Mandaatbesluit Subsidieregeling opruiming drugsafval provincie Fryslân 2016

 

 

Besluit

Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 26 januari 2016 de Subsidieregeling opruiming drugsafval provincie Fryslân 2016 hebben vastgesteld;

Overwegende dat conform het convenant “Uitwerking amendement cofinanciering opruiming drugsdumpingen” dat is gesloten tussen de provincies en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant de volledigheidstoets en de inhoudelijke toets van de subsidieaanvragen uitvoeren voor alle provincies en dat in het convenant afspraken zijn vastgelegd over de wijze en voorwaarden waarop Gedeputeerde Staten van de provincies overgaan tot subsidieverstrekking op basis van het amendement;

Overwegende dat een mandaat voor deze taken aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant noodzakelijk is en een mandaat voor het vaststellen van het aanvraagformulier wenselijk is opdat Gedeputeerde Staten van alle provincies eenzelfde aanvraagformulier kunnen hanteren;

Gezien de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, blijkens de ondertekening van het convenant, d.d. 3 december 2015, bedoeld in artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Besluiten vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.Noord-Brabant: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant.

 

Artikel 2 Mandaatverlening

Gedeputeerde Staten van provincie Fryslân verlenen aan Noord-Brabant mandaat tot:

  • a.

    het vaststellen van het aanvraagformulier waarmee aanvragen op grond van de Subsidieregeling opruiming drugsafval provincie Fryslân 2016 worden ingediend;

  • b.

    het namens hen opvragen van aanvullende gegevens in het kader van de volledigheidstoets en inhoudelijke toets van subsidieaanvragen op grond van de Subsidieregeling opruiming drugsafval provincie Fryslân 2016.

     

Artikel 3 Ondermandaat

  • 1.

    Noord-Brabant kan ter uitoefening van een krachtens artikel 2, onder b, aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende leidinggevende functionarissen.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen instructies vaststellen over de wijze waarop van het ondermandaat gebruik mag worden gemaakt.

     

Artikel 4 Ondertekening

  • 1.

    Noord-Brabant brengt in de door hem te voeren correspondentie tot uitdrukking dat er sprake is van een mandaat, namens Gedeputeerde Staten van provincie Fryslân.

  • 2.

    De ondertekening van besluiten als bedoeld in artikel 2, onder a en b, luidt:

“Namens het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân ,

[naam directeur-bestuurder], Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant”

gevolgd door de handtekening.

 

Artikel 5 Instructies

Noord-Brabant neemt, voor zover van toepassing, bij de uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheden algemene instructies en instructies per geval van Gedeputeerde Staten als bedoeld in artikel 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht in acht.

 

Artikel 6 Toepasselijke wet- en regelgeving

Noord-Brabant neemt bij de uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheden de van toepassing zijnde wet- en regelgeving in acht.

 

Artikel 7 Registratie en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit wordt aan Noord-Brabant gezonden.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

     

Leeuwarden, 26 januari 2016

Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

de voorzitter

de secretaris

 

 

 

Naar boven