Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2018
Nr. 7396

Gepubliceerd op 8 oktober 2018 09:00





Rectificatie Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent de openstelling van Innovatieve Concepten ten behoeve van een duurzame land- en tuinbouw en de nadere regels Openstellingsbesluit Innovatieve concepten, 2018

De bekendmaking van deze regeling wordt gerectificeerd wegens een foutieve tekst bij artikel 6 lid 3.

 

 

Bekendmaking van het besluit van 21 september 2018 – zaaknummer 2018-011081 tot vaststelling van een regeling

 

GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

[Gelet op artikel 1.3 van Hoofdstuk 1 en paragraaf 7 van Hoofdstuk 2 van de Verordening POP3 Subsidies provincie Gelderland

 

BESLUITEN vast te stellen het openingsbesluit Innovatieve Concepten ten behoeve van een duurzame land – en tuinbouw 2018:

 

  • I.

    Het subsidieplafond bedraagt € 1.700.000,- waarvan € 850.000,- bestaat uit ELFPO-middelen en € 850.000,- uit provinciale middelen.

     

  • II.

    Aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend vanaf 26 november 2018 09.00 uur tot en met 25 januari 2019 tot 17.00 uur.

     

  • III.

    In Bijlage 1 zijn de nadere regels opgenomen die voor dit besluit gelden.

     

  • IV.

    Dit besluit wordt aangehaald als “Openstellingsbesluit Innovatieve concepten, 2018”.

     

  • V.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en vervalt op 26 januari 2019, met dien verstande dat het zijn werking behoudt op de aanvragen die gedaan zijn tijdens de openstellingsperiode.]

 

Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

 

mw. S.A.M. Pancras

 

Bijlage 1, Nadere regels Innovatieve Concepten, 2018

Artikel 1 begripsomschrijving

 

In aanvulling op de definities in artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder:

 

  • a.

    vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen:

    gebouwen die met vergunning zijn gerealiseerd, een agrarische bestemming hebben, en in eigendom zijn van een landbouwer;

  • b.

    duurzaam:

    aansluitend op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen;

  • c.

    innovatief concept:

    een samenhangend geheel van ideeën of denkbeelden dat gebaseerd is op visie en doelstellingen, dat iets toevoegt aan de huidige kennis, situatie of stand van zaken, tot stand is gekomen via een creatief denkproces, inspirerend werkt, en leidt tot nieuwe producten of nieuwe diensten ten behoeve van een duurzame land- en tuinbouw;

  • d.

    klimaatmitigatie:

    oplossingsrichtingen en maatregelen gericht op vermindering of opslag van broeikasgassen uit de veehouderij;

  • e.

    projectteam:

    de deelnemers van het samenwerkingsverband aangevuld met de door het samenwerkingsverband ingehuurde adviseurs, architecten en ingenieurs alsmede andere personen die van belang zijn voor het verwezenlijken van de doelstelling van het project;

  • f.

    Verordening:

    de Verordening POP3 subsidies provincie Gelderland mei 2018.

Artikel 2 subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Op grond van artikel 1.3 lid 4a van de Verordening geldt de openstelling voor de categoriën:

    • a.

      vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen;

    • b.

      klimaat.

  • 2.

    Op grond van art. 2.7.1 lid 1 van de Verordening wordt subsidie verstrekt voor

    • a.

      het gezamenlijk formuleren van een innovatief concept;

    • b.

      de uitvoering van een innovatief concept.

  • 3.

    Op grond van art. 2.7.1 lid 2 van de Verordening zijn de activiteiten gericht op het praktijkrijp maken van kennis en innovatie alsmede op een van de thema’s:

    • a.

      verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;

    • b.

      klimaatmitigatie.

Artikel 3 aanvrager

  • 1.

    Op grond van artikel 2.7.1 lid 3 van de Verordening wordt subsidie verstrekt aan een samenwerkingsverband dat:

    • a.

      ingeval van art. 2.1a ten minste bestaat uit een landbouwer en een gemeente;

    • b.

      ingeval van art. 2.1.b ten minste bestaat uit twee partijen die van belang zijn voor het verwezenlijken van de doelstelling(en) van het project waarvoor subsidie is aangevraagd en bevat tenminste één landbouwer of een organisatie die landbouwers vertegenwoordigt.

Artikel 4 subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor het gezamenlijk formuleren van een innovatief concept wordt subsidie verstrekt voor:

    • a.

      kosten voor het opstellen van een projectplan;

    • b.

      kosten voor projectmanagement en projectadministratie.

  • 2.

    Voor de uitvoering van een innovatief concept wordt subsidie verstrekt voor:

    • a.

      coördinatiekosten van het samenwerkingsverband;

    • b.

      kosten voor het verspreiden van resultaten van het project;

    • c.

      operationele kosten direct verbonden aan de uitvoering van het innovatieproject;

    • d.

      kosten voor projectmanagement en projectadministratie.

Artikel 5 hoogte subsidie

  • 1.

    Voor het gezamenlijk formuleren van een innovatief concept bedraagt de hoogte van de subsidie 100% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    Voor de uitvoering van een innovatief concept bedraagt de hoogte van de subsidie 70% van de subsidiabele kosten.

Artikel 6 hoogte van de subsidie per aanvraag

  • 1.

    De subsidie als bedoeld in art. 2.1.a. bedraagt per aanvraag maximaal

    • a.

      € 25.000,- indien de aanvraag 1 landbouwbedrijf omvat;

    • b.

      € 60.000,- indien de aanvraag 2 landbouwbedrijven omvat;

    • c.

      € 100.000,- indien de aanvraag 3 of meer landbouwbedrijven omvat.

  • 2.

    De subsidie als bedoeld in art. 2.1.b. bedraagt maximaal € 100.000,- per aanvraag.

  • 3.

    Subsidie wordt niet verleend indien de subsidie minder bedraagt dan € 20.000,-.

Artikel 7 selectiecriteria, weging en selectie

  • 1.

    Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 2.7.9 en 1.15a van de Verordening de selectiecriteria:

    • a.

      effectiviteit;

    • b.

      haalbaarheid/kans op succes;

    • c.

      innovativiteit;

    • d.

      efficiëntie.

  • 2.

    Per selectiecriterium kunnen nul tot en met vijf punten worden behaald.

  • 3.

    Bij de bepaling van het aantal punten per aanvraag heeft elk selectiecriterium de wegingsfactor 1.

  • 4.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten minstens 12 punten behaald zijn.

  • 5.

    Op grond van artikel 1.15 lid 4 van de Verordening bepalen Gedeputeerde Staten dat indien aanvragen voor subsidie op gelijke plaats zijn gerangschikt en honorering van die aanvragen zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, deze aanvragen opnieuw worden beoordeeld door de Adviescommissie totdat de projecten verschillend scoren.

Artikel 8 kennisverspreiding

  • 1.

    Op grond van art. 2.7.10 van de Verordening is aanvrager verplicht om de resultaten van de activiteit openbaar te maken via het EIP-netwerk.

  • 2.

    Op grond van art. 1.3 lid 4l is aanvrager verplicht om de resultaten van het project te presenteren tijdens een door Gedeputeerde Staten georganiseerde bijeenkomst over het betreffende thema.

Artikel 10 adviescommissie

Op grond van artikel 1.14 lid 2 van de Verordening worden aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen voorgelegd aan een door Gedeputeerde Staten ingestelde adviescommissie.

 

Gepubliceerd te Arnhem

Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland

mw. S.A.M. Pancras

TOELICHTING bij de Nadere regels Innovatieve Concepten 2018

 

  • I.

    ALGEMEEN DEEL

 

1 kader

 

Een van de instrumenten om innovaties in de land- en tuinbouw te ondersteunen is het derde Europees Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3). De kaders voor de invulling van POP3, onderdeel innovatie, zijn vastgelegd in het ‘Koersdocument stimulering innovaties in de land- en tuinbouw in Gelderland’ dat op 23 juni 2015 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld en de Derde Agenda Vitaal Platteland die op 17 april 2018 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld.

 

Met het Koersdocument zet de provincie in op structureel vernieuwen. Dit houdt in dat ingezet wordt op de ontwikkeling van innovatieve concepten voor een duurzame voedselketen, landbouwsector of plattelandsregio.

 

De provincie Gelderland werkt aan een duurzame landbouw, die bijdraagt aan een economisch en ecologisch gezond en leefbaar platteland. De Agenda Vitaal Platteland geeft hiervoor de richting aan. Dit gebeurt via thema’s. Bij de keuze van de thema’s en de invulling ervan wordt ingespeeld op maatschappelijke ontwikkelingen. Het is dus geen statisch beleidsdocument, maar een ‘rollende’ agenda. In de Derde Agenda Vitaal Platteland ligt de focus onder andere op klimaat en vrijkomende agrarische bebouwing.

 

De Verordening

Dit openstellingbesluit betreft een nadere uitwerking van de Verordening. Voor zaken die niet specifiek benoemd zijn in dit openstellingsbesluit is de Verordening van toepassing. Het gaat daarbij met name om hoofdstuk 1 en paragraaf 7 van hoofdstuk 2.

 

Bijvoorbeeld artikel 1.7 wijze van indienen van een aanvraag, artikel 1.17 verplichtingen, artikel 2.7.4 aanvraag en artikel 2.7.5 weigeringsgronden van de Verordening zijn onverkort van toepassing al worden ze in dit openstellingsbesluit niet herhaald.

  

2 beschikbare middelen

 

Voor de periode 2016 t/m 2020 is de EU-bijdrage voor de uitvoering van POP3 Gelderland vastgesteld op € 13,5 miljoen voor land- en tuinbouw. Van dit bedrag is € 1,55 miljoen gereserveerd voor Innovatieve Concepten. De Europese bijdrage wordt door de provincie verdubbeld. Er is dus € 3,1 miljoen aan subsidiegeld beschikbaar gesteld in de periode 2016 -2020.

 

Via de openstellingsbesluiten Inovatieve Concepten 2016 en 2017 is aan 11 resp. 23 projecten subsidie toegekend.

 

Meer informatie over de in 2016 en 2017 gesubsidieerde projecten is te vinden in de documenten bij https://www.gelderland.nl/Duurzame-land-en-tuinbouw.

  

3 vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen

 

Hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen biedt, al dan niet in combinatie met sloop, kansen voor revitalisering van het landelijk gebied. De primaire verantwoordelijkheid ten aanzien van vrijkomend agrarisch vastgoed ligt bij de eigenaar. Een functieverandering van het vastgoed kan een wijziging van het bestemminsplan noodzakelijk maken. De gemeente beslist over het bestemmingsplan. De provincie ondersteunt gemeenten die enerzijds agrariërs willen helpen bij hun zoektocht naar nieuwe mogelijkheden voor hun vastgoed en anderzijds daarbij aandacht hebben voor structurele aspecten ten aanzien van klimaat, economie, en leefbaarheid van het platteland.

  

4 relatie met prijsvraag Brood en Spelen

 

Begin 2018 heeft het College van Rijksadviseurs (CRa) de prijsvraag Brood en Spelen uitgeschreven. Door middel van deze prijsvraag is gezocht naar radicale, realistische en realiseerbare voorstellen voor de toekomst van het platteland. Dit konden initiatieven zijn die betrekking hebben op (vrijkomende) agrarische gebouwen. De prijsvraag ondersteunt de provinciale beleidsdoelen voor een duurzaam platteland. Daarom heeft de provincie deze prijsvraag mede gefinancierd.

 

De POP3 subsidieregeling Innovatieve Concepten kan gezien worden als een vervolg op de prijsvraag Brood en Spelen. Subsidie kan worden aangevraagd voor de doorontwikkeling van een concept dat ontwikkeld is in het kader van de prijsvraag.

  

5 klimaat

 

Nederland moet volgens bestaande klimaatafspraken in 2050 een CO2 -equivalent-reductie van 95 procent ten opzichte van 1990 realiseren. Dat betekent dat Nederland in 2050 nog een kleine 10 megaton CO2 equivalenten mag uitstoten. Alleen de veehouderij is op dit moment al goed voor 18 megaton per jaar.

De Nederlandse landbouw heeft niet alleen te maken met emissie van kooldioxide (CO2), maar ook met andere broeikasgassen: methaan (CH4) en lachgas (N2O).

CO2 komt vooral vrij door verbruik van energie (gas, elektriciteit, diesel). Rundvee en opgeslagen mest zijn de belangrijkste bronnen van methaanemissie. Lachgas komt vooral vrij uit de bodem bij bemesting. Methaan en lachgas worden weliswaar in veel kleinere hoeveelheden uitgestoten dan CO2, maar hebben een sterker effect. De maatschappelijke opgaven vragen een integrale transitie van met name de dierproductie-ketens, met speciale aandacht voor de rundveehouderij.

 

Via de POP3 subsidieregeling Innovatieve Concepten stimuleert de provincie de (door)ontwikkeling van innovatieve concepten gericht op vermindering van emissies van broeikasgassen uit de veehouderij. Stakeholders worden gestimuleerd om stappen te nemen om gebieds-, keten-, of sectorgericht de beweging in de richting van de doelstelling in gang te zetten of te versnellen.

 

Gedacht kan worden aan het in gang zetten van een proces gericht op het verminderen van de import van veevoer, of één van de andere werkstromen zoals genoemd in het rapport Grondgebondenheid als basis voor een toekomstbestendige veehouderij (Commissie Grondgebondenheid, april 2018).

 

Ook kan gedacht worden aan oplossingsrichtingen ten aanzien van ander grondgebruik, innovaties in de opslag van broeikasgassen, in transport/afzetmarkt of andere oplossingen die uit het Klimaat- en Energie Akkoord van het rijk komen.

 

Klimaatmitigatie betreft een transitie die decennia kan duren. Oplossingsrichtingen met effect op de langere termijn (2030) passen binnen deze regeling.

  

6 tendersystematiek

 

Subsidieaanvragen kunnen slechts in een beperkte periode worden ingediend. Op de sluitingsdatum van de tender moet alle inhoudelijke informatie (dus ook alle verplichte bijlagen en een duidelijke toelichting op de begroting) die bij een aanvraag hoort, ontvangen zijn. Deze sluitingsdatum wordt strikt gehanteerd. Als de aanvraag binnen tien werkdagen voor de sluitingsdatum wordt ontvangen, wordt de aanvraag gecontroleerd op volledigheid van verplichte bijlagen. Na de sluitingsdatum is aanvullen van de aanvraag niet meer mogelijk. Een onafhankelijke adviescommissie gaat vervolgens de aanvragen beoordelen aan de hand van de beschikbare informatie. Met behulp van selectiecriteria worden de projecten gerangschikt. Het kan voorkomen dat vanwege het subsidieplafond niet alle projecten gehonoreerd kunnen worden. De projecten met de meeste punten worden als eerste gehonoreerd.

  

7 voortraject

 

Zodra de definitieve tekst van dit openstellingsbesluit door Gedeputeerde Staten is vastgesteld, start “het voortraject”. Tijdens dit voortraject worden potentiële aanvragers door de provincie Gelderland gefaciliteerd: er wordt een informatiebijeenkomst, een inspiratiebijeenkomst, en inloopdagen georganiseerd. Tijdens een inspiratiebijeenkomst kunnen partners kennis maken met elkaar en afspraken maken over hoe gezamenlijk te komen tot een innovatief concept. Op een inloopdag kunnen potentiële aanvragers hun idee voorleggen aan een klankbordgroep die bestaat uit deskundigen uit de sector.

   

Artikelsgewijze toelichting

  

Artikel 2

In dit openstellingsbesluit is gekozen om twee categorieën uit de Agenda Vitaal Platteland te stimuleren, Klimaat en Vrijkomende Agrarische bebouwing. In beide beide categorieën is behoefte aan innovatie.

 

Subsidie wordt verstrekt voor het gezamenlijk formuleren van een innovatief concept en voor de uitvoering van een innovatief concept. Het innovatief concept dat gezamenlijk wordt geformuleerd is in artikel 2.7.1a van de Verordening aangeduid als ‘projectplan’. Het uitvoeren van een innovatief concept betreft de doorontwikkeling van een innovatief concept. In beide gevallen hebben de kosten betrekking op niet-productieve investeringen.

 

Het verschil tussen formuleren en uitvoeren van een innovatief concept:

  • -

    Bij een aanvraag voor het ‘formuleren van een innovatief concept’ staat de probleembeschrijving centraal. Bij aanvang van het proces is er nog veel open, de oplossing(srichting) is veelal nog niet bekend, deze wordt ontwikkeld gedurende de looptijd van het project. Bij deze aanvraag hoort een beschrijving van de procesmatige aanpak. Gedurende het project zal veel via sociale media gecommuniceerd moeten worden over de voortgang  van het project. Het op te leveren eindproduct is een document waarin het innovatieve concept wordt beschreven.

  • -

    Bij een aanvraag voor de ‘uitvoering van een innovatief concept’ is al gekozen voor een of meerdere oplossingsrichtingen die tijdens het project verder uitgewerkt gaan worden. Het gaat daarbij om opschalen of praktijkrijp maken. Hierbij kan sprake zijn van een procesaanpak. Ook een  projectmatige aanpak is mogelijk. Ten aanzien van de communicatie geldt  hetzelfde als bij een ontwikkel-traject. Hoe meer er gecommuniceerd wordt, des te beter.

 

Bij deze openstelling gaat het om innovatie, en veelal om een procesaanpak. De uitkomst van dat proces is bij aanvang vaak niet duidelijk. Om die reden is er sprake van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. In de aanvraag dient het doel van de inspanningen te worden beschreven, almede de processtappen die nodig zijn om dat doel te bereiken.

 

Het kan voorkomen dat na de start van het project dingen anders lopen dan gepland. Neem in dat geval contact op met de afdeling subsidieverlening van de provincie Gelderland. Er kan een wijzigingsverzoek worden ingediend, zie artikel 1.26 van de Verordening.

 

Als een wijziging betrekking heeft op een of meerdere van de selectiecriteria, en de afdeling subsidieverlening beoordeelt dat de kans aanwezig is dat de score zo laag uitvalt dat het project in de gewijzigde vorm minder dan het minimaal vereiste aantal punten scoort, dan zal het wijzigingsvoorstel opnieuw worden voorgelegd aan de Adviescommissie. Een wijzigingsvoorstel kan leiden tot een verlaging van het subsidiebedrag.

  

Artikel 3

Subsidie wordt aangevraagd door en toegekend aan een samenwerkingsverband. Bij een subsidieaanvraag voor vrijkomende agrarische bebouwing dient een gemeente deel uit te maken van het samenwerkingsverband. De gemeente kan zich laten vertegenwoordigen door bijvoorbeeld een ambtenaar. Bij de aanvraag moet daarvoor een machtiging worden overgelegd.

 

Bij een subsidieaanvraag voor klimaat zal uit de statuten van de betreffende organisatie moeten blijken of deze organisatie landbouwers vertegenwoordigt.

 

Er wordt géén subsidie verstrekt aan een ‘samenwerkingsverband in wording’ voor de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband.

 

Het samenwerkingsverband dient een samenwerkingsovereenkomst te overleggen dat voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 1.6 van de Verordening.

 

Artikel 1.7 en artikel 2.7.4 van de Verordening geven weer hoe de aanvrager een aanvraag moet indienen en welke bijlagen hij mee moet sturen. Tevens staat er op de website van de provincie meer informatie over de eisen die aan de bijlagen worden gesteld.

 

In artikel 2.7.5 staan de redenen waarom Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om geen subsidie te verstrekken.

  

Artikel 4

In aanvulling op paragraaf 4 van de toelichting op de Verordening en de toelichting op artikel 1.9 van de Verordening nog een toelichting op de verschillende kosten.

 

De loonkosten van de eigenaar van een bedrijf worden in beginsel aangemerkt als bijdragen in natura (zie artikel 1.11). Dit geldt onder meer voor de houder van een eenmanszaak en voor de directeur grootaandeelhouder van een Besloten Vennootschap (BV). Als de directeur van een BV in loondienst is bij de BV, dan worden die kosten in beginsel aangemerkt als personeelskosten. Op grond van artikel 1.9 van de Verordening komen die kosten voor subsidie in aanmerking als daarvoor een onderbouwing wordt gegeven.

 

Bij een samenwerkingsverband van landbouwers kan het voorkomen dat een van de deelnemers (zijnde een eigenaar van een van de deelnemende bedrijven) van het samenwerkingsverband een opdracht krijgt om bepaalde werkzaamheden voor het samenwerkingsverband uit te voeren. Die werkzaamheden worden aangemerkt als bijdrage in natura en zijn slechts subsidiabel als de werkelijke arbeidstijd voor de uitvoering van de activiteit gecontroleerd kan worden. Als het samenwerkingsverband een opdracht geeft aan iemand die in loondienst is bij een van de deelnemers aan het samenwerkingsverband en deze opdracht wordt als onderdeel van de reguliere werkzaamheden van die persoon uitgevoerd, dan komen deze kosten als loonkosten op grond van artikel 1.9 voor subsidie in aanmerking.

 

Kosten die niet subsidiabel zijn, staan in artikel 1.13 van de Verordening.

  

Artikel 7

De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van vier selectiecriteria. Voor elk selectiecriterium kunnen 0 tot en met 5 punten worden behaald. Dat wordt hieronder per criterium toegelicht.

  

selectiecriterium effectiviteit

 

Met effectiviteit van de activiteit wordt bedoeld de mate waarin wordt bijgedragen aan het doel dat met de openstelling resp. de samenwerking wordt nagestreefd (‘wat voegt dit project toe’).

Bij het thema Samenwerking gaat het niet alleen om het effect van de innovatie, als deze slaagt, maar ook om de meerwaarde van het samenwerkingsproces, dat leidt tot meer kennisdeling regionaal, nationaal, internationaal, ontstaan van nieuwe innovatie-verbindingen (zoals cross-overs tussen meerdere sectoren) en nieuw samenspel tussen ketenpartijen.

 

In samenhang worden de volgende aspecten bezien:

  • 1.

    Meerwaarde beoogde innovatie voor doel innovatiethema / urgentie – betreft de aanvraag een goede oplossing voor de in de openstelling omschreven behoefte?

  • 2.

    Bijdrage project aan duurzame nieuwe samenwerkingsverbanden – heeft het project voorbeeldwerking, levert het ervaringen op waarmee andere groepen hun voordeel kunnen doen?

  • 3.

    Mate van geschiktheid van de beoogde innovatie voor brede toepasbaarheid / uitrol – is er goede kans op snelle vertaling naar de praktijk?

  • 4.

    Kwaliteit communicatieplan tbv kennisdeling tijdens het innovatietraject en  tbv verspreiding van de resultaten – is er blijk van actieve beoogde koppeling van wetenschappelijke en praktijkkennis, bevat de begroting ruimte voor actieve kennisdeling?

  • 5.

    Ook wordt de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in ogenschouw genomen.

 

Specifiek voor vrijkomende agrarische bebouwing:

Via de regeling Innovatieve Concepten verstrekt de provincie subsidie voor de ontwikkeling van realistische, duurzame concepten voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. Bij de beoordeling wordt gelet op de mate waarin rekening wordt gehouden met structurele aspecten ten aanzien van klimaat, economie, en leefbaarheid van het platteland.

  

Bij de beoordeling worden de hierboven genoemde aspecten in samenhang beoordeeld. Daarbij is aspect 1 de meest belangrijke, deze wordt het zwaarst meegewogen. Aspect 4 is alleen van belang als het gaat om de uitvoering van een innovatief concept.

0 punten Indien aan geen enkel aspect wordt voldaan.

1 punt Indien overtuigend aan 1 van de vijf aspecten wordt voldaan.

2 punten Indien overtuigend aan twee van de vijf aspecten wordt voldaan.

3 punten Indien overtuigend aan drie van de vijf aspeten wordt voldaan.

4 punten Indien overtuigend aan 4 van de vijf aspecten wordt voldaan.

5 punten Indien overtuigend aan alle aspechten wordt voldaan.

 

selectiecriterium kans op succes/haalbaarheid 

 

De “kans op succes” wordt gedefinieerd als de kans dat de partijen er in slagen een werkbare en vruchtbare samenwerking tot stand te brengen, inclusief goede afspraken over taken en verantwoordelijkheden en over lasten en lusten met betrekking tot de beoogde innovatie en er in slagen om de beoogde innovatie goed scherp te krijgen in termen van technische en organisatorische haalbaarheid en in termen van marktmogelijkheden (behoefte). Of hierover goed is nagedacht blijkt uit

  • 1.

    de kwaliteit van de projectaanvraag

  • 2.

    de kwaliteit van het beoogde samenwerkingsverband zelf: het aantal deelnemers dat aan de samenwerking meewerkt, de verdeling van die deelnemers over de verschillende partijen, de ‘kwaliteit’ van de deelnemers in relatie tot het innovatie-idee. Deze onderdelen worden in onderlinge samenhang bezien.

 

Specifiek voor vrijkomende agrarische bebouwing:

Bij de beoordeling wordt gelet op de samenstelling van het projectteam. Het projectteam dient zoveel als mogelijk te bestaan uit personen die van belang zijn voor het verwezenlijken van de doelstelling van het project. Gedacht wordt aan een deskundige op het gebied van verdienmodellen en/of vastgoed, een deskundige op het gebied van klimaat en milieu, een architect of ontwerper, een vertegenwoordiger van de bank en/of een deskundige op het terrein van andere financieringsvormen, een procesbegeleider, en desgewenst een partij die de administratie van het project uitvoert, maar ook aan deelname van andere stakeholders zoals gezins- of andere familieleden en omwonenden.

 

Nul punten worden toegekend indien beide aspecten niet in beeld zijn gebracht;

1 punt indien alleen het eerste aspect in beeld is gebracht;

2 of 3 punten indien het aantal deelnemers redelijk respectievelijk goed in verhouding is tot de doelstelling van het project;  

4 of 5 punten indien het aantal deelnemers, én hun kwaliteit redelijk respectievelijk goed in verhouding is tot de doelstelling van het project.

  

selectiecriterium innovativiteit

 

Met innovativiteit kan hierbij gedoeld worden op het samenwerkingsproces als zodanig, op het onderwerp van de samenwerking of op beide.

Bij de beoordeling van de innovativiteit van het samenwerkingsproces wordt gekeken in hoeverre de voorgestelde samenwerking NIEUWE verbanden / verbintenissen tot stand brengt. Hoe meer gangbaar de samenwerking tussen de partijen is, hoe minder punten er zullen worden toegekend.

Voor de beoordeling van het onderwerp van de samenwerking / de beoogde innovatie zelf geldt: het gaat om de meerwaarde die de innovatie heeft, in de zin dat het gaat om het verschil dat het product zelf te weeg kan brengen. Betreft de beoogde innovatie slechts een zeer geringe aanpassing van een bestaand product (of dienst, proces, procedé enz), dan wordt er geen punt toegekend. Betreft de beoogde innovatie bijvoorbeeld een geheel of vrijwel geheel nieuw product, dan zullen vier of vijf punten toegekend worden.

 

In samenhang worden de volgende aspecten bezien:

  • 1.

    Technisch of sociaal grensverleggend karakter van het innovatie-idee (product, procedé, techniek, concept, aanpak) – hoe bijzonder is het idee?

  • 2.

    Transitie karakter van de innovatie – draagt de innovatie bij aan realisatie van de toekomstbestendige “duurzame landbouw”, dwz inzet op beoogde transitie van benadering kostenreductie en/of verhoogde volumes naar  benadering meerwaardecreatie, circulaire bedrijfsvoering / productie en/of sectoroverstijgende toepassing (cross-over)?

  • 3.

    Innovatieve waarde van het samenwerkingsverband – ontstaat er nieuwe ketensamenwerking of cross-over samenwerking?

  • 4.

    Toepassingsgebied – is er al een oplossing maar wordt deze niet toegepast  en is het project er op gericht om belemmeringen weg te nemen?

 

Betreft het innovatieve concept een geheel of vrijwel geheel nieuw product (of proces of dienst of procede), en is het nieuw voor Gelderland, dan worden vier punten toegekend.

Ook bij dit criterium is de beoordeling van de onafhankelijke commissie die bestaat uit deskundigen van groot belang. De commissie zal het toekennen van punten moten motiveren waarbij als richtsnier geldt:

 

0 punten indien er geen sprake is van een innovatie zoals bijvoorbeeld een bestaand idee toepassen op een andere manier.

1 punt indien er geen sprake is van een bijzonder idee waardoor het grensverleggende karakter van de innovatie beperkt is.

2 punten indien de innovatie op tenminste twee aspecten enigszins scoort en op 1 aspect niet.

3 punten indien de innovatie op 3 aspecten ruim voldoende scoort

4 punten indien de innovatie op alle aspecten voldoende scoort.

5 punten indien de innovatie op alle aspecten overtuigend scoort.

  

selectiecriterium efficiëntie

 

De efficiëntie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:

  • 1.

    Redelijkheid van kosten - staat de begroting (uren en tarieven) in een reële verhouding tot de geplande prestatie, hoe is dit aannemelijk gemaakt?

  • 2.

    Relevantie van de kosten – wordt de gevraagde bijdrage aan de juiste zaken besteed?

  • 3.

    Efficiënt gebruik van kennis, kunde en arbeid - in hoeverre wordt  bestaande kennis goed benut, staat de overhead van het project in redelijke verhouding tot de prestatie?

 

0 punten zullen worden toegekend indien de verhouding tussen kosten en doelstelling naar het oordeel van de commissie onredelijk is.

1 punt zal worden toegekend indien op 1 aspect voldoende wordt gescored

2 punten zullen worden toegekend indien op 2 aspecten voldoende wordt gescored.

3 punten zullen worden toegekend indien op alle 3 de aspecten voldoende wordt gescored.

4 punten zullen worden toegekend indien op 2 van de 3 voldoende en op 1 goed wordt gescored.

5 punten zullen worden toegekend inien op alle aspecten goed wordt gescored.


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl