aanleg van bufferzones langs watergangen, maatregelen die het waterbergend vermogen van gronden en watersystemen in of met invloed op landbouwgrond vergroten, bijvoorbeeld, aanleg van helofytenfilters (natuurlijke waterzuiveringssystemen) en waterhuishoudkundige aanpassingen in het watersysteem.

 

Een aantal van de hierboven beschreven mogelijke maatregelen zijn een nadere, regionale uitwerking van de maatrelen uit hoofdstuk 3 Aanvullende maatregelen van het Maatregelenprogramma Rijn 2016-2021 – Samenvatting, behorend bij Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta 2016-2021. Deze voorbeelden zijn niet limitatief.

Meer specifiek dienen investeringen en maatregelen in Flevoland in ieder geval een bijdrage te leveren aan de realisatie van de doelen voor verbetering waterkwaliteit en watersysteem zoals opgenomen in de Partiële herziening Omgevingsplan Flevoland Water 2015 en/of in het Waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap Zuiderzeeland.

 

 

Artikel 3. Subsidiabele kosten

Onderdeel van de subsidiabele kosten kan zijn de aankoop van grond. In dat geval zijn de voorwaarden van artikel 1.10 van de Verordening onverkort van toepassing.

Inrichtingsmaatregelen op de (aangekochte) grond vallen onder 'verbetering' van de gronden, waarop de voorwaarden voor de aankoop van grond niet van toepassing zijn.

 

 

Artikel 4. Hoogte subsidie

De subsidiabele kosten in een project worden voor 100% gesubsidieerd; de subsidie bestaat voor 50% uit ELFPO-middelen aangevuld met 50% nationale cofinanciering.

 

De aanvrager dient bij de aanvraag bewijsstukken te overleggen dat ook de verplichte aanvullende nationale overheidsfinanciering, van bijvoorbeeld provincie, gemeente of waterschap, ten behoeve van het project beschikbaar is gesteld. Overeenkomstig artikel 1.8.e van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd als die niet voorzien is van een bijdrageverklaring of een subsidiebeschikking voor de benodigde resterende nationale overheidsfinanciering van één of meerdere andere overheden. De overheid/overheden die de cofinanciering leveren, mogen geen andere voorwaarden stellen of selectiecriteria toepassen dan aan ELFPO verbonden zijn. De cofinanciering van de andere overheid/ overheden maakt deel uit van het totale subsidiebedrag dat het betaalorgaan (RVO.nl) aan de begunstigde uitbetaalt.

 

Er geldt een ondergrens van € 500.000,-. Subsidie van minder dan deze ondergrens wordt niet uitgekeerd. Met deze bepaling wil de provincie de ontwikkeling bevorderen van grote, robuuste projecten waarmee in de praktijk meters worden gemaakt.

 

 

Artikel 5. Selectiecriteria

 

De tendersystematiek

In de openstelling is precies aangegeven welke termijn voor de indiening van aanvragen wordt gehanteerd. De start- en einddatum worden hierbij strik in acht genomen.

Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld en in een rangorde op een lijst geplaatst. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat door de adviescommissie aan het project is toegekend. Voor elk project geldt dat een minimum aantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te komen. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te selecteren. Als consequentie hiervan bestaat de mogelijkheid dat, indien binnen een tender het subsidieplafond wordt overschreden, de projecten met de laagste scores geen subsidie ontvangen. Mocht het plafond niet worden bereikt, dan worden alle projecten die de minimumscore hebben gehaald, gesubsidieerd.

De systematiek staat het niet toe dat na sluiting van de indieningstermijn de aanvragen alsnog worden gewijzigd. Wij adviseren aanvragers de aanvragen minimaal veertien dagen vóór sluiting van de indieningstermijn in te dienen en op eigen initiatief eventuele wijzigingen en/of aanvullingen aan te brengen.

 

Selectiecriteria

Aanvragen worden beoordeeld op de mate waarin de maatregelen bijdragen aan beleidsdoelen (effectiviteit), efficiëntie van de inzet van de subsidie, op urgentie van het op te lossen probleem en de kans op succes/haalbaarheid van het project.

 

a. Effectiviteit (weging: 4)

Effectiviteit: de bijdrage die de investering levert aan de (beleids)doelstelling(en) van deze openstelling. Dit wordt voor deze openstelling beoordeeld op basis van de bijdrage van de investering aan de doelen zoals benoemd in artikel 1, lid 1 en 2 en de bijbehorende toelichting.

 

Scores:

  • 0 punten: Zeer geringe bijdrage; Het project draagt slechts in zeer geringe mate bij aan het criterium;

  • 1 punt: Geringe bijdrage; Het project draagt in geringe mate bij aan het criterium;

  • 2 punten: Matige bijdrage; Het project draagt matig bij aan het criterium;

  • 3 punten: Voldoende bijdrage; Het project draagt in voldoende mate bij aan het criterium;

  • 4 punten: Goede bijdrage; De bijdrage van het project aan het criterium is goed;

  • 5 punten: Zeer goede bijdrage; Een project scoort zeer goed op het criterium als de bijdrage van een project meer is dan redelijkerwijs van een project verwacht mag worden.

b. Efficiëntie (weging: 3)

Efficiëntie wordt bepaald door de redelijkheid van kosten van de investering. Gegeven de resultaten van de investering, hoe redelijk zijn de opgevoerde kosten en in hoeverre wordt op een goede manier gebruik gemaakt van reeds bestaande bronnen (kennis, kunde, middelen)? De ‘efficiëntie’ is ook wel te vertalen als ‘value for money’ of de titel ‘beste koop’: is dit het beste project/product, gerelateerd aan de prijs.

 

Scores:

  • 0 punten = geen efficiënte inzet van middelen; Kosten worden niet doelmatig gemaakt en middelen niet doelmatig ingezet;

  • 1 punt = gering. De opgevoerde kosten en inzet middelen zijn onvoldoende doelmatig;

  • 2 punten = matig. Doelmatigheid van de opgevoerde kosten en middelen is matig;

  • 3 punten= voldoende. De doelmatigheid van de opgevoerde kosten en middelen is voldoende;

  • 4 punten = goed. De doelmatigheid van de opgevoerde kosten is goed, ze staan in goede verhouding tot het doel van de subsidie;

  • 5 punten = zeer goed. De opgevoerde kosten zijn zeer doelmatig, de opgevoerde kosten zijn zeer redelijk en er wordt op een zeer goede manier gebruik gemaakt van bestaande kennis en kunde.

c. Urgentie (weging 3)

Urgentie moet hier opgevat worden als de noodzaak om het probleem aan te pakken en op welke termijn dat noodzakelijk is, in relatie tot de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water, de Nitraatrichtlijn, de voor Flevoland benoemde knelpunten in het Waterbeheerplan en/of de Flevolandse opgaven zoals beschreven in de algemene toelichting en de toelichting op artikel 1.

 

De scores zijn:

  • 0 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is maar pas op zeer lange termijn aangepakt hoeft te worden;

  • 1 punt als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is maar pas op langere termijn aangepakt hoeft te worden;

  • 2 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is en binnen afzienbare termijn aangepakt moet worden;

  • 3 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is en op relatief korte termijn aangepakt moet worden;

  • 4 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is en snel aangepakt moet worden;

  • 5 punten als een opgave wordt aangepakt die noodzakelijk is en onmiddellijk aangepakt moet worden.

d. Haalbaarheid/kans op succes (weging: 3)

Haalbaarheid/kans op succes: De kans dat het project succesvol uitgevoerd kan worden en/of succesvol zal zijn in het ‘verder gaan’. Of een project haalbaar is, zal worden bepaald aan de hand van de kwaliteit van het projectplan en aan de hand van de situatie in het veld/het (aantoonbare) draagvlak voor het project. In samenhang worden de volgende aspecten bezien:

  • In projectplan opgenomen vereisten aan de kwaliteit (deskundigheid, ervaring) van de projectleider;

  • Hoe realistisch is het projectplan;

  • Zijn relevante partijen in voldoende mate bij de uitvoering van het plan betrokken;

  • Kent het project een realistische planning, opzet en begroting;

  • Mate waarin het project al is voorbereid/snel in uitvoering kan worden genomen, waarbij wordt gekeken naar het al dan niet reeds verworven zijn van benodigde gronden, het draagvlak voor het plan en de mate waarin vergunningen reeds zijn verkregen.

Scores:

  • 0 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten zeer gering;

  • 1 punt: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten gering;

  • 2 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten matig;

  • 3 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten voldoende;

  • 4 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten goed;

  • 5 punten: de kans op succes/haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten zeer goed.

 

6. Rangschikking

 

Toelichting op de puntensystematiek

Na sluiting van de openstellingstermijn worden alle aanvragen beoordeeld op basis van de selectiecriteria uit artikel 5 en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek:

  • Criterium Effectiviteit: 0-5 punten, gewicht 4

  • Criterium Efficiëntie: 0-5 punten, gewicht 3

  • Criterium Urgentie: 0-5 punten, gewicht 3

  • Criterium Haalbaarheid: 0-5 punten, gewicht 3

Het belangrijkste bij het beoordelen van aanvragen is natuurlijk dat de investeringen bijdragen aan de doelen van de regeling, vandaar dat het criterium effectiviteit een wegingsfactor 4 heeft gekregen. Omdat subsidie bij voorkeur efficiënt ingezet wordt, dat wil zeggen met optimale inzet van middelen, heeft het criterium efficiëntie een wegingsfactor van 3 punten.

Uiteraard zijn ook de noodzaak op korte termijn en de haalbaarheid/kans op succes medebepalend bij het toekennen van de subsidie. Vandaar dat deze criteria ook een weging van 3 hebben gekregen.

 

Minimum aantal punten

Het minimaal aantal te behalen punten moet 39 zijn, dit komt overeen met een gewogen ‘rapportcijfer’ 6. Als een aanvraag minder dan 39 punten scoort, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.

 

Plafond behaald en gelijke puntentelling

Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal totaalpunten hebben gekregen en hun som dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: a. effectiviteit, c. urgentie, b. efficiëntie, d. haalbaarheid/kans op succes.

Mochten ook deze afzonderlijke scores gelijkluidend zijn, dan wordt de rangschikking bepaald door loting.

 

Artikel 7. De adviescommissie

De scores worden vastgesteld door een adviescommissie die bestaat uit meerdere leden van buiten de provincie Flevoland. De leden van de adviescommissies zullen de scores van de aanvraag bepalen. Dit moet een gelijke en transparante behandeling van de aanvragers garanderen.

 

 

Artikel 8. Weigeringsgronden

Er wordt geen subsidie toegekend aan projecten die niet het gewenste minimum aantal punten behalen. Het minimale aantal punten is 39.

 

Aanvragen waarbij de cofinanciering niet aantoonbaar gegarandeerd is, wordt subsidie geweigerd.

 

Aanvragen die betrekking hebben op productieve of wettelijk verplichte investeringen, zijn niet subsidiabel en worden geweigerd.

 

 

Artikel 9. Verplichtingen

De uitvoeringstermijn loopt tot het einde van de POP3 periode. Dit betekent dat het gehele project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, uitgevoerd, financieel gedeclareerd en administratief afgehandeld dient te zijn per 31 december 2022.