Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2018

Besluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 14 december 2017, kenmerk BC/2017003557, team Bestuur en Concernzaken, tot bekendmaking van het besluit van Provinciale Staten inzake vaststelling van de Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2018

 

Gedeputeerde Staten maken bekend dat door Provinciale Staten in hun vergadering van 13 december 2017 is vastgesteld hetgeen volgt.

 

 

Besluit G-5

 

 

Provinciale Staten van Drenthe;

 

gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 2 november 2017, kenmerk 44/3.1/2017003061;

 

gelet op de artikelen 82, 143, 168 en 180 van de Provinciewet en de hoofdstukken 7 en 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

 

BESLUITEN:

 

 

de Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2018 vast te stellen.

 

Assen, 13 december 2017

 

Provinciale Staten voornoemd,

 

mevrouw drs. J. Klijnsma, voorzitter

mevrouw mr. drs. S. Buissink, griffier

 

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

namens dezen,

 

mevrouw drs. C.J.Q.C. de Keijzer,

teamleider Bestuur en Concernzaken

 

 

Uitgegeven 22 december 2017

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In de verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • b.

    bezwaarschrift: een geschrift waarmee bezwaar wordt gemaakt als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid, van de wet;

  • c.

    beroepschrift: een geschrift waarmee administratief beroep wordt ingesteld als bedoeld in artikel 1:5, tweede lid, van de wet;

  • d.

    klacht: een geschrift waarmee een klacht wordt ingediend als bedoeld in artikel 9:1 van de wet;

  • e.

    commissie: de commissie als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid;

  • f.

    secretaris: de medewerker als bedoeld in artikel 7;

  • g.

    Kamer: de Kamer als bedoeld in artikel 18, eerste lid;

  • h.

    verwerend bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen of dat verantwoordelijk is voor de gedraging waarover wordt geklaagd.

 

Artikel 2 Reikwijdte

Deze verordening is van toepassing op de behandeling van en advisering over bezwaarschriften, beroepschriften en klachten, voor zover niet door een provinciaal bestuursorgaan in een andere regeling anders is bepaald of beslist.

 

Artikel 3 Toepasselijkheid afdeling 9.1.3

Voor de behandeling van klachten waaraan niet naar tevredenheid van de klager tegemoet is gekomen, wordt de in afdeling 9.1.3. van de wet geregelde procedure gevolgd.

 

Hoofdstuk 2 De commissie

Artikel 4 Instelling commissie en taak

  • 1.

    Er is een Commissie rechtsbescherming als bedoeld in de artikelen 7:13, 7:19 en 9:14 van de wet en de artikelen 163, 168 en 171 van de Provinciewet. Deze commissie behandelt bezwaarschriften, beroepschriften en klachten en adviseert de provinciale bestuursorganen over de afdoening.

  • 2.

    Er is een Commissie personele aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 7:13 en 9:14 van de wet. Deze commissie behandelt bezwaarschriften en klachten over rechtspositionele aangelegenheden en adviseert de provinciale bestuursorganen over de afdoening.

  • 3.

    Het eerste lid van deze verordening is niet van toepassing op beroepschriften waarop de commissaris van de Koning beslist.

  • 4.

    De commissie adviseert tevens over verzoeken om kostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:15 en 7:28 van de wet.

  • 5.

    De commissie kan een bestuursorgaan op haar verzoek of uit eigen beweging adviseren over aangelegenheden die de rechtsbescherming op provinciaal niveau betreffen.

  • 6.

    De Commissie rechtsbescherming stelt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden op.

 

Artikel 5 Samenstelling commissie

  • 1.

    De commissie bestaat per zitting uit een voorzitter en twee andere leden.

  • 2.

    De Commissie rechtsbescherming kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.

  • 3.

    De Commissie personele aangelegenheden wordt als volgt samengesteld:

    • a.

      een lid aan te wijzen door Gedeputeerde Staten;

    • b.

      een lid aan te wijzen door de organisaties die vertegenwoordigd zijn in het Georganiseerd Overleg (GO) bij de provincie Drenthe;

    • c.

      een onafhankelijk voorzitter aan te wijzen door de onder a en b genoemde leden.

  • 4.

    De voorzitter en leden van de commissie maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de provincie Drenthe.

 

Artikel 6 Lidmaatschap commissie

  • 1.

    Gedeputeerde Staten benoemen, schorsen en ontslaan de voorzitter en leden van de commissie.

  • 2.

    De voorzitter en leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Gedeputeerde Staten kunnen de voorzitter en leden van de commissie maximaal tweemaal herbenoemen.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt het GO om advies gevraagd over de (her)benoeming van het door hun aangewezen lid.

  • 4.

    Het lidmaatschap van de commissie eindigt op het moment dat de duur van de maximale benoemingstermijn is verstreken en kan voorts eindigen:

    • a.

      op eigen verzoek van de voorzitter of het betrokken lid;

    • b.

      bij besluit van Gedeputeerde Staten;

    • c.

      van rechtswege indien het lid niet langer voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 5, vierde lid.

  • 5.

    Bij het eindigen van het lidmaatschap anders dan bedoeld in het vierde lid, onder c, blijft het commissielid zijn functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien, tenzij de reden van het aftreden zich hiertegen verzet.

 

Artikel 7 Secretaris

  • 1.

    Gedeputeerde Staten regelen het secretariaat van de commissie.

  • 2.

    De commissie wordt ondersteund door een of meer secretarissen. De secretaris draagt zorg voor de voorbereiding van de hoorzittingen, neemt deel aan de beraadslagingen, voert de beslissingen van de commissie uit en treedt namens de commissie op in door de commissie te bepalen gevallen.

  • 3.

    De secretaris draagt zorg voor terugkoppeling van leerpunten uit de behandeling van bezwaarschriften, beroepschriften en klachten naar bestuur en organisatie.

 

Hoofdstuk 3 De procedure

Artikel 8 Ontvangstbevestiging

  • 1.

    In het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 of 9:6 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht adviseert.

  • 2.

    Een bezwaarschrift, beroepschrift of klacht wordt zo spoedig mogelijk in handen gesteld van de commissie.

 

Artikel 9 Informele behandeling

De secretaris onderzoekt of het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht via informele behandeling kan worden opgelost en verricht daartoe de nodige voorbereidende handelingen.

 

Artikel 10 Vooronderzoek

  • 1.

    De secretaris wint alle gewenste inlichtingen in die nodig zijn voor een zorgvuldige advisering door de commissie.

  • 2.

    De secretaris kan op verzoek van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen.

 

Artikel 11 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter of een lid van de commissie neemt niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, beroepschrift of klacht indien zij daarbij een persoonlijk belang hebben als bedoeld in artikel 2:4 van de wet.

 

Artikel 12 De hoorzitting

  • 1.

    De voorzitter nodigt, behoudens bijzondere omstandigheden en de gevallen om af te zien van het horen zoals bedoeld in artikel 7:3, 7:17 en 9:10 van de wet, belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.

  • 2.

    De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:17 van de wet.

  • 3.

    De voorzitter bepaalt de orde op de zitting.

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 4 kan bij onvoorziene omstandigheden, het horen plaatsvinden door twee leden, onder wie in elk geval de voorzitter of zijn plaatsvervanger.

  • 5.

    Indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, wordt in het advies vermeld welke leden betrokken zijn bij de totstandkoming van het advies van de commissie.

 

Artikel 13 Openbaarheid hoorzitting

  • 1.

    De hoorzitting van de commissie is openbaar

  • 2.

    De voorzitter beslist over een verzoek om in beslotenheid te horen.

  • 3.

    De voorzitter beslist of belanghebbenden buiten elkaars aanwezigheid worden gehoord zoals bedoeld in de artikelen 7:6 en 7:20 van de wet.

  • 4.

    De zitting van de commissie vindt in ieder geval in beslotenheid plaats voor wat betreft bezwaarschriften die zijn ingediend tegen rechtspositionele besluiten en klachten.

 

Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging

  • 1.

    Van de hoorzitting wordt een beknopt verslag gemaakt als bedoeld in artikel 7:7, 7:21 en 9:15, vierde lid, van de wet.

  • 2.

    Het in het eerste lid genoemde verslag verwijst naar de tijdens de hoorzitting overgelegde schriftelijke stukken. Deze worden aan het verslag gehecht.

 

Artikel 15 Nader onderzoek

  • 1.

    Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies is uitgebracht, naar het oordeel van de commissie nader onderzoek gewenst is geschiedt dit door of onder leiding van de commissie.

  • 2.

    De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt, behoudens uitzonderingen, in afschrift aan de belanghebbenden en het verwerend bestuursorgaan toegezonden.

  • 3.

    De voorzitter kan, al dan niet op verzoek, besluiten tot het houden van een nieuwe hoorzitting.

 

Artikel 16 Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist in beslotenheid over het uit te brengen advies.

  • 2.

    De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

  • 3.

    Het advies wordt gegeven door minimaal drie personen, waaronder in ieder geval de voorzitter en het lid dat bij de hoorzitting aanwezig is geweest.

  • 4.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing.

  • 5.

    Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

  • 6.

    Het advies wordt onder meezending van het verslag aan het provinciaal bestuursorgaan of de Kamer uitgebracht.

 

Artikel 17 Beslissing

  • 1.

    Het provinciaal bestuursorgaan stuurt het advies en verslag mee met de beslissing op het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht.

  • 2.

    Het secretariaat van de commissie ontvangt een afschrift van de beslissing op het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht.

 

Hoofdstuk 4 Kamer uit Gedeputeerde Staten

Artikel 18 Kamer

  • 1.

    De Kamer als bedoeld in artikel 171, eerste lid, van de Provinciewet wordt gevormd door het college van Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    De directeur-secretaris treedt op als griffier van de Kamer.

  • 3.

    De Kamer is belast met de beslissing op beroepschriften in het kader van administratief beroep en met administratieve geschillen, voor zover aan de beslissing van Gedeputeerde Staten onderworpen.

  • 4.

    De Kamer doet uitspraak, na advies van de Commissie rechtsbescherming.

 

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 19 Intrekking

De Verordening rechtsbescherming, zoals bekend gemaakt op 15 november 2006, Provinciaal Blad 2006, nummer 66, wordt ingetrokken op de dag dat de Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2018 in werking treedt.

 

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018. De verordening werkt terug tot en met 1 januari 2018 voor zover de bekendmaking plaatsvindt na 1 januari 2018.

 

Artikel 21 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2018.

 

Toelichting op de verordening

 

Algemeen

Op grond van de Provinciewet en de Awb moeten de bestuursorganen van de provincie een aantal zaken op het gebied van bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten - al dan niet aanvullend - regelen. In 2006 zijn de toen geldende verordeningen samengevoegd tot één verordening voor bezwaarschriften, beroepschriften en klachten. In de verordening is geregeld dat de provinciale bestuursorganen de behandeling (horen en adviseren) van bezwaarschriften, beroepschriften en klachten opdragen aan een onafhankelijke (advies)commissie, te weten de Commissie rechtsbescherming dan wel de Commissie personele aangelegenheden.

 

De verordening is vastgesteld door Provinciale Staten en van toepassing op de behandeling van bezwaren, beroepen en klachten van alle provinciale bestuursorganen.

 

Daarnaast is bezwaar mogelijk tegen de heffing van provinciale belastingen – zoals leges en precariorechten – bij de provincieambtenaar, belast met de heffing ervan (artikel 227a, tweede lid, onderdeel b, van de Provinciewet). In de Uitvoeringsregeling provinciale belastingen provincie Drenthe is bepaald dat de Verordening rechtsbescherming van overeenkomstige toepassing is op de behandeling door de commissie van bezwaarschriften tegen besluiten van en klachten over gedragingen van of toe te rekenen aan de in artikel 227a, tweede lid, onderdeel b, van de Provinciewet bedoelde provincieambtenaar.

 

Administratief beroep

In enkele wettelijke regelingen is nog bepaald dat tegen besluiten van gemeenten administratief beroep (beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan op het naast hogere bestuursorgaan) bij Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning kan worden ingesteld. Deze procedures komen niet veel voor.

 

Voor de behandeling van deze beroepen moeten Gedeputeerde Staten op grond van artikel 171 van de Provinciewet één of meer kamers samenstellen. In artikel 18 van de verordening is geregeld dat de Kamer wordt gevormd door het college van Gedeputeerde Staten. De Kamer doet uitspraak op basis van het advies van de Commissie rechtsbescherming.

 

Op de behandeling van beroepen door de commissaris van de Koning is artikel 171 van de Provinciewet niet van toepassing. Het beroep op de commissaris van de Koning is in artikel 4 van de verordening ook uitgezonderd van behandeling door de commissie. Zie hiervoor de toelichting op artikel 4.

 

Artikel 1

In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Awb voorkomen dan wel voor de toepassing van deze verordening een nadere definitie behoeven.

Het verwerend bestuursorgaan kunnen de bestuursorganen van de provincie Drenthe zijn, maar in het geval van administratief beroep zijn dat de bestuursorganen van een gemeente.

 

Artikel 2

Dit artikel regelt dat Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning in een andere regeling of besluit de behandeling van het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht voor specifieke regelingen, aan andere instanties kan overdragen. Hierbij kan worden gedacht aan zelfstandige behandeling van bezwaarschriften door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

 

Artikel 3

Hoofdstuk 9 van de Awb bevat een regeling over de wijze waarop het bestuursorgaan de klacht moet behandelen en afhandelen. Als algemene regel geldt dat het bestuursorgaan moet zorgen voor een zorgvuldige afdoening van klachten. De voorgeschreven procedure van de afdelingen 9.1.2 en 9.1.3 van de Awb geldt voor schriftelijk ingediende klachten.

 

In Drenthe wordt zoveel mogelijk geprobeerd de klacht in overleg met de klager op te lossen. Wanneer de klacht niet naar tevredenheid kan worden opgelost (artikel 9:5 van de wet) en niet buiten behandeling wordt gesteld (artikel 9:8 van de wet), is de commissie conform artikel 9:13 van de wet belast met de behandeling van en de advisering over de klacht.

 

Artikel 4

Dit artikel regelt de instelling van en de behandeling door de commissie.

De commissie is een onafhankelijke commissie die belanghebbenden hoort en Gedeputeerde Staten, Provinciale Staten, de commissaris van de Koning en de heffingsambtenaar adviseert over bezwaarschriften tegen door deze bestuursorganen genomen besluiten, over klachten tegen gedragingen van of onder verantwoordelijkheid van deze bestuursorganen werkzame personen en over administratieve beroepen.

 

Het beroep op de commissaris van de Koning is niet bij de commissie neergelegd. Vanwege het bijzondere karakter en de soms zeer korte termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen, is het nemen van een beslissing via een onafhankelijke adviescommissie niet mogelijk. Uiteraard geldt voor het beroep op de commissaris van de Koning wel dat een aantal procedurele regels met betrekking tot hoor en wederhoor in acht moet worden genomen. In die gevallen zal maatwerk moeten worden geleverd.

 

Artikel 5

De behandeling geschiedt door een voorzitter en twee leden. Voor het goed functioneren van de commissie als geheel is het van belang dat de commissie de beschikking heeft over voldoende leden met kennis van zaken.

Om de onafhankelijkheid van de commissie en haar advisering te waarborgen bestaat de commissie in zijn geheel uit externe leden. In aanvulling op artikel 7:13, eerste lid, van de Awb is daarom bepaald dat naast de voorzitter, ook de leden van de commissie geen deel uit kunnen maken van en niet werkzaam kunnen zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de provincie Drenthe.

 

Artikel 9

Zaken kunnen soms efficiënter en effectiever worden behandeld door het bezwaar informeel op te lossen. Om onnodige juridisering tegen te gaan, heeft de informele behandeling daarom een belangrijke plaats in het proces. Na binnenkomst van het bezwaarschrift wordt het bestuursorgaan gevraagd of het geschil op andere wijze is op te lossen. Dit varieert van een toelichting op het besluit tot een aanpassing ervan. Dit kan tot gevolg hebben dat het bezwaarschrift wordt ingetrokken.

Leidt de informele behandeling niet tot een oplossing, dan wordt de formele bezwarenprocedure voortgezet.

 

In bepaalde daarvoor geschikte zaken kan ook de toepassing van bemiddeling door externen (bijvoorbeeld mediators) worden voorgesteld aan het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan bepaalt de grens van de onderhandelingsruimte. De secretaris van de commissie voert de regie op het proces.

 

Artikel 12

In het geval van bezwaarschriften en klachten is in de wet bepaald dat de bevoegdheid om van het horen af te zien bij de commissie berust (artikel 7:13, vierde lid en artikel 9:15, derde lid, van de wet).

Omdat dit voor beroepschriften niet geldt, is in het tweede lid de beslissing over het afzien van het horen aan de commissie gemandateerd.

 

Op basis van artikel 7:13, derde lid, 7:19 en 9:15, tweede lid, van de wet gebeurt het horen door de commissie. Door onvoorziene omstandigheden kan het voorkomen dat het horen door twee leden gebeurt, onder wie in elk geval een voorzitter of zijn plaatsvervanger. De advisering vindt wel plaats door de commissie. Het afwezige lid wordt op basis van de stukken en het verslag van de hoorzitting betrokken bij de voorbereiding, beraadslaging en advisering.

 

Artikel 13

Vanwege de persoonlijke en privacygevoelige aspecten vindt de zitting in ieder geval achter gesloten deuren plaats in geval van bezwaarschriften tegen rechtspositionele besluiten en bij klachten.

 

Artikel 16

De beraadslaging vindt na afloop van de hoorzitting plaats. Dit wil niet zeggen dat de commissie ook meteen een beslissing neemt over het uit te brengen advies. Er kan aanleiding zijn een zaak nader te onderzoeken. Soms zal het naar aanleiding van nieuw verkregen informatie noodzakelijk zijn opnieuw een hoorzitting te houden.

 

Het advies wordt te allen tijde gegeven door minimaal drie personen. Ook wanneer het horen bij verhindering van een derde lid, met twee leden heeft plaatsgevonden.

 

Artikel 18

Op grond van artikel 171 van de Provinciewet moeten Gedeputeerde Staten uit hun midden (inclusief de commissaris van de Koning) één of meer kamers samenstellen voor de behandeling van het administratief beroep. Artikel 171 van de Provinciewet verzet zich niet tegen de instelling van één Kamer bestaande uit alle leden van Gedeputeerde Staten.

 

Dit artikel betreft de instelling van een permanente Kamer uit Gedeputeerde Staten voor het administratief beroep bij Gedeputeerde Staten. De Kamer doet uitspraak op basis van het advies van de Commissie rechtsbescherming.

 

Bij de Kamer is ingevolge de Provinciewet sprake van een griffier. Om verwarring met de griffier van de Staten te voorkomen is opgenomen dat het hier gaat om de directeur-secretaris.

 

Naar boven