Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2018
Nr. 3588

Gepubliceerd op 16 mei 2018 09:33





Verordening van de Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o. houdende Plassenschap Loosdrecht Verordening Plassenschap Loosdrecht

De Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o.;

 

Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 27 september 2017;

 

Gelet op de artikelen 51, 54 lid 3 en 57 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

 

Gelet op de artikelen 3, 4 lid 1 sub c en 6 van de Gemeenschappelijke regeling Plassenschap Loosdrecht e.o. 2007;

 

Overwegende dat het wenselijk is dat de bepalingen uit de “Verordening bescherming plassengebied”, de “Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002”, de “Eilandverordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002” en de “Gebruiksregels voor de recreatieterreinen van het Plassenschap Loosdrecht e.o. gelegen in de gemeente Breukelen”, worden samengevoegd in één verordening;

 

Overwegende dat het wenselijk is de huidige regels te actualiseren en zoveel mogelijk te vereenvoudigen ten behoeve van de kenbaarheid en handhaafbaarheid;

 

Besluiten de volgende verordening vast te stellen:

 

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    bestuur: het dagelijks bestuur van het Plassenschap Loosdrecht e.o.;

  • -

    gebied: openbare wateren en openbare recreatieterrein gelegen in het werkgebied van het Plassenschap Loosdrecht e.o., zoals aangegeven op de kaarten A en B behorende bij deze verordening;

  • -

    vaartuig: ieder voorwerp en elke constructie, gereed of in aanbouw, dat feitelijk wordt gebruikt of zal worden gebruikt of geschikt is of zal zijn om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water, met inbegrip van vaartuigen die tijdelijk of blijvend hun vermogen tot verplaatsing te water hebben verloren, en waaronder in ieder geval wordt verstaan een motorboot, zeilschip, roeiboot, kano, vlot, pont, ponton, waterscooter, jetski, luchtkussenvoertuig, surfplank, kiteboard;

  • -

    lengte: de grootste lengte van het vaartuig van de romp gemeten van de voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste deel, zonder de eventuele boegspriet, de papegaaistok en het trimvlak;

  • -

    ligplaats innemen: het voor anker hebben liggen, het gemeerd hebben of op enigerlei wijze met de vaste grond verbonden zijn van een vaartuig;

  • -

    openbaar water: alle wateren in het gebied die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  • -

    openbaar recreatieterrein: terrein binnen het gebied zoals aangegeven met een kruisarcering op de kaarten A en B;

  • -

    openbare aanlegplaatsen: aanlegplaatsen waar ter plaatse met bebording is aangegeven dat op die plaatsen voor een bepaalde periode mag worden afgemeerd;

  • -

    perceel: een perceel met één kadasternummer;

  • -

    kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

  • -

    straatafval: afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht, zoals proppen papier, plastic bekertjes en blikjes, afkomstig van de zich in het gebied bevindende personen.

Artikel 2. Andere verordeningen

Voor zover deze verordening voorziet in dezelfde onderwerpen als een of meer bepalingen van een verordening van de gemeente of provincie waarin het terrein of water is gelegen, houden laatstbedoelde bepalingen op te gelden.

Artikel 3. Beslistermijn

  • 1.

    Het bestuur beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het bestuur kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

Artikel 4. Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  • 2.

    Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 5. Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Artikel 6. Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:

  • a.

    ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

  • c.

    de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • d.

    van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

  • e.

    de houder dit verzoekt.

Artikel 7. Termijnen

  • 1.

    De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  • 2.

    De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd, indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 8. Weigeringsgronden

  • 1.

    Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      de openbare veiligheid;

    • c.

      de volksgezondheid; of

    • d.

      de bescherming van het milieu.

  • 2.

    Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 6 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

HOOFDSTUK 2 REGELS VOOR HET GEBIED

Artikel 9. Schade, hinder, gevaar

Het is verboden zich zodanig te gedragen dat daardoor schade, hinder of gevaar ontstaat of kan ontstaan aan of voor openbare eigendommen.

Artikel 10. Verkoop, verhuur, diensten

  • 1.

    Het is verboden:

    • a.

      met een voertuig, vaartuig, kraam, tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben tot tentoonstelling, verkoop of verhuur van waren, goederen of dieren;

    • b.

      waren, goederen of dieren tentoon te stellen, te verkopen of te verhuren;

    • c.

      al dan niet tegen betaling diensten aan te bieden;

    • d.

      overige activiteiten met een commercieel karakter te ontplooien.

  • 2.

    Het bestuur kan nadere regels stellen, waarin bepaalde categorieën van activiteiten worden aangewezen die van het in het eerste lid gestelde verbod worden uitgezonderd.

  • 3.

    Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 11. Afval

  • 1.

    Het is verboden straatafval achter te laten zonder gebruik te maken van de geplaatste afvalbakken of daartoe bestemde soortgelijke voorwerpen.

  • 2.

    Het is verboden andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in de geplaatste afvalbakken of soortgelijke voorwerpen.

Artikel 12. Huisvuil

Het is voor bewoners en gebruikers van recreatieverblijven en woonschepen die van het openbaar water gebruik moet maken voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, verboden om deze gedurende de maanden mei tot en met oktober, aan een ander dan de vuilnisophaaldienst van het Plassenschap aan te bieden of anders aan te bieden dan in het door het Plassenschap verstrekte inzamelmiddel.

Artikel 13. Geluidhinder

  • 1.

    Het is verboden buiten een inrichting toestellen of geluidsapparatuur in werking te hebben of handelingen te verrichten waardoor voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  • 2.

    Het verbod van het eerste lid geldt niet indien een andere overheidsinstantie hiervoor toestemming heeft verleend.

HOOFDSTUK 3 REGELS VOOR OPENBARE RECREATIETERREINEN

Artikel 14. Toegang, gebruik

  • 1.

    Het is verboden zich tussen zons¬onder¬¬gang en zonsopgang op de openbare recreatieterreinen te bevinden.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien met een vaartuig ligplaats wordt ingenomen conform het bepaalde in artikel 18 tweede lid.

  • 3.

    Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  • 4.

    Het is verboden de openbare recreatieterreinen te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het doel waarvoor deze zijn opengesteld.

  • 5.

    Het is verboden bomen, struiken, planten, houtgewas, en (water)planten te beschadigen of te verwijderen.

  • 6.

    Het is verboden voertuigen en paarden te parkeren of te stallen op andere dan op de daartoe aangewezen plaatsen en zich daarmee buiten daartoe bestemde wegen of paden te bevinden.

Artikel 15. Vuur

  • 1.

    Het is verboden een open vuur aan te leggen.

  • 2.

    Het onder het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op het gebruik van gastoestellen en barbecues.

Artikel 16. Kamperen

  • 1.

    Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien met een vaartuig ligplaats wordt ingenomen conform het bepaalde in artikel 18 tweede lid sub d. Het bestuur kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de veiligheid, het voorkomen van schade en overlast en de bescherming van natuur- en landschap.

  • 3.

    Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 17. Honden

  • 1.

    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze te laten verblijven of lopen op:

    • a.

      een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of op het zandstrand inclusief het zwemgedeelte of op een andere door het bestuur aangewezen plaats;

    • b.

      overige delen van de openbare recreatieterreinen, indien de hond niet is aangelijnd;

  • 2.

    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het bestuur als hondenlosloopgebied aangewezen plaatsen.

  • 3.

    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die:

    • a.

      zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of

    • b.

      deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

  • 4.

    Degene die zich met een hond op een openbaar recreatieterrein begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

  • 5.

    Het voorgaande lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

HOOFDSTUK 4 REGELS VOOR OPENBARE WATEREN

Artikel 18. Ligplaats

  • 1.

    Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen in het openbaar water binnen het op kaart A met een enkele arcering aangegeven gedeelte van het gebied.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet:

    • a.

      langs de oever van een perceel in particulier eigendom waar een woonschip, woning of recreatiewoning is toegestaan, voor maximaal 2 vaartuigen met een lengte van maximaal 12 meter en 2 open vaartuigen met lengte van maximaal 4 meter en een breedte van maximaal 1,5 meter;

    • b.

      langs de oever van een perceel in particulier eigendom waar geen woonschip, woning of recreatiewoning is toegestaan tussen zonsopgang en zonsondergang, voor 2 vaartuigen met een lengte van maximaal 12 meter;

    • c.

      in open water, op plaatsen waar het vaarverkeer niet gehinderd wordt, tussen zonsopgang en zonsondergang;

    • d.

      op openbare aanlegplaatsen gedurende maximaal 3 opeenvolgende dagen of gedeelten daarvan, mits niet binnen 4 dagen dezelfde ligplaats of een ligplaats binnen 300 meter van de vorige ligplaats wordt ingenomen en mits in één seizoen niet langer dan gedurende 3 weken ligplaats wordt ingenomen op openbare aanlegplaatsen in het gebied.

    Het bestuur kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats nadere regels stellen in het belang van de veiligheid, het voorkomen van schade en overlast en de bescherming van natuur- en landschap.

  • 3.

    Voor vaartuigen waarmee een werk wordt uitgevoerd en waarvoor, indien vereist, van overheidswege schriftelijk toestemming is verleend geldt het verbod in het eerste lid niet zolang dit werk met gebruikmaking van dat vaartuig wordt uitgevoerd. De uitzonderingen van het verbod in het eerste lid zoals genoemd in het tweede lid gelden niet voor vaartuigen die zijn bestemd voor het uitvoeren van werken.

  • 4.

    Ligplaats innemen dient te geschieden met de lange zijde van het vaartuig langs de oever, tenzij een openbaar aanlegplaats anders afmeren mogelijk maakt.

  • 5.

    Ligplaats innemen langs oevers dient te gebeuren minimaal 1 meter uit een rietkraag en zodanig dat geen schade wordt of kan worden toegebracht aan rietkragen en/of oevers.

Artikel 19. Voorwerpen in of boven water

  • 1.

    Het is verboden om:

    • a.

      in of boven het water, palen, balken of drijvende voorwerpen geen vaartuig en geen bouwwerk zijnde te plaatsen of te hebben;

    • b.

      in, onder, op of boven het water touwen, kettingen, netten, metalen draden of kabels, voor zover deze niet gebruikt worden tot het meren of slepen van vaartuigen, te leggen, te spannen of te hebben.

  • 2.

    Het bestuur kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid gestelde verboden.

Artikel 20. Doorvaart

Het is verboden om op enigerlei wijze de vrije doorvaart te belemmeren, volledig te blokkeren of hinderlijk te versmallen.

Artikel 21. IJsvorming

Bij ijsvorming is het, na bekendmaking door het bestuur, tot wederopzegging verboden in het gebied te varen.

HOOFDSTUK 5 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 22. Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van tweede categorie.

Artikel 23. Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het bestuur aan te wijzen toezichthouders.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

Artikel 24. Overgangsbepaling

  • 1.

    Besluiten, genomen krachtens de verordeningen genoemd in artikel 26, die golden tot het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2.

    Aanvragen om vergunning en ontheffing die zijn ingediend bij het bestuur voor het in werking treden deze verordening en waarop nog niet is beslist, worden geacht aanvragen op grond van deze verordening te zijn.

Artikel 25. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 april 2018.

Artikel 26. Intrekking oude verordeningen en regels

De hierna volgende verordeningen en regels worden ingetrokken: Verordening Bescherming Plassengebied; Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002; Eilandverordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002; Gebruiksregels voor de recreatieterreinen van het Plassenschap Loosdrecht e.o. gelegen in de gemeente Breukelen.

Artikel 27. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Plassenschap Loosdrecht.

 

BIJLAGEN:

Kaarten A en B, behorende bij deze verordening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o. van 21 februari 2018.

Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o.

Freek Ossel, voorzitter,

Sofie Stolwijk, secretaris,

Toelichting Verordening Plassenschap Loosdrecht

ALGEMENE TOELICHTING

 

In de Verordening Plassenschap Loosdrecht (hierna: de verordening) worden de regels uit de volgende regelingen samengevoegd: Verordening bescherming plassengebied, Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002, Eilandverordening Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002 en Gebruiksregels voor de recreatieterreinen van het Plassenschap Loosdrecht e.o. gelegen in Breukelen. De Woonschepenverordening blijft naast deze verordening voorlopig gelden. Deze wordt niet samengevoegd, omdat de woonschepentaak voor het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht bij deze gemeente ligt en voor het grondgebied van de gemeente Wijdemeren op korte termijn bij deze gemeente komt te liggen.

 

De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling Plassenschap Loosdrecht e.o. (hierna: het Plassenschap) hebben aan het Plassenschap de bevoegdheid overgedragen tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften binnen het werkgebied. Deze regels dienen de belangen van de recreatie en de bescherming van natuur en landschap te betreffen (art. 4 lid 2 Gemeenschappelijke Regeling Plassenschap Loosdrecht e.o.).

 

Het uitgangspunt bij het opstellen van de verordening is dat over onderwerpen waarover bepalingen bestaan in gemeentelijke of provinciale verordening geen regels worden opgenomen, tenzij de BOA’s van het Plassenschap op deze regels zelf moeten kunnen handhaven of voor het plassengebied andere specifieke regels nodig zijn. Een tweede uitgangspunt bij het opstellen van de verordening is om niet meer regels op te nemen dan noodzakelijk. Daarnaast zijn de regels geactualiseerd en zoveel mogelijk vereenvoudigd, om de voorlichting aan de gebruikers van het gebied te vergemakkelijken en de handhaving te verbeteren.

 

In de verordening wordt de indeling en de volgorde van de artikelen gevolgd uit de model-APV. Voor opzet van de verbodsartikelen wordt eveneens de model-APV gevolgd, waarbij eerst het verbod wordt omschreven, waarna indien van toepassing algemene uitzonderingen volgen en eventueel een ontheffingsmogelijkheid.

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

 

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

Gebied

Het gebied waar deze verordening van toepassing is betreft alle openbare wateren en terreinen die zijn gelegen in het werkgebied van het Plassenschap, zoals dat op de kaarten A en B bij de verordening is aangegeven.

 

Openbaar water

Een 'openbaar water” in de zin van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is ieder water, dat open staat voor het publiek. “Openbaar” is hier synoniem aan “feitelijk voor het publiek toegankelijk”. Het is niet toegestaan openbaar water af te sluiten, zodat het niet langer toegankelijk is.

 

Openbare aanlegplaatsen

In de Eilandverordening waren openbare aanlegplaatsen op kaarten aangegeven. Het is voor de recreant duidelijker en praktisch beter uitvoerbaar als de openbare aanlegplaatsen ter plaatse met bebording worden aangegeven.

 

Artikel 2. Andere verordeningen

In dit artikel wordt bepaald dat als de verordening voorziet in dezelfde onderwerpen als een verordening van de gemeente of provincie, deze laatste bepalingen ophouden te gelden. Dit is conform artikel 54 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarin wordt bepaald dat voor zover de verordening voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende gemeente of provincie, eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding regelt en kan bepalen dat de verordening van de gemeente of provincie voor het gehele gebied of voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden.

 

Artikel 3. Beslistermijn

Deze termijn is in overeenstemming gebracht met de termijn van 8 weken uit de model-APV. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht wordt gesteld. De positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen is niet van toepassing: § 4.1.3.3. van de Awb over de positieve fictieve beschikking is alleen van toepassing indien dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.

 

Artikel 6. Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

De in het eerste lid genoemde intrekkings- en wijzigingsgronden hebben een facultatief karakter (“kan”). Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of wijziging wordt overgegaan. Zo zal niet iedere niet-nakoming van vergunningsvoorschriften leiden tot intrekking van de vergunning. Met name het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel beperken nogal eens de bevoegdheid tot wijziging en intrekking. Als het bestuur overweegt om de vergunning of ontheffing in te trekken of te wijzigen, dient het de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun bedenkingen in te dienen.

 

Artikel 7. Termijnen

Eerste lid:

Dat de vergunning of ontheffing in beginsel voor onbepaalde tijd geldt, vloeit mede voort uit artikel 11 van de Dienstenrichtlijn. Dat artikel stelt dat vergunningen geen beperkte geldingsduur mogen hebben, tenzij: a. de vergunning automatisch wordt verlengd of alleen afhankelijk is van de voortdurende vervulling van de voorwaarden; b. het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door een dwingende reden van algemeen belang; c. een beperkte duur gerechtvaardigd is om een dwingende reden van algemeen belang. Sommige vergunningen lenen zich uit de aard alleen voor verlening voor bepaalde tijd. Wanneer het aantal vergunningen beperkt is, mag de markt niet gesloten blijven voor nieuwe aanbieders omdat de bestaande aanbieders voor onbepaalde tijd alle beschikbare vergunningen in handen hebben. In dat geval moet geregeld een transparante en onpartijdige “herverdeling” van de schaarse vergunningen worden georganiseerd.

 

Tweede lid:

Uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 02-11-2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927) blijkt dat voor onbepaalde tijd verleende vergunningen zich niet altijd verdragen met het formele gelijkheidsbeginsel. Bij schaarse vergunningen (meer aanvragers dan beschikbare vergunningen) kan immers het gevolg zijn dat de markt voor nieuwe aanbieders feitelijk ontoegankelijk wordt. Met dit tweede lid wordt duidelijk gemaakt dat onbepaalde tijd en schaarse vergunningen zich niet met elkaar verdragen. In dat geval moet een transparante en onpartijdige “herverdeling” van de schaarse vergunningen worden georganiseerd.

 

Artikel 8. Weigeringsgronden

Onder bescherming van het milieu vallen alle soorten van overlast die gerelateerd zijn aan de omgeving/het milieu, zoals geluidsoverlast, geurhinder, afval e.d.

 

HOOFDSTUK 2 REGELS VOOR HET GEBIED

 

Artikel 10. Verkopen, verhuur, diensten

In de nadere regels kan het dagelijks bestuur bepalen dat het verbod niet geldt voor bepaalde categorieën activiteiten, zoals: rondvaarten in de Westelijke Drecht en de 1e t/m 5e plas, waterski-lessen, zeillessen.

 

Artikel 11. Afval

In de begripsomschrijving wordt aangegeven wat onder straatafval wordt verstaan. Het achterlaten van andere soorten afval zoals bedrijfsafval kan worden gehandhaafd op grond van de Wet milieubeheer.

 

Artikel 12. Huisvuil

Dit artikel heeft als doel ervoor te zorgen dat de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door het Plassenschap wordt uitgevoerd namens de gemeente.

 

HOOFDSTUK 3 REGELS VOOR OPENBARE RECREATIETERREINEN

 

Artikel 15. Vuur

Onder open vuur worden ook vuurkorven verstaan. Met het verbod wordt beoogd schade aan de terreinen te voorkomen.

 

Artikel 16. Kamperen

Dit artikel geldt voor openbare terreinen. Er geldt een algemene uitzondering op het kampeerverbod gedurende de periode dat op openbare aanlegplaatsen wordt afgemeerd, wat op grond van het bestemmingsplan incidenteel ook is toegestaan in het kampeerseizoen. Hiervoor kunnen nadere regels worden gesteld.

 

Artikel 17. Honden

In dit artikel wordt bepaald dat honden niet zijn toegestaan op kinderspeelplaatsen en zandstranden en eveneens niet op andere plaatsen die door het bestuur is aangewezen. Op alle andere openbare recreatieterreinen zijn honden toegestaan als ze zijn aangelijnd. Het bestuur kan terreinen aanwijzen waar honden los mogen lopen.

Het verbod geldt niet voor hulphonden.

 

HOOFDSTUK 4 REGELS VOOR OPENBARE WATEREN

 

Artikel 18. Ligplaats

De begripsbepaling voor ligplaats innemen geeft aan dat hieronder wordt verstaan het voor anker hebben liggen, gemeerd hebben of op andere wijze met de vaste grond verbonden zijn van een vaartuig. Er geldt een ligplaatsverbod op alle openbare wateren in het gebied dat op kaart A met een enkele arcering is aangegeven. Buiten het verbod vallen de 300-meter strook in de Noordelijke Kievitsbuurt, recreatiecentrum Mijnden (behalve de Westelijke Drecht), de positief bestemde jachthavens en een zone langs de lintbebouwing in het plassengebied.

 

In het tweede lid zijn uitzonderingen opgesomd waarin het ligplaatsverbod niet geldt. Bij de uitzonderingen in sub a en b wordt in de verordening niet meer opgenomen dat alleen de rechthebbende ligplaats mag hebben aan zijn eigendom, zoals in de Verordening Bescherming Plassengebied was bepaald. Om privaatrechtelijke redenen mag al niet worden aangemeerd aan andermans eigendom zonder toestemming van de eigenaar. Voor het Plassenschap is slechts van belang dat het aantal boten dat wordt afgemeerd is gemaximeerd om landschappelijke redenen. Verhuur van een ligplaatsen in openbaar water is niet toegestaan op grond van artikel 10 van de verordening.

 

Met de zinsnede “waar een woonschip, woning of recreatiewoning is toegestaan” wordt bedoeld dat het vigerende bestemmingsplan of de Woonschepenverordening dit toestaat.

 

In de verordening wordt het innemen van ligplaats met kleine open bootjes na zonsondergang om landschappelijke redenen alleen nog toegestaan indien dit valt onder een uitzondering op het verbod als genoemd onder sub a of d.

 

Aan sub d is ten opzichte van de oude regeling toegevoegd dat niet langer dan 3 weken achtereen op openbare ligplaatsen in het gebied ligplaats mag worden ingenomen.

 

Uitgegeven op 26 maart 2018

 

 

Namens Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

 

R.M. Bergkamp, provinciesecretaris.

Bijlage 1 Kaart A

Bijlage 2 Kaart B


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl