Provinciaal blad van Limburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LimburgProvinciaal blad 2018, 7226Overige besluiten van algemene strekking



Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 4 “Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven” Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)

Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings- programma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), in hun vergadering van 25 september 2018 het volgende besluit vast:

Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 4 ‘ Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven’ Subsidieverordening Plattelandso ntwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)

 

Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 4 “Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 4”) van deze Verordening onder de volgende nadere regels open te stellen.

Artikel 1 Openstellingsperiode

Paragraaf 4 wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 5 november 2018 09.00 uur tot en met 14 december 2018 17.00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 14 december 2018 om 17.00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.

Artikel 2 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor 2018 wordt voor Paragraaf 4 vastgesteld op € 2.120.000,00 bestaande uit 50% ELFPO middelen en 50% Provinciale middelen.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

  • 3.1

    In afwijking van artikel 2.4.1, onder a, van de Verordening wordt in het kader van deze openstelling géén subsidie verstrekt voor de planvorming en/of draagvlakontwikkeling voor de verplaatsing van landbouwbedrijven gericht op verbetering van de landbouwinfrastructuur.

  • 3.2

    In afwijking van artikel 2.4.1, onder c, van de Verordening, wordt in het kader van deze openstelling geen subsidie verstrekt voor de verplaatsing van landbouwbedrijven gericht op de verbetering van de landbouwinfrastructuur). De artikelen 2.4.3.1, 2.4.3.2, 2.4.3.3 en 2.4.3.4 van de Verordening zijn zodoende niet van toepassing.

Artikel 4 Aanvraag

  • 4.1

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 van de Verordening dient de aanvraag om subsidie een kaart te bevatten waarop de ligging van het projectgebied nauwkeurig begrensd is aangegeven. Deze kaart dient als verplichte bijlage bij de aanvraag te worden toegevoegd. Een aanvraag die niet wordt begeleid door deze kaart, of het projectgebied is niet nauwkeurig in deze kaart begrensd, wordt afgewezen.

  • 4.2

    Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel (h) van de Verordening zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel (f) van de Verordening het beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden dat te vinden is op de website www.limburg.nl/loket/subsidies/ Actuele-subsidieregelingen/Natuur/subsidieverordeningpop3. Indien het projectplan bij de aanvraag ontbreekt, dan zal de aanvraag worden afgewezen.

  • 4.3

    In aanvulling op artikel 4.1 van dit openstellingsbesluit dienen bij de aanvraag additioneel de onderstaande bijlagen bijgevoegd te worden (indien van toepassing, nadere uitleg in de toelichting):

    • -

      een drietal offertes ter bepaling van de redelijkheid van de kosten als bedoeld in artikel 7.1, onder b, van dit openstellingsbesluit .Indien deze drie offertes bij de aanvraag ontbreken, dan zal de aanvraag worden afgewezen;

    • -

      een gespecificeerde begroting inclusief de onderbouwing hiervan (verplicht);

    • -

      bewijsstukken behorende bij de begroting en/of offertes. Indien niet aanwezig aangeven waarop de bedragen gebaseerd zijn (verplicht);

    • -

      toezegging overige financiers of voor zover van toepassing aangeven dat financiering is aangevraagd onder vermelding van de stand van zaken (indien van toepassing);

    • -

      samenwerkingsovereenkomst, zie hiervoor het voorbeeld op de website genoemd in artikel 4.2 van dit openstellingsbesluit (indien van toepassing);

    • -

      bewijsstukken machtiging (indien van toepassing);

    • -

      vergunningen en/of ontheffingen. Indien vergunningen en/of ontheffingen niet aanwezig zijn dient toegelicht te worden waarom deze ontbreken (indien van toepassing);

    • -

      documenten ten aanzien van de aanbesteding (indien van toepassing);

    • -

      verklaring van de belastingdienst inzake niet verrekenbare dan wel niet compensabele btw (indien van toepassing).

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 5.1

    Alle kosten zoals vermeld in de artikelen 2.4.1.1 en 2.4.2.1 van de Verordening zijn subsidiabel.

  • 5.2

    In afwijking van artikel 2.4.2.2, eerste lid, van de Verordening wordt géén subsidie verstrekt voor de kosten zoals bedoeld in artikel 2.4.2.2, eerste lid ,onder d (de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa).

  • 5.3

    De in artikel 2.4.2.2., tweede lid van de Verordening, onder a, b en c opgenomen kosten worden niet subsidiabel gesteld.

  • 5.4

    In afwijking van artikel 1.12, tweede lid, van de Verordening komen bij subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1. onder b van de Verordening voorbereidingskosten ook voor subsidie in aanmerking, indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag voor subsidie is ingediend en onderbouwd in het projectplan. Bij de activiteiten die zien op de planvorming / draagvlakontwikkeling voor verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven, komen voorbereidingskosten niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 6 Hoogte subsidie planvorming/draagvlakontwikkeling en verbetering verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven

  • 6.1

    In aanvulling op artikel 2.4.1.2 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag voor planvorming en/of draagvlakontwikkeling maximaal € 50.000,00 en minimaal € 15.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 15.000,00 bedraagt.

  • 6.2

    In aanvulling op artikel 2.4.2.1, onder lid c, van de Verordening (investeringen om kavels beter bewerkbaar of bereikbaar te maken), bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag maximaal € 800,00 per geruilde hectare.

  • 6.3

    In aanvulling op artikel 2.4.2.3 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag voor maatregelen ter verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven maximaal € 750.000,00 en minimaal € 150.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder bedraagt dan € 150.000,00.

  • 6.4

    Indien een aanvraag een combinatie van aanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1 onder a en artikel 2.4.1. onder b van de Verordening omvat dan bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag in afwijking van de artikelen 2.4.1.2 en 2.4.2.3 van de Verordening maximaal € 800.000,00 en minimaal € 165.000,00. De gecombineerde subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder bedraagt dan € 165.000,00.

Artikel 7 Rangschikking

  • 7.1

    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking, als bedoeld in artikel 1.15 en 1.15c van de Verordening, voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1, onder a, van de Verordening (planvorming/draagvlakontwikkeling voor verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven) op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.4.1.3, eerste lid onder b, van de Verordening en hieronder nader aangegeven. De aanvragen, die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de onderstaande criteria:

    • a.

      geografische ligging

    • b.

      efficiëntie

     

    • a.

      Criterium geografische ligging

      De gebieden, waarvoor subsidie aangevraagd wordt, dienen gelegen te zijn binnen de begrenzing van door de Provincie Limburg bepaalde Platteland in Ontwikkeling (PiO) projecten. Op de kaartbijlage bij dit openstellingsbesluit zijn deze gebieden aangeduid.

      Voor gebieden die niet volledig binnen deze begrenzing vallen wordt de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.4.1, onder a, van de Verordening afgewezen.

    • b.

      Criterium efficiëntie

      Het criterium efficiëntie wordt als volgt beoordeeld: gegeven de realistische resultaten van het project, hoe redelijk zijn de opgevoerde kosten en in hoeverre wordt op een goede manier gebruik gemaakt van reeds bestaande bronnen (kennis, kunde, middelen).

       

      Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:

       

      5 punten indien voor het bereiken van draagvlak optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en minimaal gebruik gemaakt wordt van aanvullende financiële middelen en onderzoeken;

       

      4 punten indien voor het bereiken van draagvlak optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en beperkt gebruik gemaakt wordt van aanvullende middelen en onderzoeken;

       

      3 punten indien voor het bereiken van draagvlak niet optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en de inzet van aanvullende middelen en onderzoeken tegen reële kosten plaatsvindt;

       

      2 punten indien voor het bereiken van draagvlak niet optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en de inzet van aanvullende middelen en onderzoeken daardoor leidt tot hogere kosten dan reëel wordt geacht;

       

      1 punt indien voor het bereiken van draagvlak niet optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en er mede daardoor overbodige aanvullende middelen en onderzoeken ingezet worden;

       

      0 punten indien voor het bereiken van draagvlak geen gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en dat leidt tot overbodige inzet van aanvullende middelen en onderzoeken.

       

      Aanvragen met een score van minder dan 3 punten op dit criterium worden afgewezen.

  • 7.2

    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 en 1.15a van de Verordening voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1, onder b, van de Verordening op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.4.2.4, derde lid van de Verordening en hieronder nader weergegeven. De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:

    • a.

      effectiviteit;

    • b.

      haalbaarheid/kans op succes;

    • c.

      urgentie;

    • d.

      efficiëntie.

     

    • a.

      Criterium effectiviteit

      Bij de beoordeling van de effectiviteit van het project wordt bezien in welke mate verwacht kan worden dat na uitvoering van het project een verbetering is bereikt in de verkavelingsstructuur. Hiertoe worden de totale kosten van het project gerelateerd aan het effect op/de mate waarin de provinciale doelstellingen (zoals vermeld in de toelichting) in openstelling worden behaald.

       

      Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:

       

      5 punten indien de resultaten van het project zeer goed bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en minimaal 3 andere beleidsmatige doelstellingen (zoals vermeld in de toelichting) op het gebied van natuur, water en/of landschap;

       

      4 punten indien de resultaten van het project zeer goed bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en minimaal 2 andere beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en/of landschap;

       

      3 punten indien de resultaten van het project goed bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en minimaal 1 andere beleidsmatige doelstelling op het gebied van natuur, water en/of landschap;

       

      2 punten indien de resultaten van het project voldoende bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en minimaal 1 andere beleidsmatige doelstelling op het gebied van natuur, water en/of landschap;

       

      1 punt indien de resultaten van het project matig bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en de andere beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en/of landschap;

       

      0 punten indien de resultaten van het project onvoldoende bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur.

       

    • b.

      Criterium haalbaarheid/kans op succes

      Bij de beoordeling van de haalbaarheid/kans op succes wordt bezien wat de haalbaarheid van een kavelruilproject is. Hiertoe worden de volgende aspecten in samenhang bezien:

      • 1.

        De kwaliteit van het projectplan.

        De kwaliteit van het projectplan zal worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria;

        • -

          de kwaliteit (deskundigheid/ervaring) van de projectleider;

        • -

          hoe realistisch is het plan;

        • -

          zijn relevante partijen in voldoende mate bij de uitvoering van het plan betrokken;

        • -

          kent het project een realistische planning, opzet en begroting.

      • 2.

        De mate waarin risicofactoren zijn onderkend en beheersbaar gemaakt zijn.

        Hierbij wordt gekeken naar:

        • -

          zekerheid van beschikbaarheid eigen middelen van alle betrokken partijen;

        • -

          zekerheid beschikbaar komen noodzakelijke vergunningen;

        • -

          zekerheid van deelname meest relevante partijen aan volledige traject.

    • Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:

       

      5 punten indien het project uitmuntend scoort op dit criterium;

      4 punten indien het project zeer goed scoort op dit criterium;

      3 punten indien het project goed scoort op dit criterium;

      2 punten indien het project voldoende scoort op dit criterium;

      1 punt indien het project matig scoort op dit criterium;

      0 punten indien het project onvoldoende scoort op dit criterium

       

    • c.

      Criterium urgentie

      Projecten zijn urgenter bij een overwegend kleinschalige verkavelingsstructuur van veldkavels of onvoldoende grote huiskavels (in geval van melkveehouderij).

       

      Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:

       

      5 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen van maximaal 2 hectare, of een veebezetting van minimaal 10 melkkoeien per ha huiskavel in de melkveehouderij;

       

      4 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen tussen 2 en maximaal 3 hectare, of een veebezetting van minimaal 9 tot 10 melkkoeien per hectare huiskavel in de melkveehouderij;

       

      3 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen tussen 3 en maximaal 4 hectare, of een veebezetting van minimaal 8 tot 9 melkkoeien per hectare huiskavel in de melkveehouderij;

       

      2 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen tussen 4 en maximaal 5 hectare, of een veebezetting van minimaal 7 tot 8 melkkoeien per hectare huiskavel in de melkveehouderij;

       

      1 punt bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen tussen 5 en maximaal 6 hectare, of een veebezetting van minimaal 6 tot 7 melkkoeien per hectare huiskavel in de melkveehouderij;

       

      0 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen van meer dan 6 hectare, of een veebezetting van minder dan 6 melkkoeien per hectare huiskavel in de melkveehouderij.

       

    • d.

      Criterium efficiëntie.

      De efficiëntie van het project wordt beoordeeld door de kosten te vergelijken met de hieronder genoemde normkosten per geruilde hectare. Redelijke subsidiabele kosten worden hierbij als norm gehanteerd op basis van ervaringscijfers. De normkosten bedragen € 1.700,00 per geruilde hectare.

       

      Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:

       

      5 punten indien de kosten per geruilde hectare meer dan 20% lager zijn dan de normkosten;

      4 punten indien de kosten per geruilde hectare tussen de 10% en 20% lager zijn dan de normkosten;

      3 punten indien de kosten per geruilde hectare tussen de 10% en 0% lager zijn dan de normkosten;

      2 punten indien de kosten per geruilde hectare tussen 0% en 10% hoger zijn dan de normkosten;

      1 punt indien de kosten per geruilde hectare tussen de 10% en 20% hoger zijn dan de normkosten;

      0 punten indien de kosten per geruilde hectare meer dan 20% hoger zijn dan de normkosten.

  • 7.3

    Subsidieaanvragen die een combinatie bevatten van activiteiten als bedoeld in artikel 2.4.1, onder a, en artikel 2.4.1, onder b, van de Verordening, worden beoordeeld conform respectievelijk het gestelde in artikel 7.1 en 7.2 van dit openstellingsbesluit. De totaalscores van de beoordeling van het gestelde in artikel 7.1 en 7.2 van dit openstellingsbesluit bepalen samen de eindscore voor de rangschikking. Aanvragen, die niet volledig gelegen zijn binnen de op de kaartbijlage aangegeven PiO gebieden worden afgewezen.

  • 7.4

    De selectiecriteria als bedoeld in artikel 7.2 onder a t/m b hebben de volgende wegingsfactoren:

    criterium (a) effectiviteit heeft een wegingsfactor 2 (maximaal 10 punten);

    criterium (b) haalbaarheid heeft een wegingsfactor 2 (maximaal 10 punten);

    criterium (c) urgentie heeft een wegingsfactor 1 (maximaal 5 punten);

    criterium (d) efficiëntie heeft een wegingsfactor 3 (maximaal 15 punten).

     

    Het maximaal aantal te behalen punten is 40.

    Indien er met toepassing van omschreven wegingsfactoren in totaal minder dan 24 punten wordt behaald, dan wordt de aanvraag om subsidie afgewezen.

  • 7.5

    Gedeputeerde Staten hebben conform artikel 1.14 van de Verordening een Adviescommissie POP3 Limburg ingesteld voor de beoordeling en selectie van de projecten. Deze adviescommissie stelt een prioriteitenlijst op middels rangschikking door het toekennen van punten op grond van bovenstaande criteria en wegingsfactoren.

  • 7.6

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is, dan zal een selectie tussen de betreffende projecten gemaakt worden door te kijken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de hoogste weging is toegekend. Scoren projecten dan nog altijd gelijk, dan wordt gekeken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de op één na hoogste weging is toegekend. Zijn er ook na toepassing van deze regels gelijk scorende projecten, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris.

Artikel 8 Voorschotten

In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening kan maximaal 2 keer per projectjaar een verzoek om een voorschot op basis van realisatie worden ingediend.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 5 november 2018 en heeft een looptijd tot het einde van de POP3 periode.

 

Maastricht, d.d. 25 september 2018

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer drs. Th.J.F.M. Bovens

secretaris

de heer drs. G.H.E. Derks MPA

TOELICHTING

Algemeen

Uit de sterkte/zwakte (SWOT) analyse in het Plattelandsontwikkelingsprogramma voor Nederland 2014-2020 (hierna POP3 programma) blijkt dat de land- en tuinbouw in Nederland moet blijven innoveren om economisch rendement met maatschappelijk verantwoord ondernemen (d.w.z.: rekening houdend met meerwaarde voor de omgeving) te kunnen blijven combineren.

 

De ambitienota Limburgse Land- en tuinbouw Loont (LLtL) en het POP3 programma sluiten daarbij goed op elkaar aan. Het motto van LLtL is “In 2025 ieder Limburgs land- en tuinbouwbedrijf een lust voor haar omgeving”. Middels het programma LLtL2 is deze ambitie aangescherpt in lijn met de doelen van het Coalitieakkoord “In Limburg bereiken we meer”. LLtL2 benoemt op basis hiervan vier investeringslijnen met speerpunten. Voor deze paragraaf is Investeringslijn 2 - Meerwaarde voor de omgeving – leidend.

 

Op de provinciale website www.limburg.nl is meer informatie beschikbaar over het provinciaal beleid inzake land- en tuinbouw en het overige provinciaal beleid. Hier zijn ook de betreffende beleidsdocumenten beschikbaar. Zie hiervoor, onder andere:

Subsidiabele activiteit (artikel 3)

Met deze openstelling wordt specifiek invulling gegeven aan de POP3 paragraaf 4 “Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassen van landbouwbedrijven”. Deze openstelling is gericht op investeringen in het landelijk gebied, die bijdragen aan de verbetering van de verkaveling van de landbouwbedrijven, zoals kavelruilen of verkavelen voor groei projecten en de daarbij behorende toegankelijkheid, bodemgesteldheid en waterhuishouding. Het gaat daarbij om de volgende concrete acties:

  • projecten gericht op draagvlakontwikkeling, inhuur van kavelruilcoördinatoren en andere experts;

  • het opstellen en uitvoeren van verkavelingsplannen en verkavelingsprocedures.

In verband met de verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven:

  • investeringen om kavels beter bewerkbaar en bereikbaar te maken, zoals graven en dempen van kavelsloten, met elkaar verbinden van percelen, aanpassen van drainage, aanleg of verbetering van inritten en kavelpaden, aanpassen van wegen en waterlopen;

  • inpassingsmaatregelen ter voorkoming van negatieve gevolgen van de kavelruil, zoals het aanleggen van beplantingen, aanpassen van het wegen- en waterlopenstelsel voor algemeen belang.

Deze openstelling ziet niet toe op verplaatsing van landbouwbedrijven.

Aanvraag (artikel 4)

Artikel 4.1

Het toevoegen van een kaart met een zo nauwkeurig mogelijke begrenzing van het projectgebied is vereist om een correcte beoordeling van (enkele van) de selectiecriteria door de adviescommissie

mogelijk te maken.

 

Artikel 4.3

Voor uitleg met betrekking tot de additioneel toe te voegen bijlagen wordt verwezen naar het Handboek voor aanvragers POP3 subsidie: (te vinden op de website van het Regiebureau POP3: https://regiebureau-pop.eu/vernieuwd-handboek-voor-aanvragers-pop3-subsidie-beschikbaar).

 

Rangschikking (artikel 7)

De selectiecriteria vormen een belangrijk sturingsinstrument waarmee de nodige accenten kunnen worden aangebracht om in te spelen op de regionale en lokale context. De selectiecriteria zijn ingesteld om een gelijke en transparante behandeling van de aanvragen mogelijk te maken. De criteria dragen bij aan een zo goed mogelijk gebruik en doelbereik van de financiële middelen.

De aanvragen vinden plaats middels een tender met een sluitingsdatum. Alle aanvragen die tijdig binnen zijn worden eerst getoetst op ontvankelijk- en compleetheid. Vervolgens worden de aanvragen op basis van hun scores op de selectiecriteria van hoog naar laag gerangschikt door een door Gedeputeerde Staten ingestelde adviescommissie. Wanneer het totaal aan goedgekeurde aanvragen een groter beslag legt op de beschikbare middelen (subsidieplafond) krijgen aanvragen met de meeste punten voorrang (ranking).

 

Artikel 7.1, onder a

In Limburg is nog een groot aantal (semi) overheidsdoelen te realiseren. Dit gebeurt middels een proces Platteland in Ontwikkeling (PiO), zoals vastgelegd in de nota Pionieren (deze is te vinden op de website: https://www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele-subsidies/subsidieregelingen-0/@1837/subsidie-pop3/ )

Een andere rangschikking van de gronden (eigendommen) in het gebied kan daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Om te onderzoeken of een verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven noodzakelijk is binnen de PiO gebieden wordt planvorming/draagvlakontwikkeling binnen deze gebieden separaat subsidiabel gesteld.

 

Artikel 7.2 en 7.4

Voor rangschikking van aanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1, onder b, van de Verordening gelden onderstaande selectiecriteria en wegingsfactoren:

 

 

Selectiecriterium

Weging

Te behalen punten

Maximaal te behalen punten

Te behalen minimumscore

a

Effectiviteit

2

0-5

10

Minimaal 60% van het maximaal te behalen punten

B

Haalbaarheid/kans op succes

2

0-5

10

 

C

Urgentie*

1

0-5

5

 

d

Efficiëntie

3

0-5

15

 

 

 

 

 

40

24

 

*Selectiecriterium iv: Urgentie

De urgentie voor het verbeteren van de verkavelingsstructuur wordt vooral bepaald door de uitgangssituatie op de bedrijven. Naarmate de gemiddelde perceelgrootte of bij melkveehouderijen het aandeel huiskavel kleiner is, is de urgentie om de situatie te verbeteren groter.