Openstellingsbesluit Hoofdstuk 2, paragraaf 4van de Regeling subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, onderdeel kavelruil

Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij in hun vergadering van

17 mei 2016, nr. 8, zaaknummer 632502 het volgende besluit hebben genomen:

Gedeputeerde Staten van Groningen:

Gelet op de Regeling subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen op 2 februari 2016, nr. A.23 (Provinciaal blad nr. 813, d.d. 11 februari 2016);

Gelet op artikel 1.3 van de Regeling subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020;

Besluiten:

Vast te stellen hetgeen volgt:

I. Openstellingsbesluit Hoofdstuk 2, paragraaf 4 van de Regeling subsidies

Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, onderdeel kavelruil:

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt in aanvulling op de definities zoals genoemd in artikel 1.1 van de Regeling verstaan onder:

  • a.

    KRW-doelstelling: het realiseren van KRW-doelen door middel van het uitvoeren van bovenwettelijke KRW-maatregelen;

  • b.

    Regeling: Regeling subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020;

  • c.

    ELFPO: Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.

Artikel 2 Openstelling

  • 1.

    De maatregel Investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven, Hoofdstuk 2, paragraaf 4 van de Regeling wordt onder de regels van dit openstellingsbesluit opengesteld voor de periode van 30 mei 2016 tot en met 11 juli 2016.

  • 2.

    Deze maatregel is specifiek gericht op de verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven.

  • 3.

    Het subsidieplafond bedraagt € 400.000,- (vierhonderdduizend euro).

Dit plafond bestaat uit € 200.000,- middelen ELFPO en € 200.000,- provinciale middelen.

Artikel 3 Aanvrager

Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Regeling wordt verstrekt aan:

  • a.

    landbouwers;

  • b.

    grondeigenaren die geen landbouwer zijn;

  • c.

    pachters;

  • d.

    stichtingen voor kavelruil;

  • e.

    landbouworganisaties;

  • f.

    provincies;

  • g.

    waterschappen;

  • h.

    gemeenten;

  • i.

    natuur- en landschapsorganisaties

Artikel 4 Subsidiabele activiteit

In afwijking van artikel 2.4.1 van de Regeling wordt subsidie verstrekt voor de verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven.

Artikel 5 Subsidiabele kosten verbetering van de verkavelingsstructuur

In afwijking van artikel 2.4.3 van de Regeling wordt subsidie verstrekt voor:

  • a.

    proceskosten verkaveling;

  • b.

    procedurekosten verkaveling;

  • c.

    kosten van investeringen om kavels beter bewerkbaar en bereikbaar te maken.

Artikel 6 Subsidiabele kosten van investeringen voor verbetering van de

verkavelingsstructuur

In afwijking van artikel 2.4.5. van de Regeling kunnen de kosten van investeringen voor verbetering van de verkavelingsstructuur bestaan uit:

  • a.

    de kosten van de bouw of verbetering onroerende goederen;

  • b.

    de bijdragen in natura, onderdeel onbetaalde arbeid als bedoeld in artikel 1.11 van de Regeling;

  • c.

    de algemene kosten met betrekking tot investeringen;

  • d.

    de plan- en advieskosten;

  • e

    de leges voor vergunningen en procedures;

  • f.

    de kosten van haalbaarheidsstudies;

  • g.

    personeelskosten;

Artikel 7 niet-subsidiabele kosten

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.13 van de Regeling komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    Niet-verrekenbare of niet-compensabele BTW

  • b.

    De kosten van de aankoop van gronden

Artikel 8 Hoogte subsidie voor juridische en algemene kosten in het kader van verbetering verkavelingsstructuur

  • 1.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten voor de onderdelen zoals benoemd in artikel 5, eerste lid, onder a en b.

  • 2.

    De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten van investeringen ten behoeve van een betere bereikbaarheid en bewerkbaarheid van kavels, zoals benoemd in artikel 5, eerste lid, onder c, samenhangend met de ruiling van gronden en waarvan de betreffende agrarische ondernemer voordeel geniet, met een maximum van € 600,- per toegedeelde hectare.

  • 3.

    Subsidie wordt niet verstrekt indien de subsidie lager is dan € 200.000,-.

Artikel 9 Selectiecriteria

Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 en artikel 2.4.9 van de Regeling de volgende criteria en daaraan gekoppelde punten:

a. Kosteneffectiviteit

Hier wordt gekeken naar de totale proces- en procedurekosten per geruilde ha

indien de gemiddelde kosten maximaal € 500,- per geruilde hectare bedragen

5 punten

indien de gemiddelde kosten tussen € 500,- en € 1.000,- per geruilde hectare bedragen

3 punten

indien de gemiddelde kosten groter dan of gelijk zijn aan € 1.000,- per geruilde hectare

0 punten

b. De mate waarin de activiteit bijdraagt aan één of meerdere (beleids)doelen zoals genoemd in het Programma Landelijk Gebied:

nut landbouw (huiskavelvergroting, kavelconcentratie, afstandsverkorting, bedrijfsvergroting):

maximaal 3 punten

nut natuur (beschikbaar krijgen van gronden middels ruilingen binnen begrensde natuur (Natuurnetwerk Nederland, zoals weergegeven op kaart 4 van de Omgevingsverordening provincie Groningen 2009))

maximaal 3 punten

nut water (beschikbaar krijgen van gronden middels ruilingen in gebieden voor uitvoeringsmaatregelen van de Kader Richtlijn Water)

maximaal 3 punten

Score per aspect: 0=geen, 1 = laag, 2= gemiddeld, 3 = hoog

Artikel 10 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 1.8 van de Regeling wordt subsidie geweigerd indien:

  • 1.

    het project bij de weging op de selectiecriteria zoals opgenomen in artikel 9 in totaal minder dan 5 punten scoort;

  • 2.

    op het criterium Kosteneffectiviteit genoemd in artikel 9, onder a niet een score van minstens 3 punten wordt behaald;

  • 3.

    op het criterium Bijdrage aan (beleids)doelen, aspect nut landbouw, genoemd in artikel 9 niet een score van minstens 2 punten wordt behaald;

Artikel 11 Adviescommissie

Gedeputeerde staten stellen een adviescommissie in voor de beoordeling van de projecten. De adviescommissie stelt een prioriteitenlijst op middels een rangschikking door het toekennen van punten aan de hand van in artikel 9 genoemde selectiecriteria.

Artikel 12 Voorschotten vooruitlopend op realisatie

Voorschotten als bedoeld in artikel 1.25 van de Regeling worden niet verstrekt

Artikel 13 Bevoorschotting op basis van realisatie (tussentijdse betalingen)

Voorschotten als bedoeld in artikel 1.23 van de Regeling kunnen maximaal ééns per jaar worden aangevraagd en verstrekt.

Artikel 14: Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie plattelandsontwikkelings-programma, kavelruil.

II Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in

Provinciaal Blad. Voor zover deze bekendmaking plaatsvindt na 30 mei 2016 werkt dit besluit terug

tot en met 30 mei 2016.

 

Groningen, 17 mei 2016.

Gedeputeerde Staten voornoemd:

, voorzitter.

, secretaris.

Toelichting  

Artikel 4 Subsidiabele activiteit

Deze maatregel is gericht op investeringen in het landelijk gebied die bijdragen aan de verbetering van de verkaveling van de landbouwbedrijven en de daarbij behorende toegankelijkheid, bodemgesteldheid, waterhuishouding.

 

Het gaat daarbij om de volgende concrete acties:

  • a)

    Projecten gericht op draagvlakontwikkeling, inhuur van kavelruil-coördinatoren en andere experts, opstellen en uitvoeren van verkavelingsplannen en verkavelingsprocedures, kadaster- en notariskosten, projectmanagement.

    In verband met de verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven:

  • b)

    investeringen om kavels beter bewerkbaar en bereikbaar te maken zoals: graven en dempen van sloten, met elkaar verbinden van percelen, aanpassen van drainage, aanleg of verbetering van dammen en kavelpaden, aanpassen van het wegenstelsel, aanpassen van de waterhuishouding.

Artikel 9 Selectiecriteria, weging en selectie

Gedeputeerde Staten hanteren voor de beoordeling en rangschikking van de subsidie -aanvragen een puntenscoring. Aanvragen worden beoordeeld op kosteneffectiviteit en de mate waarin de maatregelen bijdragen aan de doelen zoals genoemd in het Programma Landelijk gebied. Kosteneffectiviteit draagt bij aan een zo goed als mogelijk gebruik en doelbereik van de financiële middelen.

De provincie Groningen wil vooral bijdragen aan projecten die effecten hebben op beleidsvelden landbouw, natuur (Natuurnetwerk Nederland) en water (Europese Kaderichtlijn Water).

Voor de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in Groningen wordt verwezen naar kaart 4 van de Omgevingsverordening provincie Groningen 2009. Voor de uitvoering en locaties van de maatregelen Kader Richtlijn Water in Groningen wordt verwezen naar de websites van de waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa's.

Artikel 11 Adviescommissie

Gedeputeerde Staten stellen een adviescommissie in voor de beoordeling van de projecten. De Adviescommissie stelt een prioriteitenlijst op middels een rangschikking door het toekennen van punten aan de hand van in artikel 9 genoemde selectiecriteria. Deze commissie zal worden samengesteld uit twee deskundigen van de provincie Groningen, twee van de provincie Drenthe en twee van de provincie Fryslân. De deskundigen van de provincies Drenthe en Fryslân zullen de projecten binnen de provincie Groningen beoordelen. Dit moet een onafhankelijke, gelijke en transparante behandeling van de aanvragen garanderen.

Naar boven