Provinciaal blad van Noord-Brabant

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Noord-BrabantProvinciaal blad 2018, 6482Beleidsregels



Vijfde wijzigingsregeling Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant hebben vastgesteld, waarin is vastgelegd op welke wijze Gedeputeerde Staten aan een aantal aan hen op grond van de Wet natuurbescherming toegekende bevoegdheden uitvoering zullen geven;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten het wenselijk achten deze beleidsregel te wijzigen;

 

Overwegende dat er aanleiding bestaat in paragraaf 1, inzake Toedeling ontwikkelingsruimte PAS segment 2, tevens uitgangspunten voor toedeling van ontwikkelingsruimte uit segment 1 op te nemen en de uitganspunten voor toedeling uit segment 2 aan te passen, waartoe deze paragraaf geheel wordt herzien;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

 

Artikel I Wijzigingen

Paragraaf 1 van de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant komt te luiden:

 

§ 1 Toedeling ontwikkelingsruimte PAS

 

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    grenswaarde: grenswaarde stikstofdepositie als bedoeld in artikel 2.12 Besluit natuurbescherming;

  • b.

    inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer;

  • c.

    kritische depositiewaarde: grenswaarde voor stikstofbelasting waarboven kans bestaat op negatieve effecten op de natuur;

  • d.

    naderende overbelasting: belasting waarbij de totale stikstofdepositie van maximaal 70 mol per hectare per jaar onder de kritische depositiewaarde wordt genaderd;

  • e.

    ontwikkelingsruimte: ontwikkelingsruimte als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit natuurbescherming;

  • f.

    PAS-programmaperiode: de periode waarvoor het Programma Aanpak Stikstof geldt;

  • g.

    prioritaire projecten: projecten of andere handelingen ,die afzonderlijk of per categorie zijn opgenomen in bijlage 1 van de Regeling natuurbescherming;

  • h.

    segment 1: deel van de ontwikkelingsruimte dat beschikbaar is voor prioritaire projecten;

  • i.

    segment 2: ontwikkelingsruimte die resteert na aftrek van ontwikkelingsruimte die is gereserveerd voor toestemmingsbesluiten die betrekking hebben op prioritaire projecten;

  • j.

    toestemmingsbesluit: besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit natuurbescherming;

  • k.

    onderhoud: onderhoud als bedoeld in artikel 15 van de Wegenwet;

  • l.

    veehouderij: agrarische bedrijfsvoering met als hoofdactiviteit het houden van vee, pluimvee of pelsdieren voor zover gehouden voor gebruiks- of winstdoeleinden;

  • m.

    weg: openbare weg als bedoeld in artikel 1 van de Wegenwet, waarvoor het Rijk, een provincie, een waterschap of een gemeente de belangen ingevolge artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 beschermt en waartoe in ieder geval behoren rijbanen, fiets- en voetpaden, parkeer-, carpool-, bus-, en halteplaatsen, vlucht- en andere stroken, bermen, glooiingen, grondkeringen, bermsloten, alsmede de tot de weg behorende verkeersvoorzieningen;

 

Artikel 1.2 Reikwijdte

  • 1.

    Gedeputeerde Staten nemen deze paragraaf in acht bij toestemmingsbesluiten met betrekking tot projecten en andere handelingen, waarvoor een beroep wordt gedaan op:

    • a.

      segment 1;

    • b.

      segment 2.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten handelen overeenkomstig deze paragraaf bij:

    • a.

      verzoeken tot afgifte van een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto artikel 6.10a, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, waarbij een beroep wordt gedaan op segment 1 of segment 2;

    • b.

      verzoeken om instemming als bedoeld in artikel 1.3 van de Wet natuurbescherming, voor initiatieven in Noord-Brabant, waarbij een beroep wordt gedaan op segment 2.

 

Artikel 1.3 Uitgangspunten toedeling segment 1

  • 1.

    Gedeputeerde Staten delen bij een toestemmingsbesluit aan een project of andere handeling niet meer dan 1,00 mol stikstof per hectare per jaar aan ontwikkelingsruimte toe uit segment 1 per PAS-programmaperiode.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid delen Gedeputeerde Staten bij een toestemmingsbesluit niet meer dan 2,00 mol stikstof per hectare per jaar toe aan ontwikkelingsruimte, indien uit een overgelegd plan blijkt dat de in de aanvraag opgenomen maatregelen, wat stikstofdepositie betreft, in samenhang bekeken met andere afwegingsfactoren, het beste alternatief zijn.

  • 3.

    De ontwikkelingsruimte, als bedoeld in het eerste en tweede lid, heeft enkel betrekking op de belasting van de hectares waarbinnen een voor stikstof gevoelig natuurlijke habitat of stikstof gevoelige habitat van een soort voorkomt en waarbij sprake is van een overbelasting van stikstofdepositie of naderende overbelasting.

  • 4.

    Gedeputeerde Staten toetsen het plan, bedoeld in het tweede lid, aan de volgende vereisten:

    • a.

      ten aanzien van de emissie en depositie van stikstof is een beschrijving gegeven van de onderzochte redelijke alternatieven die relevant zijn voor het voorgestelde project of andere handeling en de specifieke kenmerken ervan;

    • b.

      de belangrijkste redenen voor het selecteren van de gekozen optie zijn opgenomen, met inbegrip van een vergelijking van de effecten in samenhang met ander afwegingsfactoren.

  • 5.

    Gedeputeerde Staten beoordelen of bij de beschrijving van de alternatieven, bedoeld in het vierde lid, onder a, in ieder geval aandacht is besteed aan de volgende aspecten:

    • a.

      de technische en bedrijfseconomische haalbaarheid;

    • b.

      de maatregelen die getroffen worden om de stikstofdepositie of de gevolgen daarvan zo laag mogelijk te houden ten aanzien van:

      • 1°.

        de inrichting van het terrein;

      • 2°.

        de uitvoering van het project of andere handeling;

      • 3°.

        de keuze van energietoepassingen voor verwarming, intern en extern transport en productie.

  • 6.

    Bij het bepalen van de maximale ontwikkelingsruimte als bedoeld in het eerste en tweede lid, laten Gedeputeerde Staten buiten beschouwing de depositie als gevolg van het verkeer ten gevolge van het project of andere handeling op de weg.

  • 7.

    In afwijking van het tweede lid, kan meer ontwikkelingsruimte worden toegedeeld indien een plan wordt overgelegd dat voldoet aan de in het derde tot en met vijfde lid gestelde voorwaarden en het projecten of andere handelingen betreft die:

    • a.

      betrekking hebben op het verkeer op wegen; of

    • b.

      gelegen zijn binnen het prioritaire project Cranendonck Duurzaam Industriepark.

 

Artikel 1.4 Uitgangspunten toedeling segment 2

  • 1.

    Gedeputeerde Staten delen bij een toestemmingsbesluit aan een project of andere handeling niet meer dan 2,00 mol stikstof per hectare per jaar aan ontwikkelingsruimte toe uit segment 2 per PAS-programmaperiode.

  • 2.

    De ontwikkelingsruimte, als bedoeld in het eerste lid, heeft enkel betrekking op de belasting van de hectares waarbinnen een voor stikstof gevoelig natuurlijke habitat of stikstof gevoelige habitat van een soort voorkomt en waarbij sprake is van een overbelasting van stikstofdepositie of naderende overbelasting.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten delen ontwikkelingsruimte als bedoeld in het eerste lid uitsluitend toe,

    • a.

      aan een veehouderij: indien deze voldoet aan de emissie-eisen voor ammoniak per diercategorie uit het Besluit emissiearme huisvesting zoals dat luidt op moment van de aanvraag voor een toestemmingsbesluit;

    • b.

      aan een andere dan de onder a bedoelde inrichting: indien ten behoeve van de wijziging of uitbreiding van de inrichting in ieder geval alle energiebesparende maatregelen zijn genomen die een terugverdientijd hebben van 6 jaar of korter, waarbij slechts de wijziging of uitbreiding in aanmerking wordt genomen die geldt ten opzichte van de laatst vergunde of gemelde situatie voor deze inrichting op grond van de bij of krachtens de Wet natuurbescherming of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldende bepalingen.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid, delen Gedeputeerde Staten bij een toestemmingsbesluit niet meer dan 0,05 mol stikstof per hectare per jaar aan ontwikkelingsruimte toe uit segment 2 per PAS- programmaperiode, bij ontvankelijke aanvragen:

    • a.

      die voor 1 januari 2017 zijn ingediend;

    • b.

      die betrekking hebben op een project of andere handeling, waarvan de stikstofdepositie betrekking heeft op een Natura 2000-gebied waarin een van de volgende habitattypen is aangewezen:

      • 1°.

        H7110A - actieve hoogvenen (hoogveenlandschap);

      • 2°.

        H7120ah/ZGH7120ah - herstellende hoogvenen (actief hoogveen);

      • 3°.

        H3110 - zeer zwakgebufferde vennen; en

    • c.

      waarbij op het moment van de ontvankelijke aanvraag de grenswaarde van het Natura 2000-gebied wordt overschreden.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid, delen Gedeputeerde Staten, bij een toestemmingsbesluit niet meer dan 0,05 mol stikstof per hectare per jaar aan ontwikkelingsruimte toe uit segment 2 per PAS-programmaperiode bij ontvankelijke aanvragen:

    • a.

      die vanaf 1 januari 2017 zijn ingediend; en

    • b.

      die betrekking hebben op een project of andere handeling, waarvan de stikstofdepositie betrekking heeft op een Natura 2000-gebied waarin een van de volgende habitattypen is aangewezen:

      • 1°.

        H7110A - actieve hoogvenen (hoogveenlandschap);

      • 2°.

        H7120ah/ZGH7120ah - herstellende hoogvenen (actief hoogveen);

      • 3°.

        H3110 - zeer zwakgebufferde vennen.

  • 6.

    Het bepaalde in het vierde en vijfde lid is niet van toepassing op aanvragen voor een toestemmingsbesluit:

    • a.

      met betrekking tot een project of andere handeling waarvoor Gedeputeerde Staten al ingestemd hebben met een verzoek om saldering op grond van:

      • 1°.

        de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant;

      • 2°.

        de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013;

    • b.

      voor onderhoudswerkzaamheden aan wegen en verkeerskundige maatregelen bij wegen en daarmee samenhangende activiteiten.

 

Artikel 1.5 Cumulatiebepaling

Ingeval het project of de andere handeling, bedoeld in de artikelen 1.3 en 1.4, betrekking heeft op een inrichting, gelden de in die artikelen genoemde waarden van 1,00, 2,00 respectievelijk 0,05 mol stikstof per hectare per jaar per PAS-programmaperiode in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, met inbegrip van projecten en handelingen in de PAS-programmaperiode waarop het verbod van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, ingevolge artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming, niet van toepassing is.

 

Artikel 1.6 Intrekken of wijzigen toestemmingsbesluit

Gedeputeerde Staten kunnen, indien het project of de andere handeling waarvoor ontwikkelingsruimte uit segment 1 of segment 2 is toegedeeld niet is gerealiseerd onderscheidenlijk is verricht, binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het toestemmingsbesluit waarbij de ontwikkelingsruimte is toegedeeld, het door hen hiervoor vastgestelde toestemmingsbesluit, al dan niet gedeeltelijk, intrekken of wijzigen, of, indien het om een omgevingsvergunning gaat, burgemeester en wethouders verzoeken het toestemmingsbesluit, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto artikel 2.2aa van Besluit omgevingsrecht, al dan niet gedeeltelijk, in te trekken of te wijzigen.

 

Artikel 1.7 Volgorde afhandeling toedeling segment 2

  • 1.

    Gedeputeerde Staten delen de ontwikkelingsruimte uit segment 2 toe op volgorde van datum en tijdstip van ontvangst van de volledige en ontvankelijke aanvraag voor een toestemmingsbesluit.

  • 2.

    Bij binnenkomst via de post geldt als tijdstip van ontvangst 12.00 uur.

 

Artikel 1.8 Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen deze paragraaf buiten toepassing laten of daarvan afwijken, wanneer onverkorte toepassing ervan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze paragraaf te dienen doelen.

Artikel II Overgangsrecht

Op aanvragen of verzoeken als bedoeld in artikel 1.2, ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling, blijft paragraaf 1 van toepassing zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel III Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel IV Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Vijfde wijzigingsregeling Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant

 

’s-Hertogenbosch, 4 september 2018

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

Toelichting behorende bij de Vijfde wijzigingsregeling Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant

 

Algemeen

 

Vanwege het feit dat met de vaststelling van deze paragraaf, de oude paragraaf vervalt, komt deze toelichting in de plaats van de oorspronkelijke toelichting Algemeen § 1 Toedeling ontwikkelingsruimte PAS segment 2 en Artikelsgewijs § 1 Toedeling ontwikkelingsruimte PAS segment 2.

 

Juridisch kader

 

Gedeputeerde Staten hebben op 8 juni 2015 de Beleidsregel toedeling ontwikkelingsruimte PAS segment 2 Noord-Brabant vastgesteld in verband met de aan haar op grond van de Natuurbeschermingswet1998 toegekende bevoegdheden. Gedeputeerde Staten hebben dit beleid, bij de uitoefening van de aan haar op grond van de Wet natuurbescherming toegekende bevoegdheden, destijds voortgezet en bij besluit van 20 december 2016 vastgelegd in paragraaf 1 van de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant.

Thans bestaat er aanleiding om ook beleidsregels te formuleren voor toedeling van ontwikkelingsruimte uit segment 1. Aangezien het wenselijk is ook de uitgangspunten voor toedeling uit segment 2 aan te passen, is er voor gekozen deze paragraaf geheel te herzien.

 

Achtergrond

 

Het programma aanpak stikstof richt zich op een goede bescherming en ontwikkeling van Natura 2000-gebieden, terwijl tegelijk economische ontwikkelingen mogelijk blijven. De stikstofbelasting neemt de komende 20 jaar af door al ingezette maatregelen, zoals schonere auto’s en het in het PAS opgenomen aanvullende pakket van emissiebeperkende maatregelen. Een deel van deze afname komt ten goede aan de natuur (ecologie); een ander deel wordt ingezet voor economische ontwikkelingen. Daarbij is door het rijk met de agrarische sector afgesproken dat de helft van de emissiebeperking door aanvullende maatregelen in het kader van het PAS, weer als ontwikkelingsruimte voor die sector beschikbaar komt.

 

AERIUS heeft per Natura 2000-gebied berekend wat de beschikbare depositieruimte is voor dat gebied. Een deel van de beschikbare ruimte wordt apart gezet voor activiteiten waarvoor geen toestemmingsbesluit hoeft te worden genomen, zoals autonome ontwikkelingen en vergunningsvrije projecten en andere handelingen onder de grenswaarden. Daarnaast is een deel van de depositieruimte beschikbaar als ontwikkelingsruimte voor toestemmingplichtige activiteiten. Hierbij worden twee segmenten onderscheiden. Segment 1 bevat ontwikkelingsruimte voor prioritaire projecten van Rijk en provincies. De ontwikkelingsruimte, die na aftrek van segment 1 nog beschikbaar is, is opgenomen in segment 2 en is vrij beschikbaar. Deze beleidsregel heeft zowel betrekking op de toedeling van ontwikkelingsruimte uit segment 1 als uit segment 2.

 

Beleidsregel natuurbescherming, paragraaf 1

 

Gedeputeerde Staten kunnen bevoegd gezag zijn voor toestemmingsbesluiten waarbij ontwikkelingsruimte wordt toegedeeld. Ook verlenen zij daarvoor instemming en geven zij een verklaring van geen bedenkingen af. In de beleidsregel natuurbescherming heeft Gedeputeerde Staten in paragraaf 1 bepalingen opgenomen t.b.v. de toedeling ontwikkelingsruimte PAS segment 1 en 2.

 

In artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om voor projecten en andere handelingen of categorieën van projecten of andere handelingen ontwikkelingsruimte te reserveren. Deze gereserveerde ontwikkelingsruimte kan vervolgens worden toebedeeld in besluiten als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, waarbij een voorkeursvolgorde voor de toedeling kan worden aangegeven. Deze prioritaire projecten zijn opgenomen in bijlage 1 van de Regeling natuurbescherming.

 

Doel van de Beleidsregel is de toedeling van ontwikkelingsruimte verspreid en efficiënt uit te voeren en hierbij duurzaamheid (zo min mogelijk stikstofemissies) te stimuleren.

 

Wanneer een aanvraag om toestemming niet voldoet aan de provinciale beleidsregels, kan dat voor Gedeputeerde Staten reden zijn de gevraagde ontwikkelingsruimte te weigeren. Toebedeelde ontwikkelingsruimte is gekoppeld aan een toestemmingsbesluit en is niet verhandelbaar.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel I

 

Artikel 1.2 Reikwijdte

Toestemmingsbesluiten op grond van artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit natuurbescherming kunnen door verschillende bevoegde gezagen worden verleend. Dit kan het college van Burgemeester en Wethouders zijn van een gemeente, het Rijk of Gedeputeerde Staten van de eigen provincie. Artikel 1.2 is zodanig geformuleerd dat deze beleidsregel van toepassing is op alle besluitvorming van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant met betrekking tot projecten en andere handelingen waarvoor een beroep wordt gedaan op segment 1 of 2 (met uitzondering van de instemmingverzoeken waarvoor een beroep wordt gedaan op segment 1).

 

Omdat een verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is om de omgevingsvergunning voor projecten en andere handelingen te verlenen, is in het tweede lid volledigheidshalve de beleidsregel hierop van overeenkomstige toepassing verklaard.

 

Artikel 1.3 Uitgangspunten toedeling segment 1

 

Eerste lid

Met dit lid wordt de hoeveelheid ontwikkelingsruimte die aan een project of handeling uit segment 1 kan worden toegedeeld, aan een maximum verbonden. Het doel is het ontmoedigen van aanvragen om toestemming voor projecten of andere handelingen waarvoor een onevenredige hoeveelheid ontwikkelingsruimte nodig is. Hiertoe is een maximum hoeveelheid aan ontwikkelingsruimte opgenomen van 1,00 mol N/ha/jaar over de gehele programmaperiode.

 

Tweede en vierde lid

In afwijking van het eerste lid delen Gedeputeerde Staten bij een toestemmingsbesluit aan een project of andere handeling tot maximaal 2,00 mol N/ha/jaar aan ontwikkelingsruimte toe, mits aan deze projecten ten aanzien van stikstofdepositie een duurzaam en integraal plan ten grondslag ligt. De stikstofdepositie die het betreffende project op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt, dient zo laag mogelijk te zijn. Daarom verlangen Gedeputeerde Staten dat de initiatiefnemer van een dergelijk prioritair project een plan overlegt bij de aanvraag Wet natuurbescherming.

 

Derde lid

Sinds 1 september 2017 maakt de monitoringstool in het modelprogramma AERIUS, onderscheid tussen de gebieden gelegen binnen de aangewezen Natura 2000-gebieden waarvan de in het gebied voorkomende stikstofdepositie als toetsingscriterium relevant is voor de beoordeling van een vergunningaanvraag en de gebieden waarbij dat niet het geval is. In laatstgenoemde gebieden wordt de in de gebieden voorkomende stikstofdepositie wel gemonitord. Dit artikel beoogt het toepassingsbereik van deze beleidsregel te beperken tot die gebieden binnen de aangewezen Natura 2000-gebieden die overbelast zijn, dan wel waar de grens van de overbelasting nadert.

 

Vijfde lid, onder a

Activiteiten moeten technisch en bedrijfseconomisch realistisch zijn om voor ontwikkelingsruimte in aanmerking te komen. Hiermee wordt bedoeld dat de aangevraagde activiteiten haalbaar en uitvoerbaar moeten zijn en binnen de daarvoor geldende periode kunnen worden uitgevoerd. Een aanvraag om ontwikkelingsruimte is altijd voorzien van een AERIUS-berekening. De emissiebronnen dienen op de juiste wijze en met de juiste karakteristieken en kentallen ingevoerd te zijn, omdat deze bepalen hoe groot de ontwikkelbehoefte voor de aangevraagde activiteit is.

 

Vijfde lid, onder b

Bij de beoordeling van alternatieven wordt gekeken naar:

  • -

    de ligging van de wegen en ontsluiting van het terrein, de keuze van activiteiten die in- en uitpandig plaatsvinden, de projectie van de verschillende activiteiten op het terrein;

  • -

    de wijze waarop de stikstofveroorzakende activiteiten worden uitgevoerd (wordt het beste technisch alternatief uitgevoerd of zijn verdergaande maatregelen mogelijk in samenhang met andere afwegingsfactoren?);

  • -

    de mogelijke toepassing van energiebronnen zonder of met zo min mogelijk uitstoot van stikstofemissie. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor het hergebruiken van energiestromen en in samenwerking met andere bedrijven (op een bedrijventerrein).

 

Zesde en zevende lid

Bij toepassing van het maximum in het eerste en tweede lid, blijven de verkeeraantrekkende werking van een inrichting of project op de openbare weg buiten beschouwing. Daarnaast is dit maximum niet van toepassing op het verkeer op provinciale en gemeentelijke wegen (gebruiksfase van een weg) en op projecten gelegen op het Cranendonck Duurzaam Industriepark.

 

Artikel 1.4 Uitgangspunten toedeling segment 2

 

Eerste lid

Het maximum van de hoeveelheid toe te bedelen ontwikkelingsruimte uit segment 2 per project per PAS-programmaperiode is verlaagd naar 2,00 mol N/ha/jr.

 

Tweede lid

Sinds 1 september 2017 maakt de monitoringstool in het modelprogramma AERIUS, onderscheid tussen de gebieden gelegen binnen de aangewezen Natura 2000-gebieden waarvan de in het gebied voorkomende stikfstofdepositie als toetsingscriterium relevant is voor de beoordeling van een vergunningaanvraag en de gebieden waarbij dat niet het geval is. In laatstgenoemde gebieden wordt de in de gebieden voorkomende stikfstofdepositie wel gemonitord. Dit artikel beoogt het toepassingsbereik van deze beleidsregel te beperken tot die gebieden binnen de aangewezen Natura 2000-gebieden die overbelast zijn, dan wel waar de grens van de overbelasting nadert.

 

Derde lid, onder a

De emissienormen uit het Besluit emissiearme huisvesting worden toegepast op veehouderijen. Daarnaast moeten nieuwe stallen voldoen aan de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant.

 

Derde lid, onder b

Overige inrichtingen moeten voldoen aan de eis dat voor de aangevraagde wijziging of uitbreiding alle energiebesparende maatregelen worden getroffen met een terugverdientijd van 6 jaar of korter. Voorheen gold deze eis alleen wanneer ontwikkelingsruimte boven de jaargrens van 16% werd aangevraagd. Nu geldt deze voor iedere aangevraagde wijziging of uitbreiding. Het verbruik van energie is gekoppeld aan de uitstoot van stikstofoxiden en daarmee de grootste directe of indirecte bron van stikstofemissie en oorzaak van stikstofdepositie. Dit is de reden om voor deze beleidsregel aansluiting te zoeken bij de maatregelen en eis uit het Activiteitenbesluit. Hierin is bepaald dat degene die een inrichting drijft, alle energiebesparende maatregelen neemt met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. De terugverdientijd wordt medebepaald door de energieprijs. Ten gevolge van de dalende energieprijs vallen minder maatregelen binnen het oude criterium van vijf jaar. Voor zover er concrete maatregelen zijn vastgelegd, die moeten worden uitgevoerd op basis van de oude energieprijzen, blijven Gedeputeerde Staten vasthouden aan deze concrete maatregelen, en verwerken zij de gedaalde energieprijzen dus niet in een vermindering van verplichte maatregelen. Voor maatwerkregelingen gaan zij wel uit van de actuele energieprijs, en dan van alle maatregelen die zich binnen zes jaar terugverdienen.

De energiemaatregelen zijn alleen vereist voor de aangevraagde wijziging of uitbreiding. Het betreft dan wijzigingen of uitbreidingen ten opzichte van de laatst vergunde of gemelde wijzigingen op het terrein van gebiedsbescherming.

 

Vierde en vijfde lid

Voor een aantal Natura 2000-gebieden is het van belang om stikstof versneld terug te dringen, aangezien hier zeer stikstofgevoelige habitattypen (KDW ≤ 500) voorkomen die overbelast zijn (> 300 %). Het betreft Natura 2000-gebieden waarin de volgende habitattypen zijn aangewezen:

  • a.

    H7110A - actieve hoogvenen (hoogveenlandschap);

  • b.

    H7120ah/ZGH7120ah - herstellende hoogvenen (actief hoogveen); of

  • c.

    H3110 - zeer zwakgebufferde vennen.

Indien de stikstofdepositie neerslaat op een dergelijk Natura 2000-gebied, delen Gedeputeerde Staten nog maar beperkt ontwikkelingsruimte toe. In afwijking van het in artikel 1.4, eerste lid vastgestelde maximum van 2,00 mol N/ha/jr, geldt in deze gevallen dat Gedeputeerde Staten slechts 0,05 mol N/ha/jr toedelen. Bedrijven zullen hun verdere bedrijfsontwikkelingen vooral moeten realiseren door investeringen in emissiearme technieken.

 

Zesde lid, onder a

Op grond van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant (uit 2010 en uit 2013) zijn reeds salderingsbesluiten genomen die nog niet onherroepelijk zijn. Voor aanvragen waarvoor Gedeputeerde Staten al ingestemd hebben met een verzoek om saldering, geldt het in het derde en vierde lid genoemde maximum van 0,05 mol stikstof per hectare per jaar niet. Het salderingsbesluit zal immers veelal betrekking hebben op een grotere depositie.

 

Zesde lid, onder b

Verkeerskundige aanpassingen en onderhoudswerkzaamheden zijn noodzakelijk, gelet op de zorgplicht voor wegen op grond van de Wegenwet, waarbij het bevoegd gezag de plicht heeft om deze met het oog op de verkeerveiligheid uit te voeren. Vanwege deze noodzakelijke aanpassingen van wegen zonderen Gedeputeerde Staten projecten die hierop betrekking hebben uit van artikel 1.4, vierde en vijfde lid.

 

Artikel 1.5 Cumulatiebepaling

Deze bepaling is een verdere invulling van hoe de maximale ontwikkelings-ruimte wordt berekend. Voor een en dezelfde inrichting zou meer dan één keer een beperkte hoeveelheid ontwikkelingsruimte kunnen worden aangevraagd. Om te voorkomen dat daarmee een groter project wordt opgeknipt in kleinere projecten, bepaalt dit artikel dat bij een uitbreiding van een bestaande inrichting de stikstofdepositie opgeteld moet worden bij de stikstofdepositie van de daaraan voorafgaande uitbreidingen ten aanzien van dezelfde inrichting in dezelfde PAS-programmaperiode.

Hierbij dienen ook de uitbreidingen te worden meegeteld die onder de uitzondering van de vergunningplicht vallen (artikel 2.12, eerste lid, van het Besluit natuurbescherming). De gemelde ruimte weegt dus mee voor het berekenen van de maximale ontwikkelingsruimte.

 

Artikel 1.6 Intrekken of wijzigen van toestemmingsbesluit

Doel van dit artikel is onnodige toedeling van ontwikkelingsruimte te voorkomen. Daartoe is als voorwaarde een termijn opgenomen waarbinnen het project moet zijn gerealiseerd of een handeling moet zijn verricht. Op grond van artikel 2.7, vierde lid, van het Besluit natuurbescherming kan Gedeputeerde Staten vervolgens het toestemmingsbesluit intrekken of wijzigen indien de gestelde termijn niet is nagekomen.

Gekozen is voor een termijn van 2 jaar. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat het toestemmingsbesluit onherroepelijk is. De termijn van 2 jaar blijft gelden ongeacht opeenvolgende aanvragen voor dezelfde activiteiten. Indien er sprake is van een omgevingsvergunning waarvoor Gedeputeerde Staten een verklaring van geen bedenkingen hebben afgegeven, kunnen Gedeputeerde Staten de betreffende gemeente verzoeken het toestemmingsbesluit al dan niet gedeeltelijk in te trekken.

 

Artikel 1.7 Volgorde afhandeling toedeling segment 2

In het PAS-programma staat dat als Gedeputeerde Staten geen nadere beleidsregels hebben vastgesteld, de toedeling van ontwikkelingsruimte door Gedeputeerde Staten voor activiteiten binnen segment 2 de volgorde van ontvangst van de aanvraag van een toestemmingsbesluit bepalend is. Dat kan betekenen dat een aanvraag die niet volledig is, bij toedeling van ontwikkelingsruimte voorrang heeft op een aanvraag die wel volledig is. Dit vinden Gedeputeerde Staten een onwenselijke situatie. Voor de toedeling van ontwikkelingsruimte is het van belang dat de aanvraag ontvankelijk is, wat inhoudt dat de juiste gegevens zijn overgelegd en dat ook de inhoud van de aanvraag op orde is. Het is dus in het belang van de initiatiefnemer dat de ingediende aanvraag zowel formeel als inhoudelijk op orde is. Is dat niet het geval dan wordt de initiatiefnemer in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag aan te vullen binnen een bepaalde periode. Pas als de benodigde gegevens op tijd zijn ingediend, wordt de status van de aanvraag omgezet in een ontvankelijke aanvraag en is de datum van ontvankelijkheid bepalend voor de volgorde van toekenning van ontwikkelingsruimte.

 

Artikel 1.8 Hardheidsclausule

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zit een inherente afwijkingsbevoegdheid. Jurisprudentie wijst uit dat daarvan alleen gebruik kan worden gemaakt in gevallen die niet kunnen worden voorzien. Door in de beleidsregel zelf een grondslag op te nemen voor afwijking, creëren Gedeputeerde Staten meer ruimte om af te wijken van de in de Awb opgenomen inherente afwijkingsbevoegdheid.

 

Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

 

 

de voorzitter

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

 

de secretaris

drs. M.J.A. van Bijnen MBA