Provincie Overijssel – Openstelling ‘Regeling Fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie van agrarische ondernemingen’

Besluit: dd. 9 februari 2016

Kenmerk: 2016/0029361

Inlichtingen bij: Henk Egberts

Telefoon: 038 – 499 75 22

E-mail: GHBH.Egberts@overijssel.nl

 

Kennisgeving

 

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

Gelet op artikel 1.3 van de Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel

 

BESLUITEN

 

  • I.

    Open te stellen: de ‘Regeling Fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie van agrarische ondernemingen’ als nadere invulling op de algemene bepalingen zoals vastgesteld in de Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel voor de periode van 15-02-2016 tot en met 14-04-2016 voor het indienen van aanvragen.

 

  • II.

    Het subsidieplafond voor het jaar 2016 vast te stellen op € 1.500.000,- Europese middelen.

 

  • III.

    De volgende regels vast te stellen:

Artikel 3.2.1 subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor fysieke investeringen:

    • a.

      voor het ontwikkelen, beproeven of demonstreren van innovaties in agrarische ondernemingen; of

    • b.

      voor de bredere uitrol van innovaties.

  • 2.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de activiteit betrekking heeft op tenminste één van de volgende thema’s:

    • a.

      een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;

    • b.

      klimaat adaptatie;

    • c.

      behoud en versterking van biodiversiteit en omgevingskwaliteit gericht op het waterbeheer.

 

Artikel 3.2.2 aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door landbouwers of groepen van landbouwers.

 

Artikel 3.2.3 subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.12 zijn de volgende kosten subsidiabel:

  • a.

    de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen;

  • b.

    de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

  • c.

    de kosten van tweedehands goederen tot maximaal de marktwaarde van de activa;

  • d.

    kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;

  • e.

    de kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;

  • f.

    de kosten van haalbaarheidsstudies;

  • g.

    de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

  • h.

    bijdragen in natura;

  • i.

    personeelskosten;

  • j.

    niet verrekenbare of compensabele BTW.

 

Artikel 3.2.4 hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 40% van de totale subsidiabele kosten.

 

Artikel 3.2.5 criteria

  • 1.

    De subsidiabele activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan één of meer van de volgende doelen:

    • a.

      De realisatie van de doelen uit de Kader Richtlijn Water (KRW);

      • doelen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Overijssel en de daaronder vallende factsheets van de waterlichamen.

      • doelen tot het verminderen van de risico’s voor een duurzaam veilige drinkwatervoorziening zoals vastgesteld per drinkwaterwinning in de gebiedsdossiers voor de drinkwaterwinningen in Overijssel.

    • b.

      De realisatie van doelen voor het thema Zoetwatervoorziening Oost zoals opgenomen in “Wel goed water geven”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016-2021;

    • c.

      De vermindering van nitraat in grond- en oppervlaktewater conform de EU-Nitraatrichtlijn; zoals blijkt uit de KRW-factsheets voor grond- en oppervlaktewaterlichamen en de daarin opgenomen toestandsbeoordeling, die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie Overijssel.

  • 2.

    De minimale subsidiabele kosten per project bedragen €100.000,-.

 

Artikel 3.2.6 Selectiecriteria

Gedeputeerde staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 de volgende criteria:

  • a.

    de kosteneffectiviteit van de activiteit, hetgeen blijkt uit de verhouding tussen de mate van doelbereik en de hoogte van de kosten;

  • b.

    de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelen uit artikel 3.2.5 lid1 sub a.;

  • c.

    de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelen uit artikel 3.2.5 lid 1 sub b.;

  • d.

    de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelen uit artikel 3.2.5 lid 1 sub c.;

  • e.

    ligging in voorkeursgebied klimaat; zoals aangegeven op kaart 1 en 2 in “Wel goed water geven”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016-2021;

  • f.

    ligging in voorkeursgebied nitraatrichtlijn; (stroomgebieden van die KRW-waterlichamen, waar de parameter “stikstof totaal” niet voldoet aan de norm voor grond- en oppervlaktewater) zoals opgenomen in de KRW-factsheets voor grond- en oppervlaktewaterlichamen en de daarin opgenomen toestandsbeoordeling, die onderdeel zijn van de partiële herziening van de Omgevingsvisie Overijssel voor de Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn Overstromingsrisico’s (2015);

  • g.

    de mate waarin de investering bijdraagt aan innovatie en modernisering van het landbouwbedrijf of de landbouwsector.

 

Artikel 3.2.7 puntenmethodiek

Na sluiting van de indieningtermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld op basis van de selectiecriteria uit artikel 3.2.6 en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek.

  • a.

    Het aantal punten voor het criterium uit:

artikel 3.2.6 sub a. bedraagt maximaal 2 punten;

artikel 3.2.6 sub b. bedraagt maximaal 15 punten;

artikel 3.2.6 sub c. bedraagt maximaal 15 punten;

artikel 3.2.6 sub d. bedraagt maximaal 5 punten;

artikel 3.2.6 sub e. bedraagt 2 punten;

artikel 3.2.6 sub f. bedraagt 4 punten;

artikel 3.2.6 sub g. bedraagt maximaal 5 punten.

  • b.

    Projecten dienen een minimumscore van 19 punten te behalen om voor subsidie in aanmerking te komen.

  • c.

    De criteria uit artikel 3.2.6 sub a. en g. dienen elk een minimumscore van 1 punt te behalen.

 

Artikel 3.2.8 Samenstelling subsidieplafond

In afwijking van artikel 1.4 lid 2 bestaan de in deze regeling opgenomen subsidiepercentages voor 100% uit ELFPO middelen.

 

Artikel 3.2.9 verplichting

Aanvragers dienen in aanvulling op artikel 1.23 bij de eerste aanvraag tot bevoorschotting op basis van realisatie de voor het project benodigde vergunningen te overleggen.

 

Voor alle relevante informatie verwijzen wij naar de website http://www.overijssel.nl/thema's/economie/europaloket/pop3/

 

Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie van dit provinciaal blad.

 

Gedeputeerde Staten voornoemd.

Toelichting 3.2 Regeling Fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie van agrarische ondernemingen

Om tot subsidiëring van projecten voor het uitvoeren van de thema’s over te kunnen gaan maakt de provincie gebruik van subsidieregelingen. Met de ‘Regeling Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen’ wordt fors ingezet op de verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de beschikbare regionale (grond)watervoorraad en vermindering van schade door vochtekorten in Overijssel.

 

De regeling is gericht op investeringen in het landelijk gebied die betrekking hebben op de (her)inrichting/transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw -, water - en klimaatdoelen. Deze regeling is inzetbaar voor het gehele plattelandsgebied van Overijssel, ook in gebieden met een meer intensieve landbouw die gekenmerkt worden door een lage waterkwaliteit en een daaruit voortvloeiende lage ecologische kwaliteit. Alle investeringen en samenwerkingen dienen altijd een aangetoonde link met de landbouw te hebben.

 

In het kader van de innovatie in de landbouw en het waterbeheer is het van belang dat de landbouwsector samen met de waterschappen gaat werken aan het realiseren van de waterdoelen binnen projecten die een integrale insteek hebben. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan gebiedsbrede aanpak waarbij meerdere agrariërs samenwerken ter ontwikkeling of uitvoering van innovatieve manieren om de milieubelasting te verminderen of projecten waarbij een combinatie van maatregelen uit de BOOT-lijst integraal worden opgepakt. De BOOT-lijst is te vinden op http://agrarischwaterbeheer.nl/content/agrarisch-waterbeheer en http://agrarischwaterbeheer.nl/document/boot-lijst-maatregelen-agrarisch-waterbeheer.

 

De nadruk ligt op het integreren van verschillende wateropgaven, zoals Schoon en Voldoende water. Daarnaast is het van belang dat ook nieuwe innovaties, zoals de toepassing van nieuwe technieken en methodes, die nog niet vermeld staan op de BOOT-lijst, de ruimte krijgen. Verder valt onder de innovatie in de landbouw en water ook initiatieven die bestaande technieken en ideeën verbeteren. Kort samengevat vinden wij de volgende van belang:

  • Innovatie en samenwerking (meer eigen verantwoordelijkheid, innovatie, etc.);

  • Hoe meer gebiedsgerichte maatregelen er zijn hoe meer punten men scoort (het verdient niet de voorkeur om subsidie te verstrekken aan individuele agrariërs, de voorkeur is voor gebiedsgerichte aanpak of gezamenlijke (studie)projecten). Subsidieverstrekking aan individuele agrariërs wordt evenwel niet uitgesloten, dit ter beoordeling door de individuele waterschappen;

  • Bovenwettelijke maatregelen (geen subsidie voor gangbare werkwijzen);

  • Wanneer het project onderdeel is van een groter programma scoort het hoger (extra score).

 

Van belang is aansluiting te zoeken bij het waterbeheerprogramma van het waterschap of de waterschappen waarbinnen het projectgebied valt. In hoofdlijnen zijn de doelen van de waterbeheerprogramma’s en de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel:

  • 1.

    Voldoende Water (Waterkwantiteit). Vooral maatregelen die in samenhang, op gebiedsniveau worden ontwikkeld en uitgevoerd passen hierbij. De essentie van de innovatie zit hierbij dan in de verkenning en praktisch vormgeven van de veranderende rol van de overheid (adviserend/kader stellend) en de agrariër (zelf verantwoordelijk).

  • 2.

    Schoon Water (Waterkwaliteit). Net als bij het thema voldoende water zit de innovatie niet in het sec toepassen van de genoemde maatregelen maar hoe met deze maatregelen door een innovatieve inzet bij dragen aan de doelen van de agrariër en het waterbeheer.

  • 3.

    Klimaat doelstellingen. De maatregelen dienen te leiden tot een vergroting van de regionale (grond)watervoorraad én vermindering van schade door vochttekorten voor natuur en/of landbouw, zoals vastgelegd in de / Waterprogramma’s van de waterschappen.

  • 4.

    Overige innovaties in landbouw en water. Deze categorie overige/ diversen richt zich op alles met een innovatief karakter, slim combineren, verbeteren van techniek, bredere uitrol en wat op dit moment nog niet bekend is, maar wel bijdraagt aan waterdoelen en goede landbouwpraktijk.

 

De ‘Regeling Fysieke watergerelateerde investeringen voor innovatie van agrarische ondernemingen’ is een nadere invulling van de algemene bepalingen uit provinciale Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel. Aanvragen dienen dan ook te voldoen aan de criteria uit beide regelingen.

 

De concrete acties in het kader van deze submaatregel vinden plaats binnen de nationale regelgeving en procedures voor de bescherming van milieu en landschap. Dit houdt onder meer in dat subsidie aanvragen worden getoetst op hun bijdrage aan de regionale waterbeheerplannen en moeten voldoen aan alle toepasselijke wetgeving.

 

Onderdeel van de subsidiabele kosten kan de aankoop van grond zijn. In dat geval zijn de voorwaarden uit artikel 1.10 van de Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel onverkort van toepassing. Inrichtingsmaatregelen op de (aangekochte) grond vallen onder ‘verbetering’ van de gronden, waarop de voorwaarden voor de aankoop van grond niet van toepassing zijn.

 

In het geval subsidie wordt verstrekt voor de kosten van tweedehands installaties, bedraagt dit maximaal de marktwaarde van de activia.

 

Subsidiabele activiteit (artikel 3.2.1)

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de activiteit betrekking heeft op tenminste één van de volgende thema’s:

  • a.

    een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid);

  • b.

    klimaat adaptatie (door het tegengaan dan wel het verminderen van de effecten van grotere watertekorten en -overschotten en toenemende verzilting);

  • c.

    behoud en versterking van biodiversiteit en omgevingskwaliteit gericht op het waterbeheer.

 

Provinciale doelen (artikel 3.2.5)

De investeringen dienen een bijdrage te leveren aan één of meer van de volgende doelen:

  • a.

    De realisatie van de doelen uit de Kader Richtlijn Water (KRW):

    • die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie Overijssel en de daaronder vallende factsheets van de waterlichamen.

    • het verminderen van de risico’s voor een duurzaam veilige drinkwatervoorziening zoals vastgesteld per drinkwaterwinning in de gebiedsdossiers voor de drinkwaterwinningen in Overijssel;

  • b.

    De realisatie van doelen voor het thema Zoetwatervoorziening Oost Nederland zoals opgenomen in “Wel goed water geven”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016-2021;

  • c.

    De vermindering van nitraat in grond- en oppervlaktewater conform de EU-Nitraatrichtlijn.

 

Kaderrichtlijn Water

Watersystemen met goede ecologische en chemische kwaliteit die voor de lange termijn klimaatbestendig en veilig zijn. Veilig, schoon en gezond water is een basisvoorwaarde voor het leven van mens, plant en dier. Klimaatverandering noodzaakt ons nu maatregelen te nemen en ons voor te bereiden op mogelijke langetermijneffecten. De te nemen maatregelen kunnen tegelijkertijd benut worden om de zichtbaarheid en beleefbaarheid van het watersysteem te vergroten.

 

Overijssel hanteert de volgende ambities:

  • Optimale watercondities - zowel wat betreft kwaliteit als kwantiteit - voor landbouw, wonen, natuur en landschap;

  • Een betrouwbare drinkwatervoorziening (zowel kwaliteit als kwantiteit);

  • Voorbereid zijn op lange termijn gevolgen van klimaatverandering (veiligheid en droogte).

 

De geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie van Overijssel bevat de uitwerking van de doelen en ambities voor de Kaderrichtlijn Water voor de periode 2016-2021. De ambities en uitwerking zijn te vinden in paragraaf 4.6 en de waterbijlage. De factsheets van de waterlichamen bevatten een analyse van de toestand en trend van de KRW-kwaliteitsparameters en de voorgenomen maatregelen.

 

  • Geconsolideerde versie omgevingsvisie: http://www.overijssel.nl/thema's/ruimtelijke/omgevingsvisie/, onder downloads en links.

  • Waterbijlage: http://www.overijssel.nl/publish/pages/88827/waterbijlage_omgevingsvisie_deel_4_geconsolideerde_versie_21_oktober_2015.pdf

  • Factsheets: http://www.overijssel.nl/publish/pages/88827/appendix_bij_waterbijlage_omgevingsvisie_overijssel_factsheets_met_toelichting_21_oktober_2015_gecon.pdf

 

Zoetwatervoorziening Oost-Nederland

In ons waterbeheer zoeken we al eeuwenlang naar een balans tussen teveel en te weinig water. Die balans is aan het veranderen: lag de nadruk in het verleden op het zo snel mogelijk afvoeren van een teveel aan water, steeds vaker is er sprake van droogteschade door een tekort aan water. De uitdaging is om water op het goede moment vast te houden en daarna te benutten, zonder dat dit leidt tot een substantiële toename van wateroverlast. En dat terwijl door klimaatverandering de kans op wateroverlast eerder toe- dan afneemt. Dat vraagt om een nieuwe zoetwaterstrategie en een robuuster watersysteem dat een grotere bandbreedte van weersextremen aankan.

 

De aanpak van de zoetwatervoorziening kan in de volgorde “sparen, aanvoeren, accepteren/adapteren” weergegeven worden. Spaarzaam watergebruik en lokale zelfvoorzienendheid zijn het startpunt, aanvoer van water uit hoofdwatersysteem en/of grondwatervoorraad is aanvullend en soms zal een tekort aan zoetwater moeten worden geaccepteerd. De drie stappen zijn bij concrete keuzes tegelijk aan de orde. Daarbij passen we ons steeds aan aan zich wijzigende omstandigheden. De tijdhorizon van de strategie ligt op 2028 (korte termijn) en 2050 (middellange termijn). Tot die tijd is planvorming nog realistisch. Ook sluit deze termijn aan bij gebruikelijke termijnen voor ruimtelijke plannen en gebiedsontwikkeling.

 

In de afgelopen tijd is op basis van onderzoek en gebiedskennis een dertigtal kansrijke maatregelen in beeld gebracht, waaronder verbeteren van de bodemstructuur, opzetten van het peil voorafgaand aan een periode van droogte en verhogen van de grondwaterstand in combinatie met peilgestuurde drainage, alsmede groen-blauwe structuren in stedelijk gebied en het omzetten van naaldbos in loofbos.

 

Achtergrondinformatie over de Zoetwatervoorziening Oost-Nederland is te vinden op http://www.overijssel.nl/thema's/water/waterprojecten/zoetwatervoorziening/. Hier staan koppelingen naar het werkprogramma, de brochure “Wel goed water geven” met voorbeelden van concrete projecten en maatregelen en verdere ondersteunende documenten.

 

Nitraat

Beperken van het nitraatgehalte in grond- en oppervlaktewater is een doel van de Kaderrichtlijn Water en van een duurzame drinkwatervoorziening. De Kaderrichtlijn Water is hierboven toegelicht. Nitraat is één van de kwaliteitsparmeters die in de factsheets per waterlichaam terug te vinden zijn.

 

Voor de drinkwatervoorziening zijn gebiedsdossiers gemaakt voor alle 24 Overijsselse drinkwaterwinningen. Uit deze gebiedsdossiers blijkt dat in 5 kwetsbare winningen nitraat als probleem wordt aangemerkt. Hoewel het mestbeleid sinds de 80’er jaren sterk gericht is op verlaging van de stikstofbelasting, vormt nitraat nog steeds een probleem omdat het langzaam naar het diepere grondwater zakt. Uit metingen in de jaren 2000 t/m 2014 blijkt dat er jaarlijks bij 3-5 drinkwaterwinningen in Overijssel de nitraatnorm van 50 mg/l in het opgepompte water wordt overschreden. Voor dergelijk water geldt een extra zuiveringsinspanning om kraanwater te kunnen leveren dat voldoet aan de gezondheidseisen.

 

De gebiedsdossiers zijn te vinden op http://www.overijssel.nl/thema's/water/gebiedsdossiers/.

 

Tendersystematiek (artikel 3.2.6 en 3.2.7)

 

In de openstelling is precies aangegeven welke termijn voor de indiening van aanvragen wordt gehanteerd. De start- en einddatum worden hierbij strikt in acht genomen. Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat door de adviescommissie aan het project is toegekend. Voor elk project geldt dat een minimum aantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te selecteren. Als consequentie hiervan bestaat de mogelijkheid dat, indien binnen een tender het subsidieplafond wordt bereikt, de projecten met de lagere scores geen subsidie zullen ontvangen. Mocht het plafond niet worden bereikt dan worden alle projecten, die de minimumscore hebben behaald, gesubsidieerd. De systematiek staat het niet toe dat na sluiting van de indieningstermijn de aanvragen alsnog worden gewijzigd. Wij adviseren aanvragers de aanvragen minimaal veertien dagen vóór sluiting van de indieningstermijn in te dienen om eventuele wijzigingen en/of aanvullingen op eigen initiatief of op verzoek van RVO.nl te kunnen doorvoeren.

 

Toelichting op de selectiecriteria (artikel 3.2.6)

 

Kosteneffectiviteit van de activiteit

De kosteneffectiviteit van de activiteit blijkt uit de verhouding tussen de mate van doelbereik en de hoogte van de kosten. In welke verhouding staat de gevraagde projectsubsidie tot de totale projectinvestering en de projectdoelen?

 

  • a.

    De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelen uit de Kaderrichtlijn Water

Het project dient een een bijdrage te leveren aan de realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze doelen zijn uitgewerkt in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel (incl. de factsheets KRW-oppervlaktewaterlichamen). De activiteit draagt ook bij aan het verminderen van de risico’s voor een duurzame drinkwatervoorziening in Overijssel. Deze zijn uitgewerkt in de gebiedsdossiers voor de drinkwaterwinningen. Het innovatieve karakter wordt bepaald aan de manier waarop de in het project geformuleerde maatregelen door een inovatieve inzet bijdragen aan de doelen van de landbouw en het waterbeheer.

 

Voorbeelden van deze maatregelen zijn de aanleg- en inrichting van natuurvriendelijk oevers die tevens een buffer vormen tegen emissies naar oppervlaktewater, het herstel van watersystemen naar hun natuurlijke toestand waaronder beekherstel en de hermeandering van waterlopen. Daarnaast kan worden gedacht aan het herstellen van migratiemogelijkheden, de vernatting van gronden, de aanleg van bufferzone’s langs watergangen, maatregelen die het waterbergend vermogen van gronden en watersystemen vergroten (b.v. peilgestuurde drainage), de aanleg van helofytenfilters (natuurlijke waterzuiveringsystemen) en waterhuishoudkundige aanpassingen in het watersysteem. De daarvoor noodzakelijke ict- of technische voorzieningen kunnen hierbij worden meegenomen.

  • b.

    De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelen voor het thema Zoetwatervoorziening

Het project dient een een bijdrage te leveren aan de realisatie van de doelen voor het thema Zoetwatervoorziening Oost-Nederland. Deze doelen zijn uitgewerkt in het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016-2021 ‘Wel goed water geven’. Het project dient te leiden tot een vergroting van de regionale (grond)watervoorraad en de vermindering van schade door vochttekorten voor natuur en/of landbouw. Het innovatieve karakter wordt bepaald aan de manier waarop de in het project geformuleerde maatregelen door een inovatieve inzet bijdragen aan de doelen van de landbouw en het waterbeheer.

 

Voorbeelden van maatregelen zijn:

  • water vasthouden in/op de bodem (bv. reductie ontwateringsbasis, herprofilering watergang, functiecombinaties in natuurlijke laagtes/beekdalen en aanleg van waterretentie);

  • water vasthouden in watergangen (bv. bovenstrooms door meandering beken en peilverhoging).

  • minder gebiedsvreemd water inlaten;

  • verbeteren van de bodemstructuur.

    • c.

      De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de vermindering van nitraat in grond- en oppervaktewater conform de EU-nitraatrichtlijn

Het project dient een een bijdrage te leveren aan de realisatie van de doelen van de EU-nitraatrichtlijn. Deze doelen zijn uitgewerkt in de factsheets KRW-oppervlakte- en grondwaterlichamen (uit de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel) en daarin opgenomen toestandbeoordeling.

 

Voorbeelden van effectgerichte maatregelen zijn:

  • verhoging grondwaterstanden waardoor de uitspoeling afneemt;

  • verbetering waterhuishouding, zodat gewassen meer voedingsstoffen kunnen opnemen en daarmee de uitspoeling vermindert;

  • aanleg natuurvriendelijke oevers in/langs watergang, waardoor voedingsstoffen uit het water worden opgenomen.

    • d.

      De ligging in een voorkeursgebied klimaat

Het project dient te liggen in gebieden die zijn aangegeven op kaart 1 en 2 van het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016-2021 ‘Wel goed water geven’.

  • e.

    De ligging in voorkeursgebied nitraatrichtlijn

Het project dient te liggen in stroomgebieden van die KRW-waterlichamen, waar de parameter ‘stikstof-totaal’ niet voldoet aan de norm voor grond- en oppervlaktewater (toestandbeoording voor N-totaal van ‘ontoereikend’ of ‘slecht/voldoent niet’) . Deze informatie is opgenomen in de KRW-factsheets voor grond- en oppervlaktewaterlichamen en de daarin opgenomen toestandbeoordeling. Deze zijn onderdeel van de partiële herziening van de Omgevingsvisie Overijsssel voor de KRW en de Richtlijn Overstromingsrisico’s (2015).

  • f.

    Innovatieve karakter

In hoeverre bevat het project voldoende vernieuwende aspecten of komt het al elders in Nederland (of daarbuiten) voor? Zo kan bijvoorbeeld als innovatief aangemerkt worden een veel toegepaste innovatie in een andere sector maar die nog nieuw is voor de agrarische sector (bijvoorbeeld een nieuwe app voor de landbouw). Qua proces kan gedacht worden aan een nieuwe vorm van communicatie.

 

Naar boven