Mandaat- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland POP3-subsidies provincie Flevoland Nummer 201-28

 

 

Gedeputeerde Staten maken bekend dat zij in hun vergadering van 14 juni 2016 onder nummer 1828895 het Mandaat- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland POP3-subsidies provincie Flevoland hebben genomen:

Mandaat- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland POP3-subsidies provincie Flevoland

Besluit van het college van gedeputeerde staten van Flevoland van 7 juni 2016 ter verlening van mandaat en machtiging tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen ter uitvoering van POP3-regelingen aan de Algemeen Directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, met de mogelijkheid van ondermandaat.

Het college van gedeputeerde staten van Flevoland,

Gelet op afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat het wenselijk is dat mandaat, met de mogelijkheid van ondermandaat, wordt verleend aan de Algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, voor het nemen van besluiten ter uitvoering van het Convenant Uitvoering POP3, het daarop gebaseerde Aansturingsprotocol voor de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, de prestatieovereenkomst POP3, de managementovereenkomst POP3 en de prestatieovereenkomst 2016 Programma Beheer (PB)/Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL)/Subsidiestelsel Natuur en Landschap 2016 –Agrarisch (ANLb), alle gesloten tussen Gedeputeerde Staten en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder

  • -

    de Algemeen directeur: de Algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,

  • -

    de gemandateerde: de Algemeen directeur of de onder hem ressorterende functionarissen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van het onderhavige besluit.

Artikel 2
  • 1.

    Aan de Algemeen directeur wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen, die verband houden met de uitvoering van de regelingen, die zijn genoemd in de Bijlage bij dit Mandaatbesluit,

  • 2.

    De uit dit besluit voor de Algemeen directeur voortvloeiende bevoegdheden kunnen tevens worden uitgeoefend door een door hem aan te wijzen plaatsvervanger.

Artikel 3

Tot de besluiten en handelingen bedoeld in artikel 2 behoren mede:

  • a.

    het voorbereiden, nemen en ondertekenen van besluiten, inclusief beschikkingen bedoeld in paragraaf 4.1.3.2., de afdelingen 4.4.1. tot en met 4.4.4. en artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    de beantwoording van algemene vragen;

  • c.

    de behandeling van verzoeken uit hoofde van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • d.

    de behandeling van klachten en klaagschriften bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • e.

    de behandeling van schadeclaims, met uitzondering van de toekenning van claims tot een bedrag van meer dan € 5.000,-.

Artikel 4
  • 1.

    De Algemeen directeur kan ondermandaat en machtiging verlenen voor de aangelegenheden waarvoor hij krachtens dit besluit mandaat en machtiging heeft gekregen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

  • 2.

    Artikel 13 van het Besluit ondermandaat en machtiging voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken 2015 is op het krachtens dit besluit verkregen ondermandaat en machtiging van toepassing.

Artikel 5
  • 1.

    Gedeputeerde Staten en de Algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland maken omtrent de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden nadere afspraken. De gemandateerde neemt bij de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden deze afspraken in acht.

  • 2.

    Voor zover uit deze afspraken een inlichtingenplicht of een instructiebevoegdheid voortvloeit, lichten partijen elkaar over en weer op een zodanig tijdstip in dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

  • 3.

    Gedeputeerde staten kunnen aan de gemandateerde nadere instructies geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.

Artikel 6

De gemandateerde stelt de provincie in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten waarvan hij moet aannemen dat kennisneming door het college van gedeputeerde staten gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van indien:

  • a.

    de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven; of

  • b.

    advies nodig is van anderen dan de gemandateerde en onder hem ressorterende medewerkers en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van de gemandateerde dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt.

Artikel 7
  • 1.

    De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden en machtigingen geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht en de geldende beleids- en uitvoeringsregels.

  • 2.

    De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    Op een bezwaarschrift wordt niet besloten door degene die het primaire besluit in mandaat heeft genomen of bij de voorbereiding van het primaire besluit betrokken is geweest.

Artikel 8

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

'Gedeputeerde Staten van Flevoland, '

namens dezen:

(handtekening)

[‘naam functionaris’].

(functie)

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Mandaat- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland POP3-subsidies provincie Flevoland’

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland van

14 juni 2016.

Gedeputeerde Staten van Flevoland,

de secretaris, de voorzitter,

Uitgegeven op 15 juni 2016

De secretaris van Gedeputeerde Staten van Flevoland

Bijlage bij artikel 2 van het Mandaat- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland POP3-subsidies provincie Flevoland voor de uitvoering van diverse subsidieregelingen en –programma’s

  • A.

    Gebiedsgerichte POP3-regelingen:

  • a)

    Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Flevoland 2016.

  • B.

    Niet-gebiedsgerichte POP3-regelingen/programma’s:

a) Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020

De hierboven genoemde regelingen/programma’s worden uitgevoerd in het kader van:

  • de jaarlijks overeen te komen Prestatieovereenkomsten tussen de provincie Flevoland en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

  • de Managementovereenkomst 2015-2024 tussen de provincie Flevoland en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • het Convenant Uitvoering POP-3 en het Aansturingsprotocol voor de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, beiden vastgesteld op 18 december 2014.

Toelichting bij het Mandaat- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland POP3-subsidies provincie Flevoland

Met het onderhavige besluit wordt de uitvoering van diverse provinciale regelingen ter uitvoering van het POP3 (Nederlandse PlattelandsOntwikkelingsPlan3) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) neergelegd.

RVO.nl is met ingang van 1 januari 2014 ontstaan uit een fusie van Dienst Regelingen met Agentschap.nl. RVO is Europees betaalorgaan voor onder meer het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en de uitvoeringsinstantie van diverse rijks- en provinciale subsidieregelingen voor (agrarisch) natuurbeheer.

De algemeen directeur RVO.nl heeft van de Minister van Economische Zaken bij het Besluit mandaat en machtiging EZ 2015 (en de voorloper hiervan) met ingang van 1/1/2014 het mandaat gekregen om besluiten namens de Minister te nemen, met de mogelijkheid van ondermandaat en machtiging.

Ondermandaat en machtiging zijn door de algemeen directeur RVO.nl vervolgens vastgesteld en gepubliceerd in het Besluit ondermandaat en machtiging voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken 2015 (en de voorloper hiervan, Stcrt. 2015, nr 505, gewijzigd in Stcrt. 2015, nrs 3761 en 21840).

Door in artikel 4 van het onderhavige provinciale POP3-mandaatbesluit de mogelijkheid tot ondermandaat en machtiging voor de algemeen directeur RVO.nl op te nemen en te verwijzen naar artikel 13 van dat Besluit, is de bevoegdheidsverdeling die RVO.nl in acht neemt bij besluiten voor de Minister van Economische Zaken, nu ook voor provinciale POP3-besluiten geldend. Daardoor wordt uniformiteit gecreëerd met betrekking tot financiële bevoegdheidsgrenzen bij de te nemen besluiten, de plaatsvervanging door RVO-functionarissen intern en de procesmachtigingen.

In dit mandaatbesluit zijn ook de bevoegdheden voor gebiedsgerichte POP3-regelingen, die tot medio oktober 2013 aan de Dienst Landelijk Gebied waren gemandateerd, geïncorporeerd, zodat daarvoor geen afzonderlijk besluit nodig is.

Naar boven