Besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 29 november 2016, PZH-2016-571480015 (DOS 2013-0010135) houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland betreffende het verstrekken van POP subsidies (Mandaat, volmachten machtigingsbesluit POP-3 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Zuid-Holland).

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;

 

Gelet op:

 

  • -

    afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

     

Overwegende dat Gedeputeerde Staten en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland het Convenant Uitvoering POP-3 hebben gesloten, alsmede het daarop gebaseerde Aansturingsprotocol voor de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, de prestatieovereenkomst POP-3 en de managementovereenkomst POP-3;

 

Overwegende dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is aangewezen als Europees betaalorgaan voor onder meer het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en de uitvoeringsinstantie is van diverse rijks- en provinciale subsidieregelingen voor natuur- en landschapsbeheer;

 

Overwegende dat het om die reden wenselijk is dat, ter uitvoering van de voornoemde overeenkomsten, aan de Algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland mandaat, met de mogelijkheid van ondermandaat, wordt verleend voor het nemen van subsidiebesluiten met betrekking tot natuur- en landschapsbeheer;

 

Overwegende dat het om die reden tevens wenselijk is om aan de Algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland volmacht te verlenen, om als betaalorgaan, voor het uitbetalen subsidiebedragen en het terugvorderen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen die bij of krachtens de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland zijn verstrekt;

 

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

 

Mandaat, volmacht en machtigingsbesluit POP-3 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Zuid-Holland.

 

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder de directeur: de Algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 2
  • 1.

    Aan de directeur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen, die verband houden met het verstrekken van subsidies op grond van de:

    • a.

      subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Zuid-Holland 2016;

    • b.

      subsidieregeling Natuur- en landschapsbeheer Zuid-Holland 2013;

    • c.

      subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer;

    • d.

      subsidieregeling Natuurbeheer Zuid-Holland;

    • e.

      subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Zuid-Holland;

    • f.

      subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap Zuid-Holland 2013.

  • 2.

    Aan de directeur wordt volmacht verleend voor:

    • a.

      het uitbetalen van subsidiebedragen die bij of krachtens de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland zijn verstrekt;

    • b.

      het terugvorderen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen die bij of krachtens de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland zijn verstrekt.

Artikel 3
  • 1.

    Tot de uitvoering bedoeld in artikel 2, eerste lid, behoort:

    • a.

      het voorbereiden, nemen en ondertekenen van besluiten, inclusief beschikkingen bedoeld in paragraaf 4.1.3.2., de afdelingen 4.4.1. tot en met 4.4.4. en artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • b.

      de beantwoording van algemene vragen;

    • c.

      het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, het instellen van (hoger) beroep, het voeren van verweer in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter en de vertegenwoordiging bij geschillen;

    • d.

      de behandeling van verzoeken uit hoofde van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet bescherming persoonsgegevens;

    • e.

      de behandeling van klachten en klaagschriften bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • f.

      de behandeling van verzoeken om schade vergoeding bedoeld in titel 8.4 van de Algemene wet bestuursrecht met uitzondering van de toekenning van claims tot een bedrag van meer dan € 5.000,-.

Artikel 4
  • 1.

    De directeur kan onder –mandaat, -volmacht en -machtiging verlenen voor de aangelegenheden waarvoor hij krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft gekregen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

  • 2.

    Artikel 13 van het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken 2015 is op het krachtens dit besluit verkregen ondermandaat en machtiging van toepassing.

Artikel 5
  • 1.

    Gedeputeerde staten en de directeur maken omtrent de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden nadere afspraken. De gemandateerde neemt bij de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden deze afspraken in acht.

  • 2.

    Voor zover uit deze afspraken een inlichtingenplicht of een instructiebevoegdheid voortvloeit, lichten partijen elkaar over en weer op een zodanig tijdstip in dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

  • 3.

    Gedeputeerde staten kunnen aan de gemandateerde, naar aanleiding van door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verstrekte inlichtingen in een specifiek geval of door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland uitgebrachte rapportages nadere instructies geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.

Artikel 6

De gemandateerde stelt gedeputeerde staten in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten waarvan hij moet aannemen dat kennisneming door gedeputeerde staten gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van indien:

  • a.

    de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven; of

  • b.

    advies nodig is van anderen dan de gemandateerde en onder hem ressorterende medewerkers en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van de gemandateerde dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt.

Artikel 7
  • 1.

    De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, verleende volmachten en machtigingen geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht en de geldende beleids- en uitvoeringsregels.

  • 2.

    De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De ondertekening van besluiten luidt:

'Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

namens deze:

‘De Directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland’,

Onderscheidenlijk

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

namens deze:

De [‘functionaris’],

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit is geplaatst.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat, volmacht en machtigingsbesluit POP-3 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Zuid-Holland.

 

Den Haag, 29 november 2016

 

drs. J. Smit, voorzitter

 

drs. J.H. de Baas, secretaris

 

Bezwaarprocedure

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden volgens artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij ons een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dat gaat zo:

U stuurt dit bezwaarschrift binnen zes weken na de dag van verzending of uitreiking van het besluit aan ons toe, onder vermelding van ‘Awb-bezwaar’ in de linkerbovenhoek van envelop en bezwaarschrift.

Het adres is: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. het Awb-secretariaat, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Naar boven