Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 28 juni 2016, PZH-2016-556664987, tot wijziging van de Subsidieregeling molens Zuid-Holland 2013 in verband met de subsidiëring van groot onderhoud aan molens en standerdmolens en het aanbrengen van enkele verbeteringen

 

Gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland,

 

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

 

Overwegende dat om de Zuid-Hollandse molens in goede staat te houden het inlopen van de achterstanden van groot onderhoud van belang is

 

Besluiten:

 

Vast te stellen de wijziging van de Subsidieregeling molens Zuid-Holland 2013

 

Artikel I

De Subsidieregeling molens Zuid-Holland 2013 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 1 komt te luiden:

 

  • 1.

    Begripsbepalingen

     

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • b.

    eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een molen, een incomplete molen of een standerdmolen;

  • c.

    groot onderhoud: onderhoud, noodzakelijk voor het herstel van ten hoogste twee onderdelen van de molen;

  • d.

    incomplete molen: op grond van de Erfgoedwet als monument aangewezen incomplete molen;

  • e.

    instandhoudingsplan: plan waarin zijn opgenomen een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden, een omschrijving van de daarmee beoogde resultaten en een begroting;

  • f.

    molen: op grond van de Erfgoedwet als monument aangewezen molen;

  • g.

    onderdeel: zelfstandig onderdeel van een molen of standerdmolen, waaronder in ieder geval begrepen kap, staand werk, stelling, gaand werk en gevlucht;

  • h.

    onderhoud: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde;

  • i.

    Sim: Subsidieregeling instandhouding monumenten (Stcrt. 2012, 20420);

  • j.

    standerdmolen: de standerdmolen ’t Vliegend Hert te Brielle en de standerdmolen de Put te Leiden.

B.

 

Artikel 5 komt te luiden:

 

Artikel 5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen dient de molen of standerdmolen ten minste 60.000 asomwentelingen per kalenderjaar te hebben gemaakt, geregistreerd door middel van een namens Gedeputeerde Staten aangebracht en verzegeld telapparaat.

 

C.

 

In artikel 9 wordt de zinsnede “artikel 6” vervangen door: artikel 5.

 

D.

 

Het opschrift van paragraaf 3 komt te luiden:

 

§ 3 Onderhoud

 

E.

 

In artikel 10, eerste lid, wordt de zinsnede “Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het in stand houden” vervangen door: Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor onderhoud.

 

F.

 

In artikel 13, onderdeel a, wordt de zinsnede “het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013” vervangen door: de Sim of de Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011.

 

G.

 

Onder vernummering van paragraaf 4 tot paragraaf 5 en van artikelen 21 tot en met 26 tot artikelen 32 tot en met 37 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

 

§ 4 Groot onderhoud

 

Artikel 21 Subsidiabele activiteiten en prestatie

 

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor groot onderhoud van een molen of standerdmolen.

  • 2.

    De subsidie wordt verstrekt als projectsubsidie.

  • 3.

    De subsidie leidt tot instandhouding van de molen of standerdmolen.

     

Artikel 22 Doelgroep

 

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaren van een molen of standerdmolen, gelegen binnen de provincie Zuid-Holland.

 

Artikel 23 Aanvraagperiode

 

In afwijking van artikel 26, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidie worden ingediend van 1 augustus tot 1 oktober.

 

Artikel 24 Weigeringsgronden

 

  • 1.

    In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien:

    • a.

      de totale subsidiabele projectkosten minder dan € 15.000,00 bedragen;

    • b.

      de aangevraagde subsidie meer dan twee in de bijlage bij deze subsidieregeling opgenomen typen werkzaamheden betreft;

    • c.

      Aan een eigenaar van meer dan een, maar minder dan vijf molens wordt niet meer dan één subsidie verstrekt. Aan een eigenaar van meer dan vier, maar minder dan 16 molens wordt niet meer dan twee subsidies verstrekt. Aan een eigenaar van meer dan 15 molens wordt niet meer dan drie subsidies verstrekt.

       

Artikel 25 Subsidievereisten

 

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de eigenaar van een molen ontvangt een subsidie op grond van de Sim en een onderhoudssubsidie op grond van de Subsidieregeling molens Zuid-Holland 2013;

  • b.

    de eigenaar van een standerdmolen ontvangt een onderhoudssubsidie op grond van de Subsidieregeling molens Zuid-Holland 2013;

  • e.

    de aanvraag betreft werkzaamheden uit de lijst subsidiabele werkzaamheden groot onderhoud molens en standerdmolens die als bijlage bij deze subsidieregeling is opgenomen;

  • f.

    het groot onderhoud wordt uitgevoerd boven of gelijk aan 0,50 m onder het maaiveld.

     

Artikel 26 Subsidiabele kosten

 

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden opgenomen in de lijst subsidiabele werkzaamheden groot onderhoud molens en standerdmolens die als bijlage bij deze subsidieregeling is opgenomen.

  • 2.

    De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      De kosten van werkzaamheden die reeds worden gesubsidieerd op grond van de Sim;

    • b.

      de kosten van de werkzaamheden waarvoor al subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten;

    • c.

      de kosten van herstel van schade als gevolg van brand, storm of bliksem.

Artikel 27. Subsidiehoogte

 

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van €40.000,00.

  • 2.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder zou bedragen dan €7.500,00, wordt de subsidie niet verstrekt.

     

Artikel 28 Rangschikking

 

  • 1.

    Indien de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de volgorde van behandeling een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

      begrote totale subsidiabele projectkosten;

    • b.

      standerdmolen of soort molen;

    • c.

      type eigenaar;

    • d.

      type werkzaamheden.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kennen voor de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, de volgende punten toe:

    • a.

      criterium a:

      1°. indien de totale subsidiabele projectkosten gelijk zijn aan of groter dan € 60.000,00 en kleiner of gelijk aan € 80.000,00: 15 punten;

      2°. indien de totale subsidiabele projectkosten gelijk zijn aan of groter dan € 40.000,00 en kleiner dan € 60.000,00: 10 punten;

      3°. indien de totale subsidiabele projectkosten gelijk zijn aan of groter dan € 15.000,00 en kleiner dan € 40.000,00: 5 punten;

    • b.

      criterium b:

      1°. een molen met een stelling gelijk of hoger aan 16 meter vanaf het maaiveld onder de stelling, een standerdmolen of een houtzaagmolen met zaagschuur: 15 punten;

      2°.een molen met een stelling lager dan 16 meter vanaf het maaiveld: 0 punten;

    • c.

      criterium c:

      1° stichtingen: 10 punten;

      2° particulieren en overige: 5 punten;

      3° overheden: 0 punten.

    • d.

      criterium d:

      1° werkzaamheden gericht op het water- en winddicht maken en/of houden: 26 punten;

      2° werkzaamheden gericht op de kap: 21 punten;

      3° werkzaamheden gericht op het gaande werk exterieur: 21 punten;

      4°werkzaamheden gericht op de staart: 15 punten;

      5° werkzaamheden gericht op stelling: 15 punten;

      6° werkzaamheden gericht op romp, ondertoren en/of onderbouw: 9 punten;

      7° werkzaamheden gericht op gaande werk interieur: 9 punten.

  • 3.

    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de te verlenen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag van de molen of standerdmolen met het hoogste aantal punten behaald bij het criterium in het eerste lid, onderdeel d. Als hier ook een gelijk aantal punten behaald is, gaat de molen of standerdmolen met de hoogste gemiddelde vlucht voor. Als dit ook gelijk is, geschiedt de rangschikking door loting.

  • 4.

    Als na toepassing van het derde lid het subsidieplafond niet is bereikt, is het derde lid van overeenkomstige toepassing op de overblijvende aanvragen, zo nodig bij herhaling totdat het overblijvende budget geheel is verdeeld.

     

Artikel 29 Verplichtingen van de subsidieontvanger

 

  • 1.

    In aanvulling op de artikelen 18 en 19 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd de werkzaamheden uiterlijk 1 jaar na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te hebben afgerond.

     

Artikel 30 Prestatieverantwoording

 

In afwijking van artikel 23 van de Asv gaat de aanvraag tot subsidievaststelling naast het activiteitenverslag, ongeacht de hoogte van het verleende subsidiebedrag, vergezeld van een financieel verslag. Tevens toont de subsidie-ontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van actuele, gedateerde kleurenfoto’s.

 

Artikel 31 Bevoorschotting en betaling

 

Het voorschot bij aanvragen van subsidies van € 25.000,00 en hoger bedraagt 80% van het verleende bedrag.

 

H.

 

Een bijlage wordt toegevoegd zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

 

Den Haag, 28 juni 2016

 

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

 

drs. J.H. de Baas, secretaris

 

drs. J. Smit, voorzitter

 

TOELICHTING

 

ALGEMEEN

Molens zijn iconen in het Zuid-Hollandse landschap. De vereniging De Hollandsche Molen heeft in een rapport d.d. 1 juni 2015 geconstateerd dat – landelijk gezien – de afgelopen tien jaar veel veranderd is rond de instandhouding van molens. De achterstand in restauratie is teruggebracht van 30% naar 16% en veel molens genieten een meerjarige onderhoudsbijdrage van de overheid. Deze instandhoudingssubsidies dekken de onderhoudsbehoefte voldoende. De provincie Zuid-Holland draagt hieraan bij met een instandhoudingssubsidie (onderhoudssubsidie), analoog aan die van het rijk (paragraaf 2 van de Subsidieregeling Molens Zuid-Holland 2013).

 

De vereniging constateert echter ook dat sprake is van een gat ten aanzien van groot onderhoud. Dat gat betreft het verschil tussen de subsidiëring van regulier onderhoud (instandhouding gedurende een periode van zes jaren) voor maximaal subsidiabele onderhoudskosten van € 60.000,00 en de subsidiëring van restauraties voor minimaal ingediende restauratiekosten van € 100.000,00. Werkzaamheden die als groot onderhoud kunnen worden aangemerkt passen niet in de bestaande instandhoudingssubsidie, noch in de restauratiesubsidie. Eigenaren van molens sparen hierdoor het groot onderhoud op totdat de ondergrens van de restauratienoodzaak is bereikt, waardoor zij in aanmerking kunnen komen voor een restauratiesubsidie. Hierdoor worden de te verrichten – en te subsidiëren – werkzaamheden groter en kostbaarder.

 

Voor de bepaling van de omvang van achterstallig groot onderhoud molens is gebruik gemaakt van de geïnventariseerde restauratielijst molens in de provincie Zuid-Holland (aanvullend opgevraagd bij het onderzoek) van De vereniging de Hollandsche Molen in kader van het rapport Molentoekomst en de lijst van onderhoudsaanvragen van de molens bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor de periode 2013-2018 (rijksregeling: Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013=Brim). De lijsten zijn besproken met contactpersonen uit het molenveld, beaamd is dat gemiddeld € 200.000,00 nodig is voor het wegwerken van achterstallig groot onderhoud molens, uitgaande van 50% cofinanciering door moleneigenaren. Deze wijziging van de Subsidieregeling molens Zuid-Holland 2013 houdt verband met subsidiëring van groot onderhoud aan molens en standerdmolens (Zuid-Holland heeft twee standerdmolens die geen rijksmonument zijn).

 

De provincie Zuid-Holland wil de Zuid-Hollandse molens in goede staat houden en stelt daarom subsidie voor groot onderhoud beschikbaar voor nader omschreven werkzaamheden. Doel is hiermee de achterstand in groot onderhoud in te lopen.

 

Tenslotte wordt bij deze wijziging een aantal tekstuele verbeteringen in de bestaande regeling aangebracht.

 

ARTIKELSGEWIJS

 

Artikel 1

In de begripsbepalingen is een definitie van groot onderhoud opgenomen en is het begrip instandhouding vervangen door onderhoud, waardoor het onderscheid tussen onderhoud en groot onderhoud wordt verduidelijkt. Bij groot onderhoud gaat het om herstel van één of twee onderdelen van de molen. Het feit dat groot onderhoud zich richt op herstel van onderdelen, onderscheidt het van normaal onderhoud, en het feit dat het ten hoogste twee onderdelen betreft, onderscheidt het van restauratie. De herstelwerkzaamheden bij groot onderhoud zijn gespecificeerd in de bijlage.

 

Het begrip instandhoudingsplan wordt gehandhaafd omdat wordt aangesloten bij het begrip instandhouding in de Brim (artikel 13 Subsidievereisten).

 

Artikel 24

De te subsidiëren werkzaamheden zijn beperkt tot maximaal twee typen werkzaamheden, als genoemd in de bijlage behorend bij dit artikel. Meer dan twee typen werkzaamheden kunnen eventueel worden gesubsidieerd op grond van de Subsidieregeling restauraties rijksmonumenten Zuid-Holland 2013.

 

Artikel 26

De subsidiabele kosten van werkzaamheden zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Deze werkzaamheden zijn tevens alle genoemd in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013 in de bijlage als bedoeld in artikel 4 van de Sim.

 

Artikel 28

Bij de rangschikking van aanvragen wordt gebruikt gemaakt van een tendersysteem op basis van een puntenstelsel. Werkzaamheden vallend in de categorie € 60.000,00 en € 80.000,00 scoren het meeste aantal punten omdat het hierbij in het algemeen gaat om grotere substantiële groot onderhoudswerkzaamheden en deze het meest bijdragen aan het oplossen van het grote onderhoudsgat tussen € 60.000,00 en € 100.000,00 (minimumgrens Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013). Werkzaamheden van een geringere omvang kunnen soms ook vallen binnen de reguliere onderhoudssubsidie.

 

De twee Zuid-Hollandse standerdmolens beschikken niet over de status van rijksmonument, en komen dus niet in aanmerking voor instandhoudingssubsidie op grond van de Sim, noch voor restauratiesubsidies. Verder geldt dat bij molens met een stelling hoger dan 16 meter boven het maaiveld en houtzaagmolens met zaagschuur een grotere behoefte aan groot onderhoud bestaat. Om deze redenen krijgen deze typen molens en de standerdmolens ten behoeve van de rangschikking extra punten toegekend en andere molens niet.

 

Stichtingen hebben nagenoeg geen inkomsten en over het algemeen een klein eigen vermogen, deze scoren om deze redenen hoger dan andere eigenaren.

 

De werkzaamheden groot onderhoud zijn tevens gericht op het draaivaardig houden en behoud van het monument. Hiervoor is vooral de buitenzijde van belang (exterieur), waardoor het water- en winddicht houden dan ook hoog scoren.

 

Bijlage, behorend bij artikel 24, onderdeel b, en artikel 28 van de Subsidieregeling molens Zuid-Holland 2013

 

Subsidiabele typen werkzaamheden groot onderhoud molens en standerdmolens

 

1° Werkzaamheden gericht op het gaande werk exterieur en het draaivaardig houden:

- 1 of 2 roeden vernieuwen of monumentaal herstel

- Per roede minimaal 50% tuigage vernieuwen met reparatie overige delen

2° Werkzaamheden gericht op het gaande werk interieur en draaivaardig houden:

- Bovenwiel (inclusief vang), bovenas;

3° Werkzaamheden gericht op water- en winddicht houden (exclusief ramen en deuren):

- Rietdekwerk, epdm/bitumen, metselwerk, beschot en overige dakbedekkingen

4° Werkzaamheden gericht op stelling:

- Minimaal een derde vernieuwen met reparatie overige delen

5° Werkzaamheden gericht op kap en draaivaardig houden:

- Windpeluw, onderstopping bovenas, voorkeuvelens, achterkeuvelens, spruiten, voeghouten,

6° Werkzaamheden gericht op staand werk en draaivaardig houden:

- Kuipdelen, kruiwerk onder de kap, boventafelement met blokkeel, bovenste lagen metselwerk romp

7° Werkzaamheden gericht op de staart en draaivaardig houden:

- Vernieuwen staartbalk en minimaal twee schoren of kruirad/lier

  

Naar boven