Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 9 mei 2017, nr. 81AD4316, tot wijziging van Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht

Gedeputeerde staten van Utrecht;

 

Gelet op de artikelen 4, 6, 28, 31 en 33 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht;

 

Overwegende dat Provinciale Staten op 18 april 2016 de cultuur- en erfgoednota provincie Utrecht 2016–2019 ‘Alles is nu’ hebben vastgesteld;

 

Overwegende dat het wenselijk is de uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht te wijzigen zodat verordening staatsteunproof wordt op grond van Europese wetgeving (AGVV);

 

Overwegende dat het wenselijk is de uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht te wijzigen om subsidies voor de restauratie van rijksmonumenten te kunnen blijven verstrekken.

Besluiten:

Artikel I

De Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

A.

In artikel 1 wordt onder verlettering van de onderdelen b tot en met k naar c tot en met l een nieuw punt b ingevoegd, luidende:

 

  • b.

    AGVV:

    de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (EU), nr. 651/2014 (PB L187, van 26 juni 2014, blz. 1.);

Artikel 1g komt als volgt te luiden:

 

  • g.

    Rijksmonument:

    rijksbeschermd monument, niet zijnde woonhuis of rijksmonument dat in het kader van een provinciaal gebiedsprogramma kan worden gerestaureerd; en niet zijnde een rijks vastgoed dat binnen de tijdsduur van dit besluit overgedragen wordt. Dit geldt niet voor rijks vastgoed dat om beheer overgedragen wordt aan de Nationale Monumentenorganisatie.

Artikel 1k komt als volgt te luiden:

 

  • k.

    Urgente restauratieopgave:

    het Rijksmonument heeft in de Utrechtse erfgoedmonitor een score van matig of slecht. Daarbij moet er een noodzaak zijn dat er snel gestart wordt met de restauratie (binnen 6 maanden).

B.

Artikel 2, tweede lid, onder a komt als volgt te luiden:

 

  • a.

    matige of slechte onderhoudstoestand op basis van de Utrechtse Erfgoedmonitor. Indien door honorering van de aanvragen het subsidieplafond zou worden overschreden zal er voorrang gegeven worden aan projecten met een slechte onderhoudstoestand;

Artikel 2, tweede lid, onder d komt als volgt te luiden:

 

  • d.

    aantoonbare zekerheid van gebruik of herbestemming;

C.

Artikel 4, eerste lid, komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    Voor het jaar 2017 geldt dat aanvragen kunnen worden ingediend uiterlijk 15 september 2017. Voor 2018 en 2019 wordt de indientermijn nader bepaald.

Artikel 4, tweede lid, komt als volgt te luiden:

 

  • 2.

    Aanvragen worden ingediend met behulp van het aanvraagformulier erfgoedparels.

D.

Artikel 5, eerste lid, onder b komt als volgt te luiden:

 

  • b.

    als er geen noodzakelijke restauratieopgave ligt, zoals vermeld in de erfgoedmonitor;

In artikel 5, eerste lid wordt een nieuw punt g en h ingevoegd, luidende:

 

  • g.

    Voor zover ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een besluit van de Europese Commissie, waarbij een maatregel als onrechtmatige steun is aangemerkt die onverenigbaar is met de interne markt.

  • h.

    Indien de aanvrager een ‘onderneming in moeilijkheden’ betreft, zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 18 AGVV.

E.

Artikel 7, eerste lid, komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 bedraagt in 2017 € 3.300.000,–.

F.

Artikel 8, eerste lid, komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    De subsidie bedraagt minimaal € 50.000,– en maximaal € 500.000,–, tenzij er in de concrete situatie gegronde reden is hiervan af te wijken gelet op het belang van het monument en de hoogte van de geboden cofinanciering.

Er wordt in artikel 8 een derde en vierde lid ingevoegd, luidende:

 

  • 3.

    Gedeputeerde Staten kunnen op grond van inhoudelijke overwegingen besluiten een lagere subsidie toe te kennen dan het aangevraagde bedrag.

  • 4.

    Ingeval de subsidie conform het eerste lid meer bedraagt dan € 1.000.000,–, zal de subsidie niet hoger zijn dan het verschil tussen de subsidiabele kosten en de exploitatiewinst van de investering zoals bedoeld in artikel 2, sub 39 AGVV. De exploitatiewinst wordt in mindering gebracht op de in aanmerking komende kosten, met dien verstande dat de aanvrager over de betrokken periode een redelijke winst zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 142 AGVV mag behouden.

G.

Artikel 9 komt als volgt te luiden:

 

Subsidie wordt verstrekt met inachtneming van artikel 53 van de AGVV of anderzins in overeenstemming met de staatssteunregels.

H.

Artikel 10, tweede lid, komt als volgt te luiden:

 

  • 2.

    De subsidieontvanger is verplicht het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de gesubsidieerde werkzaamheden is gebracht.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 9 mei 2017.

Gedeputeerde staten van Utrecht,

Voorzitter

Secretaris

Naar boven