Besluit wijziging ontheffing Kauw vangkooi

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE LIMBURG

Gelet op artikel 68 van de Flora- en faunawet en overwegende, dat met het oog op het voorkomen en bestrijden van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren, er geen andere bevredigende oplossing bestaat, er geen afbreuk wordt gedaan de gunstige instandhouding van de betreffende soort en het gebruik van een ontheffing als aanvulling noodzakelijk is:

gehoord het Faunafonds,

verlenen hierbij aan:

Faunabeheereenheid (FBE) Limburg

Postbus 960

6040 AZ ROERMOND

tel.: 0475-381733

fax: 0475-381848

e-mail: info@fbelimburg.nl

O N T H E F F I N G

nr. 2015-07: Kauw Vangkooi

  • -

    van de verbodsbepalingen in de artikelen 9, 10, 13, 14 lid 3, 15a, 72 vijfde lid en 74 eerste lid onderdeel c van de Flora- en faunawet voor zover toegestaan in de voorschriften in deze ontheffing;

  • -

    met inachtneming van de in de Flora- en faunawet vastgelegde overige verboden ex art. 74;

  • -

    met inachtneming van de overige regels zoals gesteld in het Jachtbesluit (Stbl. 2000, nr. 520) en het Besluit beheer en schadebestrijding dieren (Stbl. 2000, nr 521);

  • -

    voor zover betrekking hebbende op het verontrusten, bemachtigen, doden, en met het oog daarop opsporen, vervoeren, het onder zich hebben van kauwen (Corvus monedula) met behulp van vangkooien al dan niet voorzien van een lokvogel ter voorkoming en bestrijding van belangrijke schade aan gewassen, bij ontbreken van andere bevredigende oplossingen. 

     

    Deze ontheffing is geldig gedurende de periode van 11 juni 2018 tot en met 5 juli 2020.

     

    Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: 

  • 1.

    Van deze ontheffing mag het gehele jaar gebruik gemaakt worden gedurende het gehele etmaal.

     

  • 2.

    Van deze ontheffing mag gebruik worden gemaakt op zon- en feestdagen. 

     

  • 3.

    Wanneer een grondgebruiker die niet in het bezit is van een jacht- of valkeniersakte van deze ontheffing gebruik wil maken moet de grondgebruiker eerst instructies met betrekking tot verantwoord gebruik van de vangkooi hebben ontvangen een terzake aangewezen provinciaal toezichthouder. 

     

  • 4.

    Van deze ontheffing kan slechts gebruik worden gemaakt op percelen waar er door kauwen belangrijke schade aan gewassen dreigt of veroorzaakt wordt of maximaal 100 meter daarbuiten, gedurende de periode dat het gewas schadegevoelig is, nadat ter plaatse preventieve maatregelen zijn genomen met tenminste een akoestisch én een visueel verjaagmiddel, zoals beschrebven in de Handreiking Faunaschade (2009) of de Faunaschade Preventiekit Kraaiachtigen van het Faunafonds. Deze verjagingsmiddelen dienen controleerbaar te zijn en in voldoende aantallen te worden ingezet.

     

  • 5.

    Indien met feiten onderbouwd kan worden dat de plaatsing van een vangkooi verder dan de vereiste maximale afstand van 100 meter op percelen waar schade is of dreigt, noodzakelijk is, kan de gebruiker hiertoe een gemotiveerd verzoek indienen bij de ontheffinghouder. 

  • 6.

    De ontheffinghouder meldt het voorgenomen gebruik van de inzet van de vangkooi verder dan 100 meter van een schadegevoelig perceel aan de Provincie Limburg.  

     

  • 7.

    Aan een vangkooi die gebruikt wordt voor het inzetten van deze ontheffing worden de volgende eisen gesteld:

  • -

    de maaswijdte van het gaas van de vangkooi is gesteld op maximaal 50 mm, diagonaal dan wel als middellijn gemeten;

  • -

    de vangkooi is maximaal 420 x 360 cm en maximaal 200 cm hoog;

  • -

    de vangkooi mag niet geheel of gedeeltelijk van netten zijn gemaakt;

  • -

    de vangkooi moet zowel in vangklare als in niet-vangklare toestand zodanig zijn vergrendeld, dat misbruik door derden wordt vermeden;

  • -

    het is de machtiginghouder verboden als lokmiddel gebruik te maken van dode dieren of delen daarvan;

  • -

    er mag gebruikt gemaakt worden van namaakvogels en niet-gefokte levende lokvogels. Deze dienen te worden gemerkt zodat zij herkenbaar zijn in de kooi opdat beoordeeld kan worden of de lokkers voldoende verzorgd worden, en worden zo snel mogelijk vervangen door dieren die korter in de kooi verblijven;

  • -

    de machtiginghouder is verplicht om de vangkooi te voorzien van voldoende vers drinkwater en schuilmogelijkheden tegen zon en neerslag;

  • -

    de machtiginghouder is verplicht om de vangkooi dagelijks te controleren;

  • 8.

    Met betrekking tot de op basis van deze ontheffing in een vangkooi gevangen dieren worden de volgende eisen gesteld:

  • -

    de machtiginghouder is verplicht de gevangen kauwen (behoudens eventueel een aantal overblijvende lokkers) op een zo snel mogelijke manier te doden en hierbij dierenwelzijn en de regels van de diergezondheids- en welzijnswet te waarborgen;

  • -

    voor zover er andere diersoorten dan kauwen gevangen worden, dienen deze onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld.

  • -

    er mogen in Zuid-Limburg (dit wil zeggen de gemeente Sittard-Geleen en alle Limburgse gemeenten gelegen ten zuiden hiervan) per door de FBE Limburg genummerde machtiging maximaal 50 kauwen per jaar worden gedood, in totaal mogen in Zuid-Limburg maximaal 400 kauwen worden gedood. Ter controle hiervan moet er maandelijks een rapportage aangeleverd worden door machtiginghouders aan de FBE Limburg.

  • -

    Kauwen gevangen op basis van deze ontheffing mogen door machtiginghouder worden vervoerd naar een ander locatie waar een vangkooi voor kauwen op basis van een vergelijkbare machtiging operationeel gemaakt gaat worden om daar te dienen als initiële lokkers. 

  • 9.

    Deze ontheffing kan als machtiging (toestemming tot ontheffinggebruik) worden doorgeschreven naar uitvoerders: jachtaktehouders of houders van een valkeniersakte, grondgebruikers of jachthouders die niet in het bezit zijn van een jachtakte of een valkeniersakte. Zij kunnen de machtiging op hun beurt doorschrijven. Grondgebruikers kunnen deze ontheffing ook zelf inzetten mits voldaan de verplichtingen van voorschrift 3. De FBE Limburg verstrekt (al dan niet via een digitaal systeem) schriftelijke toestemmingen (gebruikersontheffingen genaamd machtigingen). Voorts dient een gewaarmerkt afschrift van de onderhavige ontheffing te zijn bijgevoegd. Dit gebruik van de ontheffing middels machtiging dient te geschieden met inachtneming van de voorschriften en beperkingen genoemd in deze ontheffing en met inachtneming van de aanvullende voorschriften en beperkingen in de machtiging. De machtigingen kunnen worden verstrekt door tussenkomst van wildbeheereenheden. Machtigingen dienen op naam van de betreffende uitvoerder te worden gesteld. Aan het geven van een machtiging mogen door de FBE Limburg, of door de eventueel tussenkomende wildbeheereenheid, enkel eisen dienend aan het doel van de ontheffing worden gesteld. Het in rekening brengen van administratiekosten, behandelingskosten of andere kosten door FBE Limburg of door de eventueel tussenkomende wildbeheereenheid aan machtiginghouders is niet toegestaan. Een machtiging kan worden verstrekt voor doden en verontrusten, of enkel voor verontrusten. De uitvoerders die in het bezit van een toestemming tot ontheffinggebruik kunnen zich, bij het verrichten van de handelingen waarvoor de ontheffing is afgegeven laten bijstaan door andere uitvoerders die zich in de onmiddelijke nabijheid (binnen het jachtveld) bevinden. 

     

  • 10.

    Het doorgeven van de machtiging aan andere uitvoerders zonder dat de machtiginghouder bij het gebruik aanwezig is kan enkel wanneer alle betrokken uitvoerders in het bezit zijn van een kopie van de machtiging én een schriftelijke, door de betrokken machtiginghouder ondertekende en op naam gestelde verklaring, waarin de machtiginghouder de betrokken uitvoerder toestemming verleent om van de ontheffing gebruik te maken. Van deze verklaring dient, voordat hiervan gebruik wordt gemaakt, een afschrift te worden verzonden naar de persoon of organisatie van wie de machtiginghouder de machtiging heeft gekregen.

     

  • 11.

    De machtiginghouder verleent medewerking aan eventueel gedurende de ontheffingsperiode te starten veterinaire of wetenschappelijke onderzoeken en levert indien gevraagd actief een bijdrage aan het verzamelen van gedode dieren, monstername en gegevensverzameling.

     

  • 12.

    De tussenkomende wildbeheereenheid of uitvoerder voert een nauwgezette administratie van de gegeven machtiging, welke op eerste vordering ter inzage wordt gegeven aan daartoe bevoegde personen.  

     

  • 13.

    Ten behoeve van de verplichte rapportage van de FBE Limburg aan de Provincie Limburg dient de machtiginghouder aan de FBE Limburg te rapporteren volgens de regels die zij hiervoor heeft opgesteld in de toestemming. 

     

  • 14.

    Het gebruik van deze machtiging kan geheel of gedeeltelijk worden opgeschort wegens bijzondere weersomstandigheden. 

     

  • 15.

    De machtiging kan te allen tijde worden geschorst, ingetrokken of gewijzigd en moet op eerste vordering aan daartoe bevoegde personen ter inzage worden gegeven.

     

  • 16.

    Indien blijkt dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt in strijd met het gestelde in de ontheffing of de machtiging, wordt hiervan door de FBE Limburg melding gemaakt bij de Provincie Limburg en kan de machtiging onverwijld worden ingetrokken door de FBE Limburg.  

     

    Behoort bij besluit van Gedeputeerde Staten d.d. 05-11-2015

    11 juni 2018 gewijzigd voorschrift 4 en toegevoegd voorschrift 5 en 6.

         

    Gedeputeerde Staten van Limburg

    namens dezen,

          

    Cecile Salomons

    Clustermanager Natuur en Water.

     

 

Naar boven