Wijziging Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel

Besluit: dd. 28-05-2018

Kenmerk: 2018/0298052

Inlichtingen bij: Henk Egberts

Telefoon: 038 – 499 75 22

E-mail: GHBH.Egberts@overijssel.nl

 

Bekendmaking

 

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

BESLUITEN

 

De Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel als volgt te wijzigen:

In § 1.1 Algemene inleiding wordt de tekst in de tweede alinea ‘In hoofdstuk 2 ..... hoofdstuk 4 de slotbepalingen’ vervangen door onderstaande tekst:

In hoofdstuk 2 worden de Leadermaatregelen beschreven. In hoofdstuk 3wordt per door het bestuursorgaan open te stellen maatregel de bij openstelling nader te bepalen en uit te werken voorwaarden en beperkingen weergegeven en in hoofdstuk 4 volgen de slotbepalingen.

 

In § 1.2 Openstellingbesluit wordt de volledig tekst vervangen door onderstaande tekst:

De maatregelen opgenomen in deze Regeling POP3 subsidies kunnen door een Provincie opengesteld worden door middel van een openstellingbesluit. In een openstellingbesluit zal - naast het aanwijzen van onder meer de maatregel(en) waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, het vaststellen van subsidieplafond(s) en het aangeven voor welke kostensoorten subsidie zal worden verleend - aangegeven worden welke wegingsfactoren op de selectiecriteria van toepassing zullen zijn.

 

In § 1.3 Selectie van projecten door middel van tenders wordt de volledige tekst vervangen door onderstaande tekst:

De selectie van projecten zal – vrijwel altijd - plaats vinden via een zogenaamde ‘tender-methode’: alle binnen de in het openstellingbesluit genoemde tijdvak ingediende projecten worden, indien ze voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden, gescoord. Subsidiabiliteitsvoorwaarden (‘instapeisen’) zijn de voorwaarden waaraan een aanvraag altijd moet voldoen, bijvoorbeeld: als alleen agrarisch ondernemers aan kunnen vragen, wordt een aanvraag die niet van een agrarisch ondernemer afkomstig is, direct op grond van het niet voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarde ‘aanvrager is agrarisch ondernemer’ afgewezen. Aanvragen die voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden, worden gescoord op basis van de in de betreffende openstelling gehanteerde selectiecriteria en de weging van die criteria als aangegeven in het openstellingbesluit. Ten behoeve van de uitvoering van deze procedure kan een selectiecommissie ingesteld worden. Op basis van deze procedure ontstaat er een lijst met alle ingediende projecten die aan de subsidiabiliteitscriteria voldoen, voorzien van een score (cijfer). Projecten die meer dan het minimaal voorschreven aantal punten behalen, kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Indien de kosten voor het aantal projecten dat voor subsidie in aanmerking komt hoger zijn dan het beschikbare subsidieplafond, wordt subsidie toegekend op basis van de behaalde scores (projecten met hogere scores gaan voor). Indien er meerdere projecten met hetzelfde puntenaantal zijn en niet al die projecten kunnen gehonoreerd worden omdat het subsidieplafond dan overschreden zou worden, dan moet een nadere selectie plaatsvinden. De wijze waarop die nadere selectieplaats zal vinden, wordt in het openstellingsbesluit bekend gemaakt, Vaak zal dan gekeken worden naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan het hoogste belang is gehecht. Scoren projecten dan nog altijd gelijk, dan wordt gekeken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan het op één na hoogste belang is gehecht. Zijn er ook na toepassing van de in het openstellingsbesluit bekend gemaakte regels gelijkscorende projecten, dan wordt door middel van loting bepaald welke projecten uit die groep voor subsidie in aanmerking komen.

 

In § 2. Maatregelen wordt in lid 2 ‘Deze maatregel bestaat uit een vijftal submaatregelen’ vervangen door ‘Deze maatregel bestaat uit vijf submaatregelelen’. Verder wordt de tekst na lid e ‘Deze maatregelen dragen bij het versterken’ gewijzigd in ‘Deze maatregelen dragen bij aan het versterken’

 

lid 3 wordt vervangen door onderstaand lid 3:

  • 3.

    Maatregel inzake samenwerking (artikel 35 van Verordening (EU) Nr. 1305/2013)

    Deze maatregel richt zich op samenwerkingen die zijn gericht op het ontwikkelen en valideren van praktische kennis en technologie met een groep van koplopers, die met name resulteert in technische innovatie, productinnovatie, procesinnovatie, organisatie-innovatie, innovatie in businessconcepten en/of uiteindelijk in systeeminnovatie. Deze maatregel bestaat uit de volgende submaatregelen:

    • a.

      samenwerking met betrekking tot proefprojecten en de ontwikkeling van nieuwe producten, praktijken, processen en technieken in de landbouw- en de voedingsmiddelensector en

    • b.

      de oprichting en werking van operationele groepen in het kader van het EIP voor de productiviteit en duurzaamheid in de landbouw.

In lid 4 wordt de tekst volgend op ‘..... bijdrage aan leveren, want:’ vervangen door onderstaande tekst:

  • LEADER heeft een toegevoegde waarde bij projecten waarvoor draagvlak en samenwerking tussen private en publieke partijen een voorwaarde voor succes zijn;

  • LEADER projecten komen ten goede aan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid op het platteland, innovaties op agrarische bedrijven, de leefomgeving van de agrarische sector, jonge boeren en hun gezinnen;

  • LEADER kan ondersteunen in ‘krimp' gebieden waar alle actoren de opgave hebben om samen te werken aan een sociaal en economisch vitaal platteland;

  • LEADER is een krachtige aanpak voor de opgaven voor integrale plattelandsontwikkeling waarbij verschillende belanghebbenden zijn betrokken en de landbouwsector een belangrijke speler is;

  • LEADER sluit goed aan bij de huidige tijdsgeest die vraagt om een actievere inzet van burgers en bedrijven.

De tekst ‘Minister van Economische Zaken’ wordt gewijzigd in ‘Minister van Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit’

 

In § 3 Subsidieverlening op basis van selectiecriteria en tendering worden in de eerste alinea de eerste en tweede zin vervangen door onderstaande twee zinnen:

POP3 subsidie kan slechts worden verstrekt indien verlening van een aangevraagde subsidie een effectief en efficiënt gebruik van overheidsmiddelen is. Om te kunnen bepalen of een te verlenen subsidie effectief en efficiënt zal zijn, zijn selectiecriteria geformuleerd.

 

De eerste zin van alinea twee wordt vervangen door onderstaande zin:

Selectie van projecten zal – vrijwel altijd - plaatsvinden door middel van een tender.

 

In de vierde alinea wordt de tekst vanaf ‘Daarbij wordt expliciet ....’ tot en met ‘...(zie verder bij de artikelsgewijze toelichting, artikel 1.7) vervangen door onderstaande tekst:

Daarbij moet altijd het laatst beschikbaar gekomen aanvraagformulier gehanteerd worden. Een inhoudelijk onvolledige aanvraag dient vòòr de sluitingsdatum van de openstellingtermijn aangevuld te zijn om voor beoordeling in aanmerking te komen. Het aanvullen van gegevens die niet noodzakelijk zijn voor een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag (zie verder bij de artikelsgewijze toelichting, artikel 1.7) is vaak wel toegestaan.

 

In § 4 Subsidiabele kosten en bijdragen in natura wordt de tekst in de eerste alinea vervangen door onderstaande tekst:

In onderhavige regeling worden subsidiabele kosten allereerst onderverdeeld naar kostentypen en daarbinnen naar kostensoorten. Als kostentypen worden onderscheiden kosten van inbreng van personeel, kosten derden, inbreng in natura en afschrijvingskosten. Deze zijn in principe subsidiabel, tenzij in het openstellingsbesluit anders is bepaald. Ten aanzien van kostensoorten wordt per maatregel aangegeven welke kosten subsidiabel gesteld worden of kunnen worden. Sommige kostensoorten zijn alleen onder voorwaarden subsidiabel. Zo mag in bepaalde projecten de kosten voor aankoop van grond, bebouwd of niet-bebouwd, subsidiabel gesteld worden, maar deze kosten zijn – tenzij er sprake is van een uitzonderlijke situatie – voor maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten die in het project gemaakt worden subsidiabel.

 

De tekst in de tweede alinea wordt als volgt gewijzigd:

De eerste zin ‘Bij sommige maatregelen kunnen bijdragen in natura subsidiabel gesteld worden’ wordt verwijderd.

De tekst ‘goederen die NIET door facturen’ wordt gewijzigd in ‘goederen waarvoor GEEN door facturen’

 

De tekst van de derde alinea wordt vervangen door onderstaande tekst:

Indien er in een project sprake is van bijdragen in natura wordt de uit te betalen subsidie gemaximeerd c.q. afgetopt. De uit te betalen subsidie kan dan nooit hoger zijn dan de subsidiabel gestelde kosten zonder die bijdrage in natura.

 

In § 5 Verplichtingen subsidieverkrijgers wordt de tekst ‘verplichtingen opgelegd worden en op grond van’ gewijzigd in ‘verplichtingen opgelegd worden. Op grond van’

 

In § 6 Financiële aspecten subsidie wordt in de eerste alinea de tekst ‘Ook concrete acties waarvoor voorschriften inzake staatssteun gelden, vallen buiten de plicht tot verrekening’ verwijderd

 

In alinea twee wordt de tekst ‘productieve investering dient in principe gedurende 5 jaar na vaststelling’ vervangen door ‘productieve investering dien gedurende 3 of 5 jaar na vaststelling’

 

De laatste twee alinea’s worden vervangen door onderstaande alinea’s:

Voorschotten op basis van realisatie zijn – in POP-terminologie - tussentijdse betalingen waarbij nààst een voortgangsrapportage inzake het project, facturen en betaalbewijzen van de reeds verrichte projectonderdelen, of – indien van toepassing – bewijsstukken ten aanzien van de ingebrachte bijdrage(n) in natura - moeten worden overgelegd. Het voorschot zal worden verlaagd indien bij de aanvraag voor de tussentijdse betaling kosten zijn opgevoerd die niet subsidiabel blijken. Bijvoorbeeld doordat onjuiste facturen en betaalbewijzen overgelegd worden. Bovendien dient op grond van EU-regelgeving een tussentijds voorschot extra te worden verlaagd met het bedrag van de onjuiste facturen en betaalbewijzen, indien het bedrag aan onjuiste facturen en betaalbewijzen meer bedraagt dan 10% van het bedrag aan ingediende facturen en betaalbewijzen van kosten die wel subsidiabel gesteld zijn. Dit betekent dat niet alleen de onjuiste facturen/betaalbewijzen niet worden vergoed, er wordt daarnaast een correctie van de betaling opgelegd ter hoogte van het bedrag dat onjuist gedeclareerd is. Deze maatregel is een verplichting opgelegd door de EU en is er op gericht aanvragers te bewegen voldoende zorgvuldigheid te betrachten bij het indienen van declaraties. Van de verplichte extra correctie van de betalingsaanvraag kan worden afgezien, indien de aanvrager aan kan tonen dat zijn declaratie buiten zijn schuld onjuist was. Overigens is de bepaling inzake het extra verlagen van een betaling òòk van toepassing indien het verzoek om betaling geen verzoek tot tussentijdse betaling betreft, maar een verzoek om eindafrekening indien bij dat verzoek om eindafrekening kosten gedeclareerd worden.

 

Naast tussentijdse betalingen, bestaan er ook voorschotten die worden aangevraagd vooruitlopend op de uitvoering van het project. De EU-regelgeving biedt slechts zeer beperkt mogelijkheden voor dit soort voorschotten. Het is slechts mogelijk dit soort voorschotten te verlenen voor investeringsgerelateerde steun en voor plaatselijke groepen voor zover het daarbij gaat om functionerings- en dynamiseringskosten. Het voorschot kan maximaal 50% van de toegekende overheidsbijdrage bedragen. Een dergelijk voorschot kan slechts worden verleend indien er door de subsidieverkrijger een bankgarantie of daaraan gelijk te stellen zekerheid wordt verstrekt van 100% van het te verlenen voorschot.

 

Aan Artikel 1.1 Definities wordt een nieuw lid a, b, f, i, m, n, p en q toegevoegd:

  • a.

    Afschrijvingskosten: de kosten van afschrijving zoals bedoeld in artikel 69 lid 2 van Verordening (EU) Nr. 1303/2013;

  • b.

    Bijdrage in natura: bijdrage als bedoeld in artikel 69 lid 1 van verordening (EU) Nr. 1303/2013;

  • f.

    Kaderbesluit nationale EZ-subsidies: regeling van 1 januari 2009, Stb. 2008, 499, gewijzigd per 1 juli 2016, Stb. 2016, 56;

  • i.

    Landbouwactiviteiten: primaire productie van landbouwproducten alsmede handel in landbouwproducten, als bedoeld in bijlage 1 VWEU;

  • m.

    Regeling Europese EZ-subsidies: regeling van 1 juli 2015, Stcrt, 2015, 18094;

  • n.

    VO (EU) 1303/2013: Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad;

  • p.

    VO (EU) 651/2014: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • q.

    VO (EU) 702/2014: Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard

De leden a, b, c, d, e, f, g , h, i, j, l hernoemd naar respectievelijk c, d, e, g, h, j, k, l, o, r, s

De leden k en m worden verwijderd.

 

In Artikel 1.3 Openstelling wordt nieuw lid 3 toegevoegd:

  • 3.

    In het openstellingsbesluit kunnen Gedeputeerde Staten nadere regels stellen met betrekking tot de kostentypen als bedoeld in artikel 1.12 die voor subsidie in aanmerking komen;

Het bestaande lid 3 wordt vernummerd naar lid 4

In het nieuwe lid 4 wordt in sub e ‘territoriale’ gewijzigd in ‘geografische’ en in sub f ‘drempelbedrag’ in ‘drempel’.

 

Het bestaande lid 4 wordt verwijderd.

 

In de Toelichting worden de volgende wijzigingen aangebracht:

Tussen ‘beleidsmatige overwegingen, bepaalde kostensoorten’ en ‘die op grond van deze regeling’ de tekst ‘of kostentypen’ toegevoegd.

De tekst ‘Dit betekent dat de in deze regeling genoemde mogelijkheden de maximale mogelijkheden weergeven, welke ingeperkt kunnen worden in een openstellingbesluit. In die zin is openstelling per ‘submaatregel' mogelijk. Wat niet mogelijk is, is dat er in een openstellingbesluit nieuwe, niet in deze regeling genoemde, onderdelen - bijvoorbeeld een andere doelgroep of een andere subsidiabele activiteit - toegevoegd worden.’ wordt verwijderd.

De tekst ‘Met name het criterium ‘de bijdrage aan in een openstellingbesluit nader omschreven beleidsdoelen' biedt de provincie de mogelijkheid bij openstelling van een maatregel voldoende sturingsmogelijkheden te hebben om te kunnen sturen op het bereiken van de provinciale beleidsdoelstellingen.’ wordt verwijderd.

De tekst ‘Bij alle maatregelen wordt het selectiecriterium ‘kosteneffectiviteit' gebruikt. Met dit selectiecriterium wordt beoogd toepassing gegeven aan artikel 49 van Vo 1305/2013, waarin onder meer is bepaald dat de selectiecriteria borg dienen te staan voor een beter gebruik van financiële middelen. Met deze kosteneffectiviteit wordt bedoeld:’ wordt vervangen door ‘Bij alle maatregelen worden de selectiecriteria ‘effectiviteit’ en ‘efficiëntie’ gebruikt. Met deze selectiecriteria wordt beoogd toepassing te geven aan artikel 49 van Vo 1305/2013, waarin onder meer is bepaald dat de selectiecriteria borg dienen te staan voor een beter gebruik van financiële middelen. Met deze criteria in samenhang bezien wordt bepaald:’.

 

Artikel 1.5 Doelgroep wordt als volgt gewijzigd:

Vervallen.

 

De Toelichting op dit artikel wordt verwijderd.

Artikel 1.6 Samenwerkingsverbanden

Lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Indien bij of krachtens deze regeling is bepaald dat een subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsverband, komen in geval van samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid slechts voor subsidie in aanmerking samenwerkingsverbanden:

Lid 3 sub b wordt als volgt gewijzigd:

  • b.

    is de penvoerder verplicht de projectadministratie als bedoeld in artikel 1.17, onder aanhef en onder f, te voeren en de administratie en daartoe behorende bescheiden te bewaren tot de datum als bepaald in artikel 1.7, aanhef en onder g;

Artikel 1.7 Wijze van indienen van en vereisten aan een subsidieaanvraag

In lid 2 sub a wordt ‘van de activiteit’ verwijderd

In lid 2 sub c wordt ‘van de kosten van de activiteit’ verwijderd

Lid 2 sub f onderdelen iii, iv en vi worden als volgt gewijzigd:

  • iii.

    een beschrijving van de wijze van de uitvoering van het project en de te ondernemen activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

  • iv.

    de verwachte resultaten van het project;

  • vi.

    de wijze waarop de resultaten van het project worden getoetst.

Er wordt een nieuw lid 3 toegevoegd:

  • 3.

    Indien de verwachte realisatietermijn van het project langer is dan één jaar bevat de aanvraag om subsidie tevens:

    • a.

      een meerjarenbegroting met een liquiditeitsplanning per jaar;

    • b.

      een overzicht in de tijd van de te onderscheiden fasen van het project.

Het bestaande lid 3 wordt vernummerd naar lid 4

 

De bestaande leden 4 en 5 vervallen

 

In de Toelichting wordt na ‘Dit om rechtsongelijkheid tussen aanvragers te voorkomen.’ de volgende tekst ingevoegd:

Gegevens en bijlagen die weliswaar wel aanwezig dienen te zijn bij een aanvraag voor subsidietoekenning, maar niet essentieel zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, zouden ook later aangeleverd kunnen worden.

De tekst ‘Enige uitzondering hierop vormen gegevens en bijlagen die weliswaar wel aanwezig dienen te zijn bij een aanvraag voor subsidietoekenning, maar niet essentieel zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.’ wordt verwijderd.

 

De laatste alinea wordt vervangen door onderstaande tekst:

Aanvragen zullen vaak elektronisch ingediend kunnen worden en verdient sterk de voorkeur. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is het echter niet mogelijk elektronisch indienen van aanvragen te verplichten.

Artikel 1.7a Bewijsstukken

Lid 1 sub c wordt als volgt gewijzigd:

  • c.

    gedigitaliseerde microfiches van originelen;

Lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 1.8 Weigeringsgronden

De leden a en b worden als volgt gewijzigd:

  • a.

    Voor dezelfde activiteit op grond van dezelfde openstelling en openstellingsperiode/onder hetzelfde plafond/in dezelfde beoordelingsronde reeds subsidie is gevraagd;

  • b.

    Voor dezelfde activiteit en subsidiabele kosten reeds subsidie van 1 euro of meer is verstrekt tot het op grond van Europese verordeningen maximale subsidiepercentage of -bedrag;

Er wordt een nieuw lid c toegevoegd:

  • c.

    Dezelfde activiteiten en subsidiabele kosten reeds anderszins uit de begroting van de Unie gefinancierd zijn;

De leden c, d, e, f, g en h worden vernummerd naar d, e, f, g, h en i waarbij de nieuwe leden g en h als volgt worden gewijzigd:

  • g.

    Een aanvraag minder scoort dan het voorgeschreven minimum te behalen aantal punten;

  • h.

    De aanvrager geen verklaring verstrekt dat er geen sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 118, van Verordening (EU) 651/2014 of artikel 2, lid 14 van VO (EU) 702/2014;

In de Toelichting worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:

De tekst in de derde alinea vanaf ‘Op grond van EU regelgeving’ tot en met ‘een stimulerend effect door de subsidie’ wordt verwijderd. Verder wordt in deze alinea het woord ‘dan’ verwijderd uit de tekst ‘Een project mag dan ook pas gestart worden als een subsidie aanvraag is ingediend’.

 

De volledige tekst van de vijfde alinea wordt vervangen door onderstaande tekst:

Bij een openstelling kan sprake zijn van een POP-subsidieplafond dat slechts bestaat of uit ELFPO-budget en geen of ontoereikende middelen voor de nationale overheidscofinanciering. Omdat een POP-subsidie waarbij ELFPO wordt toegekend vrijwel altijd alleen verleend wordt indien er ook (in het algemeen) eenzelfde bedrag aan nationale overheidsfinanciering voor het project beschikbaar gesteld wordt, is als specifieke weigeringsgrond vermeld het feit dat een aanvraag – op het moment van beschikken – niet is voorzien van een bijdrageverklaring dan wel een subsidiebeschikking voor de benodigde nationale overheidsfinanciering.

 

In de zesde alinea wordt het woord ‘is’ na de het woord ‘Bestuursrecht’ verwijderd.

 

In de Toelichting op Artikel 1.9 Personeelskosten worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:

Boven de tabel wordt onderstaande tekst ingevoegd:

Indien in een project eigen personeel wordt ingezet, kunnen de kosten van dat personeel berekend worden volgens één van de methodes beschreven in dit artikel. De berekeningswijze is, voor wat betreft het aantal uren bij een voltijds (= 40-urig) dienstverband, verplicht voorgeschreven vanuit de van toepassing zijnde EU-verordeningen. De toeslag voor werkgeverslasten en de opslag voor indirecte kosten zijn zogenaamde standaardschalen van eenheidskosten. Indirecte kosten zijn daarbij alle kosten die niet direct toe te rekenen zijn aan de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, bijvoorbeeld bureaukosten.

 

De tekst van de derde alinea na de tabel wordt volledig vervangen door onderstaande tekst:

Voor personeel kunnen, op jaarbasis, per persoon nooit meer uren gedeclareerd worden dan het genoemde van 1720 uur.

 

In de vierde alinea na de tabel wordt na de tekst ‘personeel ingezet wordt in het project’ de tekst ‘, eventueel verhoogd met de verwachte jaarlijkse verhoging(en)’ ingevoegd.

Artikel 1.10 Kosten van aankoop van gronden

De leden 1, 2 en 3 worden als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Indien deze kosten subsidiabel gesteld zij, zijn de kosten van de aankoop van bebouwde en niet bebouwde gronden subsidiabel tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten;

  • 2.

    Indien dit niet in het openstellingsbesluit wordt bepaald, dan zijn de kosten van de aankoop van bebouwde of onbebouwde gronden die zijn gelegen in verwaarloosde gebieden of voormalige industriezones, subsidiabel tot maximaal 15% van de totale subsidiabele kosten. In het openstellingsbesluit wordt bepaald wanneer er sprake is van verwaarloosde gebieden als bedoeld in dit artikellid;

  • 3.

    Gedeputeerde Staten kunnen in uitzonderlijke gevallen in een openstellingsbesluit een hoger percentage vaststellen voor de aankoop van bebouwde en onbebouwde gronden in het kader van activiteiten ten behoeve van milieubehoud. In het openstellingsbesluit wordt bepaald wanneer er sprake kan zijn van gebieden als bedoeld in dit artikellid en welk subsidiepercentage dan gehanteerd zal worden.

Artikel 1.11 Berekeningswijze bijdragen in natura

In lid 2 wordt ‘mits’ gewijzigd in ‘indien’

Aan lid 2 sub a wordt na ‘aanvaard;’ ‘en’ toegevoegd

 

Lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 4.

    Bijdrage in natura in de vorm van verstrekking van gronden en overige onroerende zaken is subsidiabel;

    • a.

      voor wat betreft gronden: tot maximaal de percentages genoemd in artikel 1.10;

    • b.

      voor wat betreft overige onroerende zaken: tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten.

In lid 5 wordt ‘goederen’ gewijzigd in ‘zaken’

 

De tekst van de Toelichting wordt volledig vervangen door onderstaande tekst:

Indien bijdragen in natura subsidiabel zijn worden in dit artikel de voorwaarden genoemd waaraan moet worden voldaan om een bijdrage in natura vergoed te kunnen krijgen. Daarnaast geldt ingeval van bijdragen in natura, dat de subsidie maximaal de subsidiabele kosten zònder die bijdrage in natura zal bedragen.

 

Artikel 1.12 Subsidiabiliteit van de kosten wordt volledig vervangen door onderstaande:

  • 1.

    Subsidiabele kosten kunnen slechts bestaan uit de volgende kostentypen

    • a.

      personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9;

    • b.

      kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd;

    • c.

      bijdragen in natura voor zover zij voldoen aan het bepaalde in artikel 1.11;

    • d.

      afschrijvingskosten;

  • 2.

    Subsidiabele kosten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien zij zijn gemaakt of geleverd nadat de aanvraag om subsidie is ingediend.

  • 3.

    Indien in het openstellingbesluit voorbereidingskosten ook subsidiabel gesteld zijn, komen voorbereidingskosten gemaakt voor indiening van de aanvraag om subsidie slechts voor subsidie in aanmerking indien zij gemaakt zijn binnen één jaar of een in het openstellingbesluit vastgelegde termijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.

  • 4.

    De in lid 3 bedoelde kosten kunnen uitsluitend bestaan uit:

    • a.

      kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;

    • b.

      kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;

    • c.

      kosten van haalbaarheidsstudies;

  • 5.

    Kosten zijn slechts subsidiabel voor zover de kosten adequaat en noodzakelijk zijn in relatie tot het doel van de activiteit.

De tekst van de Toelichting wordt volledig vervangen door onderstaande tekst:

In de regeling is onderscheidt gemaakt tussen vier kostentypen en kostensoorten. Kostensoorten bestaan uit één of meer kostentypen. De vier kostentypen zijn in principe subsidiabel, tenzij in het openstellingsbesluit anders is bepaald.

Kosten zijn slechts subsidiabel als de kosten worden gemaakt nadat een aanvraag om subsidie ingediend is. Kosten worden geacht te zijn gemaakt zodra er een handeling is verricht waardoor de subsidieverkrijger een niet vrijblijvende verplichting is aangegaan. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het zetten van een handtekening onder een koopcontract of het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst. Uitzondering op de voorwaarde dat kosten pas mogen worden gemaakt nadat de aanvraag om subsidie ingediend is kunnen de zogenaamde voorbereidingskosten, zijnde kosten die aantoonbaar gemaakt zijn om te komen tot een projectplan, zijn. Dit moet in het openstellingsbesluit als zodanig zijn bepaald. Het gaat hierbij met name om kosten van bijvoorbeeld adviseurs of haalbaarheidsstudies. Indien eigen personeel ten behoeve van een project wordt ingezet, zijn de voorbereidingsactiviteiten die het personeel heeft uitgevoerd slechts subsidiabel, indien die activiteiten aantoonbaar ten behoeve van het project gemaakt zijn.

 

Er wordt een nieuw artikel 1.12a toegevoegd dat luid als volgt:

Artikel 1.12a Algemene kosten ten behoeve van investeringen

Algemene kosten ten behoeve van investeringen kunnen slechts bestaan uit:

  • a.

    Kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;

  • b.

    Kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;

  • c.

    Kosten van haalbaarheidsstudies

Artikel 1.13 Niet subsidiabele kosten

In lid 1 wordt ‘de volgende kosten’ verwijderd.

 

Uit de Toelichting op Artikel 1.14 Adviescommissie wordt de tekst ‘, met uitzondering van aanvragen onder Leader en specifieke andere aanvragen zoals met name bij eenvoudige investeringsmaatregelen,’ verwijderd.

 

Artikel 1.15 Honorering subsidieaanvragen wordt volledig vervangen door onderstaande:

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verdelen het beschikbare subsidiebedrag op basis van:

    • a.

      rangschikking op basis van selectiecriteria, of;

    • b.

      rangschikking op basis een investeringslijst, of;

    • c.

      een geografisch criterium, of;

    • d.

      een combinatie van de onder a, b, of c genoemde methoden.

  • 2.

    De aanvraag die de meeste punten toegekend heeft gekregen, wordt bovenaan de rangschikkingslijst geplaatst;

  • 3.

    Aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van de rangschikkingslijst, beginnend met de aanvraag die bovenaan die rangschikkingslijst geplaatst is;

  • 4.

    Indien aanvragen voor subsidie op gelijke plaats zijn gerangschikt en honorering van die aanvragen zou leiden tot een overschrijving van het subsidieplafond, worden aanvragen gehonoreerd op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde procedure;

  • 5.

    Indien ook na toepassing van de procedure genoemd in het vierde lid, twee of meer aanvragen eenzelfde plaats in de rangschikking hebben en de som van de toe te kennen subsidiebedragen overstijgt het subsidieplafond, dan wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag of aanvragen gehonoreerd worden.

Er wordt een nieuw artikel 1.15a toegevoegd:

Artikel 1.15a Rangschikking op basis van selectiecriteria

  • 1.

    Indien de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van selectiecriteria, wordt de rangschikking bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald op basis van de selectiecriteria;

  • 2.

    Per selectiecriterium kan 0 tot en met 5 punten behaald worden;

  • 3.

    In aanvulling op artikel 1.3 stellen Gedeputeerde Staten in een openstellingsbesluit per selectiecriterium een wegingsfactor van 1, 2, 3 of 4 vast;

  • 4.

    Het aantal punten van een aanvraag wordt bepaald door per selectiecriterium de score te vermenigvuldigen met de aangegeven weging van het criterium en alle zo verkregen punten op te tellen;

  • 5.

    Tenzij in het openstellingsbesluit een hoger te behalen percentage is bepaald, wordt een aanvraag niet gehonoreerd indien de aanvraag minder dan 60% van het totaal aantal te behalen punten heeft behaald.

Er wordt een nieuw artikel 1.15b toegevoegd:

Artikel 1.15b Rangschikking op basis van een investeringslijst

  • 1.

    Indien de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen gerangschikt worden op basis van een investeringslijst, wordt de rangschikking bepaald door het aantal punten dat wordt behaald door toepassing van de investeringslijst;

  • 2.

    In aanvulling op artikel 1.3 stellen Gedeputeerde Staten in een openstellingsbesluit het aantal te behalen punten per investeringscategorie, de investeringslijst, vast.

Er wordt een nieuw artikel 1.15c toegevoegd:

Artikel 1.15c Rangschikking op basis van een geografisch selectiecriterium

  • 1.

    Indien de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen gerangschikt worden op basis van een geografisch selectiecriterium, komen projecten slechts in aanmerking indien gelegen in het aangewezen geografisch gebied. Gedeputeerde Staten kunnen in het openstellingsbesluit een nadere prioritering van locaties binnen dit geografisch gebied aanbrengen;

  • 2.

    Bij rangschikking op basis van een geografisch selectiecriterium kan een aanvullend selectiecriterium gehanteerd worden;

  • 3.

    Tenzij in het openstellingsbesluit een hogere te behalen score is bepaald, wordt een aanvraag als bedoeld in het tweede lid niet gehonoreerd indien de aanvraag op het aanvullende criterium minder dan 3 punten heeft behaald.

Er wordt een nieuw artikel 1.16a toegevoegd inclusief Toelichting:

Artikel 1.16a Maximale hoogte subsidie

Er wordt niet meer subsidie verleend dan aangevraagd.

Toelichting

Hoewel er in de regeling en openstellingsbesluiten wordt aangegeven welk subsidiepercentage zal worden toegepast, zal er nooit meer subsidie worden verleend dan door de aanvrager wordt aangevraagd. Bijvoorbeeld: In een openstelling wordt een subsidiepercentage van 40% gehanteerd. Er wordt een project ingediend waarin voor € 100.000,- aan subsidiabele kosten wordt gemaakt. Als het project geselecteerd wordt, zou € 40.000,- subsidie worden verleend. Maar in de aanvraag heeft de aanvrager aangegeven dat er door private partijen al voor € 80.000,- aan financiële middelen beschikbaar gekomen is. Er wordt dus slechts € 20.000,- aan subsidie gevraagd en er zal in dit geval dan ook slechts € 20.000,- aan subsidie verstrekt worden.

Artikel 1.17 Verplichtingen

Lid 1 sub a wordt als volgt gewijzigd:

  • a.

    de voorschriften uit de aanbestedingswet in acht te nemen indien de subsidieontvanger aanbestedingsplichtig is op grond van de Aanbestedingswet;

Lid 1 sub d wordt als volgt gewijzigd:

  • d.

    indien er sprake is van een investering in infrastructuur of een productieve investering de investering gedurende vijf jaar na de eindbetaling gebruiksklaar in stand te houden, tenzij er sprake is van een investering door een MKB-bedrijf of er sprake is van een investering die leidt tot door een MKB bedrijf gecreëerde banen, in welk geval de instandhoudingsverplichting drie jaar bedraagt;

Lid 1 sub e wordt als volgt gewijzigd:

  • e.

    uiterlijk twee maanden na dagtekening van de subsidiebeschikking te zijn gestart met de uitvoering van de activiteit als beschreven in het projectplan, tenzij in het openstellingbesluit of in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald;

Lid 1 sub f onderdeel iii wordt als volgt gewijzigd:

  • iii.

    bewijsstukken, als onderdeel van de administratie aanwezig zijn ten name van de subsidieontvanger en dat daaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt;

Lid 1 sub h wordt als volgt gewijzigd:

  • h.

    eenmaal per jaar een verslag omtrent de voortgang van de activiteiten in te dienen, tenzij in het openstellingsbesluit of in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald;

Lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 2.

    Een verslag omtrent de voortgang van de activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder h, bevat tenminste een beschrijving van:

In de Toelichting wordt in de eerste alinea de tekst ‘binnen twee maanden na subsidietoekenning starten met het project’ gewijzigd in ‘uiterlijk twee maanden na subsidietoekenning gestart zijn met het project’.

 

Artikel 1.20 Verrekening netto inkomsten gedurende uitvoering wordt als volgt gewijzigd:

Indien de subsidie betrekking heeft op hoofdstuk 2 of op paragraaf 3, 5 of 6 van hoofdstuk 3 worden netto inkomsten die tijdens de uitvoering van de activiteit gegenereerd worden als bedoeld in artikel 65, lid 8, van Vo (EU) 1303/2013, overeenkomstig genoemd artikel in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

 

Aan de Toelichting wordt de volgende tekst toegevoegd:

Voorbeeld: Bij kennismaatregelen kunnen inkomsten worden gegenereerd doordat van deelnemers aan een kennisoverdrachtsactiviteit een eigen bijdrage worden gevraagd. Met die eigen bijdrage wordt rekening gehouden bij het berekenen van de toe te kennen subsidie. Het is bij de aanvraag van de subsidieverlening natuurlijk nog niet zeker hoeveel deelnemers er zullen komen bij de kennisoverdrachtsactie. Daarvan wordt bij de verlening een inschatting gemaakt. Bij vaststelling worden de daadwerkelijk gerealiseerde inkomsten vanuit de bijdrage van de deelnemers bezien. Mocht blijken dat er meer deelnemers zijn geweest dan vòòraf werd ingeschat waardoor de gerealiseerde inkomsten hoger zijn uitgevallen dan oorspronkelijk begroot, dan wordt de te verstrekken subsidie verlaagd.

 

Artikel 1.21 Verrekening netto inkomsten na uitvoering wordt als volgt gewijzigd:

Indien de subsidie betrekking heeft op hoofdstuk 2 of op paragraaf 3, 5 of 6 van hoofdstuk 3 worden netto inkomsten die na de uitvoering van de activiteit gegenereerd worden als bedoeld in artikel 61 van Vo (EU) 1303/2013, overeenkomstig genoemd artikel in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

 

In Artikel 1.22 Verlaging in verband met het niet voldoen aan de verplichting tot instandhouding van een investering in infrastructuur of een productieve investering wordt lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Indien de subsidie betrekking heeft op een investering in infrastructuur of op een productieve investering verlagen Gedeputeerde Staten de vastgestelde subsidie indien na vaststelling van de subsidie maar binnen de instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 1.17 lid 1 aanhef en onder d:

Aan lid 1 sub a wordt na ‘Koninkrijk der Nederlanden;’ ‘of’ toegevoegd.

 

Lid 1 sub b wordt als volgt gewijzigd:

  • b.

    een verandering in de eigendom van een infrastructuurvoorziening plaatsvindt waardoor een onderneming, rechtspersoon of een overheidsinstantie een onrechtmatig voordeel behaalt; of

Lid 4 vervalt.

 

In Artikel 1.23 Bevoorschotting op basis van realisatie (tussentijdse betalingen) worden de leden 3 en 4 als volgt gewijzigd:

  • 3.

    Een aanvraag om een voorschot bevat een verslag omtrent de voortgang als bedoeld in artikel 1.17, aanhef en sub h en voor zover van toepassing:

    • a.

      bonnen en betaalbewijzen

    • b.

      bewijsstukken inzake de gemaakte personeelskosten;

    • c.

      bewijsstukken inzake geleverde inbreng in natura;

    • d.

      bewijsstukken inzake afschrijvingskosten.

  • 4.

    Tenzij in het openstellingsbesluit of de beschikking tot subsidieverlening anders ie bepaald heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op minimaal 25% van de verleende subsidie of minimaal € 50.000,- aan subsidie.

In de Toelichting wordt de tekst ‘nadere regels stellen aan het indienen van een voorschot. Het bedrag dat per voorschot kan worden verstrekt zou daarbij ook gemaximeerd kunnen worden’ vervangen door ‘of in een beschikking tot subsidieverlening anders bepalen. Als dat beleidsmatig wenselijk geacht wordt, zijn tussentijdse betalingen voor een lager percentage of een lager bedrag mogelijk’.

 

In Artikel 1.24 Verlagen voorschot (sanctie) vervalt lid 5.

 

In de Toelichting wordt de tekst ‘Indien de onjuist gedeclareerde kosten meer dan 10% bedragen van de totaal in de betreffende aanvraag gedeclareerde wel subsidiabele kosten, wordt het te verstrekken voorschot ook nog eens gecorrigeerd met het bedrag van de opgevoerde kosten die niet subsidiabel zijn.’ vervangen door ‘Indien door de onjuist gedeclareerde kosten het uit te betalen voorschot/eindbedrag meer dan 10% lager is dan het oorspronkelijk uit te betalen voorschot/eindbedrag, wordt het te verstrekken voorschot/eindbedrag ook nog eens gecorrigeerd met het verschil tussen die twee bedragen.’

 

De tekst ‘Er is een subsidietoekenning verstrekt van € 200.000,-.’ wordt vervangen door ‘Er is een subsidietoekenning verstrekt van 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum € 200.000,-.’

 

De tekst ‘Er is dus sprake van € 20.000,- aan ‘onjuiste' facturen, € 80.000,- aan facturen is wel subsidiabel. Er is daarmee sprake van een fout van 25% (€ 20.000,- ‘fout' en € 80.000,- ‘goed'). Het te betalen voorschot van € 80.000,- (bedrag van de juiste facturen), wordt nu verlaagd met € 20.000,- (het totaal bedrag aan onjuiste facturen) en dus wordt een voorschot uitbetaald van € 60.000,-.’ wordt vervangen door ‘Er kan dus maar € 80.000,- worden uitbetaald. Maar omdat in dit voorbeeld het verschil met het aangevraagde bedrag te groot is (meer dan 10% verschil) moet een verlaging toegepast worden. Het te betalen voorschot van € 80.000,-, moet op grond van de Europese regels worden verlaagd met € 20.000,- (= het verschil tussen het aangevraagde bedrag van € 100.000,- en het uit te betalen bedrag van € 80.000,-) en dus wordt een voorschot uitbetaald van € 60.000,-.’

 

Artikel 1.25 Voorschotten vooruitlopend op realisatie worden de leden 2, 3, 5 en 6 als volgt gewijzigd:

  • 2.

    Een voorschot vooruitlopend op realisatie kan slechts worden verleend indien er sprake is van investeringsgerelateerde steun of steun voor voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep.

  • 3.

    Een voorschot vooruitlopend op realisatie kan slechts worden verleend indien er een bankgarantie of een gelijkwaardige garantie voor 100% van het voorschot is gesteld.

  • 5.

    Een voorschot vooruitlopend op realisatie kan maximaal 50% van de oorspronkelijk verleende subsidie bedragen.

  • 6.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken op een verzoek om een voorschot vooruitlopend op realisatie.

In de Toelichting wordt de tekst ‘In een beperkt’ vervangen door ‘In een zeer beperkt’.

 

In Artikel 1.26 Wijzigingsverzoeken wordt lid 2 als volgt gewijzigd:

  • 2.

    Een verzoek tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening kan niet worden gehonoreerd indien de wijziging:

    • a.

      leidt tot een activiteit die op grond van het openstellingbesluit niet subsidiabel is;

    • b.

      leidt tot een lager behaald aantal punten dan het minimum aantal punten dat op grond van het openstellingsbesluit noodzakelijk was om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • c.

      zou leiden tot een lagere plaats op de rangschikking dan de plaats waarop het subsidieplafond werd bereikt.

In Artikel 1.27 Subsidievaststelling worden de leden 2 en 7 als volgt gewijzigd:

  • 2.

    De aanvraag om vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag en bevat daarnaast voor zover van toepassing:

    • a.

      bonnen en betaalbewijzen;

    • b.

      bewijsstukken inzake de gemaakte personeelskosten;

    • c.

      bewijsstukken inzake geleverde inbreng in natura;

    • d.

      bewijsstukken inzake afschrijvingskosten.

  • 7.

    Indien de aanvraag tot subsidievaststelling tevens een verzoek om uitbetaling van werkelijke kosten en betalingen van de subsidie op basis van facturen en betaalbewijzen, gemaakte personeelskosten of geleverde inbreng in natura bevat, is artikel 1.23 derde lid, en artikel 1.24 van overeenkomstige toepassing.

In Artikel 1.29 Verlagingen wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verlagen de verleende, het voorschot of de vastgestelde subsidie indien er onregelmatigheden zijn geconstateerd.

In de Toelichting wordt na ‘, moet’ de tekst ‘de uit te betalen,’ toegevoegd.

 

Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie van dit provinciaal blad.

Gedeputeerde Staten voornoemd.

Naar boven