Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2016, 4320 | Overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2016, 4320 | Overige overheidsinformatie |
Besluit van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 12 juli 2016 tot vaststelling van het openstellingsbesluit Regeling Uitvoering LEADER-projecten, Noordoost en Noardwest Fryslân
Artikel 0 Dit artikel moet nog worden gesplitst
Plattelandsontwikkelingsprogramma 3 (POP3)
Regeling Uitvoering van LEADER-projecten , Provincie Fryslân 2016
GEDEPUTEERDE STATEN VAN FRYSLAN
Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieregeling Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) Fryslân 2014-2020, hierna te noemen de Regeling
Open te stellen: de regeling Uitvoering van LEADER-projecten, sub maatregel 2, als nadere invulling van de bepalingen zoals vastgelegd in de hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3, paragraaf 3 van de Regeling.
In dit besluit te verstaan onder:
1. Op grond van de maatregel Uitvoering van LEADER-projecten, Hoofdstuk 3, LEADER, paragraaf 3 van de Regeling, is de periode voor het indienen van aanvragen voor de projecten die vallen onder de LOS Noordoost Fryslân en de LOS Noardwest Fryslân 1 september 2016 tot en met 31 december 2018.
Deze plafonds zijn samengesteld uit een bijdrage van 50% uit het ELFPO en 43% uit provinciale middelen en 7% uit middelen van overige overheden.
e. In 2018, tweede half jaar € 425.000,-
Deze plafonds zijn samengesteld uit een bijdrage van 50% uit het ELFPO en 45% uit provinciale middelen en 5% uit middelen van overige overheden.
3.Mocht er in enig half jaar geld onbesteed blijven, dan kan dit resterende deel worden benut in het halve jaar daarop, maar uiterlijk worden beschikt in het tweede half jaar van 2018.
De volgende regels voor de afzonderlijke LOS vast te stellen:
A rtikel 5 LEADER Ontwikkelingsstrategie Noordoost Fryslân
Artikel 5.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van concrete acties die passen binnen de LOS Noordoost Fryslân, in het bijzonder:
a. publiekrechtelijke rechtspersonen;
b.privaatrechtelijke rechtspersonen;
Artikel 5.3 Subsidievereiste n
Artikel 5.4 Subsidiabele kosten
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1.9 1.11 en 1.12 van de Regeling kan subsidie worden verstrekt voor alle kosten gemaakt ter voorbereiding of uitvoering van projecten die passen binnen de LOS:
1. De subsidie bedraagt 50% van de totale subsidiabele kosten tot een maximum van
4 .Indien de aanvrager in het financieringsplan een subsidiebedrag aanvraagt dat lager is dan het onder lid 1 genoemd percentage van de totale subsidiabele kosten, wordt dit gezien als het aangevraagde en maximaal te verlenen subsidiebedrag.
Artikel 5.6 Selectiecriteria, weging en selectie
In afwijking van artikel 1.15 van de Regeling hanteren Gedeputeerde Staten van Fryslân, op basis van selectie door de LAG, voor de rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 1.15 de volgende criteria, zoals die zijn vastgesteld in de LOS:
De projecten worden door de LAG beoordeeld op basis van de selectiecriteria uit artikel 5.6, waarbij per criterium het volgend aantal punten wordt toegekend.
Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dient minimaal een volgend aantal punten te worden behaald:
voor het criterium als genoemd in Artikel 5.6 lid 1, 3 punten;
voor het criterium als genoemd in Artikel 5.6 lid 2, 4 punten;
voor het criterium als genoemd in Artikel 5.6 lid 3, 2 punten;
voor het criterium als genoemd in Artikel 5.6 lid 4, 2 punten.
Artikel 6 LEADER Ontwikkelingsstrategie Noardwest Fryslân
Artikel 6.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van concrete acties die passen binnen de LOS Noardwest Fryslân, in het bijzonder:
Artikel 6.3 Subsidievereiste n
Artikel 6.4 Subsidiabele kosten
Onverminderd het bepaalde in artikelen 1.9, 1.11 en 1.12 van de Regeling kan subsidie worden verstrekt voor alle kosten gemaakt ter voorbereiding of uitvoering van projecten die passen binnen de LOS:
1.De subsidie bedraagt 50% van de totale subsidiabele kosten tot een maximum van
4.Indien de aanvrager in het financieringsplan een subsidiebedrag aanvraagt dat lager is dan het onder lid 1 genoemd percentage van de totale subsidiabele kosten, wordt dit gezien als het aangevraagde en maximaal te verlenen subsidiebedrag.
Artikel 6.6 Selectiecriteria, weging en selectie
In afwijking van artikel 1.15 van de Regeling hanteren Gedeputeerde Staten van Fryslân, op basis van selectie door de LAG, voor de rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 1.15 de volgende criteria, zoals die zijn vastgesteld in de LOS:
De projecten worden door de LAG beoordeeld op basis van de selectiecriteria uit artikel 6.6, waarbij per criterium het volgend aantal punten wordt toegekend.
a. Het maximale aantal punten voor het criterium uit:
Artikel 6.6 lid 1 bedraagt 9 punten;
Artikel 6.6 lid 2 bedraagt 12 punten;
Artikel 6.6 lid 3 bedraagt 6 punten;
Artikel 6.6 lid 4 bedraagt 6 punten.
Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dient minimaal een volgend aantal punten te worden behaald: voor het criterium als genoemd in Artikel 6.6 lid 1,3 punten;
voor het criterium als genoemd in Artikel 6.6 lid 2, 4 punten;
voor het criterium als genoemd in Artikel 6.6 lid 3, 2 punten;
voor het criterium als genoemd in Artikel 6.6 lid 4, 2 punten.
Dit besluit wordt aangehaald als: RegelingUitvoering van LEADER-projecten, Provincie Fryslân 2016.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
Aldus vas tgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 12 juli 2016.
Drs. A.J. van den Berg, Secretaris
Op 16 februari 2015 heeft de Europese Commissie het derde Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 goedgekeurd. Het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) is een Europees subsidieprogramma dat gericht is op de versterking van het Nederlandse platteland. POP3 is een vervolg op POP2 en loopt van 2014-2020.
Nederland ontvangt van de Commissie ten behoeve van de uitvoering van haar plattelandsontwikkelingsprogramma in Fryslân Europese subsidie uit het Europees Fonds voor de Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Daarnaast zal de Nederlandse overheid (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen) een eigen bijdrage aan het programma leveren van minimaal eenzelfde bedrag.
In samenwerking met de provincies, is onder leiding van het Ministerie van Economische Zaken het programma POP3 opgesteld. Het programma richt zich op de volgende vijf thema's:
Om tot subsidiëring van projecten voor het uitvoeren van de thema’s over te kunnen gaan maakt de provincie gebruik van subsidieregelingen. Met de ‘Regeling Uitvoering van Leader projecten’ wordt fors ingezet op de plaatselijke ontwikkeling in het kader van LEADER (artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) Nr. 1303/2013 en artikelen 42 tot en met 44 van Verordening (EU) Nr. 1305/2013,
LEADER beoogt bij te dragen aan de plaatselijke ontwikkeling van plattelandsgebieden. De interactie tussen landbouw en samenleving wordt steeds belangrijker. Er ligt een opgave om samen te werken aan de sociaaleconomische ontwikkeling van het platteland en aan een duurzaam beheer van de ruimte. De agrarische sector zal zich in moeten zetten voor maatschappelijk draagvlak. De sector moet daarbij invulling geven aan haar “license to produce”. Dat kan bijvoorbeeld door de relatie tussen het platteland en de stad en tussen de boer en de burger te verstevigen. LEADER kan hier een bijdrage aan leveren, want:
De Provincie Fryslân stelt minder subsidie beschikbaar dan het Europese ELFPO-budget. Een private aanvrager dient daarom bij de aanvraag bewijsstukken te overleggen dat ook de verplichte aanvullende nationale overheidsfinanciering, van bijvoorbeeld gemeente of waterschap, ten behoeve van het project beschikbaar is gesteld (zie artikelen 5.5 en 6.5). In deze regeling stelt de Provincie Fryslân samen met een andere overheid 50% van de cofinanciering ter beschikking. Programmabreed is de verdeling daarbij voor Leadergebied Noordoost; provincie 43% en gemeenten 7%. In Leadergebied Noordwest draagt de provincie programmabreed 45% bij en de gemeenten 5%. Indien de aanvrager een overheidsorgaan is, dan wordt 50% van de subsidiabele kosten door die aanvrager zelf gedragen.
Openstelling en subsidieaanvragen
De Provincie Fryslân stelt de Regeling Uitvoering van LEADER-projecten open voor de periode van
1 september 2016 tot en met 31 december 2018. Het totaal beschikbare budget voor deze periode voor Noordoost Fryslân bedaagt € 2.220.000,-- en voor Noardwest Fryslân € 2.040.000,-. De helft daarvan wordt bijgedragen door de Europese Unie en de ander helft door regionale overheden. Per half jaar is er een subsidieplafond van toepassing.
Subsidieaanvragen kunnen twee maal per jaar worden ingediend gedurende een vooraf vastgestelde, in de provinciale dagbladen te publiceren periode. De LAG’s komen twee maal per jaar bijeen, aansluitend aan de perioden van indiening van de subsidieaanvragen.
Op deze wijze krijgen de LAG’s de gelegenheid de projecten te beoordelen en te rangschikken op basis van de subsidiecriteria en scoringsfactoren die in de LEADER Ontwikkelingsstrategieën zijn genoemd.
Opgemerk moet worden dat de eerste openstelling plaatsvindt in de tweede helft van 2016 en dat er daarom er in dit jaar maar één maal subsidievragen kunnen worden ingediend. Ook zal de LAG daarvoor maar één maal bij elkaar komen.
In Fryslân zijn twee Lokale Actie Groepen (LAG’s) door Gedeputeerde Staten ingesteld, te weten:
Deze groepen zijn breed samengesteld uit vertegenwoordigers van de bevolking en een beperkt aantal bestuurders namens de betrokken gemeenten uit het betreffende LEADER gebied. De Provincie is in de LAG’s vertegenwoordigd door de betreffende gebiedsgedeputeerden. De taak van beide LAG’s is tweeledig: zij geven vorm aan het bottom-up karakter van het LEADER programma door als aanjager en begeleider van LEADER projecten in de regio te acteren en adviseren Gedeputeerde Staten over de subsidiabiliteit van de ingediende projectaanvragen. Door de formele instelling op basis van artikel 82 Provinciewet hebben zij ook de status van adviesorgaan van Gedeputeerde Staten verkregen. De door de LAG’s afgegeven adviezen gelden als een zwaarwegend advies aan Gedeputeerde Staten.
Iedere LAG heeft zijn eigen visie over de aanpak van de opgaven in haar regio en over de besteding van de LEADER gelden neergelegd in de desbetreffende LEADER Ontwikkelings Strategie (LOS). Deze documenten gelden als leidraad voor het handelen van de LAG’s.
De LAG’s hanteren een uniforme lijst van subsidiabele kosten voor de ingediende aanvragen. Het gaat hierbij om de volgende kostensoorten:
Voorbereidingskosten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.
De voorbereidingskosten kunnen uitsluitend bestaan uit:
Het betreffen enkel de kosten die zijn gemaakt voor (de ontwikkeling van) het projectplan.
De kosten van verwerving van auteursrechten en merken;
-Deze kosten zijn subsidiabel.
De kosten van de bouw en verbetering van onroerende zaken;
Gedeputeerde Staten kunnen in uitzonderlijke gevallen in een openstellingsbesluit een hoger percentage vaststellen voor de bouw en verbetering van onroerende zaken in het kader van activiteiten ten behoeve van milieubehoud. Indien de onroerende zaken zijn gelegen in Natura 2000 gebieden of onderdeel uit maken van Kader Richtlijn Water opgaven buiten de EHS én in het concrete geval ontbreken redelijke alternatieven om de milieudoelen te behalen, kan het subsidiepercentage, mits onderbouwd in de toekenningsbeschikking, verhoogd worden tot 30% van de totale subsidiabele kosten.
De kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaa r de van de activa met een maximum van 5% van de totale projectkosten;
Bedrijfsmiddelen (o.a. machines, inventaris, opleidingen, computers etc.) komen alleen voor subsidie in aanmerking als deze uitsluitend en blijvend worden gebruikt door de eindbegunstigde als onderdeel van de projectinvesteringen of anders als afschrijvingen van bedrijfsmiddelen voor de duur van het project als ze langer dan de duur van het project kunnen worden gebruikt.
De aankoop of huurkoop van nieuwe machines en bedrijfsuitrusting, met inbegrip van computerprogrammatuur zijn subsidiabel tot ten hoogte de marktwaarde van het bedrijfsmiddel. Deze kosten mogen maximaal 5% van de totale projectkosten bedragen.
De kosten van architecten, ingenieurs en extern adviseurs;
Deze kosten zijn subsidiabel. Hieronder vallen bijvoorbeeld kosten voor financiële of technische expertise en juridisch advies.
De kosten van haalbaarheidsstudies;
De kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
Personeelskosten voor de uitvoering van het project voor zover ze betrekking hebben op de uren die aantoonbaar voor het project zijn gemaakt.
Deze kosten zijn subsidiabel overeenkomstig artikel 1.9 Personeelskosten van de Regeling.
Bijdragen in natura en verantwoording en toetsing daarvan
Voor eigen arbeid of vrijwillige arbeid kan RVO.nl geen facturen of betaalbewijzen controleren, omdat die er niet zijn. De redelijkheid en EU-conformiteit van de opgevoerde eigen arbeid en vrijwillige arbeid moet daarom op een andere manier worden bepaald. De redelijkheid van de inbreng in natura wordt door RVO.nl bepaald aan de hand van de aangeleverde urenoverzichten en de omschrijving van de arbeid in het projectplan of eindverslag.
De eisen die gesteld worden aan de urenregistratie zijn gelijk aan die voor personeelskosten.
De begunstigde dient in het projectplan bij de aanvraag te beschrijven op welke manier de eigen arbeid of vrijwillige arbeid wordt geleverd en hoe de inzet aan het project gerelateerd is. Ook moet worden beschreven welk voordeel is behaald met het inzetten van eigen arbeid; dit zal in de meeste gevallen kostentechnisch voordeel opleveren; de eigen arbeid of vrijwillige arbeid moet door de begunstigde worden opgenomen in de projectbegroting.
Bij een tussentijdse betaling:
Een aanvraag om een voorschot bevat voor zover van toepassing: bewijsstukken inzake geleverde inbreng in natura in de vorm van een tussenverslag;
De begunstigde dient in het tussenverslag te beschrijven op welke manier de bijdrage in natura werd geleverd. Een voorschot wordt verstrekt voor de volgende gemaakte kosten: bijdragen in natura.
Het uiteindelijke bedrag van de subsidie bij vaststelling kan pas worden toegekend als de begunstigde bewijs levert dat de aangegeven eigen arbeid of vrijwillige arbeid daadwerkelijk werd geleverd. Hoe deze arbeid is ingezet, moet door de begunstigde worden beschreven in het eindverslag bij de vaststelling. Daarnaast wordt dit door de begunstigde inzichtelijk gemaakt door de aangeleverde urenoverzichten;
De beschrijving van de inbreng van de eigen arbeid door de begunstigde in het eindverslag wordt door RVO.nl vergeleken met de beschrijving in het projectplan.
Indien de BTW kan worden verrekend of gecompenseerd zijn deze kosten niet subsidiabel.
Deze kosten zijn subsidiabel. Bij berekening van de kosten dient het normaal zakelijk gebruik als uitgangspunt te worden genomen.
De kosten voor promotie en publiciteit;
Deze kosten zijn subsidiabel. Hieronder vallen ook de kosten voor een informatiebord, plaquette en/of aanpassing van een website. Op de website www.europaloket.nl POP3 2014-2023 treft u hierover meer informatie aan, inclusief de format voor de plaquette. De kosten voor promotie en publiciteit dienen echter wel in redelijke verhouding te staan ten opzichte van het project.
De hoogte van het subsidiepercentage wordt door de LAG bepaald en door Gedeputeerde Staten opgenomen in het openstellingsbesluit. Deze percentages kunnen dan ook per LAG verschillen.
De hoogte van de subsidie is samengesteld uit financiële bijdragen van meerdere overheden. De Europese Unie draagt 25% van de subsidiabele kosten bij. Daarnaast nemene provincie en gemeenten gezamenlijk eveneens 25% voor hun rekening. In Noordoost Fryslân dragen de gemeenten 7% bij en in Noardwest Fryslân 5%. Aan de subsidieaanvrager de taak ervoor zorg te dragen dat de bijdrage van deze overheid is gegarandeerd. Dit blijkt uit een bijgevoegde intentieverklaring tot bijdrage van de desbetreffende overheid bij de projectaanvraag.
Als voorbeeld ziet schematisch de financiering van een project van € 100.000, -, bij een gehanteerd subsidiepercentage van 50%, er als volgt uit:
Bijdrage Europa (25%) € 25.000, -;
Bijdrage provincie (20%) € 20.000, -;
Bijdrage derde overheid (5%) € 5.000, -;
Bijdrage aanvrager € 50.000, -.
Financiering op basis van tekort
De mogelijkheid bestaat dat een aanvrager besluit slechts subsidie aan te vragen ter grootte van het financieringstekort van het project. De aanvrager van subsidie geeft in de aanvraag, in ieder geval in het financieringsplan, aan welk financieringstekort het project heeft en waarvoor aanvrager subsidie aanvraagt. Wanneer dit tekort en daarmee het aangevraagde subsidiebedrag lager ligt dan kon worden aangevraagd op basis van het in de regeling genoemde percentage van de subsidiabele kosten, wordt dit tekort gezien als het aangevraagde en maximaal te verlenen subsidiebedrag. Dit houdt in dat, wanneer Gedeputeerde Staten besluit het project een subsidie te verlenen, hierin zal worden opgenomen dat het project een maximale subsidie kan ontvangen van het percentage genoemd in de regeling tot een maximum van € x,-, waarbij ‘x’ het bedrag van het in de aanvraag aangegeven tekort is. Bijvoorbeeld de subsidie wordt vastgesteld op 50% van de gerealiseerde subsidiabele kosten tot het maximum van € 50.000, -.
Beoordeling projectvoorstellen / selectiecriteria / puntenmethodiek
Na indiening van de projectvoorstellen bij de provincie, of een door de provincie gemandateerde organisatie, worden de stukken beoordeeld op volledigheid (1e toets). Indien blijkt dat de aanvraag nog aanvullingen behoeft, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld deze aanvullingen binnen een bepaalde termijn toe te voegen. Na afronding van deze beoordeling worden de projecten inhoudelijk getoetst (2e toets). Hierbij wordt beoordeeld of de projecten passen binnen de kaders van het openstellingsbesluit.
De Europese Commissie verlangt dat slechts de betere projecten voor subsidie in aanmerking komen(3e toets). Hiervoor is het systeem van selectiecriteria in het leven geroepen. De LAG’s hebben in de desbetreffende LEADER Ontwikkelingsstrategieën hun selectiecriteria opgenomen. Aan de hand van deze, in het openstellingsbesluit overgenomen selectiecriteria, worden punten aan een project toegekend. Deze werkzaamheden zijn door Gedeputeerde Staten aan de Lokale Aktie Groep, in haar hoedanigheid van adviesorgaan van Gedeputeerde Staten, opgedragen. Voorafgaand aan een LAG-vergadering kennen de individuele leden aan de ingediende projectvoorstellen een bepaalde score toe. Het gemiddelde van de individuele scores bepaalt de totaalscore van een projectvoorstel. Op basis van de totaalscores wordt de ranking van de projecten bepaald. De ranking speelt een belangrijke rol bij de toekenning van de subsidie. Het hoogstscorende project komt als eerste voor subsidie in aanmerking. De toekenning gaat in volgorde van ranking door tot eventueel het jaarlijkse subsidieplafond wordt bereikt. Bij gelijke score bepaalt de LAG op grond van argumenten de voorkeursvolgorde. Mocht het subsidieplafond voor die bewuste openstellingsperiode worden bereikt, dan komen de projecten die lager scoren niet voor subsidie in aanmerking.
In het openstellingsbesluit is per LAG een bepaalde puntenmethodiek opgenomen. Deze methodiek kan dan ook per LAG verschillen. Er is voor gekozen voor Noordoost Fryslân en Noardwest Fryslân de zelfde methodiek wordt aangehouden. Deze methodiek houdt in dat per selectiecriterium een maximele puntenscore kan worden behaald. Zoals al opgemerkt wordt de hoogte van deze puntenscore bepaald door de LAG. Tevens wordt per criterium een minimumscore gehanteerd. Dit betekent dat voor elk criterium een minimale score moet worden behaald. Wordt bij één criterium niet aan deze eis voldaan, dan komt het project niet voor subsidie in aanmerking.
Bij het scores worden wegingfactoren gehanteerd op grond van het belang dat de LAG’s aan een criterium hechten. De basis voor de score is een schaal van 0, 1, 2 of 3. Omdat met name aan de criteria ‘1. bijdrage van het project aan de actielijnen van de LOS’ en ‘ 2. project passend bij de werkwijze van Leader’ grote waarde wordt gehecht, kunnen voor deze criteria meer punten worden toekend dan de overige twee criteria (‘ 3. haalbaarheid project’ en ‘4. efficiëntie/doelmatigheid project’). Aan de vier criteria kunnen de volgende minimale en maximale punten worden worden toegekend:
Om te garanderen dat ieder projectvoorstel aan een bepaalde mimimumeis voldoet is in het openstellingsbesluit opgenomen dat als totaalscore een minimum aantal punten van 20 moet worden behaald. Ook hier geldt dat, indien het minimum niet wordt behaald, het project niet voor subsidie in aanmerking komt.
Subsidiabele activiteiten/ doelen LOS (artikel 5.4)
Subsidie kan worden verstrekt aan een project of activiteit dat voldoet aan de uitgangspunten van de Lokale Ontwikkelings Strategie (LOS) Noordoost Fryslân zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân in haar vergadering van 5 juli 2016.
Het project dient zich te richten op één van de volgende thema’s:
Om voor subsidie in aanmerking te komen zal per project minimaal sprake moeten zijn van een subsidie van € 43.750,-. De subsidie bedraagt maximaal € 150.000,-.
De subsidie bedraagt 50% van de totale subsidiabele kosten. Van de aanvrager wordt verwacht dat deze daarnaast zelf 50% van de totale subsidiabele kosten investeert.
Selectiecriteria, weging en selectie (artikel 5.6)
Met behulp van de selectiecriteria zoals opgenomen in de Lokale Ontwikkelings Strategie onder Bijlage IIIwordt beoordeeld in hoeverre het project tegemoet komt aan de doelstellingen van het LEADER programma. Deze beoordeling vindt plaats met behulp van de volgende selectiecriteria:
Subsidiabele activiteiten/ doelen LOS (artikel 6.1)
Subsidie kan worden verstrekt aan een project of activiteit dat voldoet aan de uitgangspunten van de Lokale Ontwikkelings Strategie (LOS) Noardwest Fryslân zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân in haar vergadering van 5 juli 2016. Het project dient zich te richten op één van de volgende thema’s:
Om voor subsidie in aanmerking te komen zal per project minimaal sprake moeten zijn van een subsidie van € 43.750, - . De subsidie bedraagt maximaal € 150.000, -.
De subsidie bedraagt 50% van de totale subsidiabele kosten. Van de aanvrager wordt verwacht dat deze daarnaast zelf 50% van de totale subsidiabele kosten investeert.
Selectiecriteria, weging en selctie (artikel 6.6)
Met behulp van de selectiecriteria zoals opgenomen in de Lokale Ontwikkelings Strategie onder Bijlage III wordt beoordeeld in hoeverre het project tegemoet komt aan de doelstellingen van het LEADER programma. Deze beoordeling vindt plaats met behulp van de volgende selectiecriteria:
In de LEADER-methode en -filosofie staan vernieuwing, samenwerking en de aanpak van onderop centraal. Deze methode en filosofie dienen ook in de projectaanvragen tot uiting te komen. De LAG beoordeelt dit aspect aan de hand van de volgende vragen:
Vanuit het LEADER-programma wordt veel waarde gehecht aan het innovatieve karakter van projecten. Innovatie kan verschillende vormen aannemen:
•Organisatie:nieuwe vormen van samenwerking en organisatie; het leggen van nieuwe verbindingen tussen mensen, organisaties, sectoren en gebieden.
•Communicatie: nieuwe manieren om informatie uit te wisselen en te verspreiden.
•Financiering: innovatieve financiering van investeringen en/of exploitatie.
De LAG toetst of projectaanvragen op één of meer van deze terreinen innovatief zijn. Projecten dienen op minimaal één van deze terreinen innovatief te zijn.
Selectiecriterium 3 wordt door de LAG gezien als rand voorwaardelijk criterium: een project dient naar het oordeel van de LAG haalbaar te zijn, anders kan er geen bijdrage worden toegekend.
De LAG sluit hierbij aan bij de standaard projectmatige aanpak. Dat wil zeggen dat in de projectaanvraag ingegaan dient te worden op de aspecten van projectmatig werken:
Bij dit aspect gaat het om de kwaliteit van het project, de kosten-baten verhouding en het lange termijn perspectief van het project. De aanvrager dient te onderbouwen dat de voorgestelde aanpak de beste is om het gewenste resultaat te bereiken, wat de meerwaarde van subsidieverlening is en waarom het project zonder subsidie niet of onvoldoende uitgevoerd kan worden. Tevens dient de instandhouding na afronding van het project onderbouwd te worden met een exploitatie- of beheerplan.
De Subsidieregeling Plattelandontwikkelingsprogramma (POP3) Fryslân 2014-2020 is terug te vinden via:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-4320.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.