Provinciaal blad van Drenthe

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
DrentheProvinciaal blad 2016, 4154Overige besluiten van algemene strekking



Subsidieregeling Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Drenthe 2016

Besluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 12 juli 2016, kenmerk 3.7/2016003353, team Plattelandsontwikkeling, tot bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van de Subsidieregeling Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Drenthe 2016

 

 

 

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

 

overwegende dat het wenselijk is te investeren in de verplaatsing van agrarische bedrijven en hiermee bij te dragen aan de verbetering van de natuurlijke en ruimtelijke infrastructuur van de provincie Drenthe;

 

gelet op:

  • artikel 16 van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, zoals gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie van 1 juli 2014, L 193/1;

  • artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

 

BESLUITEN:

 

 

de Subsidieregeling Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Drenthe 2016 als volgt vast te stellen en op te nemen als onderdeel 2.1.b in de Subsidiegids Platteland (Provinciaal Blad 7125, 23 oktober 2015), onder gelijktijdige intrekking van het huidige onderdeel 2.1.b.

 

 

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

 

dr.h.c. J. Tichelaar, voorzitter

mevrouw mr. A.M. van Schreven, secretaris

 

 

 

 

Uitgegeven 18 juli 2016

 

 

 

HOOFDSTUK 1, ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1, Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    cultuurgrond: grond, bestemd voor veeteelt, akker-, weide-, tuin- en bosbouw en glasopstanden;

  • b.

    duurzaam tot het oorspronkelijke landbouwbedrijf behorende cultuurgrond en het bouwblok: volledig eigendom, erfpacht, beklemrecht en reguliere pacht;

  • c.

    hervestigingslocatie: locatie van vestiging van het te verplaatsen landbouwbedrijf na de agrarische bedrijfsverplaatsing;

  • d.

    landbouwbedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt;

  • e.

    Landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Publicatieblad van de Europese Unie van 1 juli 2014, L 193/1;

  • f.

    Natuur Netwerk Nederland: het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (ook wel Ecologische Hoofdstructuur in de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe).

 

HOOFDSTUK 2, AGRARISCHE BEDRIJFSVERPLAATSING

Artikel 2.1, Doel

De subsidie heeft tot doel de realisatie van bedrijfsverplaatsingen mogelijk te maken ter verbetering van de ruimtelijke structuur, agrarische structuur, natuur, water, landschap of milieu.

 

Artikel 2.2, Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de verplaatsing van grondgebonden agrarische bedrijven naar de hervestigingslocatie en investeringen in verband met de verplaatsing van deze bedrijven op de hervestigingslocatie.

 

Artikel 2.3, Doelgroep

Subsidie kan verstrekt worden aan de eigenaar of gebruiksgerechtigde van een grondgebonden agrarisch bedrijf, zijnde kleine en middelgrote ondernemingen als omschreven in bijlage I bij de Landbouwvrijstellingsverordening, die in de primaire landbouwproductie actief zijn.

 

Artikel 2.4, Aanvraagperiode

Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend in een door Gedeputeerde Staten vastgestelde indieningsperiode.

 

Artikel 2.5, Aanvraag

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de daarin verplichte bijlagen.

 

Artikel 2.6, Weigeringsgronden

Een aanvraag voor subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    het landbouwbedrijf een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder (14), van de Landbouwvrijstellingsverordening;

  • b.

    ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie, waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

  • c.

    de activiteiten of werkzaamheden van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, voor indiening van de schriftelijke aanvraag zijn gestart;

  • d.

    de cultuurgrond en het erf met de zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties voor of op de datum waarop de subsidieaanvraag is ingediend in eigendom is overgedragen aan Gedeputeerde Staten;

  • e.

    op het erf of delen van de cultuurgrond woningbouw is toegestaan volgens een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, of volgens een geldend besluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • f.

    het grondgebonden agrarisch bedrijf is ingebracht bij een verzoek om provinciale planologische medewerking aan:

    • 1.

      de realisatie van een of meer ‘ruimte voor ruimte’–woningen of

    • 2.

      de ontwikkeling van een nieuw landgoed of een nieuwe buitenplaats.

 

Artikel 2.7, Toetsingscriteria

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het te verplaatsen landbouwbedrijf voor ten minste 50% gelegen te zijn in een gebied dat is opgenomen in een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aankoop- of grondstrategieplan. Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van genoemd percentage.

  • 2.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen wordt het grondgebonden agrarisch bedrijf naar een hervestigingslocatie verplaatst waar het nieuwe erf met zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties en cultuurgrond niet zijn gelegen in het Natuur Netwerk Nederland.

 

Artikel 2.8, Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt maximaal 100% van de daadwerkelijk gemaakte verplaatsingskosten, bestaande uit het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande installaties voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van dergelijke werkzaamheden met een maximum van € 40.000,-- per onderneming.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal 40% van het verschil tussen de daadwerkelijk gemaakte investeringskosten van bedrijfsgebouwen en installaties op de hervestigingslocatie en de waarde van gebouwen en installaties op de te verlaten locatie, met een maximum van € 400.000,-- per onderneming per bedrijfsgebouwverplaatsing.

 

Artikel 2.9, Subsidiabele kosten

  • 1.

    Verplaatsingskosten als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, die voor subsidie in aanmerking komen zijn:

    • a.

      kosten van makelaars, notarissen (inclusief kadastrale kosten), accountants en fiscalisten;

    • b.

      bedrijfsmatige verhuiskosten.

  • 2.

    Investeringskosten als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, die voor subsidie in aanmerking komen zijn:

    • a.

      de kosten van de bouw, verwerving of verbetering van bedrijfsgebouwen en de daarbij horende installaties op de hervestigingslocatie;

    • b.

      de algemene kosten in verband met de onder a bedoelde uitgaven, zoals onderzoekskosten, leges voor vergunningen en procedures, kosten voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs en voor advies over ecologische en economische duurzaamheid, met inbegrip van haalbaarheidsstudies;

    • c.

      sloopkosten van niet-bruikbare bedrijfsgebouwen op de hervestigingslocatie, mits deze kosten verband houden met investeringen die leiden tot een modernisering van de voorzieningen of een verhoging van de productiecapaciteit.

 

Artikel 2.10, Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten van het saneren van de bodem, het erf en toebehoren;

  • b.

    kosten en investeringen ten behoeve van bedrijfswoningen, inclusief ondergrond en erf;

  • c.

    voorbereidingskosten voor zover deze één jaar of langer vóór indiening van de aanvraag zijn gemaakt;

  • d.

    kosten voor de aankoop van productierechten, betalingsrechten, fosfaatrechten en quota;

  • e.

    de aankoop en aanplant van gewassen;

  • f.

    de aankoop van dieren;

  • g.

    afwateringswerkzaamheden;

  • h.

    werkkapitaal;

  • i.

    btw.

 

Artikel 2.11, Verdeelsystematiek

  • 1.

    Subsidieaanvragen worden op volgorde van datum van binnenkomst behandeld.

  • 2.

    Wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvulling is ontvangen met betrekking tot de verdeling van de beschikbare middelen als de datum van ontvangst.

  • 3.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor volledige aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking door loting vastgesteld.

 

Artikel 2.12, Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a.

      de subsidieontvanger draagt zorg voor de rechtsgeldige overdracht aan de provincie of aan een door Gedeputeerde Staten aan te wijzen instantie van alle duurzaam tot het bedrijf behorende cultuurgrond en het bouwblok met het landbouwbedrijf, vrij van enig eigendoms-, zekerheids-, gebruiks- of ander beperkend of bezwarend recht, door middel van een notariële akte, of via een met Gedeputeerde Staten gesloten overeenkomst op basis van artikel 64 van de Wet inrichting landelijk gebied, waarbij voornoemde gronden door middel van een akte van toedeling worden geleverd;

    • b.

      de gepasseerde notariële akte van overdracht wordt onverwijld aan Gedeputeerde Staten overgelegd;

    • c.

      de subsidieontvanger houdt de investeringen ten minste vijf jaar in stand na vaststelling van de subsidie;

    • d.

      de subsidieontvanger start binnen twee maanden na ontvangst van de verleningsbeschikking met de uitvoering van de activiteit;

    • e.

      binnen twee jaar na ontvangst van de verleningsbeschikking worden de activiteiten voltooid;

    • f.

      Gedeputeerde Staten kunnen de onder e genoemde termijn één keer verlengen indien de subsidieontvanger de verplaatsing niet binnen die termijn kan afronden als gevolg van het niet tijdig kunnen beschikken over de voor verplaatsing benodigde vergunningen, vrijstellingen, ontheffingen en andere publiekrechtelijke instemmingen en dit niet is te wijten aan de subsidieontvanger;

    • g.

      één keer per jaar wordt een tussenrapportage omtrent de voortgang van de activiteiten aan Gedeputeerde Staten overgelegd.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van het eerste lid, onder a, bepalen dat het erf met de zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, installaties en circa 1 hectare cultuurgrond niet in eigendom hoeven te worden overgedragen aan Gedeputeerde Staten, mits:

    • a.

      de bedrijfskavel niet is gelegen in het Natuur Netwerk Nederland en handhaving van de eventuele bedrijfswoning passend is in de doelstellingen zoals verwoord in het gebiedsplan dat op het desbetreffende gebied van toepassing is;

    • b.

      het erf met gebouwen een naar het oordeel van Gedeputeerde Staten passende niet-agrarische bestemming krijgt;

    • c.

      de zich op het erf bevindende bedrijfsgebouwen en installaties worden gesloopt. Deze voorwaarde geldt niet voor de bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties waarvan het gemeentebestuur heeft verklaard dat sloop daarvan niet zal worden toegestaan.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van het eerste lid, onder a, bepalen dat percelen niet in eigendom hoeven te worden overgedragen aan Gedeputeerde Staten, mits de provincie de gronden niet nodig heeft in het kader van het Natuur Netwerk Nederland of voor projectdoelstellingen of als ruilgrond.

 

Artikel 2.13, Staatssteun

Subsidie voor de verplaatsing van grondgebonden agrarische bedrijven en investeringen in verband met de verplaatsing van deze bedrijven op de hervestigingslocatie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 16 van de Landbouwvrijstellingsverordening.

 

Artikel 2.14, Subsidievaststelling

  • 1.

    Binnen twee maanden na de datum waarop de te subsidiëren activiteit moet zijn uitgevoerd, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld formulier en gaat vergezeld van de daarin verplichte bijlagen.

  • 3.

    Na ontvangst van een vaststellingsaanvraag bevestigen Gedeputeerde Staten de ontvangst en geven aan binnen welke termijn zij een besluit op de aanvraag nemen.

 

Artikel 2.15, Bevoorschotting

  • 1.

    Na subsidieverlening kunnen Gedeputeerde Staten op aanvraag een voorschot verstrekken.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen aan de voorschotverlening de voorwaarde verbinden dat de gesubsidieerde activiteiten gedeeltelijk zijn verricht en de kosten daarvan in rekening zijn gebracht aan de subsidieontvanger en zijn betaald.

  • 3.

    Het totaal aan voorschotten is niet hoger dan 80% van het verleende subsidiebedrag.

 

HOOFDSTUK 3, SLOTBEPALINGEN

Artikel 3.1, Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

 

Artikel 3.4, Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Drenthe 2016.

 

TOELICHTING

 

Het doel van deze subsidieregeling is het realiseren van overheidsdoelstellingen ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke of agrarische structuur, verbetering van natuur, landschap, water of milieu. Dit doel wordt bewerkstelligd door het ondersteunen en faciliteren van verplaatsingen van en investeringen in agrarische bedrijven van kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren. Subsidie wordt verstrekt voor hervestiging van grondgebonden landbouwbedrijven, waarvan de landbouwgronden benodigd zijn voor provinciale doelstellingen.

 

De Subsidieregeling Agrarische Bedrijfsverplaatsing bestaat uit twee onderdelen met ieder een eigen subsidiepercentage, een deel verplaatsing en een deel investering:

  • verplaatsingskosten worden voor 100% gesubsidieerd met een maximum van € 40.000,-- subsidie;

  • investeringskosten worden voor 40% gesubsidieerd met een maximum van € 400.000,--.

In totaal kan de subsidie € 440.000,-- per verplaatsingsproject bedragen. De subsidie wordt berekend op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten.

 

Werkwijze

Aanvragers komen voor subsidie in aanmerking indien voldaan is aan de toetsingscriteria en voorschriften van deze regeling. Als iemand besluit subsidie aan te vragen, betekent dit dat, bij toewijzing, de gronden en bedrijfsgebouwen in beginsel in eigendom overgedragen dienen te worden aan de provincie Drenthe. Op basis van een voorafgaande taxatie door een onafhankelijke taxateur wordt door Gedeputeerde Staten bepaald wat de oude situatie ten opzichte van de nieuwe situatie op de hervestigingslocatie betekent voor de omvang van de subsidiabele kosten.

 

Subsidiabele en niet - subsidiabele kosten

De subsidiabele kosten staan aangegeven in artikel 2.8. Voor alle kosten geldt dat deze aan bedrijfsgebouwen gerelateerd dienen te zijn. Aankoop van landbouwgronden (agrarische percelen), alsmede de kosten en investeringen voor de bedrijfswoning met erf komen dus niet voor subsidie in aanmerking.

 

Toepassing V rijstellingsverordening (EU) nr. 702/2014

Subsidies op grond van de Subsidieregeling Agrarische Bedrijfsverplaatsing vormen staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag tot werking van de Europese Unie. Deze subsidies worden verstrekt met toepassing van de Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.