Provinciaal blad van Zeeland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZeelandProvinciaal blad 2016, 4980Overige besluiten van algemene strekking



Provincie Zeeland - Regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2016

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland d.d. 19 juli 2016, kenmerk nummer 32, 16010585, tot vaststelling van de Regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2016.

 

Gedeputeerde Staten van Zeeland,

  • -

    gelezen het voorstel van 19 juli 2016;

  • -

    overwegende dat het vanwege ons besluit d.d. 8 december 2015 tot wijziging van de topstructuur van de ambtelijke organisatie alsmede vanwege de daaropvolgende doorontwikkeling van de ambtelijke organisatiestructuur wenselijk is om de regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2010 te wijzigen;

  • -

    gelet op het advies van de Ondernemingsraad d.d. 28 juli 2016;

  • -

    gelet op het Besluit begroting en verantwoording gemeentes en provincies 2003, de Financiële verordening Provincie Zeeland 2009, de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016 en het Mandaatbesluit gedeputeerde staten 2016;

 

besluiten vast te stellen de 'Regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2016'

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Activiteit

    Met de term activiteit wordt een niveau van rangschikking aangeduid van de provinciale middelen. Budgetten zijn in het Financieel Informatiesysteem gekoppeld aan unieke activiteitennummers. Een activiteit heeft in het Financieel Informatiesysteem een omschrijving en is gekoppeld aan een budgethouder. Baten en lasten worden verantwoord op een activiteit.

  • 2.

    Ambtelijke organisatie

    Tot de ambtelijke organisatie van de Provincie Zeeland worden geacht te behoren: de secretaris/algemeen directeur, de directeur programma's en projecten, de directeur organisatie, programma- en projectleiders, de concernstaf, strategie, het kabinet, de afdelingen, de units.

  • 3.

    Behandelend ambtenaar

    Een door de budgethouder aangewezen functionaris binnen de ambtelijke organisatie, die uitvoerende taken van de budgethouder uitvoert maar wel eigen rechten en plichten heeft.

  • 4.

    (Beleids)doelstelling

    Een beleidsdoelstelling is een SMART geformuleerde (Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden) bijdrage van de Provincie Zeeland aan een maatschappelijk effect. Een maatschappelijk effect is datgene wat de Provincie Zeeland wil bereiken in de maatschappij door het uitvoeren van het provinciaal beleid dat via beleidsnota’s is vastgesteld door Provinciale Staten. Beleidsdoelstellingen zijn in het Financieel Informatiesysteem gekoppeld aan maatschappelijke effecten. Maatschappelijke effecten zijn in het Financieel Informatiesysteem gekoppeld aan programma’s

  • 5.

    Budget

    Een budget is een hoeveelheid middelen, te besteden in een bepaalde periode, gekoppeld aan een activiteit. Activiteiten zijn in het Financieel Informatiesysteem gekoppeld aan beleidsdoelstellingen uit de programmabegroting. Een budget komt tot uitdrukking in een afgerond bedrag voor baten en/of lasten.

  • 6.

    Budgetbeheer

    Het geheel van maatregelen om een actief en correct beheer van de provinciale budgetten te waarborgen.

  • 7.

    Budgethouder

    Een hoofd van een organisatie-eenheid of een door het hoofd van een organisatie-eenheid aangewezen functionaris binnen de ambtelijke organisatie, die op basis van mandatering verantwoordelijk is voor de realisatie van de beleidsdoelstellingen uit de programmabegroting die verbonden zijn aan de activiteiten waarvoor deze budgethouder is.

  • 8.

    Financieel Informatiesysteem

    Centraal informatie systeem waarin de financiële begroting en financiële transacties worden vastgelegd. Dit digitale informatiesysteem is leidend ten aanzien van de actuele stand van de budgetten en balansposten.

  • 9.

    Kostensoort

    Nadere specificatie van soort kosten.

  • 10.

    Organisatie-eenheid

    De concernstaf, het kabinet, strategie, de afdelingen, de units, zijn organisatie eenheden. Units vormen een onderdeel van een afdeling.

  • 11.

    Personele lasten

    Salariskosten, sociale lasten en overige personele lasten.

  • 12.

    Verplichting

    Het juridisch aangaan van een overeenkomst tot levering van werken, leveringen en diensten aan de Provincie Zeeland. Onder een verplichting wordt hier ook verstaan dat de provincie een overeenkomst aangaat tot het verstrekken van een subsidie. De aangegane verplichtingen moeten als zodanig worden geregistreerd in het Financieel Informatiesysteem.

  • 13.

    Werken, leveringen en diensten

    Voor de definiëring van de termen ‘’werken, leveringen en diensten’’ wordt verwezen naar het Inkoop- en aanbestedingsbeleid van de Provincie Zeeland

Artikel 2 Aanwijzing en ontheffing van budgethouders

  • 1.

    De secretaris/algemeen directeur, de directeur programma's en projecten, de directeur organisatie, de afdelingshoofden en de unithoofden fungeren vanuit hun functie als budgethouder.

  • 2.

    De secretaris/algemeen directeur, de directeur programma's en projecten en de directeur organisatie hebben de mogelijkheid om binnen de voor hen geldende taken en bevoegdheden personen als budgethouder aan te wijzen. Zij doen van deze aanwijzing schriftelijk mededeling aan de budgethouder en aan het hoofd van de afdeling Financiën.

  • 3.

    Per activiteit wordt één budgethouder aangewezen.

  • 4.

    De aanwijzing als budgethouder vindt plaats op basis van de functie en is dus niet persoonsgebonden.

  • 5.

    Het hoofd van de organisatie-eenheid Personeel & Organisatie is budgethouder van de centrale budgetten voor personele lasten en baten. Voor budgetten gerelateerd aan de inzet van personeel is het hoofd van de organisatie-eenheid verantwoordelijk

  • 6.

    De secretaris/algemeen directeur, de directeur programma's en projecten, de directeur organisatie, de afdelingshoofden en de unithoofden kunnen personen in de hoedanigheid van budgethouder of vervangend budgethouder ontheffen van hun taak. Zij doen van deze ontheffing schriftelijke mededeling aan de budgethouder dan wel aan diens vervanger en aan het hoofd van de afdeling Financiën.

Artikel 3 Rechten van de budgethouder

  • 1.

    De budgethouder heeft de beschikkingsbevoegdheid over het toegekende budget. Dit betekent dat hij bevoegd is tot het aangaan van overeenkomsten voor leveringen, diensten en werken ten behoeve van de Provincie Zeeland, een en ander in overeenstemming met het bepaalde in het Mandaatbesluit gedeputeerde staten 2016 en het Mandaatbesluit commissaris van de Koning 2016.

  • 2.

    De beschikkingsbevoegdheid is gelimiteerd tot het door het College van Gedeputeerde Staten beschikbaar gestelde bedrag van het door Provinciale Staten vastgestelde budget. Daarnaast moet de verplichting rechtstreeks verband houden met de aan het budget gekoppelde beleidsdoelstelling.

    Voor afwijkingen moet toestemming worden verkregen van het College van Gedeputeerde Staten. Deze bevoegdheid kan voorts slechts worden uitgeoefend in afstemming met en met instemming van afdeling JIS (Inkoop- en aanbesteding) en in overeenstemming met provinciaal inkoop- en aanbestedingsbeleid en het relevante wettelijk kader.

  • 3.

    De budgethouder heeft toestemming nodig van het College van Gedeputeerde Staten om te beschikken over het budget in een volgend begrotingsjaar. Deze toestemming wordt jaarlijks per begrotingsjaar door het College van Gedeputeerde Staten aan de budgethouders verleend. Gedeputeerde Staten verlenen de toestemming nadat zij bericht hebben ontvangen van de Minister van Binnenlandse Zaken over de wijze van toezicht die zal worden toegepast voor het betreffend begrotingsjaar.

  • 4.

    Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast het College van Gedeputeerde Staten met het vaststellen van de jaarrekening de budgethouder van zijn verantwoordelijkheid voor het begrotingsjaar waar de jaarrekening betrekking op heeft.

Artikel 4 Plichten van de budgethouder

  • 1.

    Tot de plichten van de budgethouder behoren alle activiteiten die uitgevoerd moeten worden om invulling te geven aan zijn verantwoordelijkheid en bevoegdheid. Tot zijn taken worden in ieder geval gerekend:

    • a.

      het verstrekken van juiste, tijdige en volledige informatie ten behoeve van de instrumenten in de planning- en controlcyclus; dit betekent dat de budgethouder zowel financiële als beleidsmatige informatie verstrekt ten behoeve van de planning, de uitvoering, de tussentijdse rapportage en de verantwoording (Planning en control cyclus);

    • b.

      het aangaan van verplichtingen ten laste van het toegekende budget;

    • c.

      het tijdig verstrekken van informatie aan het Hoofd van de afdeling Financiën over gesignaleerde c.q. te verwachten afwijkingen van het toegekende budget; dit betreft zowel over- en onderschrijding van het budget als een afwijking in de realisatie van de beleidsdoelstellingen; deze informatieplicht dient in een zo vroeg mogelijk stadium plaats te vinden;

    • d.

      het tijdig verstrekken van informatie over te ontvangen inkomsten (bijvoorbeeld subsidies, specifieke uitkeringen, bijdragen) en geeft opdracht om opbrengsten te innen.

    • e.

      accordering van de ingekomen factuur; de budgethouder geeft hierdoor aan dat de factuur akkoord is voor betaling aan de crediteur ten laste van het budget waarover de budgethouder de beschikking heeft; accordering kan niet plaatsvinden zonder voorafgaande accordering door een behandeld ambtenaar;

  • 2.

    Bij de uitvoering van zijn taken houdt de budgethouder rekening met interne en externe richtlijnen en wetgeving.

  • 3.

    De budgethouder legt verantwoording af over de voortgang in de realisatie van beleidsdoelstellingen en het verloop van de budgetten. Deze verantwoording geschiedt volgens de planning en controlcyclus in de vorm van tussentijdse rapportage(s) bij budgetbewaking en een eindrapportage bij het opstellen van de jaarrekening. Op verzoek kan een ad-hoc rapportage worden opgevraagd.

Artikel 5 Aanwijzing, rechten en plichten van de behandelend ambtenaar

  • 1.

    Een budgethouder moet, met inachtneming van artikel 8, een persoon verzoeken om op te treden als behandelend ambtenaar. Als de persoon dit verzoek honoreert is deze door de budgethouder aangewezen als behandelend ambtenaar. Voorwaarde is dat de aangewezen persoon in het Financieel Informatiesysteem als behandelend ambtenaar is geregistreerd.

  • 2.

    Een behandelend ambtenaar handelt in opdracht van de budgethouder en dient te opereren volgens de rechten en plichten waaraan een budgethouder op basis van deze regeling is gebonden. Tot zijn plichten worden gerekend.

    • a.

      voorbereiden van het aangaan van een verplichting. Het laten vastleggen van een verplichting in het financiële informatiesysteem is verplicht bij het aangaan van een verplichting van hoger of gelijk aan het minimumbedrag waarvoor op grond van de nota inzake het aanbestedingsbeleid Provincie Zeeland een schriftelijke offerte is vereist.

    • b.

      voorstellen tot het aangaan van substantiële verplichtingen die het boekjaar overstijgen waarvoor budgetten zijn vrijgegeven, dienen vooraf met instemming van het Hoofd van de afdeling Financiën voorgelegd te worden aan het College van Gedeputeerde Staten;

    • c.

      tijdig verstrekken van informatie over aangegane verplichtingen ten laste van het toegekende budget, ten behoeve van de registratie in de verplichtingenadministratie;

    • d.

      controle van de activiteiten en verplichtingencodering van de ingekomen factuur, zodat de uitgave ten laste van het juiste budget, de juiste verplichting en de juiste boekingsperiode wordt gebracht;

    • e.

      accordering van de ingekomen factuur; de behandelend ambtenaar geeft hierdoor aan dat de levering, dienst of werk conform de aangegane verplichting is geleverd/uitgevoerd en dat de factuur inhoudelijk en rekenkundig correct is;

    • f.

      tijdig verstrekken van informatie over te ontvangen bijdragen en te innen gelden ten behoeve van de registratie in het Financieel Informatiesysteem.

Artikel 6 Wijzigen van het budget

  • 1.

    De budgethouder heeft geen bevoegdheid om het budget of de daaraan gekoppelde beleidsdoelstellingen te wijzigen. Vrijvallende budgetten komen ten gunste van de algemene middelen. Binnen de daarvoor geldende criteria en conform de planning en controlcyclus, kan een voorstel tot begrotingswijziging worden voorgelegd aan het College van Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    Indien het budget niet toereikend is moet vooraf bij het College van Gedeputeerde Staten aanvullende budgetruimte worden gevraagd.

  • 3.

    Het wijzigen van een beleidsdoelstelling is mogelijk door een beleidsnota of een voortgangsrapportage op een beleidsnota ter besluitvorming voor te leggen aan Provinciale Staten.

Artikel 7 Verschuiven van het budget

  • 1.

    De budgethouder heeft bevoegdheid tot het verschuiven van de toegewezen budgetten op activiteiten die binnen één beleidsdoelstelling in één boekjaar vallen.

  • 2.

    Aan de bevoegdheid onder lid 1 zijn de volgende voorwaarden verbonden:

    • a.

      de aan het budget verbonden beleidsdoelstelling wordt gerealiseerd;

    • b.

      een budget ten behoeve van uitgaven mag niet worden gecompenseerd met een budget ten behoeve van inkomsten zonder voorafgaande toestemming van het College van Gedeputeerde Staten vastgestelde begrotingswijziging;

    • c.

      budgetverschuiving wordt op initiatief van de budgethouder vastgelegd in een begrotingswijziging;

    • d.

      de volgende kostensoorten zijn uitgesloten om te verschuiven: reserveringen, kapitaallasten, doorbelastingen vanuit kostenplaatsen en stelposten.

Artikel 8 Functiescheiding

Uit het oogpunt van functiescheiding is de functie van budgethouder onverenigbaar met de registrerende functie. Een budgethouder kan niet als behandelend ambtenaar fungeren. Een behandelend ambtenaar kan niet als budgethouder fungeren.

 

Artikel 9 Overige bepalingen

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het College van Gedeputeerde Staten.

 

Artikel 10 Intrekking en inwerkingtreding

  • 1.

    De Regeling Budgetbeheer 2010 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2016.

 

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van gedeputeerde staten van 19 juli 2016.

 

 

drs. J.M.M. Polman, voorzitter

A.W. Smit, secretaris

 

Uitgegeven 6 september 2016

de secretaris, A.W. Smit

 

Toelichting  

 

Algemeen

De regeling budgetbeheer is een uitwerking van artikel 15 van de Financiële verordening Provincie Zeeland 2009. Deze regeling bevat artikelen waarin bepalingen zijn opgenomen over het aanwijzen van budgethouders en de taken en bevoegdheden die aan deze rol verbonden zijn. Bij deze regeling moeten de volgende regelingen in acht worden genomen, of zover van toepassing, de vervangende regelingen;

  • Financiële Verordening Provincie Zeeland 2009

  • Besluit Begroting en Verantwoording gemeentes en provincies 2003

  • Notitie aangaande Financiële Functie binnen Provincie Zeeland van gedeputeerde staten d.d. 5 juli 2005

  • Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016

  • Mandaatbesluit gedeputeerde staten 2016

  • Nota inzake het aanbestedingsbeleid Provincie Zeeland 2016.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden de begripsomschrijvingen opgesomd die verderop in de regeling terugkomen.

 

Artikel 2 Aanwijzing en ontheffing van budgethouders

Het budgethouderschap vangt aan zodra de afdeling Financiën de aangewezen functionaris in het Financieel Informatiesysteem heeft geregistreerd. De koppeling van activiteiten aan budgethouders wordt door de afdeling Financiën in het Financieel Informatiesysteem vastgelegd. Het ontheffen van budgethouderschap vindt plaats in overleg nadat mededeling is gedaan aan het Hoofd Financiën.

 

Ten aanzien van programma- en projectleiders:

Programma- en projectleiders maken deel uit van de ambtelijke organisatiestructuur als beschreven in de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016. Aan deze functionarissen komen specifieke bevoegdheden toe ter uitvoering van hun leidinggevende taken in het betreffende programma of project. Zij kunnen in dat kader tevens worden aangewezen als budgethouder als bedoeld in de onderhavige Regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2016. Als budgethouder zijn zij bevoegd binnen de grenzen van het toegewezen budget, al datgene te doen en te besluiten ter uitvoering van het programma of project, op grond van het betreffende programma- of projectplan.

 

Programma- of projectleider is de formele aanduiding voor de leidinggevende functionaris van een programma of project. In artikel 1 van de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016, is een definitie opgenomen van programma en project. In de dagelijkse praktijk van de provinciale organisatie kan het voorkomen dat andere benamingen worden gebruikt, zoals die van opgavemanager. Een opgavemanager geldt naar de aard van zijn functie als programmaleider in de zin van de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016. Zo zijn er ook andere benamingen denkbaar die steeds moeten worden gekwalificeerd als programma- of projectleider. Het verdient de voorkeur de formele functiebenaming te hanteren, maar als dat onder de gegeven omstandigheden niet is gewenst, dan dient men zich te realiseren wat het formele kader is.

 

Vervangend budgethouderschap

In de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016 is een specifieke vervangingsregeling opgenomen voor de budgethouder. In een dergelijke vervangingsregeling was nog niet voorzien. De reden dat nu wel te doen is dat als gevolg van het meer opgaven gestuurd en resultaatgericht werken, onder meer programma's en projecten zullen worden benoemd die worden geleid door een programma- of projectleider. Vanwege het belang van continuering van de dienst is een vervangingsregeling voor functionarissen in de hoedanigheid van budgethouder opportuun. De grondslag voor het aanwijzen van budgethouders is de onderhavige Regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2016.

 

Artikel 3 Rechten van de budgethouder

Dit artikel geeft de rechten van de budgethouder weer. Het artikel geeft aan dat de budgethouder bevoegd is tot het aangaan van leveringen, diensten en werken. Voor subsidies geldt dat aan iedere verstrekking een besluit van Gedeputeerde Staten ten grondslag behoort te liggen, verder kan een subsidiebeschikking worden gezien als een factuur.

 

Met onregelmatigheden in lid 4 worden alle situaties bedoeld waarin van de regels voor het beheer wordt afgeweken.

 

Artikel 4 Plichten van de budgethouder

Aan het budgethouderschap zijn een aantal plichten verbonden die betrekking hebben op het verstrekken van informatie, het ramen van budgetten, het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van facturen.

 

De budgethouder is verantwoordelijk voor het budgetbeheer en budgetbeschikking binnen de bevoegdheden die hij/zij heeft verkregen. Doelmatige besteding van budget wil zeggen dat de budgethouder er voor verantwoordelijk is dat budgetten efficiënt worden aangewend voor het doel waarvoor dit is verstrekt. Een rechtmatige besteding wil zeggen dat er wordt gehandeld binnen de geldende in- en externe wet- en regelgeving.

 

Bij het aangaan van een verplichting ondertekent de budgethouder de overeenkomst voor inkoop/contractverplichtingen. Een betaling moet altijd worden vastgelegd in het Financieel Informatiesysteem.

 

Het tijdig verstrekken van informatie over te verwachten inkomsten is mogelijk door een recht aan te laten leggen in het Financieel Informatiesysteem. Bij bericht dat de inkomst daadwerkelijk kan worden geïnd kan het recht worden omgezet in een invordering. Een invordering moet altijd worden vastgelegd in het Financieel Informatiesysteem.

 

Bij het akkoord verklaren van een factuur controleert de budgethouder of de aangewezen behandelend ambtenaar (zie artikel 5) heeft geaccordeerd. Voordat een factuur kan worden betaald dient er accordering te zijn van zowel een behandelend ambtenaar als een budgethouder. Indien een factuur (nog) niet akkoord wordt bevonden voor betaling dient dit te worden aangemerkt in het Financieel Informatiesysteem.

 

Bij een toezegging door een Nederlands overheidslichaam of door de Europese Unie dient de inkomstenraming in overeenstemming te worden gebracht met een daarvoor opgestelde uitgavenplanning die in lijn ligt met het declaratieritme of het uitbetaalritme van de toezeggende partij. De afrekening van uitgavendeclaraties gedekt uit dergelijke toezeggingen moeten worden verantwoord in het boekjaar waarin de projectperiode eindigt.

 

Artikel 5 Aanwijzing, rechten en plichten van de behandelend ambtenaar

Het optreden als behandelend ambtenaar kan aanvangen zodra de afdeling Financiën de aangewezen functionaris als behandelend ambtenaar in het Financieel Informatiesysteem heeft geregistreerd. Dit verzoek kan door de budgethouder worden gedaan door het zenden van een e-mail aan de afdeling Financiën.

 

Aan het optreden als behandelend ambtenaar zijn een aantal rechten en plichten verbonden die betrekking hebben op het verstrekken van informatie, het aangaan van verplichtingen, het vastleggen van inkomsten en het afhandelen van facturen. De behandelend ambtenaar dient te controleren of er voor een betaling ook een prestatie wordt geleverd zoals dit vooraf is afgesproken met de ontvanger van de betaling.

 

Het gaat hier niet om zelfstandige beslissingsbevoegdheden, maar er wordt gehandeld aan de hand van de door de budgethouder opgestelde regels voor het handelen van de ambtenaar. De behandelend ambtenaar dient deze regels in acht te nemen. Verder blijkt uit de regeling dat de budgethouder gebonden is aan regels inzake het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven. Het spreekt dan voor zich dat de budgethouder deze regels op zijn beurt oplegt aan de behandelend ambtenaar. (bijv. handelingen in de voorbereidende sfeer).

 

Lid 2a; het minimumbedrag waarvoor geldt dat een verplichting dient te worden vastgelegd in het Financieel Informatiesysteem is op het moment van uitbrengen van deze regeling in de nota inzake het aanbestedingsbeleid Provincie Zeeland gesteld op € 2.300.

 

Artikel 6 Wijzigen van het budget

Het wijzigen van een budget is voor een budgethouder niet toegestaan. Indien binnen een beleidsdoelstelling, voor een nieuw doel geld beschikbaar is gesteld door het College van Gedeputeerde Staten via een gehonoreerde prioriteit, en dit doel wordt niet gerealiseerd dan vallen de middelen terug de budgettaire ruimte.

 

De criteria voor het overhevelen van budgetten worden door Provinciale Staten vastgesteld in een voor- of najaarsnota en zijn dan zonder nader aankondiging ongewijzigd van kracht.

 

Het bevoegde orgaan voor het autoriseren van investeringskredieten is Provinciale Staten, voor overige budgetten is dit het College van Gedeputeerde Staten, zie ook Financiële verordening Provincie Zeeland.

 

Artikel 7 Verschuiven van het budget

De in dit artikel bedoelde verschuivingen zijn budgettair neutraal. Voor verschuivingen van budgetten van verschillende budgethouders moeten alle betrokken budgethouders instemmen met de verschuivingen. Als uitzonderingen worden stelposten genoemd; op deze kostensoort mogen ook geen uitgaven worden verantwoord.

 

Budgetten kunnen niet worden overgeheveld naar het volgende jaar of vanuit toekomstige begrotingsjaren naar voren worden gehaald zonder een voorstel tot begrotingswijziging aan het College van Gedeputeerde Staten. Een restant van een investeringskrediet wordt gedurende de door de budgethouder aangegeven investeringslooptijd automatisch overgeheveld naar het volgende jaar. Bij uitloop of bespoediging van de oorspronkelijke looptijd van het krediet wordt aan de budgethouder verzocht om aan te geven wanneer het

investeringskrediet kan worden afgesloten.

 

Artikel 8 Functiescheiding

Een budgethouder kan vanwege de verschillende functiebevoegdheden nooit als behandelend

ambtenaar optreden.

 

Artikel 9 Overige bepalingen

Overige bepalingen zijn noodzakelijk als zich een gebeurtenis voordoet die niet is voorzien in de

artikelen van deze regeling.

 

Artikel 10 Inwerkingtreding

Dit artikel geeft de ingangsdatum aan van de regeling.