Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van (19 januari 2016, nr. 817B07D9) tot vaststelling van de minimaal benodigde vaarwegdiepten van de vaarwegen op de lijsten A en B behorende bij de Waterverordening provincie Utrecht 2009 (Besluit minimaal benodigde vaarwegdiepten 2016)

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op artikel 2.4 van de Waterverordening provincie Utrecht 2009;

Besluiten:

ARTIKEL 1 Vaarwegdiepten

De minimaal benodigde vaarwegdiepten van de vaarwegen op de lijsten A en B behorende bij de Waterverordening provincie Utrecht 2009, zijn vastgesteld als aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlagen 1 en 2.

ARTIKEL 2 Intrekking

Het besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 22 september 2009, nr. 2009/NT2488311

Provinciaal blad van Utrecht 2009, nr. 41.

, tot vaststelling van de minimaal benodigde vaarwegdiepten wordt ingetrokken.

ARTIKEL 3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2016.

ARTIKEL 4 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit minimaal benodigde vaarwegdiepten 2016.

 

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

namens hen,

S. van Gool,

Teamleider Water,

Afdeling Fysieke leefomgeving

Rechtsbescherming:

Belanghebbenden, kunnen binnen zes weken ingaand op de dag na de datum van digitale publicatie in het Provinciaal Blad op de overheidswebsite https://www.officielebekendmakingen.nl/ een beroepschrift indienen bij de Rechtbank Utrecht, sector Bestuursrecht, Postbus 13023, 3507 LA Utrecht.

Het beroepschrift dient te worden ondertekend en bevat tenminste:

  • a.

    de naam en het adres van de indiener;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;

  • d.

    de gronden van het beroep.

Het indienen van een beroepschrift heeft niet tot gevolg dat de werking van dit besluit wordt stopgezet.

Indien onverwijlde spoed dit vereist, kan een belanghebbende naast het instellen van beroep een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de Rechtbank Midden-Nederland, afdeling Bestuursrecht, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Voor de behandeling van een beroepschrift en het indienen van een verzoek tot voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. Verdere informatie hierover is te vinden op www.rechtspraak.nl/procedures/tarieven-griffierecht/

 

Het Besluit minimaal benodigde vaarwegdiepten ligt gedurende de beroepstermijn 6 weken ter inzage in het Provinciehuis van de provincie Utrecht, Archimedeslaan 6, 3584 BN Utrecht (melden bij de receptie).

Toelichting

Inleiding

Op 8 december 2014 hebben Provinciale Staten (PS) de Waterverordening provincie Utrecht 2009 gewijzigd. Deze wijziging is op 1 januari 2015 in werking getreden. Een van de wijzigingen in het onderdeel vaarwegen betreft het toevoegen van de vaarweg de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (incl. de Doorslag) op lijst A van de verordening en het toevoegen van de vaarwegen ’t Gein (incl. ’t Nauwe gein), Dubbele Wiericke, Stadsbuitengracht/Singel en de Oude Gracht (incl. verbinding Vecht en Oude gracht) op lijst B van de verordening. Het onderdeel vaarwegen in deze verordening dient ter bescherming van de instandhouding en de bruikbaarheid van de vaarwegen die onder toezicht staan van dan wel in beheer zijn bij de provincie.

Beleid

Het landelijk recreatietoervaartnet van de Beleidsvisie Recreatietoervaart Nederland (BRTN) heeft een belangrijke recreatieve functie voor de waterrecreatie. Wij willen dit vaarwegennet voor de recreatietoervaart behouden en hebben daartoe in de Waterverordening provincie Utrecht 2009 een aantal instrumenten opgenomen om randvoorwaarden te kunnen stellen. De BRTN geeft richtlijnen voor de verschillende categorieën vaarwegen met betrekking tot vaardiepten, doorvaarthoogten en brugbedieningstijden. Bij het vaststellen van deze vaardiepten, doorvaarthoogten en brugbedieningstijden voor de recreatieve vaarwegen worden deze richtlijnen zoveel mogelijk gevolgd. Voor de beroepsvaarwegen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de Richtlijnen vaarwegen 2011 van het Rijk.

 

Om de instandhouding en bruikbaarheid van de vaarwegen, die opgenomen zijn in de Waterverordening provincie Utrecht 2009 te waarborgen, zijn met betrekking tot de minimaal benodigde vaarwegdiepten een tweetal instrumenten in de verordening opgenomen. Ingevolge artikel 2.4 van de Waterverordening provincie Utrecht 2009 zijn Gedeputeerde Staten (GS) bevoegd tot vaststelling van de minimaal benodigde vaarwegdiepten en ingevolge artikel 2.5, tweede lid van deze verordening dienen de beheerders van een vaarweg iedere 5 jaar een onderhoudsverslag bij GS aan te leveren. Dit besluit strekt tot vaststelling van de minimaal benodigde vaarwegdiepten. Hierdoor ontstaat duidelijkheid over de aan te houden minimaal benodigde vaarwegdiepte passend bij de functie van een vaarweg.

Sommige vaarwegen zijn deels gelegen in een buurprovincie. De in de Waterverordening provincie Utrecht 2009 opgenomen beperking dat die verordening uitsluitend van toepassing is op de vaarwegen voor zover die vaarwegen in de provincie Utrecht zijn gelegen, geldt ook voor dit besluit.

Reeds vastgestelde minimaal benodigde vaarwegdiepten

Bij besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 22 september 2009 (Provinciaal blad 2009, nr. 41) zijn op basis van de toenmalige Vaarwegenverordening 2008 de minimaal benodigde vaarwegdiepten reeds vastgesteld. Deze reeds vastgestelde vaarwegdiepten blijven ongewijzigd, uitgezonderd de vaarwegdiepte van de Waver die bijgesteld wordt van 1,60 m naar 1,30 m. Het betreft een in 2009 niet juist vastgestelde vaarwegdiepte die bij dit besluit wordt gecorrigeerd. Daarnaast is een aantal vaarwegen met bijbehorende minimaal benodigde vaarwegdiepten toegevoegd als gevolg van de per 1 januari 2015 in werking getreden wijziging van de Waterverordening provincie Utrecht 2009.

Voor de overzichtelijkheid en leesbaarheid zijn aan het einde van deze toelichting toevoegingen en wijzigingen in vaarwegdiepten in een aparte tabel weergegeven.

Hoe zijn de vaarwegdiepten berekend?

De minimaal benodigde vaarwegdiepte is de diepte van een vaarweg die altijd aanwezig dient te zijn. De minimaal benodigde vaarwegdiepte geldt over de gemiddelde bodembreedte. De bodembreedte is circa tweemaal de breedte van het maatgevend schip.

Voor de berekening van de minimaal benodigde vaarwegdiepten voor de vaarwegen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Voor het beroepsgoederenvervoer zijn voor de karakteristieken, zoals breedte, lengte en diepgang van het maatgevende schip, de Europese CEMT richtlijnen richtinggevend. De minimaal benodigde vaarwegdiepte bedraagt op grond van de Richtlijnen Vaarwegen 2011 (verder RVW 2011) circa factor 1,3 keer de diepgang van het maatgevende schip.

  • Voor de vaarwegen waar uitsluitend recreatieve toervaart op plaatsvindt, zijn de richtlijnen van de BRTN leidend. Bij het vaststellen van de minimaal benodigde vaarwegdiepte is rekening gehouden met een kielspeling van circa 30 centimeter. Hiermee wordt enigszins afgeweken van de RVW 2011, waarin een kielspeling van 20 cm wordt aangehouden. De recreatieve vaarroutes in de provincie Utrecht zijn veelal kwetsbare, in veengebied gelegen, vaarwegen met veel natuurvriendelijke oevers. In deze wateren is een enigszins grotere kielspeling nodig om schade door scheepvaart aan deze wateren te voorkomen. In het rapport Contraexpertise Oevererosie kleine vaartuigen van HKV, februari 2015 wordt geconcludeerd dat een kleinere diepgang bij kajuitmotorboten een significante invloed heeft op de oevererosie.

  • Als de vaarwegdiepte beperkt wordt door een drempel van een sluis, is deze diepte bepalend voor de diepgang van het maatgevende schip en de minimaal benodigde vaarwegdiepte.

Specifieke vaarwegen

De Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (GHIJ) is een BM-vaarwater in de BRTN (1,50 m diepgang vaartuig plus 0,30 m kielspeling = 1,80 m minimaal benodigde vaarwegdiepte). Op de GHIJ vindt nog beperkt beroepsgoederen-vervoer plaats, voornamelijk voor de ten westen van Oudewater gevestigde veevoederfabriek. In verband hiermee is in plaats van 1,80 m een minimaal benodigde vaarwegdiepte van 2,20 m noodzakelijk voor het gedeelte ten westen van Oudewater tot de provinciegrens op de kruising met de Enkele Wiericke en 2,05 m ten oosten van Oudewater.

’t Gein is een DM-vaarwater in de BRTN met een diepgangbeperking. Het aquaduct bij Abcoude, dat aangelegd is ten behoeve van de spoorlijn Amsterdam-Utrecht beperkt de vaarwegdiepte tot ca. 0,95 m over een lengte van 30,00 m. Door de aanleg van dit aquaduct is de vaarweg ’t Gein met een diepgangbeperking behouden gebleven voor de recreatietoervaart.

Wijzigingen vaarwegdiepten

Hieronder volgt een overzicht van de toevoegingen en wijzigingen ten opzichte van het besluit van 22 september 2009

Afkortingen

AGV: Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht

B&W: college van burgemeester en wethouders

DB: dagelijks bestuur

HDSR: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

 

Naam

Bestuursorgaan aan wie de uitvoering van het vaarwegbeheer is opgedragen

CEMT/BRTN

klasse

Minimaal benodigde vaarwegdiepten

 

Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (incl. Doorslag) tussen Nieuwegein en Oudewater

DB van HDSR

BM

2,05 m

 

Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (incl. Doorslag) tussen Oudewater en de kruising met de Enkele Wiericke

DB van HDSR

BM

2,20 m

 

Naam

Bestuursorgaan van het overheidslichaam belast met het vaarwegbeheer

CEMT/BRTN

klasse

Minimaal benodigde vaarwegdiepten

 

’t Gein vanaf dorpsbrug Abcoude tot aquaduct spoor

DB van AGV

DM

1,10 m

 

’t Gein boven drempel aquaduct spoor

DB van AGV

DM

0,95 m

 

’t Gein tussen aquaduct spoor en Gaasp

DB van AGV

DM

1,40 m

 

Waver

DB van AGV

DM

1,30 m

 

Dubbele Wiericke

DB van HDSR

DM

1,40 m

 

Stadsbuitengracht/Singel

B&W van Utrecht

AM

1,80 m

 

Oude Gracht (incl. verbinding Vecht en Oude gracht)

B&W van Utrecht

AM

1,80 m

Zienswijze

Binnen de termijn van terinzagelegging van 4 december 2015 tot en met 14 januari 2016 is er door Koninklijke BLN-Schuttevaer, de belangenorganisatie voor de beroepsvaart, een zienswijze ingediend. Deze zienswijze heeft geleid tot een wijziging van het ontwerpbesluit. De ondertekende brief met zienswijze is per mail van 11 januari 2016 ingediend.

Inhoud zienswijze:

In het ontwerp-besluit is een minimaal benodigde vaarwegdiepte voor de Kromme Mijdrecht opgenomen van 2,40 mtr. In het besluit van 22 september 2009 was de vaarwegdiepte van de Kromme Mijdrecht gesteld op 2,60 mtr. In het ontwerp-besluit wordt de wijziging niet nader gemotiveerd; er lijkt sprake van een verschrijving. Een minimaal benodigde vaarwegdiepte van 2,40 mtr. is niet voldoende voor een veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer met de huidige scheepsafmetingen op de Kromme Mijdrecht. Verzocht wordt om de vaarwegdiepte te stellen op 2,60 mtr. in lijn met het besluit van 22 september 2009.

Beantwoording:

Het is niet de bedoeling om de minimaal benodigde vaarwegdiepte van de Kromme Mijdrecht van 2,60 mtr. (besluit van 22 september 2009) te wijzigen. De in het ontwerp-besluit opgenomen vaarwegdiepte van 2,40 mtr. kan gekwalificeerd worden als een kennelijke verschrijving. Het ontwerp-besluit wordt hierop aangepast en de minimaal benodigde vaarwegdiepte voor de Kromme Mijdrecht wordt gesteld op 2,60 mtr. Het is niet aannemelijk dat hierdoor andere belangen worden geschaad, aangezien de minimaal benodigde vaarwegdiepte niet wijzigt ten opzichte van het besluit van 22 september 2009.

Bijlage 1: Minimaal benodigde vaarwegdiepten voor vaarwegen vermeld op lijst A van de Waterverordening provincie Utrecht 2009

Afkortingen

AGV: Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht

DB: dagelijks bestuur

GS: gedeputeerde staten

HDSR: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

PS: provinciale staten

Nr.

Naam

1 t/m 4: Bestuursorgaan van het overheidslichaam belast met het vaarwegbeheer;

5 t/m 12: Bestuursorgaan aan wie de uitvoering van het vaarwegbeheer is opgedragen

CEMT/BRTN

klasse

Minimaal benodigde vaarwegdiepten

1.

Eem, gelegen buiten de gemeente Amersfoort

GS

III BM

3,40 m

2.

Oude Rijn-West

GS

I BZM

2,30 m

3.

Merwedekanaal, beneden de Lek

GS (beheer gemandateerd aan GS van Zuid-Holland; besluit GS van 4 maart 2003)

 

GS van Zuid-Holland zijn bevoegd

4.

Amstel

GS (beheer is bij een gemeenschappelijke regeling overgedragen aan bestuur van Noord-Holland; besluit PS/GS van Utrecht van 15 april 1992/28 mei 1991)

 

GS van Noord-Holland zijn bevoegd

5.a

Vecht (Weerdsluis-Mijndensesluis)

DB van AGV

AM

1,80 m

5.b

Vecht (Mijndensesluis-Sluis ’t Hemeltje)

DB van AGV

AZM

2,20 m

5.c

Vecht (Sluis ’t Hemeltje-Zanderijsluis)

DB van AGV

AZM

2,70 m

6.

Kromme Mijdrecht

DB van AGV

II BM

2,60 m

7.

Oudhuizersluizersluis

DB van AGV

 

n.v.t.

8.

Pondskoekersluis

DB van AGV

 

n.v.t.

9.

Demmeriksesluis

DB van AGV

 

n.v.t.

10.

Proostdijersluis

DB van AGV

 

n.v.t.

11.

Grecht

DB van HDSR

BM

1,70 m

12.a

Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (incl. Doorslag) tussen Nieuwegein en Oudewater

DB van HDSR

BM

2,05 m

12.b

Gekanaliseerde Hollandsche IJssel(incl. Doorslag) tussen Oudewater en de kruising met de Enkele Wiericke

DB van HDSR

BM

2,20 m

Bijlage 2: Minimaal benodigde vaarwegdiepten voor vaarwegen vermeld op lijst B van de Waterverordening provincie Utrecht 2009

Afkortingen

AGV: Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht

B&W: college van burgemeester en wethouders

DB: dagelijks bestuur

HDSR: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Nr.

Naam

Bestuursorgaan van het overheidslichaam belast met het vaarwegbeheer

CEMT/BRTN

klasse

Minimaal benodigde vaarwegdiepten

1.

Geer

DB van AGV

DM

1,30 m

2.

Bijleveld

DB van AGV

DM

1,30 m

3.

Groote Heicop

DB van AGV

DM

1,40 m

4.

Heinoomsvaart-binnen

DB van AGV

DM

1,30 m

5.

Kerkvaart-west

DB van AGV

DM

1,30 m

6.

Ringvaart van Groot Mijdrecht

DB van AGV

DM

1,30 m

7.

Gemeenlandsvaart

DB van AGV

BM

1,80 m

8.

Middenwetering (Vinkeveen)

DB van AGV

BM

1,80 m

9.

Geuzensloot-binnen

DB van AGV

DM

1,40 m

10.

Heul (Vinkeveen)

DB van AGV

DM

1,40 m

11.

Geuzensloot-buiten

DB van AGV

BM

1,80 m

12a

Angstel-Noord

DB van AGV

DM

1,40 m

12b

Angstel-Zuid

DB van AGV

BM

1,80 m

13.

Nieuwe Wetering-West

DB van AGV

BM

1,80 m

14.

Nieuwe Wetering-Oost

DB van AGV

BM

1,80 m

15.

Waver

DB van AGV

DM

1,30 m

16.

Oude Waver

DB van AGV

DM

1,30 m

17.

Winkel

DB van AGV

DM

1,30 m

18.

Sluisvaart

DB van AGV

DM

1,30 m

19.

Holendrecht

DB van AGV

DM

1,40 m

20.

Vaargeul door het Abcoudermeer

DB van AGV

DM

1,40 m

21.a

’t Gein vanaf dorpsbrug Abcoude tot aquaduct spoor

DB van AGV

DM

1,10 m

21.b

’t Gein boven drempel aquaduct spoor

DB van AGV

DM

0,95 m

21.c

’t Gein tussen aquaduct spoor en Gaasp

DB van AGV

DM

1,40 m

22.

Dubbele Wiericke

DB van HDSR

DM

1,40 m

23.a

Singel te Woerden vanaf zwaaikom Rozenbrug tot Vosbrug

B&W van Woerden

DM

1,80 m

23.b

Vanaf Vosbrug tot Snellebrug

B&W van Woerden

DM

1,40 m

24.

Stadsbuitengracht/Singel

B&W van Utrecht

AM

1,80 m

25.

Oude Gracht (incl. verbinding Vecht en Oude Gracht)

B&W van Utrecht

AM

1,80 m

26.

Drecht-West bij de Mijndense brug

DB van het Plassenschap Loosdrecht e.o.

AZM

2,20 m

27.a

Eemhaven binnen de gemeente Amersfoort

B&W van Amersfoort

III BM

2,50 m

27.b

Vanaf Eemhaven binnen de gemeente Amersfoort tot gemeentegrens Soest (Hmp 0.9 tot 3.1)

B&W van Amersfoort

III BM

3,40 m

Naar boven