Provinciaal blad van Noord-Brabant

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Noord-BrabantProvinciaal blad 2017, 2741Verordeningen



Zesde wijzigingsregeling Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 1 december 2015 de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 hebben vastgesteld;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten het aantal fietsverplaatsingen willen laten groeien naar 28-30% van de totale Brabantse mobiliteit om zo de bereikbaarheid te vergroten, de filedruk te verminderen, de gezondheid te bevorderen en een bijdrage aan een beter milieu te leveren;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten en de Brabantse gemeenten de aanleg van snelfietsroutes als een belangrijk instrument zien om het fietsgebruik te vergroten;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het Uitvoeringsprogramma Fiets in de Versnelling 2016-2020 het Brabantse snelfietsroutenetwerk hebben vastgelegd en Provinciale Staten op 9 september 2016 een startbedrag van 35,6 miljoen euro beschikbaar hebben gesteld voor de realisatie van het Brabantse snelfietsroutenetwerk;

Overwegende dat de desbetreffende gemeenten waar de snelfietsroutes zullen worden aangelegd samen met de provincie per snelfietsroute bestuurlijke afspraken hebben gemaakt over de totstandkoming van de snelfietsroutes;

Overwegende dat daarbij is afgesproken dat de Brabantse gemeenten het initiatief nemen in het realiseren van de snelfietsroutes en dat Gedeputeerde Staten hierin willen faciliteren door een financiële bijdrage te leveren in de vorm van een subsidie;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten daartoe de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 wensen te wijzigen door een nieuwe paragraaf inzake snelfietsroutes in te voegen.

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijzigingen

De subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016, wordt als volgt gewijzigd:

A. Paragraaf 2 komt te luiden:

Paragraaf 2 Snelfietsroutes

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    fietspad: vrijliggend fietspad, vrijliggend fiets-/bromfietspad of een rijloper van een fietsstraat;

  • d.

    fietsstraat: straat die ingericht is als fietsroute, maar waarop tevens gemotoriseerd verkeer is toegestaan;

  • e.

    innovatieve producten of technieken: producten of technieken, die wat betreft functies en mogelijkheden positief opvallen ten opzichte van functies en mogelijkheden van bestaande producten of technieken in de zin van gebruiksmogelijkheden, snelheid, compactheid of zuinigheid en die nog niet of nauwelijks zijn toegepast;

  • f.

    kunstwerk: bouwconstructie in de vorm van een brug, viaduct, tunnel, duiker of stuw;

  • g.

    snelfietsroute: hoogwaardige fietsverbinding als genoemd in bijlage 5, behorende bij deze regeling, uitgerust om grote aantallen fietsers met grotere snelheidsverschillen te kunnen afwikkelen, die op langere afstanden kernen of economische toplocaties met elkaar verbindt;

  • h.

    snelfietsroutedeel: deel van een snelfietsroute, als bedoeld onder g;

  • i.

    VAT-kosten: kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht, die rechtstreeks betrekking hebben op het project maar niet rechtstreeks aan de aanleg kunnen worden toegerekend;

  • j.

    zakelijk recht: zakelijk recht als bedoeld in boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 2.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

    • a.

      gemeenten;

    • b.

      een samenwerkingsverband van gemeenten.

  • 2.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

    • a.

      wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband;

    • b.

      draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

 

Artikel 2.3 Subsidievorm

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

 

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het aanleggen van:

  • a.

    een snelfietsroute zonder kunstwerk;

  • b.

    een snelfietsroutedeel zonder kunstwerk;

  • c.

    een kunstwerk ten behoeve van a of b.

 

Artikel 2.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de totale projectkosten van projecten als bedoeld in artikel 2.4, onder a of c, minder bedragen dan € 250.000;

  • b.

    de totale projectkosten van projecten als bedoeld in artikel 2.4, onder b, minder dan € 50.000 bedragen;

  • c.

    de subsidieaanvrager voor het project reeds subsidie heeft ontvangen op grond van de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016.

 

Artikel 2.6 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het project is gericht op het aanleggen van:

      • 1°.

        een snelfietsroute zonder kunstwerk;

      • 2°.

        een snelfietsroutedeel zonder kunstwerk;

      • 3°.

        een kunstwerk ten behoeve van de projecten, genoemd onder 1° en 2°;

    • b

      het project, bedoeld onder a, is opgenomen op bijlage 5, behorende bij deze regeling;

    • c.

      het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • d.

      de subsidieaanvrager overlegt een bestuursovereenkomst met daarbij de volgende bijlagen met betrekking tot de gehele snelfietsroute, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten:

      • 1°.

        het ontwerp;

      • 2°.

        een toelichting op het kwaliteitsniveau;

      • 3°.

        een risicoparagraaf;

      • 4°.

        een kostenprognose;

      • 5°.

        de fasering en planning;

    • e.

      de bestuursovereenkomst, bedoeld onder c:

      • 1°.

        is ondertekend na 1 mei 2017 en voor 1 mei 2018;

      • 2°.

        is ondertekend door alle gemeenten waarin de snelfietsroute wordt aangelegd;

    • f.

      de snelfietsroute is bedoeld om grote aantallen fietsers met grotere snelheidsverschillen te kunnen afwikkelen;

    • g.

      de snelfietsroute verbindt kernen of economische toplocaties met elkaar;

    • h.

      de snelfietsroute is gericht op langere afstanden;

    • i.

      de snelfietsroute, het snelfietsroutedeel of het kunstwerk wordt voorzien van effectieve uniforme markering en bewegwijzering;

    • j.

      de snelfietsroute, het snelfietsroutedeel of het kunstwerk wordt herkenbaar als snelfietsroute door het gebruik van een uniform beeldmerk;

    • k.

      de snelfietsroute, het snelfietsroutedeel of het kunstwerk wordt voorzien van effectieve verlichting, tenzij er sprake is van verstoring van de natuur;

    • l.

      de snelfietsroute of het snelfietsroutedeel krijgt zo min mogelijk stops voor de fietser;

    • m.

      de snelfietsroute of het snelfietsroutedeel geeft zo veel mogelijk voorrang en prioriteit aan de fietser of bevat ongelijkvloerse kruisingen;

    • n.

      de snelfietsroute, het snelfietsroutedeel of het kunstwerk, bevat zo min mogelijk obstakels op of direct naast het fietspad;

    • o.

      het fietspad van de snelfietsroute, het snelfietsroutedeel of het kunstwerk wordt vrijliggend, tenzij het fietspad een fietsstraat betreft;

    • p.

      de breedte van het fietspad van de snelfietsroute, het snelfietsroutedeel of het kunstwerk wordt:

      • 1°.

        ten minste 3,0 meter bij een eenrichtingsfietspad;

      • 2°.

        ten minste 4,0 meter bij een tweerichtingsfietspad;

    • q.

      het fietspad van de snelfietsroute, het snelfietsroutedeel of het kunstwerk krijgt een gesloten en comfortabele verharding;

    • r.

      de onderdelen f tot en met q wijken niet af van de bijlagen 1 en 2 van de bestuursovereenkomst, bedoeld onder c;

    • s.

      het project is tevens gericht op:

      • 1°.

        communicatie over de realisatie en het gebruik van de snelfietsroute;

      • 2°.

        stimulering van het gebruik van de snelfietsroute;

      • 3°.

        monitoring van de snelfietsroute;

    • t.

      het project kan voor 1 januari 2021 worden afgerond;

    • u.

      aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

      • 1°.

        op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

        een sluitende begroting.

  • 2.

    Indien een bestaand fietspad onderdeel uitmaakt van de aanvraag, bedraagt de breedte van het bestaande fietspad, in afwijking van het eerste lid, onder p:

    • a.

      ten minste 2,5 meter bij een eenrichtingsfietspad; of

    • b.

      ten minste 3,5 meter bij een tweerichtingsfietspad.  

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      kosten voor de verwerving van gronden ten behoeve van het project tot maximaal de taxatiewaarde;

    • b.

      kosten voor het aankopen van een onroerende zaak ten behoeve van het project tot maximaal de taxatiewaarde;

    • c.

      kosten voor het aanpassen van de verkeerssituatie;

    • d.

      kosten voor de aanleg van de snelfietsroute of het snelfietsroutedeel;

    • e.

      kosten voor de aanleg van een kunstwerk;

    • f.

      kosten voor extra projectonderdelen, die gericht zijn op de toepassing van innovatieve producten of technieken;

    • g.

      kosten voor het verleggen van kabels en leidingen;

    • h.

      interne loonkosten in de vorm van VAT-kosten;

    • i.

      externe adviseurskosten in de vorm van VAT-kosten.

  • 2.

    Voor de berekening van de interne loonkosten, bedoeld in het eerste lid, onder d, past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek, genoemd in artikel 10, onder a, juncto artikel 11, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant toe.

  • 3.

    De kosten, genoemd in het eerste lid, onder h en i, bedragen gezamenlijk maximaal 15 procent van de kosten, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met g.

 

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten gemaakt voor 1 januari 2017;

  • b.

    interne apparaatskosten van de subsidieaanvrager, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 2.7, onder h;

  • c.

    kosten voor het uitvoeren van reguliere werkzaamheden;

  • d.

    kosten voor vergunningen en leges;

  • e.

    kosten voor vergoeding van planschade en nadeelcompensatie;

  • f.

    kosten van vervanging van kabels en leidingen van derden;

  • g.

    kosten voor planologische procedures;

  • h.

    kosten voor de accountantscontrole;

  • i.

    kosten voor juridische procedures.

 

Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 juni 2017 tot en met 31 april 2020.

 

Artikel 2.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, voor de periode, genoemd in artikel 2.9, vast op € 35.600.000.

 

Artikel 2.11 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 2.4, onder a en b, bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 15.000.000.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 2.4, onder c, bedraagt 80 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 5.000.000.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid, bedraagt de hoogte van de subsidie voor de subsidiabele kostenpost, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder d, 60 procent, voor het deel waar het fietspad tenminste de volgende breedte heeft:

    • a.

      3,5 meter bij een eenrichtingsfietspad;

    • b.

      4,5 meter bij een tweerichtingsfietspad.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid, bedraagt de hoogte van de subsidie voor de subsidiabele kostenpost, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder f, 60 procent, tot een maximum van € 2.000.000.

  • 5.

    In afwijking van het tweede lid, bedraagt de hoogte van de subsidie voor de subsidiabele kostenposten, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, b, c, f, g, h en i 50 procent.

  • 6.

    Indien toepassing van dit artikel tot gevolg heeft dat de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 2.4, onder a en c, minder dan € 125.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

  • 7.

    Indien toepassing van dit artikel tot gevolg heeft dat de subsidie voor projecten, als bedoeld in artikel 2.4, onder b, minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

 

Artikel 2.12 Verdeelcriteria

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

 

Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd conform het in de bestuursovereenkomst, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onder c, opgenomen ontwerp en kwaliteitsniveau van de snelfietsroute;

    • b.

      de subsidieaanvrager draagt zorg dat hij:

      • 1°.

        eigenaar wordt van de gronden waarop het project wordt uitgevoerd, of:

      • 2°.

        een ander zakelijk recht vestigt op de gronden waarop het project wordt uitgevoerd, of;

      • 3°.

        een toestemmingsverklaring van de eigenaar verkrijgt, indien de gronden eigendom zijn van een medeoverheid;

    • c.

      het project wordt voor 1 januari 2021 afgerond, met een verlengingsmogelijkheid van maximaal een jaar;

    • d.

      de subsidieontvanger zorgt voor:

      • 1°.

        communicatie over de realisatie en het gebruik van de snelfietsroute;

      • 2°.

        stimulering van het gebruik van de snelfietsroute;

      • 3°.

        monitoring van de snelfietsroute;

    • e.

      de subsidieontvanger maakt de bevindingen en de resultaten van het project toegankelijk voor derden;

    • f.

      de subsidieontvanger houdt het project tenminste 10 jaar in stand.

  • 2.

    Bij subsidies van €25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • 3.

    Bij subsidies van €125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

 

Artikel 2.14 Prestatieverantwoording

  • 1.

    De aanvraag tot vaststelling wordt ingediend binnen 6 maanden na het verricht zijn van de activiteiten.

  • 2.

    Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

    • 1°.

      een activiteitenverslag;

    • 2°.

      indien van toepassing fotomateriaal of videomateriaal van de situatie voor en na het project;

    • 3°.

      indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.

  • 3.

    Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

    • 1°.

      een activiteitenverslag;

    • 2°.

      indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;

    • 3°.

      indien van toepassing een proces verbaal van oplevering;

    • 4°.

      een financieel verslag, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

    • 5°.

      een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, onderdeel a, onder 2, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.

 

Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in jaarlijkse termijnen betaald.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten bepalen in de beschikking tot subsidieverlening de hoogte van en de tijdstippen waarop de termijnen, bedoeld in het tweede lid, worden betaald.

 

Artikel 2.16 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2018 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

B. Na Bijlage 4 wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage 5 behorende bij artikel 2.6 van de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016

Snelfietsroutenetwerk provincie Noord-Brabant

 

  • 1.

    Bergen op Zoom – Antwerpen

  • 2.

    Bergen op Zoom – Roosendaal

  • 3.

    Breda – Etten-Leur

  • 4.

    Breda – Moerdijk

  • 5.

    Breda – Oosterhout

  • 6.

    Cuijk – Nijmegen

  • 7.

    Den Bosch – Oss

  • 8.

    Den Bosch – Veghel

  • 9.

    Den Bosch – Vught – Oisterwijk

  • 10.

    Den Bosch – Waalwijk

  • 11.

    Den Bosch – Zaltbommel

  • 12.

    Eindhoven – Waalre – Valkenswaard

  • 13.

    Eindhoven – Den Bosch

  • 14.

    Eindhoven – Geldrop – Helmond

  • 15.

    Eindhoven – Gemert

  • 16.

    Eindhoven – Helmond

  • 17.

    Eindhoven – Tilburg

  • 18.

    Eindhoven – Weert

  • 19.

    Geldrop – Eindhoven – Veldhoven (de Run)

  • 20.

    Oss – Nistelrode – Uden

  • 21.

    Oss – Nijmegen

  • 22.

    Roosendaal – Antwerpen

  • 23.

    Roosendaal – Etten-Leur

  • 24.

    Tilburg – Oisterwijk

  • 25.

    Tilburg – Breda

  • 26.

    Tilburg – Oosterhout

  • 27.

    Tilburg – Turnhout

  • 28.

    Tilburg – Waalwijk

  • 29.

    Uden – Veghel (noord- of zuidtracé)

  • 30.

    Valkenswaard – Neerpelt

  • 31.

    Werkendam – Sleeuwijk – Gorinchem

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel III Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Zesde wijzigingsregeling Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016.

’s-Hertogenbosch, 23 mei 2017

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris

mw. ir. A.M. Burger

Toelichting behorende bij de zesde wijzigingsregeling Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016.  

Algemeen

Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht.

Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

 

Achtergrond

De provincie Noord-Brabant wil het aantal fietsverplaatsingen laten groeien naar 28-30% van de totale Brabantse mobiliteit om zo de bereikbaarheid te vergroten, de filedruk te verminderen, de gezondheid te bevorderen en een bijdrage aan een beter milieu te leveren. De provincie en de Brabantse gemeenten zien de aanleg van snelfietsroutes als een belangrijk instrument om het fietsgebruik te vergroten. Gedeputeerde Staten hebben in het Uitvoeringsprogramma Fiets in de Versnelling 2016-2020 het Brabantse snelfietsroutenetwerk vastgelegd en Provinciale Staten hebben op 9 september 2016 een startbedrag van 35,6 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de realisatie van het Brabantse snelfietsroutenetwerk. De desbetreffende gemeenten waar de snelfietsroutes zullen worden aangelegd hebben samen met de provincie per snelfietsroute bestuurlijke afspraken gemaakt over de totstandkoming van de snelfietsroutes. Daarbij is afgesproken dat de Brabantse gemeenten het initiatief nemen in het realiseren van de snelfietsroutes en dat de provincie hierin zal faciliteren door een financiële bijdrage te leveren in de vorm van een subsidie.

 

E-bikes en speed-pedelecs

De opmars van de E-bike ligt aan de basis voor het toegenomen gebruik van de fiets in het woon-/werkverkeer. De E-bike is dan ook cruciaal voor de snelfietsroutes. Naast de E-bike is inmiddels ook de speed-pedelec geïntroduceerd, een nog snellere fiets dan de E-bike. De snelfietsroute is bedoeld als snelle fietsroute voor snelle fietsers. De speed-pedelec beschouwt de provincie als snelle fiets, waarvoor in principe plaats moet zijn op de snelfietsroute. Vanuit het oogpunt van veiligheid en gezien de begin 2017 gewijzigde wet- en regelgeving op dit punt, stelt deze subsidieregeling geen eisen aan het gebruik van de snelfietsroute door speed-pedelecs.

 

Artikelsgewijs

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

onder c Fietspad

Een snelfietsroute bestaat uit een vrijliggend fietspad of een fietsstraat. Binnen de bebouwde kom zal het in het algemeen gaan om een fietspad. Buiten de bebouwde kom zal het vrijwel altijd om een brom-/fietspad gaan.

 

onder f Kunstwerk

Het gaat hierbij dus om de bouwconstructie in, onder of boven een weg, een waterweg of een spoorweg, met inbegrip van de verharding, de fundering, de landhoofden, de taludbekleding, de voegovergangsconstructies, de stootplaten, de pijlers, de schampranden, de bekledingspanelen, het waterdicht membraam, de geleiderailconstructie of de leuningconstructies, inclusief de voortzettingen daarvan in de bermen, de ankers ten behoeve van de bevestiging, de bewegwijzering, de doorvoervoorzieningen voor kabels en leidingen in het dek, de wateropvangconstructies en de verlichting als integraal onderdeel van de constructie.

 

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

Aanhef Aanleg snelfietsroute

Onder “aanleg” verstaan Gedeputeerde Staten het geheel van activiteiten dat noodzakelijk is om te komen tot een snelfietsroute, een snelfietsroutedeel of een kunstwerk, dus zowel de aanleg van het fietspad zelf, als de bijbehorende verkeersregelinstallaties, de verlichting, de bewegwijzering, de bebording en de markering.

 

Onder a Snelfietsroute zonder kunstwerk

Met deze subsidieregeling kan subsidie worden aangevraagd voor het aanleggen van de totale snelfietsroute, zoals opgenomen in het Brabantse snelfietsroutenetwerk, van kern naar kern.

 

Onder b Snelfietsroutedeel zonder kunstwerk

In de praktijk zal de aanleg van een snelfietsroute vaak gefaseerd en in ieder geval door meerdere gemeentes worden gedaan. Om die reden is het mogelijk om ook voor een deel van een snelfietsroute een subsidieaanvraag in te dienen.

 

Onder c Kunstwerk

Het is ook mogelijk om alleen voor een kunstwerk ten behoeve van een snelfietsroute een aanvraag in te dienen, vooruitlopend op de aanleg van de rest van de snelfietsroute. Het kunstwerk is daarom als aparte subsidiabele activiteit opgenomen en ook de subsidiehoogte voor een kunstwerk is hoger dan voor de rest van de snelfietsroute.

 

Artikel 2.5 Weigeringsgronden

De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Asv.

 

Artikel 2.6 Subsidievereisten

Onder d Bestuursovereenkomst

Met deze subsidieregeling willen Gedeputeerde Staten het aanleggen van snelfietsroutes faciliteren. Ook het aanleggen van delen van snelfietsroutes en kunstwerken wordt daarbij gefaciliteerd, zodat op korte termijn een start kan worden gemaakt. Om er zeker van te zijn dat uiteindelijk de gehele snelfietsroute wordt aangelegd, dus snelfietsroutes die A en B verbinden en helemaal klaar zijn, stellen Gedeputeerde Staten als voorwaarde bij deze subsidieregeling dat er een bestuursovereenkomst is gesloten tussen alle gemeenten waar de snelfietsroute in ligt. In die bestuursovereenkomst en de bijlagen die daar bij horen moet het ontwerp en het kwaliteitsniveau voor de gehele snelfietsroute duidelijk zijn vastgelegd en is ook vastgelegd wanneer welk deel wordt aangelegd en wie welk deel betaald.

 

Onder e Eisen bestuursovereenkomst

De ambitie van de provincie is om in 2020 vijf snelfietsroutes gereed te hebben. Om die ambitie te halen, is tempo nodig. Door de uiterste datum voor het sluiten van de bestuursovereenkomst binnen een jaar na vaststelling van deze subsidieregeling te zetten wil Gedeputeerde Staten duidelijk maken dat deze regeling bedoeld is voor gemeenten die op korte termijn met de realisatie van hun snelfietsroute kunnen beginnen.

 

Onder f t/m q Kenmerken snelfietsroute

In deze subsidievereisten staan de kenmerken van een snelfietsroute benoemd. Voor twee kenmerken is een middelvoorschrift opgenomen; en wel de breedte en het type verharding. Een aantal andere kenmerken, zoals het aantal stops, de voorrangssituatie en obstakels, zijn enkel als doelvoorschrift benoemd. Daarmee geven Gedeputeerde Staten de gemeenten de kans om maatwerk te leveren.

 

Onder m Voorrang

Om op een snelfietsroute snel en veilig door te kunnen fietsen, moeten er zo min mogelijk punten zijn waar de fietser gemotoriseerd verkeer tegenkomt. Waar dat toch gebeurt moet de fietser waar mogelijk voorrang krijgen in het geval van kruispunten of oversteken zonder verkeersregelinstallatie VRI. Als er een VRI is opgenomen in een snelfietsroute dient de fietser waar mogelijk prioriteit te krijgen. Dat kan bijvoorbeeld door een detectielus op afstand, (warmte)camera’s of beïnvloeding met behulp van een mobiele applicatie.

 

Onder r Bestuursovereenkomst

Gedeputeerde Staten willen met deze bepaling zorgdragen dat de aanvraag overeenkomt met de afspraken die tussen alle betrokken gemeenten in de bestuursovereenkomst zijn gemaakt. Alleen subsidieaanvragen die overeenkomen met de afspraken uit de bestuursovereenkomst komen voor subsidie in aanmerking.

 

Onder s Communicatie, stimulering en monitoring

Het aanleggen van een snelfietsroute is geen doel op zich. Het gaat erom dat zoveel mogelijk mensen de route gaan gebruiken. Daarom is het opstellen en uitvoeren van een communicatie-, fietsstimulerings- en monitoringplan onderdeel van het aanleggen van een snelfietsroute.

 

Artikel 2.7. Subsidiabele kosten

Eerste lid Soorten kosten

Onder c Aanpassen verkeerssituatie

Om een snelfietsroute aan te kunnen leggen zal in sommige gevallen een bestaande verkeerssituatie verder moeten worden aangepast dan alleen het aanleggen van een fietspad. Met name in binnenstedelijk gebied zal bij de aanleg van een fietsstraat meer nodig zijn dan alleen het aanleggen van een nieuwe verharding. Te denken valt hier bij aan het verleggen van parkeervakken, trottoirs of bushaltes. Doel van deze bepaling is om dergelijke aanpassingen subsidiabel te maken.

 

Onder d Aanleg snelfietsroute of snelfietsroutedeel

Zoals al aangegeven in artikel 2.4 verstaan Gedeputeerde Staten onder de aanleg van de snelfietsroute of het snelfietsroutedeel in ieder geval ook de aanleg van verkeersregelinstallaties, verlichting, bewegwijzering, bebording en markering.

 

Onder g Kabels en leidingen

Deze kosten zijn slechts subsidiabel voor zover deze kosten niet voor rekening komen van de desbetreffende kabelexploitant en dienen gecorrigeerd te worden voor het vervangingsaandeel.

 

Tweede lid Berekening loonkosten

Dit lid betekent dat de subsidieaanvrager de integrale loonkosten zelf mag berekenen op basis van de eigen kosten toerekenings-systematiek, mits deze systematiek is gebaseerd op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaarde grondslagen.

 

Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag

De provincie wil vijf snelfietsroutes voor eind 2020 realiseren. Om die reden is de laatste aanvraag mogelijk tot 1 mei 2020.

 

Artikel 2.11 Subsidiehoogte

Eerste lid Snelfietsroute en snelfietsroutedeel

Het standaard subsidiepercentage voor de aanleg van snelfietsroutes is 50%. Het maximale bedrag dat in één subsidieaanvraag verstrekt kan worden voor de aanleg is € 15.000.000.

 

Tweede lid Kunstwerk

Het standaard subsidiepercentage voor de aanleg van een kunstwerk is 80%. Het maximale bedrag dat in één subsidieaanvraag verstrekt kan worden voor de aanleg van kunstwerken is € 5.000.000.

 

Derde lid Extra kwaliteit

Als de hele aanvraag of een deel van de aanvraag is bedoeld voor een fietspad dat breder is dan 3,5 meter voor een eenrichtingsfietspad of 4,5 meter voor een tweerichtingsfietspad, bedraagt het subsidiepercentage voor dat gedeelte van de aanvraag 60%. Deze bepaling is bedoeld om extra kwaliteit, in de vorm van extra breedte, te stimuleren.

 

Vierde lid Innovatie

Gedeputeerde Staten wil innovatie stimuleren. Die onderdelen van een aanvraag waar sprake is van het gebruik van innovatieve producten of technieken, komen in aanmerking voor een subsidie van 60%.

 

Vijfde lid Uitzondering

Het subsidiepercentage van 80% voor kunstwerken, geldt alleen voor de bouwkosten van het kunstwerk. Verwervingskosten en andere bijkomende kosten als VAT-kosten en verleggen van kabels en leidingen krijgen de standaard subsidie van 50%.

 

Zesde lid Uitsluiting projecten onder € 125.000

Een aanvraag voor een kunstwerk of gehele snelfietsroute die na aftrek van alle niet subsidiabele kosten minder subsidie zou krijgen dan € 125.000, krijgt geen subsidie. Deze grens komt voort uit de verschillende arrangementen voor subsidieverlening uit de Asv.

 

Zevende lid Uitsluiting projecten onder € 25.000

Een aanvraag voor een snelfietsroutedeel die na aftrek van alle niet subsidiabele kosten minder subsidie zou krijgen dan € 25.000, krijgt geen subsidie. Deze grens komt voort uit de verschillende arrangementen voor subsidieverlening uit de Asv.

 

Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Eerste lid Verplichtingen

Onder b Zakelijk recht

Om beheer en onderhoud duurzaam te kunnen regelen, eisen Gedeputeerde Staten dat de gemeente eigenaar wordt van de gronden of een zakelijk recht vestigt op de gronden. Alleen als de gronden in bezit zijn van een medeoverheid, zoals een waterschap of Rijkswaterstaat, volstaat een toestemmingsverklaring.

 

Onder c Einddatum

De snelfietsroutes die worden ingediend in de openstellingsperiode 1 juni 2017 tot en met 1 mei 2020, dienen allemaal eind 2020 gerealiseerd te zijn.

 

Onder f Instandhoudingsverplichting

Op basis van de Asv heeft de subsidieaanvrager al een instandhoudingsverplichting van 5 jaar. In deze subsidieregeling kiest de provincie er voor om daar nog 5 jaar bovenop te doen.

 

Artikel 2.14 Prestatieverantwoording

Eerste lid Zes maanden

De aanvraag tot vaststelling van de definitieve subsidie vindt plaats binnen zes maanden na afronding van het project.

 

Tweede en derde lid Subsidiearrangementen

Deze prestatieverantwoordingen horen bij het desbetreffende arrangement voor subsidieverlening uit de Asv.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter de secretaris

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger