ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

Artikel 19d en 19e

Datum besluit : 29 juni 2016

Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998 - 2016-008698 - gemeente ’s-Hertogen-bosch

Activiteit : het wijzigen van een melkrundveehouderij aan de Empelsehoefweg 5, 5236 BW ‘s-Hertogenbosch

Verlenen/weigeren : verlenen vergunning

Aanvrager : ASKO v.o.f.

Zaaknummer : 2016-008696

Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van ASKO v.o.f., hierna te noemen aanvrager, van 17 juni 2016 om een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998, hierna de Nbw 1998.

Aanvraag en procesverloop

De aanvraag voorziet in een wijziging ten opzichte van het feitelijk gebruik, in de referentie periode 1 januari 2012 tot 1 januari 2015. Uit de berekeningen volgt dat wij bevoegd gezag zijn vanwege de effecten op het Natura 2000-gebied Rijntakken.

Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.

Besluit

Gedeputeerde Staten van Gelderland;

Gelet op de artikelen 19d tot en met 19g en 19kh lid 7 van de Nbw 1998;

HEBBEN BESLOTEN

ASKO v.o.f. een vergunning conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen onder het volgende voorschrift:

1.Deze vergunning met de bijbehorende AERIUS-verschilberekening (bijlage 1) met kenmerk Rmt43JmdAvpC dient op het bedrijf aanwezig te zijn.

Bepalen v ergunningplicht en bevoegd gezag

Uit de bij de aanvraag ingediende AERIUS-berekening van de beoogde situatie volgt dat er gebieden zijn waar de depositie boven de grenswaarde ligt. De AERIUS-verschilberekening is opgenomen in bijlage 1. Hierin staan alle gebieden vermeld met een depositie boven de 0,05 mol/ha/jaar.

Op grond van artikel 2 lid 1 van Nbw zijn wij het bevoegd gezag voor deze aanvraag. Alle provincies waar een vergunningplicht geldt, zijn om instemming gevraagd overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 en 2a van de Nbw 1998.

B eoordeling van de aanvraag

Historie onder de PAS

Voor deze locatie is niet eerder een toestemmingsbesluit verleend onder de PAS.

Voor dit bedrijf is niet eerder een vergunning danwel een verklaring van geen bedenkingen (hierna vvgb) op grond van de Nbw 1998 verleend.

In onderstaande tabel wordt de beoogde situatie weergegeven. Deze komt overeen met situatie 2 in de bijgevoegde AERIUS-berekening.

Tabel 1 beoogde situatie

Vaststellen van de feitelijk door de bestaande activiteit veroorzaakte stikstofdepositie

Artikel 5, vijfde en zesde lid van de Regeling PAS vormt de grondslag voor de bepaling van de feitelijk veroorzaakte stikstofdepositie. Dit betreft de stikstofdepositie die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 ten hoogste werd veroorzaakt als gevolg van hetgeen daadwerkelijk plaatsvond binnen de kaders van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e of i van de Wet algemene bepaling omgevingswet of een vergunning of melding krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet. Deze feitelijke situatie van het bedrijf waarop de aanvraag van toepassing is, is aangetoond door de veesaldokaart van CRV Mineraal d.d. 10 oktober 2014. Deze komt overeen met situatie 1 in de bijgevoegde AERIUS-berekening.

V aststellen overige effecten

Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied zijn er naast de effecten van stikstof geen andere effecten op het Natura 2000-gebied.

Conclusie

Uit de AERIUS-verschilberekening (zie bijlage 1) blijkt dat er geen sprake is van een toename van depositie ten opzichte van de referentiesituatie, waardoor voor de onderliggende aanvraag geen ontwikkelingsruimte vastgelegd dient te worden in AERIUS Register. De vergunning kan worden verleend.

Zienswijzen

Gedurende de periode van terinzagelegging kunnen belanghebbenden schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren brengen. Ingediende zienswijzen worden met het uiteindelijke besluit en de bijbehorende stukken ter inzage gelegd.

Schriftelijke zienswijzen kunnen worden gericht aan Gedeputeerde Staten van Gelderland, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem, of aan post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer dat op de eerste bladzijde van het ontwerpbesluit staat vermeld. Voor een mondelinge zienswijze of toelichting over het ontwerpbesluit kan contact worden opgenomen met het Provincieloket (telefoonnummer (026) 359 99 99).

Wij maken u erop attent dat alleen beroep tegen het uiteindelijke besluit kan worden ingediend als de indiener ook een zienswijze heeft ingebracht tegen het ontwerpbesluit en men belanghebbende is.

De periode van terinzagelegging is te vinden onder de technische informatie van de kennisgeving. Deze kennisgeving is in te zien op de website van Overheid.nl.

Arnhem, 29 juni 2016 – zaaknummer 2016-008696

bijlage:

-Bijlage 1: AERIUS-verschilberekening (kenmerk: Rmt43JmdAvpC)

Naar boven