Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 03-04-2018, nummer 81C994B6, tot wijziging van Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op de artikelen 4, 6, 28, 31 en 33 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht;

 

Overwegende dat het wenselijk is de uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht te wijzigen om subsidies voor de restauratie van rijksmonumenten te kunnen blijven verstrekken.

Besluiten:

Artikel I

De Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 1, onder g komt als volgt te luiden:

 

  • g.

    Rijksmonument: rijksbeschermd monument, niet zijnde woonhuis of rijksmonument waarvoor in het kader van een provinciaal gebiedsprogramma restauratiebudget beschikbaar is;

B.

 

Artikel 1, onder j komt als volgt te luiden:

 

  • j.

    Subsidiabele kosten: Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als zodanig zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013, in de bijlage als bedoeld in artikel 4 van de subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim), van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: Kosten van aanpassingen die het monument schaden;

C.

 

Artikel 2, eerste lid komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in de artikelen 31 en 33 van de Asv die gericht zijn op het restaureren van een rijksmonument in de provincie Utrecht.

D.

 

In artikel 2, vierde lid wordt onder verlettering van de onderdelen c en d naar d en e een nieuw onderdeel c ingevoegd, luidende:

 

  • c.

    daarna de aanvragen die een herbestemmingsopgave betreffen;

E.

 

Artikel 2, vierde lid onder d komt als volgt te luiden:

 

  • d.

    vervolgens aanvragen die aansluiten bij de provinciale gebiedsaanpak, tenzij er al restauratiebudget voor beschikbaar is, en

F.

 

Artikel 4 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 4 Aanvraag

 

  • 1.

    Voor 2018 en 2019 geldt dat aanvragen kunnen worden ingediend uiterlijk 15 september.

  • 2.

    Aanvragen worden ingediend met behulp van het aanvraagformulier erfgoedparels.

G.

 

In artikel 5, eerste lid wordt onder verlettering van de onderdelen a tot en met h naar b tot en met i een nieuw onderdeel a ingevoegd, luidende:

 

  • a.

    Indien voor de instandhouding van het rijksmonument een subsidie in het kader van de Sim is verstrekt, komen in de beschikking de subsidiabele kosten die in de Sim-beschikking tot subsidie hebben geleid, niet in aanmerking voor subsidie op basis van deze regeling;

H.

 

Artikel 5, eerste lid, onder f komt als volgt te luiden:

 

  • f.

    voor zover de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet sober en doelmatig zijn;

I.

 

In artikel 5, eerste lid wordt een nieuw onderdeel j en k ingevoegd, luidende:

 

  • j.

    als de aanvraag betrekking heeft op een voormalig rijks vastgoed dat in de afgelopen 5 jaar is overgedragen. Dit geldt niet voor rijks vastgoed dat om beheer overgedragen is aan de Nationale Monumentenorganisatie;

  • k.

    Subsidie wordt geweigerd als er geen geldige omgevingsvergunning is afgegeven door het bevoegd gezag, tenzij een bewijs kan worden overlegd dat een omgevingsvergunning niet nodig is voor de in aanmerking te nemen activiteit.

J.

 

Artikel 7 komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 bedraagt in 2018 € 3.000.000,-.

  • 2.

    Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 wordt vanaf 2019 jaarlijks door Gedeputeerde Staten vastgesteld.

K.

 

Artikel 8, eerste lid komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    De subsidie bedraagt minimaal € 50.000,– en maximaal € 750.000,– tenzij er in de concrete situatie gegronde reden is hiervan af te wijken gelet op het belang van het monument en de hoogte van de geboden cofinanciering.

L.

 

Artikel 10 komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    De subsidieontvanger:

    • a.

      voert de restauratie uit overeenkomstig de kwaliteitseisen die zijn neergelegd in artikel 21 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten 2013;

    • b.

      start de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend binnen 6 maanden na de subsidieverlening en rondt af binnen 2 jaar na aanvang van de restauratie;

    • c.

      verzekert het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan gedurende de restauratie CascoAll-Risks;

    • d.

      laat toe dat de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt, op verzoek van de provincie worden gecontroleerd of ze conform deze verordening zijn uitgevoerd;

    • e.

      realiseert op de restauratieplaats ten minste één leerlingplaats in de restauratie bouw, tuin- of parkaanleg;

    • f.

      garandeert het gebruik van het rijksmonument voor minstens 5 jaar.

  • 2.

    De subsidieontvanger bewaart en onderhoudt het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel in de staat waarin het door de gesubsidieerde werkzaamheden is gebracht voor ten minste 10 jaar.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 3 april 2018.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter

Secretaris

Toelichting

 

De toelichting wordt vervangen door de volgende tekst:

 

De subsidieverordening is bestemd voor de restauratie van Utrechtse rijksmonumenten. Eigenaren van woonhuizen en monumenten waarvoor in het kader van een provinciaal gebiedsprogramma restauratiebudget beschikbaar is, kunnen geen gebruik maken van deze subsidieverordening. Binnen de regeling ligt het accent op historische buitenplaatsen.

 

Artikel 2, tweede lid, onder b: er zal gecontroleerd worden of er sprake is van een urgente restauratieopgave. Artikel 2, tweede lid onder f: de mate van cofinanciering door de eigenaar zelf en door andere fondsen en subsidiegevers (minimaal 50%). De cofinanciering betreft een zo hoog mogelijk percentage van de subsidiabele kosten. Artikel 2, vierde lid benoemt aanvullende criteria waaraan wordt getoetst als: – er meer aanvragen zijn ingekomen dan vanwege het subsidieplafond zijn toe te kennen; en – selectie van een aantal aanvragen niet mogelijk is omdat zij allemaal aan de criteria van het eerste en tweede lid voldoen. In die situatie geldt aanvullend dat eerst de mate van cofinanciering, daarna de mate van duurzaamheid, daarna aanvragen die een herbestemmingsopgave betreffen, vervolgens de aansluiting bij de provinciale gebiedsaanpak en tot slot de mate van spreiding over categorieën en regio’s. Indien aanvragen aansluiten bij een provinciale gebiedsaanpak en hiervoor al restauratiebudget voor beschikbaar is, kan er geen aanspraak worden gemaakt op een restauratiesubsidie uit de uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels.

 

Artikel 4, tweede lid: Het aanvraagformulier zal worden verstrekt nadat er afstemming heeft plaatsgevonden met een medewerker van team CER van de provincie Utrecht.

 

Artikel 5, eerste lid onder k: Indien de omgevingsvergunning nog niet is afgegeven door het bevoegd gezag, kan de subsidiebeschikking onder opschortende voorwaarden verstrekt worden.

 

Artikel 10 eerste lid onder a: Conform de Subsidieregeling Instandhouding Monumenten 2013 (SIM 2013) artikel 21 moeten de werkzaamheden uitgevoerd worden volgens in de beroepsgroep geldende normen. Dit zijn in elk geval de normen die zijn vastgesteld door het College van Deskundigen Restauratiekwaliteit van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg. Het kan ook gaan om nog niet door het College van Deskundigen maar wel al door de beroepsgroep zelf vastgestelde normen.

 

Artikel 10 tweede lid: Op grond van artikel 4:38 van de Awb en artikel 26 van de Asv kan aan de subsidieontvanger verplichtingen opgelegd worden die dienen tot verwezenlijking van het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt. De verplichting die in dit tweede lid is vastgelegd, is zo’n verplichting. Daarbij is aangesloten bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten van het Rijk (de Sim). In deze regeling (artikel 19) is voor rijkssubsidies een vergelijkbare verplichting opgenomen, inhoudende: ‘De minister kan de subsidieontvanger verplichten na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht’.

Naar boven