Provincie Noord-Holland; Mandaatbesluit heffing retributie bij aanvraag tegemoetkoming faunaschade door de Inspecteur der provinciale belastingen Noord-Holland aan BIJ12.

Besluit van de inspecteur der provinciale belastingen van Noord-Holland van 10 november 2016, nr. 871382/871386, tot vaststelling van het Mandaatbesluit heffing retributie bij aanvraag tegemoetkoming faunaschade door de Inspecteur der provinciale belastingen Noord-Holland aan BIJ12.

De inspecteur der provinciale belastingen van Noord-Holland;

Gelet op het voorstel Wet natuurbescherming, aangenomen door de Eerste kamer op 15 december 2015, Stb. 2016, 34 en in werking te treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;

Overwegende dat in aansluiting op het besluit van 5 november 2015 van de Bestuurlijke Adviescommissie Vitaal Platteland van het IPO de gezamenlijke provincies akkoord zijn gegaan met het verlenen van het onderhavige mandaat op grond van artikel 6.1. van de Wet Natuurbescherming aan BIJ12;

Overwegende dat op grond van de Legesverordening Noord-Holland 2017 leges worden geheven van degene op wiens aanvraag een in de tarieventabel behorende bij deze verordening, omschreven dienst wordt verricht;

Overwegende dat de bevoegdheid leges te heffen als bedoeld in artikel 227a, tweede lid van de Provinciewet is toegekend aan de provincieambtenaar belast met de heffing van provinciale belastingen, waartoe ook de leges worden gerekend;

Overwegende dat het uit een oogpunt van efficiency gewenst is aan de directeur BIJ12 de bevoegdheid te mandateren tot het heffen van leges in die gevallen, waarin hij door Gedeputeerde Staten mandaat heeft gekregen om namens hen te beslissen op aanvragen in het kader van artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming;

Gezien de instemming, bedoeld in artikel 10:4, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht van het bestuur en directeur van de Vereniging Interprovinciaal Overleg;

Gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit vast te stellen:

Artikel 1: Begrippen

Directeur: Directeur van BIJ12

BIJ12: uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies, zijnde onderdeel van de Vereniging Interprovinciaal Overleg.

Artikel 2: Mandaatverlening

  • 1.

    De directeur, of diens waarnemer, is gemandateerd om namens de Inspecteur der provinciale belastingen de retributie voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 6.2, vierde lid aanhef en onder b van de Wet natuurbescherming op grond artikel 7.1 van de bij de Legesverordening Noord-Holland 2017 behorende Tarieventabel te heffen en een heffing in te trekken voor zover:

    • a.

      Gedeputeerde Staten aan de directeur mandaat hebben verleend tot het beslissen op de desbetreffende aanvraag;

    • b.

      voor het in behandeling nemen van de aanvraag leges verschuldigd zijn op grond van de Legesverordening Noord-Holland 2017.

  • 2.

    Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van namens de Inspecteur der provinciale belastingen genomen besluiten.

  • 3.

    Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet niet op de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften.

Artikel 3: Ondermandaat

  • 1.

    De directeur kan ter uitoefening van de in artikel 2 gemandateerde bevoegdheden schriftelijk ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende leidinggevende functionarissen voor zover aan deze ondermandaat is verleend voor het beslissen op aanvragen waarop de legesheffing betrekking heeft.

  • 2.

    De directeur informeert de Inspecteur der provinciale belastingen over het verleende ondermandaat.

Artikel 4: Instructies en informatieverplichting

  • 1.

    De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij het te nemen besluit een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    De gemandateerde stelt de provincie in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten waarvan zij moet aannemen dat kennisneming door de Inspecteur de provinciale belastingen gewenst is. Hiervan is in ieder geval sprake als de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven.

  • 3.

    De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht, alsmede binnen de geldende beleids- en uitvoeringsregels.

  • 4.

    De directeur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden instructies van de Inspecteur der provinciale belastingen in acht. Partijen lichten elkaar over en weer in over de uitvoering van een instructie op een zodanig tijdstip dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

  • 5.

    De directeur informeert de Inspecteur der provinciale belastingen over de uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden via de Planning en Control-cyclus van BIJ12.

Artikel 5: Ondertekening

1.De ondertekening, bedoeld in de artikelen 2, 3, en 4 luidt:

‘de Inspecteur der provinciale belastingen van Noord-Holland,

voor deze;

De directeur van BIJ12,',

Artikel 6: Inwerkingtreding

Dit besluit wordt in het provinciaal blad geplaatst en treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 16 december 2015,houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) (Stb. 2016, 34) in werking treedt.

Artikel 7: Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit heffing retributie bij aanvraag tegemoetkoming faunaschade door de Inspecteur der provinciale belastingen Noord-Holland aan BIJ12.

Haarlem 10 november 2016

De Inspecteur der provinciale belastingen van de provincie,

J.T.A. Apswoude.

Uitgegeven op 15 november 2016

Toelichting

Op 1 januari a.s. treedt de Wet Natuurbescherming (Wet Nb) naar alle waarschijnlijkheid in werking. Daarbij gaan er (fauna)taken van het rijk naar de provincies. De gezamenlijke provincies verenigd in het IPO-bestuur hebben bij de oprichting van BIJ12 in 2013 besloten om de taken op het gebied van faunaschade onder te brengen bij BIJ12. BIJ12 is een uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincie en maakt onderdeel uit van het IPO.

Op 5 november 2015 is in de Bestuurlijke Adviescommissie Vitaal Platteland van het IPO besloten dat gedeputeerde staten van alle provincies de taken in het kader van de schadevergoeding faunaschade op grond van artikel 6.1 Wet Nb mandateren aan BIJ12. BIJ12 gaat de daadwerkelijke uitvoering doen c.q. aanvragen afhandelen en hierop beschikken.

Voordat een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade in behandeling wordt genomen, wordt bij wijze van retributie een kostenvergoeding geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade. Dit is geregeld in artikel 6.2, vierde lid aanhef en onder b van de Wet Nb en in artikel 7.1 van de Legesverordening Noord-Holland 2017.

De bevoegdheid om leges te heffen ligt op grond van artikel 227a van de Provinciewet bij de Inspecteur der belastingen.

Dit besluit betreft een mandaat aan een niet-ondergeschikte in de zin van artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) .

Juridisch gezien is mandaat aan een dergelijke niet-ondergeschikte slechts mogelijk indien duidelijke instructies worden meegegeven, ofwel de mandaatgever feitelijke invloed kan uitoefenen op hoe met haar bevoegdheden wordt omgegaan. Hierin voorziet artikel 4 van het mandaat.

Tevens informeert de directeur de Inspecteur oor middel van de Planning en Control cyclus. De Planning en Control-cyclus van BIJ12 houdt onder meer in dat kwartaalrapportages, een jaarverslag en een jaarrekening worden uitgebracht via de BIJ12-raad aan het IPO-bestuur waarin alle provincies vertegenwoordigd zijn.

Op grond van de Awb dient het IPO bestuur in te stemmen met het door de Inspecteur der belastingen verleende mandaat.

Naar boven