Provinciaal blad van Noord-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Holland | Provinciaal blad 2017, 4716 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Holland | Provinciaal blad 2017, 4716 | Overige besluiten van algemene strekking |
Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 3 oktober 2017, nr. 992378/992384, tot vaststelling van de doelgroep, activiteiten, subsidieplafonds, aanvraagperiode en de tarieven voor het begrotingsjaar 2018 ten behoeve van de Uitvoeringsregeling Natuur- en Landschapsbeheer Noord-Holland (SVNL 2016-2021) en de Uitvoeringsregeling Kwaliteitsimpuls Natuur & Landschap Noord-Holland (SKNL)
Hoofdstuk 1 Natuurbeheer binnen een natuurterrein
Paragraaf 1 doelgroep en activiteiten
Artikel 1 Natuur- en landschapsbeheer
Aan aanvragers die gecertificeerd zijn voor natuurbeheer, als bedoeld in artikel 2.1 en artikel 2.9, lid 1 onder f van de SVNL 2016-2021, kan subsidie worden verstrekt voor natuur en landschapsbeheer op beheertypen van beheereenheden genoemd in het Natuurbeheerplan 2018.
Artikel 2 Aanvraag om wijziging in verband met gewijzigde beheertypen en toeslag
Begunstigden van een subsidieverleningsbeschikking op grond van de SVNL 2016-2021 die is ingegaan per 1 januari 2017 kunnen een aanvraag tot wijziging van die beschikking of uitbreiding indienen voor de vanaf 2018 gewijzigde beheertypen en toeslag (nu bijdrage), waarbij de tarieven zoals aangegeven in de kolom “tarieven 2017 ten behoeve van herbeschikken” in bijlage 1 bij dit besluit, met ingang van 1 januari 2018 worden toegepast.
Artikel 3 Subsidiabele onderdelen Natuurbeheerplan
1. Op grond van artikel 1.2, lid 2 onder b SVNL 2016-2021 komen de volgende onderdelen voor subsidie als bedoeld in artikel 1 in aanmerking:
a. het beheer van een natuurterrein ten behoeve van de natuurbeheertypen zoals aangegeven in het vigerende Natuurbeheerplan;
b. de inzet van gescheperde schaapkuddes op een natuurterrein;
c. voorzieningen voor het openstellen van een natuurterrein;
d. het beheer van natuurbeheertypen op een natuurterrein dat alleen varend kan worden bereikt;
e. monitoring, indien de subsidieaanvrager over een certificaat beschikt;
f. het beheer van een natuurterrein ten behoeve van landschapsbeheertypen met de aanduiding L01.01, L01.07, L01.09, L02.01 en L02.03 in het Natuurbeheerplan.
2. Op grond van artikel 1.2, lid 2 onder b SVNL 2016-2021, komen de volgende onderdelen voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking:
a. het beheer van een natuurterrein ten behoeve van de natuurbeheertypen N16.03, N16.04, N17.05, N17.06 en L01.16.00 zoals aangegeven in het vigerende Natuurbeheerplan;
b. voorzieningen voor het openstellen van een natuurterrein, de openstellingsbijdrage: voorzieningen.
Paragraaf 2 subsidieplafond, verdeelcriteria en aanvraagperiode
Het subsidieplafond voor onderdelen als bedoeld in artikel 3 op terreinen die zijn aangegeven op de beheertypekaart van het vigerende Natuurbeheerplan, bedraagt voor de periode 2018-2022:
a. artikel 3 lid 1, onderdelen a t/m e (beheer, toeslagen, monitoring en opslag), € 286.000 per kalenderjaar, totaal € 1.716.000;
b. artikel 3 lid 1, onderdeel f (landschapselementen), € 200.000 per kalenderjaar, € 1.200.000 totaal;
c. artikel 3 lid 2, onderdelen a en b, € 45.000 per kalenderjaar, € 225.000 totaal.
Hoofdstuk 2 Natuurbeheer op agrarisch gebruikte gronden
Paragraaf 1 Subsidieplafonds collectief agrarisch natuurbeheer (SVNL 2016-2021)
Artikel 7 Beheer door een agrarisch collectief (ANLb2016)
Voor aanvragers als bedoeld in artikel 3.1 van de SVNL 2016-2021, aan wie al in 2016 een subsidie voor agrarisch natuurbeheer is verleend op grond van SVNL 2016-2021 worden voor de periode 2018-2021, de volgende subsidieplafonds vastgesteld voor agrarisch natuurbeheer door een collectief, voor aanvullende subsidies als bedoeld in artikel 3.2 SVNL 2016-2021 voor leefgebieden met de aanduiding:
a. open grasland, open akkerland, droge dooradering of natte dooradering: € 165.000 per kalenderjaar, of € 660.000 totaal;
b. agrarisch water: € 42.000 per kalenderjaar, of € 168.000 totaal.
Paragraaf 2 Subsidieplafonds gecoördineerd agrarisch natuurbeheer (SVNL)
Artikel 9 Gecoördineerd agrarisch natuurbeheer (oude stijl)
Ten behoeve van begunstigden van op grond van de Uitvoeringsregeling Natuur- en Landschapsbeheer Noord-Holland (SVNL) verleende subsidies, waarvan de gesubsidieerde activiteiten gedurende het jaar 2018 doorlopen, wordt voor gecoördineerd beheer als bedoeld in artikel 4.1.1.1. SVNL ten behoeve van de agrarische beheerpakketten met de aanduiding A01 of A02, welke pakketten op grond van artikel 2.1, vierde lid zijn aangewezen voor gecoördineerd agrarisch natuurbeheer, alsmede in artikel 4.1.2.4, eerste lid SVNL (toeslag gecoördineerd agrarisch natuurbeheer), het subsidieplafond voor het jaar 2018 vastgesteld op € 111.000,-.
Hoofdstuk 3 Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap
Paragraaf 1 Investeringssubsidie
Artikel 11 Grondslag voor subsidie
1. Subsidie als bedoeld in artikel 8 SKNL kan worden verstrekt voor de percelen, die zijn opgenomen in de ambitiekaart bij het vigerende Natuurbeheerplan.
2. Voor subsidie komen uitsluitend kosten in aanmerking die noodzakelijk en adequaat zijn in relatie tot het natuurdoel van de subsidie, zoals genoemd in artikel 8, lid 1 van de SKNL:
a. kosten voor realisatie van natuurbeheertypen op grond die functieverandering heeft ondergaan (art. 8, lid 1 onder a);
b. kosten voor kwaliteitsimpuls bestaand natuurbeheertype, anders dan gelegen in een Natura 2000 gebied (art. 8, lid 1 onder c);
c. kosten voor omzetting naar een ander natuurbeheertype voor het natuurterrein, als genoemd in de ambitiekaart (art. 8, lid 1 onder e).
Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 11 betreft voor 2018 per onderdeel:
a. artikel 11 lid 2, onderdeel a, (inrichting na functiewijziging): € 1.825.000;
b. artikel 11 lid 2, onderdeel b, (inrichting bestaande natuur en landschapselementen): € 380.000;
c. artikel 11 lid 2, onderdeel c, (herinrichting bestaande natuur volgens ambitiekaart): € 0.
Paragraaf 2 Subsidie functieverandering
Artikel 13 Grondslag voor subsidie
1. Subsidie als bedoeld in artikel 15 SKNL kan worden verstrekt voor de percelen, die zijn opgenomen in de ambitiekaart bij het vigerende Natuurbeheerplan.
2. Voor subsidie komt uitsluitend in aanmerking de waardedaling ten gevolge van de omzetting van landbouwgrond in natuurterrein;
Artikel 16 tarieven begrotingsjaar 2018
1. De jaarvergoeding voor de landschapsbeheertypen als bedoeld in bijlage 1 van de SVNL 2016-2021 zijn opgenomen in bijlagen 3 behorende bij dit besluit.
2. De jaarvergoeding voor de natuurbeheertypen binnen een natuurterrein als bedoeld in bijlage 2 van de SVNL 2016-2021 zijn opgenomen in bijlage 1 behorende bij dit besluit.
3. De jaarvergoeding voor de toeslagen als bedoeld in artikel 2.4 van de SVNL 2016-2021 zijn opgenomen in bijlage 5 behorende bij dit besluit.
4. De jaarvergoeding voor monitoring van natuurterreinen door gecertificeerde beheerders is opgenomen in bijlage 7 bij dit besluit.
5. De jaarvergoeding voor de agrarische beheerpakketten voor gecoördineerd agrarisch natuurbeheer (oud stijl), opgenomen in bijlage 3, onderdelen B.1 en B.2, van de SVNL 2016-2021, worden voor dit begrotingsjaar conform de bij dit besluit gevoegde bijlage 2, in euro’s per eenheid vastgesteld;
6. De jaarvergoeding voor de toeslagen bij agrarische beheerpakketten, wordt voor dit begrotingsjaar conform de bij dit besluit gevoegde bijlage 6, in euro's per eenheid vastgesteld.
7. De maximale subsidie voor aanleg en herstel van een natuurterrein wordt op grond van artikel 14 SKNL bepaald op maximaal € 15.000,- per hectare.
8. Het percentage voor dit begrotingsjaar als bedoeld in artikel 44, vierde lid Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer provincie Noord-Holland, zoals die luidde tot 1 oktober 2004, waarmee de subsidie functieverandering voor de subsidies die zijn verleent op grond van aanvragen voor de begrotingsjaren 2000 tot en met 2006 wordt verhoogd, bedraagt 0,32%
9. De opslag voor prijsstijging zoals bedoeld in artikel 1.1 sub v van de SVNL 2016-2021, waarmee de tarieven in bijlage 1, 3, 5 en 7 worden verhoogd, bedraagt 3,93%.
Haarlem, 3 oktober 2017
Gedeputeerde staten van Noord-Holland,
J.W. Remkes, voorzitter
R.M. Bergkamp, provinciesecretaris.
Uitgegeven op 11 oktober 2017
Namens Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
R.M. Bergkamp, provinciesecretaris.
Model overeenkomst voor vestiging kwalitatieve verplichting Kwaliteitsimpuls
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon: Provincie Noord-Holland, gevestigd te 2012 HR Haarlem, Dreef 3, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ondergetekende, hierna te noemen de Provincie,
2. (naam rechtspersoon of organisatie)….., hierna te noemen begunstigde.
Overwegend dat bij besluit van (datum)….., kenmerk (nummer)…….., subsidie is verleend op grond van het artikel 4:23 lid 3 onder c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan (naam)…….. voor het omzetten van landbouwgrond naar de ontwikkeling van het natuurbeheertype (nummer en naar natuurdoeltype)…….. genoemd in natuurbeheerplan 201…, vastgesteld op (datum)……...
Overwegend dat deze overeenkomst voortvloeit uit de verplichting die in de subsidieverlening, is neergelegd, dat er een overeenkomst tot stand dient te komen tussen de Provincie en degene aan wie de grond toebehoort, waarin een kwalitatieve verplichting wordt gevestigd ten aanzien van de desbetreffende landbouwgrond om deze niet langer te gebruiken ten behoeve van de landbouw en datgene na te laten wat de ontwikkeling of instandhouding van het betrokken natuurbeheertype op de desbetreffende landbouwgrond in gevaar brengt of verstoord;
Verklaren te zijn overeengekomen als volgt:
Voor de betekenis van de gehanteerde begrippen wordt aangesloten bij hetgeen in de Uitvoeringsregeling subsidie kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Holland (hierna: regeling) alsmede de Uitvoeringsregeling subsidie Natuur- en Landschapsbeheer Noord-Holland hieromtrent is bepaald.
De begunstigde is eigenaar van het terrein, kadastraal bekend onder (kadastrale perceel nummers)…., met een totale grootte van (oppervlakte)…. hectare, hierna te noemen: het terrein.
a. De begunstigde richt het terrein in en houdt het voor onbepaalde tijd in stand, conform het natuurbeheertype (nummer en naam natuurdoeltype)…… genoemd in natuurbeheerplan 201.., vastgesteld op (datum)….;
b. De begunstigde laat al datgene na dat het gestelde onder a belemmert, bemoeilijkt of verhindert;
c. De begunstigde gebruikt het terrein enkel voor de uitoefening van extensieve landbouw indien dit in overeenstemming is met het natuurbeheertype (nummer en naam natuurdoeltype)…., zoals bedoeld onder a;
d. De begunstigde gebruikt het terrein enkel voor de ontwikkeling dan wel instandhouding van het natuurbeheertype waarvoor subsidie is verleend op grond van de regeling, of de ontwikkeling, dan wel instandhouding van een ander type natuur voor zover Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland hiervoor schriftelijk toestemming hebben verleend.
De begunstigde vestigt bij deze ten laste van het (deel van het) terrein zoals weergegeven op bijgevoegde kaart voor de percelen genoemd in artikel 2, ten behoeve van de Provincie een kwalitatieve verbintenis overeenkomstig artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek van de inhoud, zoals hiervoor in artikel 3 is aangegeven.
1. Indien de begunstigde één of meer der bepalingen van artikel 3 van deze akte niet nakomt zal de Provincie eerst nakoming vorderen en pas daarna overgaan tot ontbinding van deze overeenkomst.
2. Als de Provincie nakoming van deze overeenkomst vordert, stelt de provincie een termijn waarbinnen begunstigde in staat wordt gesteld tot nakoming van de overeenkomst te komen.
Begunstigde is alsdan verplicht om bij de niet-nakoming van één of meer der bepalingen van artikel 3 van deze akte op eerste aanzegging de niet-nakoming te staken en het terrein in de staat te herstellen waarin het verkeerde vóór de niet-nakoming van één of meer der bepalingen van artikel 3 van deze kwalitatieve verplichting, zulks op straffe van verbeurte van een boete dwangsom ten belope van minimaal € 100,- en ten hoogste € 500,- vermenigvuldigd met het aantal hectares, bedoeld in artikel 2 voor iedere week dat de begunstigde één of meer der bepalingen van artikel 3 van deze overeenkomst niet naleeft.
3. Na de termijn, bedoeld in het tweede lid, kan de Provincie, indien de begunstigde niet alsnog aan zijn verplichtingen heeft voldaan die voortvloeien uit deze akte, overgaan tot invordering van de dwangsom, vermeerderd met de wettelijke rente.
4. Indien de begunstigde na de gestelde termijn als bedoeld in lid twee, één of meerdere bepalingen uit artikel 3 niet nakomt kan de provincie de overeenkomst ontbinden. Zij zal begunstigde hiervan aangetekend schriftelijk op de hoogte stellen, met daarbij de opzegtermijn van 2 maanden, waarbinnen de begunstigde alsnog aan zijn verplichtingen kan voldoen. Hierbij blijft van kracht hetgeen in lid 3 is gesteld.
5. Als de Provincie de overeenkomst ontbindt naar aanleiding van niet-nakoming van één of meer bepalingen van artikel 3 van deze akte door de begunstigde, is de begunstigde gehouden het subsidiebedrag als bedoeld in de subsidieverlening, met kenmerk (nummer)…. d.d. (datum)…., voor het terrein bedoeld in artikel 2, ten behoeve van de Provincie, vermeerderd met wettelijke rente, terug te betalen. Daarenboven kan de provincie een boete opleggen tot maximaal 100% van het subsidiebedrag.
6. Bij de vaststelling van de hoogte van de dwangsom, bedoeld in het tweede lid en de boete, bedoeld in het vijfde lid, wordt rekening gehouden met de ernst van de niet-nakoming van de overeenkomst.
7. De wettelijke rente, bedoeld in het derde dan wel vijfde lid wordt berekend vanaf de dag dat begunstigde in gebreke is gesteld.
De provincie en de begunstigde kunnen beiden de andere partij verzoeken de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. In geval van een beroep door een van de partijen op dit artikel wordt voor de toepassing van het artikel aansluiting gezocht bij artikel 6:258 e.v. van het Burgerlijk Wetboek.
De Provincie en de begunstigde komen overeen dat de overeengekomen verplichtingen om te dulden of niet te doen ten aanzien van het terrein zullen overgaan op diegenen die het desbetreffende goed onder bijzondere titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen, die van de rechthebbende op het desbetreffende goed een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen. De Provincie en de begunstigde machtigen elkander over en weer om de inhoud van deze akte daartoe als beding in de zin van artikel 252 Boek 6 Burgerlijk Wetboek in te schrijven in de desbetreffende (openbare) registers op de wijze, zoals de toepasselijke wetten dit voorschrijven. De kosten van het opmaken van deze notariële akte en van de inschrijving in de openbare registers zijn ten laste van de Provincie. Deze volmacht is als onderdeel van deze overeenkomst en als mede ten bate van de gemachtigde van de Provincie gemaakt onherroepelijk en vervalt niet door overlijden of onbekwaamheid van de begunstigde of beperkt gerechtigde.
Alle geschillen in verband met of voortvloeiend uit deze akte zullen worden beslecht door de bevoegde burgerlijk rechter.
Deze kwalitatieve verplichting gaat in op (datum)….
1. Aldus door Provincie getekend te ________________________________ op __________ 201..
conform het besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland de dato ♦♦ met nummer ♦♦,
2. Aldus door Begunstigde getekend te ________________________________ op __________ 201..
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2017-4716.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.