Eerste wijzigingsregeling Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 24 januari 2017 de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant hebben vastgesteld;

 

Overwegende dat die subsidieregeling is opgesteld als aanbouwregeling voor nader door Gedeputeerde Staten te bepalen paragrafen binnen de kaders van de nota “Brabant uitnodigend groen”;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten sinds 2014 de uitvoering van de PAS-herstelmaatregelen en Natura 2000-maatregelen subsidiëren en dit ook in 2017 wensen te continueren, zodat deze maatregelen op 1 juli 2021 zijn gerealiseerd;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten het derhalve wenselijk achten de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant in die zin te wijzigen dat daarin de paragraaf Natura 2000/PAS wordt opgenomen;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijzigingen

De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Onder vernummering van § 2 tot § 3 en vernummering van de artikelen 2.1 tot en met 2.5 tot 3.1 tot en met 3.5 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

 

§ 2 Natura 2000/PAS

 

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;

  • b.

    GGOR: gewenst en gewogen grond- en oppervlaktewaterregime;

  • c.

    Kaders voor het GGOR: door Provinciale Staten op 30 september 2005 vastgestelde nota inzake het optimale grond- en oppervlaktewaterregime van gebruiksfuncties in de provincie Noord-Brabant;

  • d.

    Natura 2000: Natura 2000 als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming;

  • e.

    Natura 2000-beheerplan: plan waarin is vastgelegd hoe en wanneer de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied gehaald worden;

  • f.

    Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming;

  • g.

    Natura 2000- maatregelen; maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan;

  • h.

    nieuwe natuur: opgave nieuwe natuur zoals aangeduid op de actuele kaart vastgesteld in het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant;

  • i.

    OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime;

  • j.

    PAS: Programma aanpak stikstof, als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit natuurbescherming;

  • k.

    PAS gebiedsanalyse: een analyse van een stikstofgevoelig Natura-2000 gebied, onderdeel van de PAS, waarin maatregelen zijn opgenomen die voorkomen dat de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten niet verder achteruit gaat of verbetert;

  • l.

    PAS-herstelmaatregelen: maatregelen om de voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten te beschermen en waar mogelijk en nodig te ontwikkelen.

  • m.

    Provinciaal Milieu- en Waterplan: Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 door Provinciale Staten vastgesteld op18 december 2015;

  • n.

    voor PAS benodigde percelen: door Gedeputeerde Staten aangewezen percelen waarvoor het voornemen bestaat deze zo nodig te onteigenen ten behoeve van de uitvoering van PAS-herstelmaatregelen.

 

Artikel 2.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

    • a.

      natuurlijke personen;

    • b.

      rechtspersonen;

    • c.

      een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

    • d.

      een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.

  • 2.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder d, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

    • a.

      wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;

    • b.

      draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

 

Artikel 2.3 Subsidievorm

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

 

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

    het uitvoeren van PAS-herstelmaatregelen;

  • b.

    het uitvoeren van Natura 2000-maatregelen;

  • c.

    de inrichting van nieuwe natuur op de voor PAS benodigde percelen.

 

Artikel 2.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    het project betrekking heeft op gronden die zijn aangemerkt als nieuwe natuur, tenzij het betreft de percelen, bedoeld in artikel 2.4, onder c;

  • b.

    het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt;

  • c.

    de uitvoering van het project reeds is gestart voor 1 januari 2017.

 

Artikel 2.6 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteiten komen ten goede aan Natura 2000-gebieden in de provincie Noord-Brabant;

    • b.

      de aanvrager heeft:

      • 1°.

        zeggenschap over de grond waarop de activiteiten plaatsvinden middels eigendom of erfpacht;

      • 2°.

        toestemming van de eigenaar of erfpachter van de grond waarop de activiteiten plaatsvinden.

    • c.

      activiteiten zijn opgenomen in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde, of in ontwerp vastgestelde:

      • 1°.

        gebiedsanalyses;

      • 2°.

        Natura 2000-beheerplannen;

    • d.

      aan de aanvraag ligt ten grondslag:

      • 1°.

        een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

        een sluitende begroting;

      • 3°.

        een topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de locatie van de te treffen maatregelen is weergegeven;

      • 4°.

        een beschrijving van aard en omvang van het resultaat van de maatregelen op de betreffende habitattypen of soorten;

      • 5°.

        een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd;

      • 6°.

        een beschrijving van monitoring van de PAS-herstelmaatregelen en Natura 2000-maatregelen;

      • 7°.

        een opgave van de totale oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd;

      • 8°.

        een planning van de uitvoering.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat de nieuwe natuur wordt gerealiseerd overeenkomstig de beheertypen, zoals aangegeven op de ambitiekaart.

  • 3.

    Onverminderd het eerste en tweede lid zijn, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, projecten voor verdrogingsbestrijding gericht op het bereiken van het OGOR voor de natuurdoelen uit de ambitiekaart, waarbij de ondergrens gevormd wordt door de provinciale beleidsuitgangspunten uit de Kaders voor het GGOR.

  • 4.

    Onverminderd het eerste lid en tweede lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, bij projecten voor beek- en kreekherstel voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het project voldoet aan de parameters voor de na te streven waterkwaliteit en de ecologische potenties van het watersysteem behorende bij de functie zoals omschreven in bijlage 2 en bijlage 3 van het Provinciaal Milieu- en Waterplan;

    • b.

      het project is gericht op het bereiken van het OGOR voor de natuurdoelen uit de ambitiekaart, waarbij de ondergrens gevormd wordt door de provinciale beleidsuitgangspunten uit de Kaders voor het GGOR.

 

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      kosten ten behoeve van de uitvoering van PAS-herstelmaatregelen;

    • b.

      kosten ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000-maatregelen;

    • c.

      kosten ten behoeve van de inrichting van nieuwe natuur op de voor PAS benodigde percelen;

    • d.

      voorbereidingskosten gemaakt vanaf 1 januari 2015;

    • e.

      onderzoekskosten zoals omschreven in de PAS-gebiedsanalyses en Natura 2000-beheerplannen;

    • f.

      kosten voor onderzoek in het kader van de uitvoering;

    • g.

      kosten ten behoeve van de communicatie;

    • h.

      kosten voor nadeelcompensatie als gevolg van natschade;

    • i.

      kosten van monitoring.

  • 2.

    Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek, genoemd in artikel 10, onder c, en artikel 13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant toe.

  • 3.

    In afwijking van artikel 13, eerste lid, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant, bedraagt het tarief voor personeelsuren en arbeidsuren naar inschalingsniveau:

    • a.

      € 50 voor werkzaamheden op MBO-niveau;

    • b.

      € 80 voor werkzaamheden op HBO-niveau;

    • c.

      € 100 voor werkzaamheden op WO-niveau.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid, zijn de kosten van derden, als bedoeld in artikel 3 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant, subsidiabel tot maximaal € 100 per uur, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid, bedraagt de kilometervergoeding maximaal € 0,19, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW.

 

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor grondverwerving;

  • b.

    kosten voor regulier beheer en onderhoud;

  • c.

    kosten voor de aanschaf van machines;

  • d.

    uitvoeringskosten gemaakt voor 1 januari 2017;

  • e.

    interne personeelskosten van, en inhuurkosten van projectleiders door, de waterschappen;

  • f.

    kosten voor economische activiteiten.

 

Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 3 maart 2017 tot en met 15 december 2017.

 

Artikel 2.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, voor de periode, genoemd in artikel 2.9, vast op € 12.000.000.

 

Artikel 2.11 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder a en b, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 10.000.000.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder c, bedraagt maximaal € 20.000 per hectare.

  • 3.

    Indien toepassing van het eerste en tweede lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

 

Artikel 2.12 Verdeelcriteria

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

 

Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project is uiterlijk 1 juli 2021 gereed;

  • b.

    bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • c.

    bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten;

  • d.

    de subsidieontvanger voert een gescheiden boekhouding, waarbij:

    • 1°.

      inkomsten en uitgaven van niet-economische activiteiten worden gescheiden van inkomsten en uitgaven van economische activiteiten;

    • 2°.

      de wijze van toerekening van kosten inzichtelijk wordt gemaakt;

    • 3°.

      de wijze van toerekening van kosten in overeenstemming is met algemeen geldende boekhoudkundige principes;

 

Artikel 2.14 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

    een activiteitenverslag;

  • b.

    een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, waaruit blijkt of een van de omstandigheden, bedoeld in artikel 7.3, derde lid, zich heeft voorgedaan;

  • c.

    een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, onderdeel a, onder 2, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.

 

Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80 % op het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    Het voorschot bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks in gelijke termijnen betaald.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten bepalen in de beschikking tot subsidieverlening de hoogte van en de tijdstippen waarop de termijnen, bedoeld in het tweede lid, worden betaald.

 

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

 

Artikel III Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Eerste wijzigingsregeling Subsidieregeling natuur Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 20 februari 2017

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris

mw. ir. A.M. Burger

Toelichting behorende bij de Eerste wijzigingsregeling Subsidieregeling natuur Noord-Brabant.

 

Algemeen

Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden. In Brabant liggen 21 Natura 2000-gebieden. Met maatregelen in de natuur moet worden gezorgd dat de instandhoudingsdoelstellingen worden behaald zodat dat de kwaliteit en de omvang van de gebieden niet achteruit gaat.

Voor de Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige soorten en habitats is er op 1 juli 2015 de PAS (Programma Aanpak Stikstof) in werking getreden. In dit programma zijn voor de daarin opgenomen Natura 2000-gebieden PAS-herstelmaatregelen opgenomen, ter vermindering van de stikstofdepositie in die gebieden en ter verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor stikstof gevoelige habitats.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 2.5 Weigeringsgronden

De weigeringsgronden in dit artikel zijn een aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Asv.

 

Artikel 2.6 Subsidievereisten

In artikel 9, eerste lid, van de Asv zijn algemene vereisten aan een projectsubsidie opgenomen. In aanvulling hierop zijn in dit artikel inhoudelijke vereisten opgenomen.

 

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

Doordat op grond van artikel 2.4 uiteenlopende projecten voor subsidie in aanmerking kunnen komen en subsidieaanvragen tot €25.000 worden geweigerd c.q. niet worden vertrekt, kunnen de subsidies op grond van deze regeling in het tweede of derde arrangement vallen (zie de artikelen 21 en 22 van de Asv).

 

Artikel 2.8 Niet-subsidiabele kosten

Onderdeel e Ingehuurde projectleiders

Waterschappen kunnen adviesdiensten inhuren van derden die nodig zijn om de projecten te realiseren. Als het gaat om specialistische diensten, zoals bv bij het opstellen van een hydrologisch model, is deze inhuur subsidiabel. De kosten van ingehuurde projectleiders bij het waterschap zijn niet subsidiabel. Onder ingehuurde externe projectleider verstaan we: het inhuren van externe, tijdelijke, capaciteit t.b.v. het begeleiden van de uitvoering van de projecten. Deze extern ingehuurde projectleider is de eindverantwoordelijk in de diverse projectfasen: planvorming, bestek opstellen en uitvoering.

 

Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De Asv gaat uit van het principe dat gewerkt wordt vanuit het vertrouwen in plaats van wantrouwen. Het aantal informatieverplichtingen is hierdoor verminderd. De eigen verantwoordelijkheid ligt bij de subsidieontvanger. Deze moet op grond van artikel 17 van de Asv onverwijld melden wanneer de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel zal worden voldaan aan de subsidieverplichtingen. In dat geval kunnen Gedeputeerde Staten ambtshalve de subsidieverlening wijzigen of intrekken, de subsidie lager of op nihil vaststellen, voorschotten opschorten of verplichtingen aanpassen. Indien er geen melding is gedaan en pas bij een aanvraag voor vaststelling of bij een steekproef blijkt dat er wel een melding gedaan had moeten worden, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente. In geval van misbruik wordt dit geregistreerd. Onder de meldingsplicht van artikel 17 valt eveneens het melden van het wijzigen van gebruikte materialen. In dat geval wordt immers de activiteit niet geheel verricht als de activiteit waarvoor subsidie is verleend.

 

Onderdeel d Gescheiden boekhouding

Om te voorkomen dat de subsidie op grond van deze regeling staatssteun in de zin van artikel 107(1) VWEU vormt, dient een gescheiden boekhouding te worden gevoerd. Ingevolge artikel 2.8, onder f, wordt immers geen subsidie verstrekt ten behoeve van kosten voor de uitvoering van economische activiteiten. De begunstigden dienen in hun administratie te borgen dat geen subsidie naar economische activiteiten vloeit.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter de secretaris

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger

Naar boven